Huisdieren behandelen we steeds vaker als volwaardig gezinslid. Dat is duur en gaat ook nog ten koste van het dierenwelzijn, meent Abbe Vaandrager.

(ingezonden brief Volkskrant 23-08-2007)

  Het verhaal over de gebroken poot van de poes van mevrouw Van den Bogaard (Volkskrant Intermezzo, 18 augustus) heb ik met interesse gelezen. Als dierenarts word ik regelmatig met deze problematiek geconfronteerd.
     

Enerzijds zijn er mensen die het hele pakket aan diergeneeskundige mogelijkheden willen inzetten, anderzijds mensen die dat min of meer decadent vinden. Feit is dat er heroïsche diergeneeskunde wordt bedreven. Dat kost niet alleen veel geld, vaak gaat het ook ten koste van het welzijn van dieren. Zij moeten akelige onderzoeken ondergaan of veel te lang doorleven, omdat de eigenaar geen afscheid kan nemen.
In het stuk kwam ook de ethische gijzeling mooi naar voren van mensen die er wat minder emotioneel tegenaan kijken. Die gijzeling wordt subtiel onderhouden door mensen die daar financieel baat bij hebben: dierenartsen, de farmaceutische en diervoederindustrie en de faculteit diergeneeskunde, die ons vak verder moet ontwikkelen.
Steeds geavanceerdere apparatuur wordt geïnstalleerd in op ziekenhuizen gelijkende klinieken. Dat moet economisch verantwoord zijn, de apparaten moeten draaien en cliënten worden emotioneel onder druk gezet om zo veel mogelijk onderzoek te laten verrichten. Om de zaak draaiende te houden, worden verzekeringen gepropageerd.
Praktijkmanagement wordt een steeds belangrijker onderdeel van ons werk. Dat gaat heel ver, zo zijn er de 'veterinaire kengetallen', waarmee je de 'onderneming' economisch kunt (bij)sturen. Een ervan is de average transaction fee waarmee je bijhoudt hoeveel de gemiddelde klant per bezoek uitgeeft. Dat moet natuurlijk steeds meer zijn. De verwording van diergeneeskunde als leer tot diergeneeskunde als handel bleek ook fraai uit een advertentie: 'Dierenarts gevraagd met hart voor mens en dier én goed commercieel inzicht'. Vroeger kon je blindelings vertrouwen op het advies van de dierenarts, nu moet je alert zijn op economische motieven.
Uit onderzoek naar rouwverwerking bij het verlies van een dier, pardon, huisgenoot, blijkt dat mensen te horen krijgen dat het heel normaal is om door verschillende fasen van rouw te gaan. Er zijn inderdaad mensen die dat zo ervaren, maar subtiel wordt ook de boodschap gebracht dat je misschien wel gevoelloos bent als je er anders tegenaan kijkt. Dit `deel van het gezin'-gegeven wordt vervolgens geëxploiteerd door belanghebbenden. Zo ontstaan er gedragsproblemen en veel te dikke dieren en in plaats van de boodschap `minder eten geven' komen er `brokjes light' en afvaldrankjes op de markt.
Zelfs het tuchtrecht neemt ongekende vormen aan. Zo kreeg een dierenarts een officiële waarschuwing voor het niet `volgens de regelen der kunst' behandelen van een rat, het niet uitdrukkelijk terug laten komen van een konijn na een behandeling en, onlangs, voor het weliswaar pijnloos in laten slapen van een hond, maar op een wijze die afweek van de procedures. Uitdrukkelijk wil ik hierbij vermelden dat ons werk toetsbaar moet zijn, maar je kunt ook muggenziften.
Terwijl dierenartsen continu propageren dat een kat anders 'werkt' dan een hond, moet zowel hond als kat voldoen aan een soort Barbie-status, met de dierenarts als poppendokter.

Abbe Vaandrager is dierenarts.
Professor Ludo Hellebrekers reageerde met "Een dier is geen wegwerpartikel".