Henry Schoen

Het uitgangspunt van Animal Freedom is de wens het recht op vrijheid van dieren bij wet te regelen. Ik heb mij hier van meet af aan fervent tegenstander van betoond. Ik dank Bert Stoop dan ook bijzonder voor zijn aanbod mijn bezwaren hier andermaal te formuleren.

Kort en goed: 'recht op vrijheid' is mijns inziens een potentieel gevaarlijke contradictio in terminis.

 

 

Een 'recht' wordt verleend en de mogelijkheid van het verlenen van een recht van de een aan de ander impliceert een machtsverschil. Bij een machtsverschil is per definitie geen sprake van volledige vrijheid voor de ondergeschikte partij.

 

     

In het geval van de verhouding tussen mens en dier zou de erkenning van de macht van de mens om dieren wat dan ook te verlenen, juist die vorm van antropocentrisme legitimeren die ten grondslag ligt aan het systematische misbruik dat de mens van zijn mededieren maakt. En daarmee wordt de notie van 'recht op vrijheid' zelfs mogelijkerwijs schadelijk voor 'de goede zaak'. Het is niet alleen weinig meer dan een poging tot symptoombestrijding, het voedt zelfs de wortel van het kwaad: het bevestigt de suprematie van de mens over het dier.

Dit spreekt vooral uit het woord 'recht'. Immers, wij mensen zijn, voor zover wij weten, de enige wezens die rechten bepalen.

 

Dit geldt ook als 'recht' in dit verband ge´nterpreteerd zou worden als een 'grondrecht', een verondersteld universeel ethisch principe dat op iedereen van toepassing is en als zodanig niet verleend maar erkend wordt. Hoewel dit 'erkennen' de pil ontegenzeggelijk verguldt laat het onverlet dat het hier mensenrechten betreft. Immers, het zijn mensen die met elkaar afspreken wie waar wanneer recht op heeft en wat dit recht nu precies inhoudt. De betekenis en interpretatie daarvan hangt ook nog eens sterk af van diverse, uiteindelijk vooral cultuurhistorisch bepaalde, omstandigheden. Denk hierbij bij voorbeeld aan de Universele Rechten van de Mens zoals die amper 50 jaar geleden, na vele duizenden jaren mens, zijn vastgelegd naar een uitgesproken 'Westers' model. Dat mensen dit onderling met, maar meestal toch vooral voor, elkaar afspreken moeten ze desnoods zelf weten (dat is een menselijk politiek vraagstuk), maar op het moment dat geaccepteerd wordt dat deze menselijke afspraken over de soortgrens heen 'regeren' zit alweer de mens op de troon en viert hetzelfde antropocentrisme hoogtij.

     
Een andere variant is 'recht' als juist nadrukkelijk betrekking hebbend op ons menselijke rechtssysteem, dat slechts bedoeld is om mensen mensen te laten beheersen en geen werkelijke jurisdictie heeft over dieren. Dit is zonder meer de meest charmant klinkende interpretatie, hoewel ook deze variant pijnlijk duidelijk maakt dat het alweer de mens is die het voor het zeggen heeft; ook nu zijn de dieren afhankelijk van wat mensen in hun wetten vastleggen.   Bovendien is deze variant van recht een fundamenteel andere dan de vorige. De twee liggen feitelijk in elkaars verlengde. Want waar de 'grondrecht'-variant als basisprincipe een uitgangspunt zou kunnen zijn, is deze variant van repressief mensenrecht slechts een middel, een hulpmiddel bij het naderbij brengen van een bepaalde als ideaal voorgestelde situatie, zoals het verbod op diefstal een verlengstuk is van het recht op eigendom.
     
Als er bij het formuleren van een uitgangspunt al sprake zou moeten zijn van een 'recht' dan in elk geval liever van een grondrecht dan van een repressief recht. Maar sowieso is in beide gevallen sprake van mensenrecht, met het impliciete machtsverschil en alle gevolgen van dien. Tot welke uitwassen dit kan leiden moge genoegzaam bekend zijn. Ik acht het dan ook onjuist om uitgerekend dit machtsverschil als uitgangspunt te nemen voor een toenaderingspoging tot de andere dieren. En al helemaal als het gaat om hun vrijheid.   Zoals eerder betoogd is een machtsverschil fnuikend voor de vrijheid van de machteloze. Immers, in de praktijk blijkt vrijheid relatief te zijn. De vrijheid van de een eindigt waar de vrijheid van de ander begint. Op het moment waarop deze grens tussen de beide vrijheden eenzijdig door een der betrokken partijen bepaald wordt, verleent deze partij de andere partij precies zo veel vrijheid als deze wil toestaan en is er van vrijheid geen sprake meer. Integendeel. In een ander model, een samenlevingsvorm waarin het collectieve belang op sommige punten zwaarder weegt dan het individuele belang, kan het individu ten behoeve van het collectief bewust afstand doen van een bepaalde mate van vrijheid. Dit veronderstelt echter gelijkwaardigheid van de elementen van het samenlevingsverband en bovendien een vorm van communicatie. Tenslotte is daar nog de theoretische absolute vrijheid, die noch verleend noch afgesproken wordt, doch simpelweg erkend. Maar dat is dan niet iets waar je 'recht' op hebt, laat staan een recht dat eerst nog afgesproken en vastgelegd moet worden.
     

Ik zou dan ook veel liever op voorhand het begrip 'vrijheid' in dit verband willen vervangen door 'gelijkheid'. Gelijkheid kan nimmer verleend worden; 'recht op gelijkheid' is absurd. Evenmin kan er over gelijkheid onderhandeld worden. Nee, gelijkheid kan eigenlijk uitsluitend worden erkend.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat gelijkheid hier niet bedoeld is als 'identiteit' maar als 'gelijkwaardigheid', een term die zelf, door het element 'waarde' en de daarmee veronderstelde maatstaf en beoordelaar, binnen deze context helaas minder bruikbaar is omdat daarmee toch weer de mogelijkheid tot onderhandelen wordt gesuggereerd. In feite bedoel ik met 'gelijkheid' de 'theoretische absolute gelijkwaardigheid'.

 

Kortom, ik stel tegenover het verlenen van het recht op vrijheid aan dieren de erkenning van de gelijkheid van dieren. Het zal op basis van deze gelijkheid zijn dat uiteindelijk aan een groeiende mate van vrijheid gewerkt zal kunnen worden.

Let wel, het is geenszins mijn opzet de goede bedoelingen van een initiatief als Animal Freedom in twijfel te trekken. Ik wil alleen stellen dat het wordt opgetrokken op een te zwak fundament. Een fundament waarvan je nu al kunt constateren dat het niet veel verdiepingen dragen kan. Mijns inziens zijn er neutralere fundamenten beschikbaar, zoals bij voorbeeld het hierboven voorgestelde.

     
Meer in het algemeen wil ik pleiten voor een spoedige afschaffing van de term 'dierenrechten' en wil ik voorstellen in plaats daarvan het begrip 'dierenwelzijn' te hanteren. Dit begrip 'dierenwelzijn' dient dan wel negatief te worden gedefinieerd, met andere woorden niet als een verzameling van omstandigheden waarvan wij mensen vermoeden dat een dier zich erbij prettig voelt, maar als een verzameling van omstandigheden waarvan wij weten of vermoeden dat zij door het dier als onaangenaam worden ervaren. Hier zou dan weer wel mensenrecht aan gekoppeld kunnen worden, namelijk in de vorm van wettelijk vastgestelde verboden op die menselijke handelingen die tot deze negatieve omstandigheden zouden kunnen leiden.  

Hoewel het langs deze weg ijveren voor een vergroting van het welzijn van dieren in de praktijk eveneens weinig meer dan symptoombestrijding zal blijken te zijn, wordt met 'dierenwelzijn' tenminste geen impliciete uitspraak gedaan over de vermeende superioriteit van mens over dier. En het is dit superioriteitsgevoel waar iedereen die zich inzet voor de belangen van dieren, zich met hand en tand tegen dient te verzetten.

18 juli 1999
Terug naar het forum

     

Repliek Bert Stoop

Ik ben het helemaal eens met Henry's opvatting dat dierenrechten eigenlijk mensenrechten zijn voor de omstandigheden waarin mensen dierenwelzijn bedreigen.
Omdat ik een jaar eerder al met Henry gediscussieerd heb over dit onderwerp zijn er op Animal Freedom al stukken geschreven als reactie. In het algemeen voer ik de paradox aan als de wijze waarop vrijheid voor dieren moet worden begrepen en opgevat:

Grenzen aan de vrijheid en verantwoordelijkheid. Vrijheid is geen "contradictio in terminis" (met zichzelf in tegenspraak) maar een paradox: een verplichting die zelf ook weer van verplichtingen ontslaat.

Zie ook: Waarom is vrijheid zo belangrijk?

en: Vrijheid als basis voor ethiek

Natuurlijk is gelijkheid tussen mens en dier een belangrijk concept, maar daar zijn we snel mee klaar: een dier is gelijkwaardig aan de mens in haar grondrecht op vrijheid en daarbij kunnen we het laten. Wat het grondrecht op vrijheid inhoudt, kost iets meer tekst en is bedoeld om de mens te vertellen waar de grenzen van vrijheid voor dieren beginnen en (en de verantwoordelijkheden van mensen) ophouden.