Politieke inzet voor emancipatie van kippen en tijgers leidt tot steeds vreemdere maatregelen.   Column van Gerry van der List in Elsevier op 7 oktober 2006.
Via de links wat antwoorden op opgeroepen vragen.
     
De emancipatie van het dier lijkt niet meer te stuiten. Afgelopen week werd in elk geval weer een belangrijke zege in de strijd om uitbreiding van de dierlijke rechten geboekt. De gemeenteraad van Winschoten is namelijk om. De volksvertegenwoordigers in de Groningse gemeente dulden geen circussen met dieren meer. Wie gezellig met de kinderen wil bekijken hoe paarden in een piste rondhuppelen of tijgers door een hoepel springen, moet voortaan zijn heil buiten het diervriendelijke Winschoten zoeken.
Gezien het succes van dierenrechtenactivisten in landen als Groot-Brittannië komt deze maatregel niet uit de lucht vallen. Hij sluit ook goed aan bij de groeiende zorg van politici om het welzijn van het beest. Niet alleen progressieve groeperingen en de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme (en Georgina Verbaan, Rudy Kousbroek en Martin Gaus) vragen aandacht voor het onderwerp.
Geert Wilders bijvoorbeeld wil dierenrechten in de Grondwet opnemen en animal cops aanstellen om dierenbeulen in de kraag te vatten. De evenmin van linkse sympathieën verdachte Marco Pastors en Joost Eerdmans delen zijn preoccupatie. Hun partij EénNL ziet intensivering van de strijd tegen dierenmishandeling als een politieke prioriteit.
Een dergelijke compassie is zonder meer een teken van beschaving. Wij maken ons veel drukker om de belangen van het dier dan onze voorouders, en dat siert ons. Mooi is dat het aantal dierproeven is teruggelopen, omdat van onderzoekers tegenwoordig wordt verlangd dat zij zo veel mogelijk alternatieven gebruiken.
Maar we dreigen door te schieten. Vorig jaar was het land nog in rep en roer vanwege de eliminatie van een musje dat de vestiging van het wereldrecord dominosteentjes omgooien dreigde te dwarsbomen. En in Limburg kwamen hele bouwprojecten stil te leggen vanwege een vermeende aantasting van de rechten van de inheemse hamster, de korenwolf. Dat gaat tamelijk ver.
Het begrip ‘dierenrechten’ is sowieso praktisch onbruikbaar. Onder meer omdat het alle dieren over één kam scheert, wat zowel tegen het gevoel als het verstand indruist. Met een zeehondje of aap voelt een mens aanzienlijk meer compassie dan met een mier. Geert Wilders zal zijn dierenpolitie vermoedelijk niet willen laten uitrukken als u een lastige mug in uw slaapkamer van het leven berooft.
Het aantal aan dieren toe te kennen rechten zou bovendien wel erg beperkt zijn. Zo heeft godsdienstvrijheid voor een gorilla weinig betekenis, terwijl een krokodil nauwelijks iets opschiet met het recht op betaalde vakantie. Hoogstens het recht op fysieke integriteit zou kunnen gelden. Toch verbinden maar weinig mensen aan dit recht de logische consequentie: principieel vegetarisme. Als je meent gewoon dieren te mogen doden voor menselijke consumptie, klinkt al het gepraat over de ‘intrinsieke waarde’ van het dier buitengewoon hol en krijgen maatregelen voor meer bewegingsvrijheid voor de kip of lebensraum voor de korenwolf iets bijzonder willekeurigs.
Helemaal dwaas is het vergelijken van ‘onderdrukte’ dieren met vroegere slaven. De invloedrijke Australische filosoof Peter Singer, auteur van de bestseller Animal Liberation (1975), en zijn discipelen bij de Partij voor de Dieren, zoals de doorgaans vrij verstandige filosoof Paul Cliteur, menen dat de bevrijding van beide groepen op soortgelijke wijze kan plaatshebben.
Maar anders dan een van zijn ketenen verloste slaaf kan van een ‘bevrijd’ dier niet worden verwacht dat het zich houdt aan de bij rechten horende plichten. Een geëmancipeerde leeuw zal op prooien blijven jagen en zal zich, ondanks alle morele steun van Pastors en Eerdmans, niets gelegen laten liggen aan een universele verklaring van de rechten van het schepsel.
Singer hekelt het ‘speciesisme’, het afbakenen van natuurlijke soorten. Maar mensen verschillen nu eenmaal wezenlijk van dieren. Ze zijn bijvoorbeeld moreel superieur, ook al heeft Walt Disney met alle aanminnige beestjes in zijn tekenfilms geprobeerd ons dit belangrijke inzicht te doen vergeten. Het onderscheid maken tussen schepsels is even zinvol als gewenst.
Intussen dreigt ons leven minder aangenaam te worden door de oprukkende dierengekte. Als de rechter Winschoten niet tot de orde roept en andere gemeenten het slechte voorbeeld volgen, zal het ouderwetse circus bijvoorbeeld verdwijnen. Terwijl beesten dagelijks worden gedood om de Nederlander zijn biefstukje en balletje gehakt te bezorgen, mag de goed verzorgde olifant niet meer voor een hooggeëerd publiek zijn kunstjes vertonen. Logica en gezond verstand zijn ver te zoeken.