“Wat dringend, zeer dringend nodig is: een exodus van het dier uit het Egypte van alle gevangenschap, vernedering, exploitatie”.

Een gesprek met Hans Bouma, predikant en publicist met een grote interesse in het onderwerp ‘Dier en religie’. Hij is lid van de Dierenbescherming en was vele jaren redacteur van het blad ‘Dier’ waarin hij onder meer een rubriek ‘Het Dier in de Wereldgodsdiensten’ verzorgde.

 

Peter de Ruiter, voorzitter Dierenbescherming afdeling Den Haag, in de serie Dier en Religie in gesprek met Hans Bouma. Dit artikel verscheen in "Dierect", najaar 2002.
Hans Bouma (1941) is een bekend en gevierd schrijver en dichter in protestants-christelijke kring. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en na 13 jaar predikantschap werkte hij, tot 1999, als uitgever bij Kok in Kampen, een bekend uitgeversbedrijf van gereformeerde snit. Bouma heeft zelf ook veel gepubliceerd.

     

Verzuiling

Om het gesprek te beginnen stel ik een vraag die me al een tijdje bezig houdt: “Waarom is er nooit een Christelijke Dierenbescherming geweest? Tijdens het grootste deel van de vorige eeuw was Nederland totaal ‘verzuild’ d.w.z. dat scholen, politieke partijen, universiteiten, sportverenigingen enz. enz. alle een protestantse, een katholieke, een neutrale en soms een socialistische variant hadden. Waarom geen Christelijke Dierenbescherming?”
Bouma verklaart dit door er op te wijzen dat al lang, althans in de westerse, christelijke cultuur, het dier geen morele status heeft gehad. Het dier deed er niet toe; het ging om de mensen en hun verhoudingen met elkaar en met God. Het dier was volstrekt onbelangrijk behalve als hulpmiddel voor de mens om te overleven.

 

Denken in tegenstellingen

Volgens Bouma was dat, zo’n 2500 jaar geleden, nog anders. Men had toen een ‘holistisch’ wereldbeeld waarin alles met alles samenhing; één geheel; God, hemel, aarde, natuur, plant, dier en mens, alles was onlosmakelijk met elkaar verbonden. Later is dat beeld verbrokkeld en werden kunstmatige tegenstellingen ingevoerd, zoals eeuwigheid - tijd; God - mens; hemel – aarde; geest – stof. Vooral deze laatste heeft veel kwaad aangericht. De opvatting was namelijk dat alleen de mens, en dan vooral de man, een geest had; de dieren en planten daarentegen waren stoffelijk en hadden geen andere waarde dan hun nut voor de mens, die het recht had hen naar eigen behoefte uit te buiten. De Club van Rome, een groep onheilsprofeten uit het begin van de zeventiger jaren, meende dan ook dat dit vermeende alleenrecht van de mensen om alles wat de aarde te bieden heeft op te eisen, de oorzaak is geweest –en nog is – van de sluimerende milieucrisis.

     

Normen en waarden

Bouma vindt stellig dat dieren “binnen de morele horizon” van de mens moeten komen. De mens is in staat om buiten zijn directe eigenbelang te kunnen denken. Dus zou je mogen verwachten dat dieren ook een plek krijgen in de ethiek, het denken over het omgaan met elkaar en over wat wel en niet mag, kortom in de ‘normen en waarden’. Helaas gebeurt dit nauwelijks in christelijke kringen waar men toch belijdt dat dieren, evenzeer als de mens, schepselen van God zijn.

 

Naar zijn aard

Bouma verwijst naar het scheppingsverhaal in het boek Genesis, het eerste boek van de bijbel, waarin bij herhaling geschreven staat dat God de dieren schiep ‘naar hun aard’. Dit eigen-soortige, eigen-aardige van de dieren mag hen niet worden afgenomen door hen op te sluiten in omstandigheden die ‘on-dierlijk’ en ‘on-aardig’ zijn. “Biedt ze tenminste een milieu dat hun aanpassingsvermogen niet overschrijdt” betoogt Bouma.

     

Vogels in de kooi

Een voorbeeld, waar ik zelf nooit bij stil had gestaan, is het opsluiten van vogels in een kooi(tje). Is het niet bar en boos dat dieren die zich juist onderscheiden door te kunnen vliegen, daarin totaal belemmerd worden? Een vogel die niet mag vliegen is als een vis die niet mag zwemmen. “Is de mens soms jaloers op het vliegen van de vogels?” vraagt Bouma zich af.

 

Bio-industrie

In de bio-industrie worden de dieren op grote schaal beroofd van hun mogelijkheden om zichzelf te zijn. Bouma spreekt dan ook zonder aarzelen van “de hel van de bio-industrie“.
“Wat daar gebeurt – het dier blijft er geen dier bij. In zijn meest fundamentele behoeften wordt het genadeloos gefrustreerd.” Hij voegt hier wel aan toe dat we niet eenzijdig de schuld hiervan aan de boeren moeten geven. Onze hele economie, de banken, de fabrieken, de winkels, de consumenten, we doen allemaal mee. In plaats daarvan zouden we, met z’n allen, meer kans moeten geven aan de vriendelijker vormen van landbouw en veeteelt.

     

Dierenbevrijding

In zijn geschriften vergelijkt Bouma het bijbelse verhaal van de uittocht van het Joodse volk uit Egypte (Exodus), met de noodzakelijke dierenbevrijding “Wat dringend, zeer dringend nodig is: een exodus van het dier uit het Egypte van alle gevangenschap, vernedering, exploitatie”. Hij vertelt hierbij dat hij ooit woordvoerder is geweest van het Dierenbevrijdingsfront toen dat, in de beginfase, gematigd, doordacht en soms ludiek actie voerde. Als gevolg van steeds hardere en uitdagender confrontaties werden natuurlijk ook de reacties steeds heftiger en tenslotte werd er voornamelijk gekift over het soort actie dat wel of niet toegelaten mocht worden en daardoor raakte het dierenwelzijn op de achtergrond. Reden voor Bouma om zich terug te trekken.

 

De ark van Noach

U kent het verhaal wel, van de zondvloed en van Noach die een grote woonark bouwde en daarin met zijn familie en met één paartje van alle soorten dieren 150 dagen lang ronddobberde terwijl de rest van de wereld, mens en dier, verdronk in een ongehoorde watersnood. De saamhorigheid van mens en dier die hierin wordt uitgebeeld komt terug aan het eind van het verhaal als God met de familie Noach, en met alle dieren uit de ark een verbond sluit dat dit nooit weer zal gebeuren. Als teken van deze afspraak is daar nog steeds de regenboog. Het verhaal benadrukt de nauwe verbondenheid van God en Zijn schepping, inclusief de dieren. Het is die band die hersteld moet worden, zegt Bouma.

     

Een minderheid van 1?

Het is duidelijk dat als alle christenen over deze eenheid van het geschapene en over de rechten van alle levende natuur net zo dachten als Hans Bouma, het lot van de dieren in Europa beduidend beter zou zijn. Helaas is hij, zo niet een eenling, dan toch deel van een kleine minderheid die deze visie uitdraagt.

 
Vind boeken van Hans Bouma op het Internet via bol.com: