Koos van Zomeren
in het NRC van 3 april 2001

  In een land waar de bescherming van dieren bij de wet geregeld is, wordt toegestaan dat koeien schapen, lammeren, biggen en paarden vreselijk lijden, stelt Koos van Zomeren vast.
     

Hoe langer het duurt, deze ontwrichting van het openbare leven, deze totale oorlog tegen mond- en klauwzeer, deze bezeten wedloop om te zorgen dat wij bepaalde dieren te pakken krijgen voordat het virus ze te pakken krijgt - hoe langer dat duurt, hoe meer ik het gevoel krijg dat ik getuige ben van een monsterachtig om zich heen grijpende misdaad.
Het is misschien goed eraan te herinneren dat het ruimen van boerenbedrijven al langer bezig was en wel in het kader van de gekke-koeienziekte. Er hoefde maar één koe op BSE betrapt te worden of de hele stal moest naar het slachthuis. In mijn ogen was dit een irrationeel beeld. In ieder geval is het achterhaald sinds 1 januari van dit jaar, toen bij het slachten van runderen een standaardcontrole op BSE werd ingevoerd. Niettemin is de maatregel van kracht gebleven.

 

Inmiddels zijn deze verspreide gevallen overspoeld door een vloedgolf van ruimingen in het kader van MKZ.
Op zichzelf hoeft het doden van dieren nog geen mishandeling op te leveren. Met het gif T61 schijnt een huiveringwekkende efficiëntie te kunnen worden bereikt. Maar dit middel was er niet voor de Schotse hooglanders in de uiterwaarden bij Olst: zij werden op een avond bij het schijnsel van zaklantaarns met geweervuur, buitengewoon onhandig.
Je kunt het op je vingers natellen. De boerderij is nu eenmaal niet ingericht als slachthuis, en net zo min is de Rijksdienst voor Vee en Vlees ingericht op een uitroeiingscampagne van de huidige omvang. Het kan gewoon niet anders of er wordt geklungeld en gemarteld.
Bij het gebruik van schietmasker of elektrocutietang, vooral bij schapen, zonder dat de keel wordt afgesneden om ze te laten verbloeden, komt het geregeld voor dat dieren levend of halflevend tussen de kadavers belanden.
     

Boeren melden dat bij hun vee bloed wordt afgetapt door beambten die op dit terrein geen enkele vaardigheid hebben. Boeren verzetten zich ook tegen de verminking van hun koeien bij noodvaccinaties. De betreffende dieren ('levende opslag' voor het destructiebedrijf) worden gemerkt met een oortang en blijven bloedend achter. Het tempo waarin deze procedure wordt afgehandeld impliceert een reëel gevaar van infecties.
Hierbij moeten de gevolgen van de geldende vervoersverboden nog eens worden opgeteld. Kreupele en hoestende schapen in drassig weiland. Doodgevroren lammeren. Vechtende biggen in overvolle schuren. En volgens de dierenbescherming sterven op het ogenblik dagelijks paarden aan darmkoliek, vreselijk pijnlijk, omdat ze niet naar een kliniek gebracht mogen worden.

 

Dit alles speelt zich af in een land waar de bescherming van dieren bij wet geregeld is. Als je je hond aftuigt heet dat dierenmishandeling. Je mag geen industrie vestigen waar hamsters zitten. Je mag geen vogelnestjes uithalen of vleermuizen verontrusten. Je mag de steenmarters die in je eigen huis op zolder zijn komen wonen, geen strobreed in de weg leggen - en doe je dat toch, dan ben je in overtreding, strafbaar.
Maar als je de hele Nederlandse veestapel weerloos uitlevert aan mond- en klauwzeer, heet dat landbouwpolitiek.
Dus dat bedoel ik: ik begin deze politiek meer en meer als een misdaad te zien, een gebrekkige vorm van georganiseerde misdaad.