Het is de minst slechte methode, vinden alle betrokkenen, maar het blijft verschrikkelijk. Een grote hakmachine waarin levende kuikes worden gegooid die niet interessant zijn voor de eierproductie of de slacht. Het dilemma voor dierenartsen, -beschermers en pluimveehouders: een beetje gruwelijk is ook gruwelijk  

Jeroen Trommelen in de Volkskrant van 7 januari 1993.

     
‘Het is eigenlijk een heel luguber onderwerp'. vindt ook deskundige A. Gerrits van Het Spelderholt in Beekbergen, het Centrum voor Onderzoek en Voorlichting voor de Pluimveehouderij. Het doden van eendagskuikens -jaarlijks bijna zestig miljoen - wordt zelfs in de pluimveesector beschouwd als een onaangenaam bijverschijnsel van de intensieve veeteelt. `Maar het is voorlopig een aanvaarde zaak, ook door het publiek.'
Als het erop aankomt, zegt Gerrits, wil de consument toch het goedkoopste stukje vlees en de goedkoopste eieren. zonder precies te willen weten hoe dat alles wordt geproduceerd. De methode waarop de eendagskuikens worden afgemaakt, is er een voorbeeld van. Meestal gebeurt dat nog door verstikking met koolzuurgas, maar de Dierenbescherming en ook het onderzoeksinstituut hebben ernstige bezwaren tegen deze methode.
Enkele jaren geleden kreeg Het Spelderholt van het ministerie van Landbouw de opdracht een betere manier te ontwikkelen om de mannelijke kuikens te doden. Dat `moet' nu eenmaal gebeuren omdat de mannetjes geen functie hebben voor de eierproductie. Als slachthaantie zouden ze maar een kwart van het vlees produceren van de kippenrassen die voor de slacht worden gemest. Mannelijke kuikens hebben geen economische functie en worden daarom gedood.
Onlangs bleek dat de Ethische Commissie van de dierenartsenvereniging Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) dit systeem principieel afwijst. Dieren zouden niet zonder gegronde redenen moeten worden afgemaakt, vond de commissie. Eigenlijk vindt de Dierenbescherming dat ook, net als alle organisaties en actieclubs die bezwaar hebben tegen de intensieve veehouderij.
Maar vooralsnog is de morele en economische werkelijkheid anders. Dat is reden te zoeken naar betere methoden voor het afmaken van de dieren. Een bezoek van de Dierenbescherming aan een aantal pluimveebedrijven bracht enkele jaren geleden aan het licht dat bij vergassing sommige kuikens te lang blijven leven. Bijvoorbeeld doordat er zuurstof is achtergebleven in hun donslaag: doordat ze in te grote hoeveelheden tegelijk worden vergast of omdat de fles met koolzuurgas toevallig op is en vervangen moet worden.
     
Die betere methode bestaat inmiddels. Maar, zegt onderzoeker Gerrits, veel gebruik wordt er nog niet van gemaakt. Het is een doodgewone houtversnipperaar, ook wel hakselaar genoemd. Een Duitse onderzoeker had in 1956 de methode in theorie beschreven. 'We hebben ons georiënteerd op de markt, en daarbij bleek het al bestaande apparaat uitstekend te voldoen.'
De kuikens kunnen levend in de versnipperaar worden gegooid. `Binnen een seconde is het zzt! en weg.' De betrokken machine van Duits fabrikaat is een Samix Allesfresser, en die naam heeft het onderzoeksinstituut maar gewoon op het apparaat laten staan. 'Hoewel het vreselijk klinkt, is het echt een betere en snellere methode dan vergassing. Ook dierenbeschermers die we hier op bezoek hebben gehad, zijn het daar volledig mee eens.'
Volgens Gerrits is het niet mogelijk het apparaat te `overladen', zoals bij de vergassingsmethoden nog wel eens gebeurt. Alles is in de praktijk uitgeprobeerd. `We hebben er verschillende dozen kuikens tegelijk in leeggegooid, maar het bleef uitstekend functioneren.' Waarschijnlijk dankzij de zware 4-pk-motor, vermoedt de onderzoeker.
Maar nu zijn het de pluimveebedrijven die morele bezwaren zeggen te hebben. Het apparaat verhult zijn functie niet. `Je kunt het toch vergelijken met iemand die zijn poedeltje laat afmaken in een versnipperaar. Zoiets ligt waarschijnlijk moeilijk.'
Gerrits cent één pluimveehouder in Ierland die het apparaat heeft besteld. In Nederland is de sector terughoudend. Dat heeft ook een economische reden. De pulp die overblijft is in principe nog te gebruiken, maar er bestaat nog geen goed systeem om het ook daadwerkelijk toe te passen.
Er zijn proeven gedaan om de pulp om te zetten in honden- en kattenvoer. Dat product heeft een hoog eiwit- en vetgehalte, maar bij het drogen worden er pluisjes zichtbaar van het kuikendons. Dat blijkt de koper van kattenvoer niet te willen zien. De pulp kan nu alleen nog naar de kadaververwerkende industrie worden gebracht, waar het wordt ingekookt tot diermeel dat weer in veevoer wordt verwerkt.
Woordvoerster H. van Veen van de Dierenbescherming, die ook zitting had in de Ethische Commissie van de KNMvD, heeft het moeilijk met het onderwerp. Aan de ene kant is de methode misschien beter dan de alternatieven, aan de andere bevestigt het de gruwelijkheid van een systeem dat de organisatie in principe afwijst. De Ethische Commissie vond daarom dat gezocht moet worden naar methoden om te voorkomen dat de mannelijke kuikens worden uitgebroed, of dat ze toch (op ecologisch' verantwoorde wijze) moeten worden afgemest en verkocht.
Vooral dat laatste zou met de toegenomen belangstelling voor biologisch-dynamische producten toch mogelijk moeten zijn, schreef de commissie. Maar broederij-deskundige Gerrits van het onderzoeksinstituut van het ministerie gelooft daar weinig van. `In Italië schijnt het te gebeuren, op heel beperkte schaal. Maar omdat de kippen niet voor de slacht zijn bedoeld, kost het twee tot vier keer zoveel om er een beetje vlezige dieren van te maken. Ik kan me niet voorstellen dat er veel consumenten zijn die dat ervoor overhebben.'
Daar komt bij dat voor alle zestig miljoen mannelijke eendagskuikens die nu nog worden gedood, op de bestaande markt van rond de tweehonderd miljoen goedkopere kippen vrijwel zeker geen plek is te vinden. Er bestaan al `verantwoord' gemeste kippen en het marktaandeel daarvan is klein.
De ontwikkeling van een nieuw gemengd ras dat eerst eieren legt en aan het eind van de rit wordt geslacht - zoals vóór de intensieve methode gebruikelijk was - zou de onderzoeker nog het liefste zijn. `Ik hoop echt dat het ervan komt. Maar verwachten doe ik het voorlopig niet.'