Kort na de verkiezingen van november 2006 maakte minister Veerman van Landbouw bekend dat de ministerraad heeft ingestemd met zijn voorstel om de jacht in natuurgebieden toe te staan.   door Pauline de Jong. Dit artikel komt uit het december 2006 nummer van Argus, het kwartaaltijdschrift van de Faunabescherming.
     

De jacht zou via beheersplannen moeten worden gereguleerd. In de Flora- en faunawet wordt onder `jacht' verstaan: het doden van diersoorten die zijn aangewezen als `wild'. Het betreft de soorten: haas, konijn, fazant, houtduif en wilde eend. De jacht is dus niets anders dan plezierjacht ofwel het doden van dieren vanwege het plezier dat de jager eraan beleeft. Het toestaan van jacht in natuurgebieden is dan ook niets anders voor een cadeautje aan de jagers.

Beleid in verleden

Al jaren is het beleid van de overheid dat er in natuurgebieden die zijn aangewezen in het kader van de Natuurbeschermingswet, in principe niet wordt gejaagd. Op trekkende diersoorten wordt in deze gebieden onder geen enkele voorwaarde gejaagd. En op zogenaamd standwild kan alleen worden geschoten wanneer er bijvoorbeeld sprake is van belangrijke landbouwschade of wanneer de volksgezondheid in het geding is. Dit beleid is in april 2002 in de Flora- en faunawet vastgelegd in de vorm van een jachtverbod in gebieden aangewezen in het kader van de Natuurbeschermingswet, Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het doden van de vijf genoemde wildsoorten en andere diersoorten is in die gebieden alleen mogelijk met een ontheffing bijvoorbeeld vanwege belangrijke landbouwschade of de volksgezondheid.

     

Effect

Met dit voorstel wordt gebroken met het jarenlang gevoerde beleid en wordt de plezierjacht op de vijf wildsoorten in deze natuurgebieden, die van nationaal of zelfs internationaal belang zijn, geopend. Het kabinet vindt een algemeen verbod op plezierjacht in deze gebieden `niet nodig'. De jacht kan volgens het kabinet wel worden gereguleerd via afwegingen die worden gemaakt in de beheersplannen. Wanneer dergelijke beheersplannen het niveau hebben van de Faunabeheerplannen. die vrijwel geheel voor en doorjagers worden geschreven, houden wij ons hart vast. In het geval van natuurgebieden die worden beheerd door Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer kan misschien nog worden verwacht dat in deze plannen de natuurbelangen zullen prevaleren. In natuurgebieden, die in handen zijn van particulieren of door bepaalde provinciale landschappen worden beheerd, kan worden verwacht dat de jacht alle ruimte zal krijgen. Deze gebieden zullen vervolgens worden omgevormd tot een schiettent voor hobbyisten. Een voorbeeld hiervan is landgoed De Utrecht, een ruim 2.000 hectare groot landgoed gelegen in Noord-Brabant en eigendom van Fortis bank. Deze bank, met jagers in de top, eist al vele jaren het recht op om te blijven jagen.
     

Haaks

Minister Veerman (CDA) heeft recent in een interview in het Vakblad Natuur, Bos, Landschap (november 2006) gezegd dat hij in het kader van de Natuurbeschermingswet geen compromissen wil. "Ik ga voluit voor de belangen van de natuur", aldus Veerman. Dit voorstel staat hier haaks op. Over fatsoen gesproken! Het voorstel wordt nu eerst voorgelegd aan de Raad van State. Daar verwachten wij, gezien de ervaringen in het verleden, heel weinig van. Vervolgens gaat het voorstel naar de Tweede Kamer. Gelukkig hebben de dieronvriendelijke partijen, dankzij de verkiezingen, inmiddels geen meerderheid meer. Wij hopen dat het voorstel daarom in de Tweede Kamer zal stranden.