Na het zoet nu het zuur? Met de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet, aangekondigd als `beschermingswet', was de verwachting dat de ganzen in ons land voortaan volledig met rust zouden worden gelaten.   door Pauline de Jong. Dit artikel komt uit het december 2006 nummer van Argus, het kwartaaltijdschrift van de Faunabescherming.
     

Helaas bleek er inmiddels een kamermeerderheid te zijn van VVD, CDA en LPF, die de wensen van jagers veel belangrijker vindt dan de bescherming van de natuur en de belangen van de fauna.
Onder leiding van minister Veerman genieten ganzen op dit moment nog minder bescherming dan onder de Jachtwet. Onder de Jachtwet was de jacht geopend van 1 september tot en met 31 januari van een half uur voor zonsopkomst tot 10.00 uur 's morgens. Op dit moment mogen grauwe ganzen van 1 april tot 1 september in bijna alle provincies de hele dag worden beschoten en van 1 september tot 1 april tot 12.00 uur onder het mom van schadebestrijding.

Ganzenjacht

Ganzen zijn hun leven in Nederland nooit zeker geweest. En dat is nog steeds zo. De dieren vormden altijd een zeer geliefde jachtbuit. Als gevolg van overmatige jacht werd begin vorige eeuw zelfs de hele in ons land broedende populatie grauwe ganzen uitgeroeid. Toch betekende dat niet dat deze vogels meer bescherming kregen. De jacht op de in ons land overwinterende en doortrekkende ganzen ging onverminderd voort. Aangezien het gaat om zeer intelligente vogels die zich niet zomaar laten afschieten, moesten jagers allerlei hulpmiddelen gebruiken om ze toch in groten getale te kunnen doden. Zij maakten daarbij gebruik van lokvogels en ze schoten de vogels dood vanuit schuilhutten of vanuit de dekking. Een andere beproefde methode was om langs de rand van de natuurgebieden, waar de ganzen de nacht doorbrengen, in dekking te gaan liggen om de vogels vervolgens op weg naar hun foerageergebieden uit de lucht te knallen.
     

Ganzen in de winter
Bij de wijziging van de Jachtwet in 1988 werd besloten om het gebruik van lokganzen niet langer toe te staan. In de toelichting op deze wetswijziging werd zonder omhaal aangegeven: "Omdat het gebruik van lokganzen de mogelijkheid biedt grote aantallen ganzen per dag te doden en voorts aanleiding heeft gegeven tot een onweidelijke jachtuitoefening (het aanschieten van grote aantallen ganzen), wordt dit jachtmiddel niet meer toelaatbaar geacht." De jacht op ganzen in de periode 1 september tot en met 31 januari bleef wel geopend. Pas in 1999 werd, vooruitlopend op de Flora- en faunawet, de jacht op ganzen gesloten. Dat betekende dat jagers niet meer ongelimiteerd gedurende het geopende jachtseizoen zoveel ganzen als zij wilden konden afschieten.
Inmiddels werd al langere tijd door het Jachtfonds het beleid gehanteerd dat schade aangericht door in ons land overwinterende ganzen altijd volledig werd vergoed, ongeacht de inspanningen van de agrariër. Dus ook wanneer een boer de vogels op zijn land volledig met rust had gelaten werd de schade die was aangericht vergoed. Dit beleid, dat wij uiteraard uitstekend vinden, vormde een opvallende uitzondering op het normale uitkeringsbeleid van het jachtfonds. Normaal gesproken keerde het jachtfonds uitsluitend een schadevergoeding uit wanneer door de betreffende grondgebruiker alle mogelijke moeite was gedaan om de betreffende dieren te weren of te verjagen en er daarbij ook gebruik was gemaakt van het geweer, tenzij het ging om streng beschermde soorten als das of kleine zwaan.

Ganzen in de zomer
Toen de Flora- en faunawet in 2002 in werking trad, gingen wij ervan uit dat de beschermde status van de ganzen gegarandeerd zou zijn en dat er onder geen enkele voorwaarde meer ganzen zouden worden geschoten. Helaas bleek dat een illusie te zijn. Sinds de vijftiger jaren heeft de grauwe gans kans gezien zich opnieuw in ons land als broedvogel te vestigen en na een eerste aanpassingsfase zijn de aantallen flink gaan groeien en heeft de soort zich in allerlei geschikte moerasgebieden in heel Nederland gevestigd. Vanuit natuurbeschermingsoogpunt is het geweldig dat deze van oudsher inheemse broedvogel ons land opnieuw heeft gekoloniseerd. Maar daar denkt de overheid helaas anders over.

Grauwe ganzen

Er werd inmiddels een scherp onderscheid gemaakt tussen ganzen die in ons land overwinteren of doortrekken (de zogenaamde overwinterende ganzen) en de ganzen die in ons land broeden (de zogenaamde overzomerende ganzen). Dit onderscheid is in biologisch opzicht natuurlijk onzin en is alleen gebaseerd op economische motieven. Het beleid van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit was erop gericht de grauwe gans in de winter volledige bescherming te laten genieten, terwijl diezelfde grauwe gans in de zomermaanden als gevolg van een zeer ruimhartig ontheffingenbeleid vrijwel nergens veilig was. Een dergelijk beleid is volkomen in strijd met de EG Vogelrichtlijn. In de Europese regelgeving zijn alle op het Europese grondgebied voorkomende vogels aangewezen als beschermd en wordt er uiteraard geen onderscheid gemaakt tussen de seizoenen of het broedgedrag van exemplaren van eenzelfde soort. Elke inheemse vogelsoort is op grond van deze richtlijn in heel Europa in principe gedurende het gehele jaar beschermd. Alleen in uitzonderingsgevallen kan inbreuk worden gemaakt op deze bescherming. In Nederland ging het echter niet om een uitzondering, maar was het bestrijden van deze dieren gedurende de zomermaanden regel geworden. Als gevolg van het beleid van het ministerie kwam het er dus in feite op neer dat het jachtseizoen op ganzen was verschoven van de herfst en de winter naar de zomermaanden.

     

Ganzen opnieuw vogelvrij
Dat beviel de jagers absoluut niet. Zij zijn dus via hun vaste woordvoerders in de Tweede Kamer te weten Annie Schreijer-Pierik (CDA) en Wien van de Brink (LPF) gaan lobbyen voor herinvoering van de ganzenjacht. Minister Veerman begreep wel dat een heropening van de ganzenjacht op veel verzet vanuit de samenleving zou stuiten. En als boer en jager besloot hij tot een briljante zet om zowel de boeren maar vooral de jagers tegemoet te komen. Hij ontwikkelde een nieuw beleid waarbij de boeren volledig schadeloos worden gesteld en soms zelfs dubbel worden gecompenseerd en waarbij de jagers vrijwel ongelimiteerd hun gang zouden kunnen gaan zonder dat het `jacht' kan worden genoemd. Hij stelde een beleid op waarbij een bepaalde oppervlakte, te weten 80.000 ha grasland, zou worden aangewezen als foerageergebied voor grauwe ganzen en kolganzen. Alleen in deze aangewezen foerageergebieden, die uiteraard volstrekt onvoldoende zijn om alle ganzen te herbergen, zouden deze twee ganzensoorten met rust worden gelaten. Maar zelfs dat is onjuist. In deze foerageergebieden mag namelijk nog wel gewoon geschoten worden op andere diersoorten, waarop de jacht is geopend of waarvoor een ontheffing is verleend. Voorwaarde daarbij is dat een afstand van tenminste 500 meter van foeragerende ganzen in acht moet worden genomen. Iedereen weet echter dat ganzen ook op grotere afstand al massaal opvliegen wanneer er plotseling een luide knal klinkt! Bovendien is de vraag wie dit allemaal gaat controleren.

Schadevergoeding en dubbele compensatie
De grondgebruikers, waarvan het land is aangewezen als foerageergebied, worden hiervoor dubbel gecompenseerd. Allereerst krijgen zij een vast bedrag per hectare vanwege het feit dat hun land aangewezen is als foerageergebied en daarnaast krijgen zij de schade die eventueel wordt aangericht volledig vergoed. Voor de agrariërs buiten de foerageergebieden geldt eveneens dat zij alle schade volledig vergoed krijgen. Maar anders dan de afgelopen jaren het beleid was, zijn de boeren daarbij nu verplicht alle middelen in te zetten om de vogels te weren, te verjagen of te (laten) doden met het geweer. Met dit nieuwe beleid is het gebruik van het geweer dus een voorwaarde om voor een schadevergoeding in aanmerking te komen en worden de boeren vanwege financiële overwegingen min of meer gedwongen afschot op hun land toe te laten.

Aangezien de boeren met de oude regeling ook altijd hun schade kregen uitgekeerd ongeacht hun inspanningen om de schade te beperken, was dit beleid niet speciaal voordelig voor de boeren. Dit nieuwe beleid komt in feite vooral tegemoet aan de wensen van de jagers. Maar in plaats van ronduit toe te geven dat hij het alleen voor de jagers heeft gedaan gaf minister Veerman aan dat dit nieuwe beleid nodig is omdat de schade door overwinterende ganzen anders teveel uit de hand dreigde te lopen. Uit de jaarverslagen van het Faunafonds (opvolger van het jachtfonds) blijkt dat er in 2003 in totaal voor een bedrag van 6,2 miljoen euro aan schadevergoedingen is uitgekeerd voor alle soorten samen en daarvan werd 3 miljoen euro uitgekeerd voor alleen grauwe ganzen en kolganzen. In 2004 ging het in totaal om een bedrag van 4,2 miljoen euro en daarvan werd 2 miljoen uitgekeerd voor de twee genoemde ganzensoorten. Deze bedragen werden dus uitgekeerd in de tijd waarin alle schade aangericht door ganzen volledig werd vergoed en er van de grondgebruikers niet werd verwacht dat zij enige inspanning leverden om de ganzen van hun land te weren of te verjagen.

De minister schrijft vervolgens in september 2004 in een brief aan de 2e Kamer dat de kosten van het nieuwe beleid voor de ganzen voor wat betreft de gedoogvergoedingen en de schadevergoedingen uiteindelijk zal neerkomen op 10 tot 12 miljoen euro. Dus terwijl wordt gezegd dat dit nieuwe beleid ten aanzien van de ganzen noodzakelijk is om de kosten in de hand te houden, blijkt nu dat de kosten juist twee tot drie keer zo hoog zullen worden als het totaalbedrag dat in 2003 en 2004 werd uitgekeerd als tegemoetkoming voor schade aangericht door alle diersoorten samen!
 

Provincies
Niet alle provincies zijn het met dit beleid van de minister eens. Echter ook die provincies worden door financiële druk gedwongen om eraan mee te werken. Wanneer een provincie namelijk besluit om geen ontheffingen te verlenen voor het doden van ganzen buiten de foerageergebieden, dan wordt niet de agrariër getroffen, aangezien deze de schade gewoon krijgt uitgekeerd. Maar dan wordt de rekening van deze schade-uitkering door het Faunafonds doorgestuurd naar de betreffende provincie. Uit angst voor hoge rekeningen hebben inmiddels alle provincies dergelijke ontheffingen verleend. Wel hebben zij daarin bepaalde voorwaarden opgenomen om nog zoveel mogelijk te voorkomen dat deze vorm van `schadebestrijding' uitmondt in een ongelimiteerde herinvoering van de ganzenjacht. Zo is meestal als voorwaarde gesteld dat er per `verjaagactie' maximaal 2 ganzen mogen worden gedood en is bepaald dat afgezien van afschot ook minimaal twee preventieve maatregelen moeten worden getroffen. Bovendien mag er op basis van deze ontheffingen uitsluitend worden geschoten op ganzen die zich op de schadepercelen bevinden. In de praktijk is echter gebleken dat hier door de jagers op grote schaal de hand mee wordt gelicht. Door hen wordt het wel degelijk als een herinvoering van de ganzenjacht beschouwd en zo gedragen ze zich ook. Onder andere vanuit Zeeland heeft onze organisatie veel meldingen gekregen met betrekking tot misstanden en overtredingen van de ontheffingsvoorwaarden. Zo werd regelmatig gezien dat de vogels uit de lucht werden gehaald, dat er veel meer dan twee ganzen werden geschoten, dat de jagers de vogels belaagden vanuit de dekking en dat er geen enkele moeite werd gedaan om de vogels van de betreffende percelen te verjagen. Kortom, alles was erop gericht om zoveel mogelijk ganzen te doden. Recent vernamen wij dat ook in Friesland vele jagers in de fout zijn gegaan. Ook daar bleek het overtreden van de ontheffingvoorwaarden meer regel dan uitzondering te zijn.

Canadese ganzen

De nieuwste trend in het ganzenbeleid is dat afgezien van grauwe ganzen en kolganzen ook andere beschermde ganzensoorten vogelvrij worden verklaard. Canadese ganzen zijn op grond van de EG-Vogelrichtlijn aangewezen als beschermde vogelsoort op het hele Europese grondgebied. En deze vogel is ook opgenomen op de lijst van beschermde inheemse diersoorten die in 2001, in het kader van de Flora- en faunawet is opgesteld. Toch is het ministerie van LNV van mening dat het hier gaat om een vogelsoort die als exoot moet worden beschouwd en daarom niet welkom is in ons land. De afgelopen jaren bleken ontheffingen, die voor het doden van deze soort werden verleend, steevast door de rechter van tafel te worden geveegd vanwege het feit dat niet is aangetoond dat door deze vogels belangrijke landbouwschade wordt veroorzaakt. Daarom heeft de minister de Canadese gans begin dit jaar op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst. Officieel kunnen hier alleen diersoorten op worden geplaatst die in het hele land belangrijke schade aanrichten, maar het lijkt een trend bij deze minister te zijn dat hij zich sowieso niet houdt aan zijn eigen voorschriften. Met deze vrijstelling geeft hij alle grondgebruikers in het hele land toestemming om Canadese ganzen op hun gronden te (laten) doden. En hoewel het op grond van de wet verboden is om een beschermde inheemse diersoort uit te roeien, is het wel de intentie van de minister geweest om deze soort op deze manier aan te wijzen.
 

Brandganzen in Noord Brabant
Naast de al genoemde ganzensoorten zijn ook brandganzen in de zomermaanden hun leven in ons land niet meer zeker. De oorzaak daarvan is dat er bij diverse provincies de vreemde overtuiging leeft dat deze ganzensoort, die vroeger niet tot de inheemse broedvogels behoorde, hier in de zomerperiode niet thuishoort. De soort wordt regelmatig getypeerd als een exoot, terwijl Nederland toch altijd een belangrijk overwinteringsgebied is geweest voor deze volledig beschermde ganzensoort. Dat diersoorten hun leefgebied onder invloed van veranderd landgebruik of klimaatsveranderingen verplaatsen en/of uitbreiden is normaal en van alle tijden. Wanneer het echter gaat om een vogelsoort die eventueel enige landbouwschade zou kunnen aanrichten wordt de spontane vestiging van een nieuwe broedvogel in ons land niet geaccepteerd.
Dat geldt wel heel sterk voor de brandgans die sinds de tachtiger jaren in ons land broedt. Na een aarzelende start is deze populatie in de jaren negentig snel gegroeid. Deze ontwikkeling valt samen met de uitbreiding van het broedgebied in andere delen van Europa. Dit veranderde broedgedrag heeft ertoe geleid dat de provincie Noord-Brabant recent een ontheffing heeft verleend om in een groot deel van de provincie brandganzen te doden in de periode van 1 april tot 1 oktober tot en met 2011. De Faunabescherming heeft hiertegen bezwaar gemaakt en tevens bij de rechtbank in Den Bosch om een schorsing van deze ontheffing gevraagd. Op geen enkele manier heeft de provincie aangetoond dat door deze vogelsoort belangrijke schade wordt aangericht. En dat is toch de enige grond waarop een dergelijke ontheffing kan worden verleend. De provincie verwees eenvoudig naar een overzicht van het Faunafonds waarin is aangegeven welke totaalbedragen per gemeente zijn uitgekeerd voor schade door `overzomerende ganzen'. En het verhaal daarbij was dat onder 'overzomerende ganzen' ook brandganzen moeten worden gerekend. Dat kan natuurlijk niet. Allereerst komen er vele malen meer grauwe ganzen voor in de provincie Noord-Brabant dan brandganzen. En bovendien eten brandganzen uitsluitend gras op buitendijks gelegen gebieden, terwijl de ontheffing onder andere was verleend voor schade aan peulvruchten, aardappelen, vollegrondsgroenten en bieten! De rechter was het met ons eens en schorste de ontheffing onmiddellijk. Het wachten is nu op de beslissing van de provincie op ons bezwaar. Wanneer de provincie niet terugkomt op haar gansonvriendelijke beleid dan zullen wij zeker opnieuw naar de rechter gaan.

Zuid-Holland

De provincie Zuid-Holland maakte het nog bonter. Deze provincie verleende geen ontheffing, waarin nog voorwaarden kunnen worden gesteld ten aanzien van tijd, plaats en handeling. Nee, de provincie plaatste de brandgans, samen met de kolgans en de grauwe gans op de provinciale vrijstellingslijst. Dat betekent dat deze drie ganzensoorten gedurende de periode vanaf 1 april voor wat betreft kolgans en grauwe gans en vanaf 1 mei voor wat betreft brandgans tot 1 september, door of namens iedere grondgebruiker in de hele provincie kunnen worden afgeschoten. Daarbij heeft de provincie nog expliciet bepaald dat een grondgebruiker niet eerst hoeft te proberen de ganzen te weren of te verjagen. Nee. een grondgebruiker mag direct tot afschot (laten) overgaan. Dat mag dus gedurende de genoemde maanden overal en altijd. Voor een dergelijke vrijstelling geldt op grond van het bestuursrecht helaas dat er geen mogelijkheid bestaat om hiertegen bezwaar of beroep in te dienen. Dat wist de provincie ook. In 2005 heeft de Faunabescherming nog met succes een algemene ontheffing voor het schieten van onder andere brandganzen door de rechter van tafel laten vegen. Aangezien ons nu geen andere weg openstaat, hebben wij over deze vrijstelling, die lijnrecht staat tegenover de uitgangspunten van de wet, een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Wij hebben de Europese Commissie gevraagd Nederland hiervoor aan te klagen bij het Europese Hof van Justitie.
 

Conclusie

Het voorgaande vormt opnieuw een bewijs voor onze stelling dat de bescherming van de fauna in de Flora- en faunawet in theorie misschien nog wel is geregeld, maar dat de praktijk alleen maar een ernstige achteruitgang betekent ten opzichte van de situatie onder de Jachtwet. Zolang de uitgangspunten van deze wet voortdurend en ernstig geweld aan wordt gedaan, de overheid maling heeft aan de voorwaarden die in deze wet zijn gesteld en de Raad van State met slechte uitspraken dit beleid ondersteund is de beschaving in dit land ver te zoeken.