Een zelfvoorzienende landbouw is mogelijk en nodig. Alleen ontbreekt daarvoor de politieke wil, ook die van het CDA.   Dit artikel verscheen 1 september 2014 in de Volkskrant en is geschreven door Michiel Bussink. Hij is voedseljournalist. http://www.michielbussink.nl/
     

Het CDA heeft vorige week afscheid genomen van Nederland als agrarische supermacht. Nadat het CDA decennia lang een van de belangrijkste motoren was achter een extreem intensieve, vervuilende en dieronvriendelijk landbouw, gaat de koers nu drastisch om. Dat valt ten minste op te maken uit CDA-voorman Buma’s pleidooi in de Volkskrant van 28 augustus voor een zelfvoorzienende landbouw.
Vermoedelijk overziet hij de verstrekkende consequenties van zijn pleidooi niet.

Buma heeft gelijk als hij zegt dat de Nederlandse landbouw kwetsbaar is. We kunnen in ons piepkleine Nederland bijvoorbeeld alleen 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens, 4 miljoen runderen houden omdat het veevoer van ver weg komt: Zuid en Noord-Amerika. De vlees en zuivel die daarmee worden geproduceerd wordt voor een flink deel geëxporteerd: zowel voor de input- als de output is de Nederlandse landbouw  dus afhankelijk van markten ver weg. Blijkbaar wil Buma daar nu van af.  Behalve minder kwetsbaarheid, levert dat ook op andere manieren veel winst. Zonder de enorme import van soja voor de Nederlandse veestapel, kan de intensieve veehouderij niet langer bestaan en zijn we dus ook eindelijk verlost van het mestoverschot. Eindelijk kan er daarmee verbetering komen in de dramatisch slechte toestand van de Nederlandse natuur.  Eindelijk hoeven honderden miljoenen kippen en varkens niet meer een waardeloos en kort leven te leiden. Eindelijk zijn we af van de smakeloze en antibiotica-houdende kipfilets die de vee-industrie ons levert.
Gelukkig blijft er wél genoeg te eten over. Het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra rekende uit of de Nederlandse landbouw  zonder de importen van veevoer en kunstmest kan. Daaruit rolden verschillende scenario’s. Bij het scenario ‘ongewijzigd dieet’ blijven Nederlanders net zoveel vlees en zuivel eten en drinken als nu, met behulp van veevoer dat alleen op Nederlandse bodem wordt verbouwd en zonder dat er kunstmest aan te pas komt. Probleem is alleen dat er in dit scenario voor een ongewijzigd dieet niet genoeg Nederlandse grond over blijft om groenten en graan te verbouwen. Verder is het scenario alléén mogelijk zonder  export van vlees, zuivel en eieren: de veestapel zou dan sowieso flink moeten krimpen. Bij het scenario waarin er een ‘Mediterraan dieet’ gevolgd zou worden (twee à drie dagen in de week vegetarisch), is het mogelijk zonder import van veevoer en kunstmest óók nog voldoende groenten en graan te verbouwen. Buma’s pleidooi is dus geen utopie: een zelfvoorzienende landbouw in Nederland is heel goed mogelijk.

Er is alleen één groot  maar: het volledig ontbreken van politieke wil om aan dit scenario te werken. De politieke praktijk van het huidige kabinet  - met steun van   Buma’s eigen CDA - is diametraal  tegenovergesteld:   de Nederlandse landbouw wordt alsmaar afhankelijker gemaakt van de wereldmarkt. Deze week werd bijvoorbeeld bekend dat Nederlandse glastuinders, met dank aan Russisch gas, paprika’s naar China gaan exporteren. Volgend jaar verdwijnt het melkquotum , waardoor de Nederlandse melkveestapel stevig groeit, inclusief extra voerimporten en extra mestoverschot. De extra melk, kaas en boter krijgen we niet zelf opgegeten: het moet allemaal naar Zuidoost Azië worden geëxporteerd. Als Buma niet onderkent dat hij een drastische koerswijziging voorstelt en dat vertaalt in ander stemgedrag in de Tweede Kamer, is zijn pleidooi volstrekt ongeloofwaardig. Maar hopelijk hebben ze bij het CDA het licht gezien en gloort de dageraad voor een nieuwe Nederlandse landbouw.  Het kán, een meer zelfvoorzienende landbouw en het is zelfs heel wenselijk. Het beantwoordt aan een grote en groeiende maatschappelijke onderstroom van burgers, boeren en bedrijfjes die op allerlei manieren al bezig zijn met een smakelijke, mooie, eerlijke en fatsoenlijke voedselvoorziening.