In de Middeleeuwen kon het nog gebeuren, dat dieren voor een heuse rechtbank terecht moesten staan wegens het verwonden of doden van een mens. Meestal volgde dan de doodstraf.   Dit artikel verscheen zaterdag 30 september in de Leeuwarder Courant en is geschreven door Jacob Noordmans.
     

 

Stel je voor dat de Schepper aan het einde der tijden een tribunaal van dieren instelde om een oordeel te vellen over hun medeschepselen, de mensen. Dat kon dan wel eens uitlopen op voor de mensheid vernietigende vonnissen. Heeft zij niet eeuw in eeuw uit het aards bestaan van talloze dieren tot een hel gemaakt, uit hebzucht en hoogmoed? Dit zou woensdag op Werelddierendag een punt van overdenking kunnen zijn.

Het lijkt er namelijk op dat commercie en techniek de mensen er toe verleiden dieren steeds meer te verlagen tot een industrieel product, tot een zielloos ding. De hedendaagse mens dreigt daardoor uit te groeien tot de grootste dierendoder aller tijden. Hij verbruikt en verslindt niet alleen steeds meer fabrieksmatig geproduceerde dieren, maar laat ook een spoor van dood en verderf in het rijk der dieren zelf na. Bewust of onbewust, gewild of ongewild, voert hij oorlog tegen het dierenrijk, met als excuus en alibi zijn zorg voor vermenselijkte huis-, troetel- en knuffeldieren.

In ons land worden per dag een miljoen dieren geslachtofferd op het allerheiligst consumptiealtaar. In de VS vinden elke dag 22 miljoen dieren de dood in abattoirs en verslindt de menselijke consumptie jaarlijks acht miljoen beesten. Daarnaast eisen de bonthandel, het jachtvermaak en de farmaceutische en cosmetische industrieën nog eens miljoenen doden. Tegen het jaar 2020 zal vooral dankzij de opkomst van China en India de wereldvleesconsumptie verdubbeld zijn.

Door de grootschalig en internationaal opgezette fok-, handels-,en transportmethoden breken er telkens weer ziekten uit, die de overheden en bedrijfstakken dwingen miljoenen dieren - gezond of besmet - af te maken of te 'ruimen'. Zoals bij vogel- en varkenspest, mond- en klauwzeer, bse en blauwtong. Redelijk denkende mensen beginnen op dit punt de redeloosheid te vertonen die zij dieren altijd hebben toegedacht.

In Nederland heeft men zich vorig jaar heftig opgewonden over die ene mus, die de doodstraf kreeg omdat hij 'Domino-Day' in het Leeuwarder FEC had verstoord. Zijn doodzonde was het omver vliegen van 23.000 dominosteentjes. Zijn dood leverde drieduizend haatmails van gekwetste dierenvrienden op. Zoiets gebeurt in hetzelfde land waar dagelijks honderden vogels in het verkeer te pletter worden gereden en elke dag duizenden veertig dagen met voer opgepompte haantjes uit de kippenfabrieken ter dood worden gebracht.

Ons land is bij uitstek een distributieland voor de legale en illegale handel in dieren. Ook in beschermde diersoorten. Alles is hier te koop. Jaarlijks komen hier een miljoen vogels, reptielen en amfibieën binnen. Voor elk dier dat hier levend aankomt, sterven er minstens drie. Toch doen wij ons aan de buitenwereld voor als een natie van gezworen dierenvrienden met een geweldige dierenbescherming en moderne diervriendelijke wetten. Wij hebben hier nu zelfs een echte Partij voor de dieren.

Met een vaak barbaarse beest- en mensonwaardige exploitatie van het dier achter de schermen, wordt er in dit land voor het voetlicht een hoogbeschaafd, diervriendelijk toneel opgevoerd.

Aan de ene kant is de mens roekeloos bezig diersoorten van de aardbodem te verdelgen. Aan de andere kant besteedt hij kapitalen aan het behoud van bedreigde diersoorten. Er zijn onder mensen staaltjes van oprechte en soms ontroerende dierenliefde te signaleren. Maar er zijn ook dierenhouders die zich ontpoppen als ware dierenbeulen, bijvoorbeeld als de vakanties aan breken.

Enerzijds poogt de mens beesten diervriendelijker en dus ook menswaardige te exploiteren, dierproeven te verminderen, de jacht te beteugelen, de rechten van het dier in wetten vast te leggen en die wetten ook te doen naleven. Anderzijds gaat de massale, dieronvriendelijke fabricage van beesten onverminderd voort, vooral in de kippen- en varkensindustrie.

Het christendom heeft zich de eeuwen door vrij afstandelijk tegenover het dier opgesteld. Dieren behoorden tot een lagere orde in de schepping. Het dieroffer werd in de kerk afgeschaft, maar buiten de kerk werden de dieren des te fanatieker geofferd op het altaar van handel en consumptie. Er was lange tijd geen theologie van het dier. De laatste tijd is de kerk dankzij de wereldse wetenschap tot het inzicht gekomen dat beesten wel degelijk emoties en gevoelens van angst, vreugde, liefde, pijn en gemis kennen.

De Britse raad voor het welzijn van dieren op de boerderij heeft de volgende vijf vrijheden voor het dier opgesteld:

  1. Vrij zijn van honger en dorst.
  2. Vrij zijn van onbehagen en ongemak door een passende leefomgeving.
  3. Vrij zijn van pijn, letsel en ziekte door een tijdige preventie en behandeling.
  4. Vrij zijn om normaal dierlijk te kunnen leven, samen met soortgenoten.
  5. Vrij zijn van angst en lijden ondermeer door het vermijden van psychisch leed en stress.

De bioloog-theoloog Bram van de Beek stelt dat mensen allerminst goddelijk zijn, al gedragen zij zich vaak wel zo tegenover het dier. ,,Mensen zijn stervelingen, die dichter bij de kring der dieren staan dan bij God." De met rede begiftigde en met gevoel gezegende mens is verantwoording schuldig aan zijn broeder beest en zuster dier. Tot dusver zit hij nog in de beklaagdenbank voor de rechtbank der dieren. Het dier houdt hem daar de spiegel voor en de mens moet er beschaamd het zwijgen toe doen. Zie de mens en zie het dier!