In haar boek De eeuw van het dier houdt mr Marianne Thieme een hartstochtelijk en tegelijk humoristisch pleidooi voor de rechten van het dier. Ze beschrijft haar persoonlijk proces van bewustwording, de opkomst van de sociale beweging die pleit voor de rechten van het dier en het ontstaan van een nieuwe politieke richting waarin de traditionele links/rechtstegenstelling overstegen wordt door het gevoel van geestesverwantschap dat leeft onder mensen die dieren een beter bestaan toewensen.

 

Lijsttrekker van de Partij voor de Dieren Marianne Thieme wil geen vijftig jaar wachten en roept iedereen op om nu de handen in elkaar te slaan en te voorkomen dat dieren verder onnodig en onaanvaardbaar leed wordt aangedaan in bio-industrie, jacht, visserij, genetische manipulatie en andere dierproeven.

Hieronder een hoofdstuk uit haar boek waarin zij rechten voor dieren fundeert op voor Animal Freedom zinloze grond. Via links in de tekst wordt een tegenlicht geworpen op een helaas door veel vakgenoten van Thieme aangehouden visie.

     

Rechten voor dieren

Wij mensen zien onszelf altijd graag als geciviliseerd, duidelijk minder wreed dan dieren. De woorden ‘humaan’ versus 'beestachtig' geven aan dat wij ons verheven voelen boven de dieren. Beestachtig is wreed en gemeen. Als er nou iets niet van toepassing is op dieren dan is het hun vermeende beestachtigheid. Zelden doodt een dier uit wreedheid of gemeenheid. Mensen doden dieren echter om de sport, om de 'lekkere trek', en om zichzelf te verfraaien. Ze doden zelfs elkaar uit hebzucht of om de macht. En dat niet alleen, mensen hebben altijd de neiging gehad om hun medemens en dieren te kwellen en te mishandelen voordat ze hen van het leven beroven.
Veel mensen vinden dieren minderwaardig omdat niet dezelfde taal spreken als wij, omdat ze geen wolkenkrabbers neer kunnen zetten, geen raketten kunnen bouwen. Slechts dieren die er aaibaar uit zien krijgen een beetje liefde en respect.
Critici van het nieuwe bewustzijn (veelal mensen die geld verdienen aan dieren) protesteren heftig om deze zielloze wezens, deze wandelende lapjes vlees of levende knuffelbeesten rechten te geven. 'Zie je het al voor je: roepen ze dan, 'een hond die naar de rechtbank gaat omdat hij graag uitgelaten wil worden? Bespottelijk. Rechten zijn uitgevonden voor en door mensen, daar hebben dieren niets mee te maken.' Vreemd, want ik zie een kind van twee nog niet naar de rechter gaan om het recht te claimen op een liefdevol gezin, terwijl deze wezentjes, die vaak veel minder kunnen dan een volwassen hond, wel rechten toegekend hebben gekregen die ze óók niet zelf kunnen effectueren.
Naar mijn gevoel getuigt het van een enorme lacune in onze beschaving dat we andere levende wezens het recht op rechtsbescherming ontzeggen of dat beperken tot situaties die ons goeddunken. Het is voor mij onbestaanbaar dat het van de willekeur van de mens afhangt of een dier al dan niet rechten heeft. Alleen al om die reden is het concept van de intrinsieke waarde, dat de Dierenbescherming in 1985 introduceerde in het kader van de ontwikkeling Gezondheids- en Welzijnswet, voor dieren een doorbraak geweest. De te vroeg overleden Peter Eichholtz heeft letterlijk zijn levenswerk gemaakt van het overtuigen van politici van het feit dat dieren een eigen waarde hebben dat geheel los gezien moet kunnen worden van hun nut voor de mens. Met andere woorden: de waarde van het dier is een autonoom gegeven, niet afgeleid van onze belangen.

     

Tot zover Thieme.

Om bij haar laatste zin aan te sluiten: niet de waarde van een dier is een autonoom gegeven; het zijn de grondrechten van alle dieren die niet zijn afgeleid van onze belangen en gelijkwaardig zijn aan ons eigen grondrecht op vrijheid.

Wanneer we dat niet (willen) zien, duurt het nog een eeuw voordat de emancipatie van het dier daadwerkelijk op gang komt.