Willem Breedveld stelt in Trouw van 13 oktober 2007 de vraag waarom de jager geen plezier zou mogen beleven aan de jacht.
In Trouw schrijft hij:
….. sinds de mens de vroegere prooi domesticeerde en vooral ook sinds de mens het dier ging beschouwen als een vleesproducent, ging het fout. Toen zagen we ons ineens genoodzaakt om ieder dier dat nog vrij rondloopt heilig te verklaren. Helaas bleven we met één probleem zitten: hoe hou je die heilige populatie op een diervriendelijke manier in het gareel? Hoe voorkom je overlast?

Zelfs de Dierenpartij ziet hiervoor geen andere oplossing dan het teveel gewoon te laten creperen, of domweg af te schieten. Het merkwaardige is echter dat dit laatste niet in de vorm van een jacht mag geschieden. Eeuwenlang was de mens een jager, maar in dit verlichte tijdperk is er geen plaats meer voor ons jachtinstinct. Jagers moeten naar de psychiater, oordeelde Dion Graus van de Partij voor de Vrijheid. En als er dan toch dieren afgeknald moeten worden, dient dit te geschieden met afgewend gelaat, op een lokplaats en vervolgens gewoon, takke, tak. In een drukjacht is nog sprake van een krachtmeting. Daar heeft het zwijn nog een kans om te ontsnappen. Een drukjacht is geen drijfjacht, het is één (een zwijn) op twee, een jager en een drijver. In de omheining van Graus heeft het zwijn geen enkele kans. In de omheining van Graus heerst de mens op een kille, berekenende manier. Zoveel zwijnen wel, zoveel zwijnen niet. Van gezonde jacht met een vleugje jachtinstinct en wederzijdse spanning mag geen sprake zijn. En zo blijf ik met de vraag zitten: sinds wanneer en waarom  mogen we geen genoegen meer beleven aan de jacht?
Tot zover Trouw.

We leven in een vrij land, waarin mensen niet afgerekend worden op wat hun wel of niet plezier doet. Wat wel in de wet goed omschreven staat is welke handelingen wel of niet door de beugel kunnen, althans waarvan de gevolgen mensen betreffen.
Wat in ons land nog niet voldoende uitgewerkt is, is de vrijheid van het dier. Er zijn weliswaar gebieden in ons land waarin wild vrij mag rondlopen, maar deze gebieden zijn open. Wanneer er voedseloverschotten zijn in combinatie met zachte winters willen bepaalde populaties soms zover groeien dat er overlast ontstaat. Dit zou geen probleem zijn wanneer er in de natuur een natuurlijk evenwicht zou bestaan.
Dit natuurlijke evenwicht is onvoldoende aanwezig, deels doordat ons land via de Ecologische Hoofdstructuur nog niet “af” is: er zijn nog te veel geïsoleerde en versnipperde natuurgebieden. De gebieden kunnen niet worden bereikt door roofdieren en prooidieren kunnen er niet onopgemerkt wegtrekken als er overpopulatie of voedselschaarste dreigt.
De problemen worden nu opgelost door jagers aan het werk te zetten. Beheersjagers doen het tegen betaling, plezierjagers betalen met plezier geld om wild te mogen schieten. Sommige natuurliefhebbers en veel dierenbeschermers hebben hier moeite mee omdat het lot van een willekeurig dier afhangt van de willekeur van de jager en omdat de meest gewenste oplossing: aaneengesloten natuur niet snel genoeg wordt opgepakt.
In de vrije natuur is er veel minder sprake van willekeur. De prooidieren die traag, ziek, zwak of misselijk zijn worden door roofdieren gevangen en gegeten. Geen enkel dier wordt (in de vrije natuur) voor het plezier gevangen en gedood. Dat geeft een veel rechtvaardiger gevoel dan het afknallen voor de lol.

Wat we niet over het hoofd moeten zien is dat wanneer de jacht inderdaad zou worden afgeschaft en de dieren in de Ecologische Hoofdstructuur kunnen trekken dat er dan in de infrastructuur van ons land aanpassingen moeten worden gedaan. Je kunt hierbij denken aan het aanleggen van wildwissels. Particulieren, landbouwers en campings etc. moeten effectief hekwerk maken om zwervende dieren buiten hun gebied te houden of kwetsbare huisdieren als kippen en konijnen te beschermen tegen roofdieren. Enige financiële steun vanuit de overheid zou hierbij gewenst zijn. Ook een wat minder schrikachtige houding van het publiek bij een confrontatie met grote dieren in het wild zou helpen. Ook de media kunnen hier een negatieve rol spelen door zaken sensationeel te vertekenen.

Wat we zouden winnen zou een veel groter aantal ontmoetingen zijn tussen mens en dier in de buurt van de eigen woonomgeving. Dieren worden minder bang door ze niet meer te bejagen. Een dergelijke grondhouding vergroot het respect van de mens voor het dier en daarvan hebben beiden plezier.