Sinds een aantal weken staat BSE weer in het brandpunt van de belangstelling. In Engeland zijn vele duizenden inwoners mogelijk besmet met de ziekte van Creutzfeld Jacob door de consumptie van vlees afkomstig van koeien die leden aan BSE. In Frankrijk is de consumptie van rundvlees gekelderd na het bekend worden van nieuwe besmettingsgevallen. Ook in Nederland werd een nieuw geval van BSE ontdekt maar is vooralsnog geen sprake van paniek alhoewel men zich wel enige zorgen begint te maken.
De reacties in Frankrijk en Engeland zijn fel en lopen zelfs uit in rechtzaken. De overheid wordt daar sterk bekritiseerd vanwege haar eerdere lakse en geruststellende aanpak van de risico's van het eten van rundvlees.
  Het was uiteraard beter geweest als men in eerder stadium uit voorzorg meer rigoureuze maatregelen had genomen. Achteraf had misschien een veel groter aantal dieren moeten worden vernietigd en men had de bevolking van de mogelijke risico's van vleesconsumpties op de hoogte moeten stellen. Het is echter de vraag of die aanpak voldoende zou zijn geweest. Het besmette vlees was immers al langer in de circulatie.
Bovendien reduceert deze benadering de crisis vooral tot een communicatie probleem over de vraag hoe men met onzekerheden en risico's moet omgaan. Daarin ligt alle ruimte voor demagogie zoals Martin Sommer in de Volkskrant van 11 november terecht aangeeft. Hij pleit dan ook voor risicobeheer door bestuurders met 'een koel hoofd en de moed om ook tegen de wind in te zeilen'.
     
Het is zinnig zich te realiseren dat ziektes en epidemieŽn ecologische fenomenen zijn waarbij een wisselwerking optreedt tussen pathogenen en gastheren. Onder natuurlijke condities hebben dieren specifieke voedingsgewoonten, bezitten zij bepaalde voorkeuren en maken zij meestal gebruik van lokale bronnen. Deze kenmerken maken de voedselketens korter en minder vertakt. Zij vertragen of beperken daarmee de verspreiding van ziekteverwerkers.
In ons vleesproductiesysteem is daarentegen sprake van een groot internationaal netwerk van voedselstromen met relatief weinig natuurlijke barriŤres voor ziekteverwekkers en verontreinigingen. Maatregelen falen omdat in dat netwerk allerlei alternatieve routes blijken te bestaan voor pathogenen. Preventieve controle schiet vaak tekort omdat alternatieve routes pas vaak blijken te bestaan nadat de besmetting zich voorgedaan.
Bovendien reproduceren ziekteverwekkers - ook BSE - zich in de keten. Daarin onderscheiden biologische ziekteverwekkers zich van fysisch-chemische verontreinigingen als ziektebron. De kleinste hoeveelheden kunnen soms desastreus uitpakken. Deze aspecten spelen niet alleen in de BSE-cisis. Ook in andere recente voedselkwesties zoals de varkenspest kwamen soortgelijke mechanismen voor. Ook daar konden ziekteverwekkers zich razendsnel verspreiden door het grootschalige karakter van het productiesysteem.
  Uiteraard is dit belangrijk maar risicobeheer is ook maar een reactief beleid waarbij de diepere oorzaken van de crisis gemakkelijk blijven liggen. Die diepere oorzaken zijn naar mijn mening gerelateerd aan de economische rationalisering van onze vleesproductie.
In de eerste plaats zien we dat productiedieren benaderd worden als input-outputmachines. De input bestaat uit nutriŽnten in het veevoer, de output is de vleesproductie, waarbij men naar een zo gunstig mogelijke verhouding tussen beide streeft, ook in financiŽle zin. Op basis van dit uitgangspunt is men in het verleden slachtafval gaan gebruiken. Het heeft een hoge nutriŽntenwaarde, het is goedkoop en het is daarom een geschikte grondstof voor de vleesproductie.
Een tweede kenmerk van ons vleesproductie systeem is dat verschillende grondstoffen voor veevoer worden gemengd om de kwaliteit van het voer qua nutriŽntensamenstelling hoog en constant te houden. Tenslotte speelt globalisering en schaalvergroting een grote rol.
De ingrediŽnten van veevoer, de dieren zelf en de vleesproducten worden verspreid over grote afstanden en kunnen overal ter wereld worden verwerkt. Deze ontwikkelingen hebben er toe geleid dat de menselijke voedselketen een groot netwerk is geworden met talloze vertakkingen en verbindingen met voedselketens elders in de wereld.
     
Het recente rapport van de Rekenkamer bevestigt de tekortkoming van de huidig aanpak. De maatregelen tegen BSE waar minister Brinkhorst van landbouw zo prat op ging blijken door het internationale karakter van het voedselproductienetwerk maar deels te werken. Maatregelen in ons land zelf schieten te kort omdat ze 'niet volledig, onvoldoende uitvoerbaar, en daardoor niet voldoende doeltreffend' zijn (de Volkskrant, zaterdag jl.). De huidige maatregelen richten zich vooral op controle en correctie maar niet op aanpak van de onderliggende mechanismen. In tegendeel zij bestendigen deze soms.
Minister Brinkhorst verwelkomde bijvoorbeeld onlangs het idee van varkensflats met het argument van 'vooruitgang' maar in dit plan ligt reeds de kiem van nieuwe voedselcrisissen omdat het geen rekening houdt met ecologische aspecten van voedselketens.
  Een duurzaam effectieve aanpak van deze voedselcrisissen kan alleen plaatsvinden als het vleesproductiesysteem anders wordt georganiseerd en overgaat op meer ecologische vormen van landbouw.
Er moet worden gekozen voor kortere ketens en gebruik moet worden gemaakt van barriŤres die onder natuurlijke omstandigheden voorkomen. Dat betekent onder meer dat veevoer uit voor het dier natuurlijke ingrediŽnten moet bestaan waarbij niet van alles wordt gemengd. Verder zouden dieren kleinschalig gehuisvest moeten worden en niet zonder goede redenen mogen worden versleept. Het argument tegen deze vorm van veehouderij luidt vaak dat ze economisch niet haalbaar is.
Het is echter de vraag of dat wel opgaat als de kosten van de voedselcrisissen zouden worden meegeteld bij de beoordeling van ons huidig systeem.
     

Dit artikel verscheen in het forum van de Volkskrant op 21 oktober 2000.
Met toestemming rechtstreeks overgenomen van Sjaak Swart

  De auteur is universitair docent bij de sectie Wetenschap & Samenleving van de afdeling Biologie van de Rijksuniversiteit Groningen.