Bushmeat is vlees dat afkomstig is van allerlei soorten dieren die in het oerwoud leven, zoals gorilla’s, chimpansees en olifanten. Het woord betekent letterlijk: vlees uit het oerwoud. Bushmeat wordt verkregen door illegale, commerciële jacht in West- en Centraal-Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Om verschillende redenen is de jacht de afgelopen jaren enorm toegenomen. Inmiddels worden meerdere diersoorten in hun bestaan bedreigd. Als er niets gebeurt aan deze zorgwekkende situatie, zal over tien tot twintig jaar een aantal soorten zelfs uitgestorven zijn.

Het gebruik van bushmeat gaat duizenden jaren terug. Onze voorouders jaagden al op wilde dieren en kwamen zo aan (een deel van) hun voedsel. Het eten van bushmeat is op zich dus niets nieuws. Ook in Afrika heeft de lokale bevolking door de eeuwen heen gejaagd op wild om te voorzien in de behoefte aan eiwitten. De wildpopulaties waren groot genoeg om deze mensen te kunnen voeden. Ook zorgde de dichte begroeiing en onbegaanbare wateren ervoor dat veel gebieden onbereikbaar waren, waardoor er niet gestroopt werd en ze onaangetast bleven.

     

Ernstige bedreiging
Aanvankelijk werd aangenomen dat de terugloop in aantallen van deze wilde dieren het gevolg was van het verdwijnen van de tropische regenwouden, waardoor hun leefgebied almaar kleiner wordt. Inmiddels blijkt echter dat de toegenomen jacht op deze dieren een nog grotere bedreiging vormt. Diersoorten zoals de gorilla, chimpansee, bonobo, bosolifant en luipaard worden in hun bestaan bedreigd en zullen over tien tot twintig jaar uitgestorven zijn als er geen maatregelen worden genomen. De jacht op wilde dieren en de handel in bushmeat is in korte tijd enorm uit de hand gelopen. Het is heel moeilijk om precies vast te stellen hoeveel wilde dieren gedood worden. Volgens grove schattingen gaat het om 1 miljoen ton vlees per jaar, wat gelijk staat aan ongeveer 4 miljoen dieren. Onderzoek is moeilijk, omdat het gebied waar het meest wordt gejaagd enorm groot is: het Kongobekken. Dit is een grensoverschrijdend gebied dat gedeelten van Centraal Afrika, de Democratische Republiek Kongo, Kameroen, Gabon en Equatoriaal Guinee omvat. Tellingen zijn ook moeilijk te maken, omdat de handel in principe illegaal is en zich dus voor een flink deel buiten het gezichtsveld afspeelt.

     
Weesaapjes
In Indonesië worden orang-oetans onder andere bejaagd in verband met de magische krachten die aan hun vlees worden toegedicht, zoals een verhoogde potentie. Hierdoor is de populatie zo afgenomen dat gevreesd wordt dat er tegen het jaar 2020 geen enkele orang-oetan meer op Borneo voorkomt. Bij de jacht op apen vallen er ook veel slachtoffers onder de jonge weesaapjes. De jagers nemen ze mee als hun moeder doodgeschoten is. Het overgrote deel van deze aapjes sterft tijdens de reis in zakken en koffers. De overlevenden worden verhandeld als huisdier. Kinderen krijgen ze als speeltje en zo worden ze ook behandeld. Overleven ze deze fase, dan zijn ze al gauw veel te sterk voor de kinderen en worden ze onhandelbaar. Het gevolg is dat ze aan een ketting worden vastgelegd of in een hok worden gestopt, en dat kan vele jaren duren.

Bushmeat en gezondheid
Veel wetenschappers zeggen dat er een relatie bestaat tussen het jagen en eten van bushmeat en de uitbraak van ziekten als aids en ebola. Via bloedcontact of door consumptie van geïnfecteerde dieren zoals vleermuizen, chimpansees en gorilla’s zouden deze virussen worden overgedragen op de mens. HIV (dat aids veroorzaakt) is bijvoorbeeld sterk verwant aan een vergelijkbaar virus dat gevonden is bij West-Afrikaanse apen. In Gabon is er een grote uitbraak geweest van het gevreesde ebolavirus, waarna de overheid een verbod heeft ingesteld op de jacht en consumptie van bushmeat.
     

Maatregelen om de jacht te stoppen
Om de handel in bushmeat te stoppen, zijn verschillende maatregelen nodig. Regeringsleiders in Centraal en West-Afrika hebben afspraken over bushmeat gemaakt met dierenbeschermingsorganisaties. Zij moeten die papieren afspraken vertalen naar de praktijk. Helaas ontbreekt het in veel Afrikaans landen aan politieke wil om maatregelen te nemen. Daarnaast zijn veel mensen economisch afhankelijk van deze desastreuze handel. Ook de corrupte praktijken van ordehandhavers verhinderen een effectieve aanpak van het probleem. Ontwikkelingshulp en subsidies van de internationale gemeenschap zouden pas verstrekt moeten worden bij bewijs van goed gedrag. Bovendien moeten regeringen van Europese landen en de Europese Unie hun afspraken over controles op import van bushmeat in Europa nakomen, die in 1996 in een gezamenlijke verklaring bekend zijn gemaakt. Houtkapbedrijven moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen. Zij moeten de nationale wetgeving van het land waar ze opereren respecteren en een gedragscode instellen, waardoor dieren niet de dupe worden van hun werkzaamheden. Verder moeten de importeurs en consumenten van tropisch hardhout zich ervan verzekeren dat ze gecontroleerde, natuurvriendelijke producten zonder dierenleed afnemen, bijvoorbeeld die met het FSC-keurmerk.

     
Goede voorlichting Het is uitermate belangrijk dat natuur- en dierenbeschermingsorganisaties de commerciële jacht op bushmeat en de desastreuze gevolgen daarvan onder de aandacht brengen en regeringen en de industrie onder druk blijven zetten. De landen die aangesloten zijn bij CITES (Convention on the International Trade of Endangered Species) moeten politieke wil tonen om de oplossingen die ze zelf goedgekeurd hebben uit te voeren. Voor de lokale bevolking zal er naar alternatieve eiwitbronnen gezocht moeten worden, bijvoorbeeld door het fokken van vee, zodat er minder wilde dieren bejaagd hoeven worden. Ook kan soja als voedingsmiddel gestimuleerd worden. Ontwikkeling van ecotoerisme is in dit opzicht ook belangrijk, want dat kan de lokale bevolking een alternatieve bron van inkomsten verschaffen. Daarnaast blijft praktische hulp ter plekke nodig. Zo moeten dierenbeschermingsorganisaties voorlichting geven aan de lokale bevolking en aan toeristen en moeten ze ervoor zorgen dat de slachtoffers van de handel worden opgevangen. Dit gebeurt al wel: apen die als huisdier worden gehouden, worden getraceerd, in beslag genomen en overgebracht naar opvangcentra in Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Verder is het essentieel dat er anti-stroopteams zijn die over de juiste uitrusting beschikken om hun werk goed te kunnen doen.

Oplossingen
Gezocht moet worden naar duurzame oplossingen waarbij dierenbescherming, natuurbehoud en voedselvoorziening voor de lokale bevolking samengaan. Veel hulporganisaties hebben wel oplossingen aangedragen, maar zonder steun van de overheid hebben ze niet genoeg macht om de noodzakelijke veranderingen door te voeren. Publieke, politieke en financiële steun zijn hard nodig om tot een oplossing te komen.

 

Francien Winsemius

Dit artikel verscheen in Leven, magazine van de Nederlandse Vegetariërs Bond.

Meer lezen: 

Zie ook de foto's van James Mollisson "James and Other Apes".