De opkomst van de PvdD is ook in Buren geaccepteerd. Raadslid Partij voor de Dieren voor jachtvrije gemeente Joop de Jonge zit sinds een week voor de Partij voor de Dieren in de gemeenteraad van Buren. De Jonge pleit voor een stop op de uitbreiding van varkensbedrijven. En de organisatoren van de paardenmarkt in Beusichem kunnen hun markt beter vergeten.   Dit artikel is geschreven door Aart van Cooten en verscheen 12 maart 2010 in het Agrarisch Dagblad.
 

Voor de verkiezingen van de gemeenteraad ging Joop de Jonge er stevig tegenaan.
In het verkiezingsmagazine van de gemeente Buren (Gelderland) gaf hij stevige kritiek op het varkensbedrijf De Knorhof. Die vleesfabriek is een schande voor onze gemeente, zei hij. Zijn mening over de jacht: een bizarre hobby van een stelletje schietgrage lieden in groene pakjes. Viswedstrijden? Absoluut geen vergunning meer voor afgeven. De historische paardenmarkt in het dorp Beusichem? Zo’n markt veroorzaakt onnodig dierenleed, verbieden dus. Geen woord Spaans bij.


De kleine ondernemer De Jonge (minicamping, bed & breakfast) zit sinds kort in de gemeenteraad van Buren.
Met zijn Partij voor de Dieren heeft hij 560 stemmen verzameld, goed voor een zetel. Daarmee is Buren een van de zes gemeenten in Nederland waar de Partij voor de Dieren (PvdD) sinds vorige week in de gemeenteraad is vertegenwoordigd.
De Jonge is een van die zes PvdD-raadsleden, en hij heeft er zin in. Natuurlijk, hij weet dat hij tegengas kan verwachten. Buren is een agrarische gemeente, boeren hebben tot nu toe grote invloed op de beslissingen die in het gemeentehuis worden genomen, zegt hij. Maar toch, hij had verwacht vervelende telefoontjes te krijgen, te worden uitgescholden op verkiezingsdebatten. Het gebeurde niet, en ook na de verkiezingen blijft het stil. Blijkbaar is ook in Buren de opkomst van de Partij voor de Dieren een geaccepteerd verschijnsel.
Sterker nog, sinds De Jonge zijn mond opentrekt over vermeend dierenleed laten ook andere partijen af en toe een kritisch geluid horen. Het tij keert, is de analyse van het nieuwe gemeenteraadslid.
De Jonge was in het verleden actief in de Dierenbescherming. Toen Marianne Thieme zich in Den Haag meldde met haar nieuwe politieke groepering was De Jonge onmiddellijk van de partij. Vervolgens ging hij in Buren aan de slag om een lokale afdeling op te richten.
Met succes, zo bleek vorige week woensdagavond toen de stemmen waren geteld. Zijn belangrijkste drijfveer: dieren een beter leven geven. Dat lukt alleen door wetten en regels te maken die burgers dwingen om beter met dieren om te gaan. En daar is de overheid voor nodig, stelt De Jonge.
Hij realiseert zich terdege dat vooral Den Haag aan zet is als het gaat om wet- en regelgeving. Maar ook de gemeenteraad kan een bijdrage leveren, zegt hij. Bijvoorbeeld als het gaat om het megavarkensbedrijf De Knorhof, een bedrijf met 20.000 varkens (De Jonge telt er 36.000) dat het mikpunt is van kritiek van omwonenden en waar ook de provincie mee worstelt.
De Knorhof wil uitbreiden en dat is tegen het zere been van De Jonge. ”Buren heeft 25.000 inwoners en 1.000.000 dieren. De verhoudingen zijn volledig zoek. Ik wil paal en perk stellen aan de verdere uitbreiding van vleesfabrieken, bijvoorbeeld via aanpassing van het bestemmingsplan. Via beleidsregels moeten we dat kunnen dichttimmeren.
In de provincies Groningen en Brabant gebeurt dat op sommige plekken al. Dan kunnen wij dat hier in Buren ook.”
De Jonge is geen wereldvreemde idealist. Hij weet dat hij met die ene zetel in de gemeenteraad geen potten kan breken. Om van Buren binnen vier jaar een jachtvrije gemeente te maken, nee, dat zal hem niet lukken. Maar als het gaat om jachtrechten op gronden die in eigendom zijn van de gemeente moet toch iets geregeld kunnen worden, hoopt De Jonge. ”Als de jachtrechten aflopen, dan zetten wij er een punt achter. De overgrote meerderheid van de Nederlanders is tegen de plezierjacht. Het argument van de jagers dat de jacht nodig is om de natuur in evenwicht te houden, is grote flauwekul. Die visie wordt breed gedeeld en moet bepalend zijn bij besluiten over de jacht op gemeentegronden.”
En dan nog even over dieren in de wei. Als het aan De Jonge ligt, worden er overal bomen geplant en schuilhutten gezet. Om zo koeien, schapen en paarden de mogelijkheid te geven te schuilen op hete en natte dagen. Ook op dit punt zal hij weinig bereiken, denkt De Jonge. Je kunt zoiets nu eenmaal moeilijk afdwingen. Maar ook hier kan de eerste stap worden gezet: ”Wie nu een open schuur in een weiland wil bouwen, krijgt geen vergunning. Dat kan anders.”