Over 25 jaar is Nederland in meerderheid vegetariër. Er is dan een einde gekomen aan Nederland als bulkproducent van vlees. De boeren doen er dan ook goed aan zich toe te leggen op luxe landbouwproducten. Daar is ook veel meer mee te verdienen, zegt Dirk Boon.   Dirk Boon, (ex-)hoogleraar dier en recht in Utrecht en advocaat te Zuidhorn werd door Nico Hylkema geïnterviewd voor de Leeuwarder Courant op 8 juli 2003.
Wetenschappers voorspellen in New Scientist over 50 jaar een vleesvrije wereld omdat zij denken dat mensen in 2056 de gedachten en emoties van dieren kunnen doorgronden.
     
”We schuiven langzaam op. Over 25 jaar zijn we in meerderheid vegetariër. De beweging zit erin. Elke dag vlees eten wordt net zoiets als opa met zijn bolknak en jenever. Die behoort bijna tot het verleden.”
Wie daar raar van opkijkt moet maar eens kijken naar de jacht, vindt Boon. “De jager is belachelijk gemaakt door goede communicatie. Hij mag nog maar enkele dieren jagen en niemand neemt het meer serieus. Zo is het ook met bont gegaan. Wie durft er nu nog met een bontjas over straat?”
  Dirk Boon
     
De veel gehoorde opmerking dat de consument uiteindelijk toch de beurs laat spreken, wil er bij de hoogleraar niet in. Boon was ooit werkzaam in de reclamesector en is er van overtuigd dat een betere veehouderij tegen een hogere prijs te verkopen valt aan die consument. “Dat is een kwestie van communicatie. Er zijn genoeg voorbeelden van. Wie had enkele tientallen jaren geleden verwacht dat we ons zouden schamen voor ons rookgedrag?”

Een goede behandeling van dieren is een kwestie van emancipatie, meent de hoogleraar. “Het is vergelijkbaar met de afschaffing van de slavernij. Het heeft ons ook lang gekost om er achter te komen dat de zwarte mens geen handelswaar is. Maar uiteindelijk is het gelukt."

Intensieve veehouderij in Nederland is ten dode opgeschreven. Er valt niet voldoende aan te verdienen en de consument wordt in meerderheid vegetarisch.
Landbouwminister Cees Veerman wil een diepgaande discussie over de intensieve veehouderij. Er zit beweging in, zo concludeert de Utrechtse hoogleraar Boon.
„Ik hoor dan dat er zoveel is verbeterd. Maar in een kippenstal lopen nog altijd tienduizenden kippen. Elke dierwetenschapper kan vertellen, dat binnen een groep hennen een duidelijke pikorde heerst. Die krijgt geen kans bij zulke aantallen. Men is die sociale context volledig uit het oog verloren."
En dat alles voor een stukje veilig en goedkoop vlees. Als het misgaat met de een of andere dierziekte, moet massaal worden geruimd om het vertrouwen te herstellen. „Daarin zijn we volledig doorgeschoten. We willen volledige zekerheid. Maar die bestaat niet."
Bovendien ziet Boon economisch weinig heil in varkens- en pluimveehouderijen. „Ik word niet goed van die jammerende boeren die ons tijdens een crisis vertellen dat ze binnen enkele maanden het loodje leggen. Dat zijn slechte ondernemers zonder vlees op het bot."
Die economische positie brengt boeren in een negatieve spiraal, meent Boon. Na elke crisis moeten ze nog rationeler met nog meer dieren doorgaan om de kosten goed te maken. Een uitzichtloze positie. „Laat die bulkproductie nu maar over aan de Polen, met hun vooralsnog lage kosten."
„De uitkomst van dat proces is Nederland als luxe productieland. Economisch gezien is dat veel beter. Grond kost nu ongeveer €20.000. Wil je daar een rendement van 10 procent op halen, moet je het van luxe producten hebben."
Hij noemt als voorbeeld biologische grondgebonden varkenshouderijen, die hun dieren op contract leveren aan de slager. Bijvoorbeeld voor een vaste prijs van €2,50 per kilo. Daar zit toekomst in. „Daar word je als ondernemer misschien niet opgewonden van, maar het schept wel rust."
De minder intensieve melkveehouderij moet zich niet op de kop laten zitten. In Nederland blijft het weidelandschap overheersen. Daarvoor heb je koeien nodig. Al hoeft dat niet zo massaal en zo hoog productief. Boon: „Koeien horen buiten en hoeven niet meer melk te geven dan 7000 liter per jaar. Als je dat maar goed duidelijk maakt aan de consument, dan is er voor duurdere melk wel een markt."
En wat zou het, als melk voor een dubbeltje meer in het schap staat. Boon heeft voor een actie pakken melk staan uitdelen in het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne. Hij ondervroeg het publiek naar de prijs van een pak melk. Niemand wist het precies en bijna iedereen zat er meer dan een dubbeltje boven.

„Wij zijn verloederd door die lage prijzen. Boeren moeten dat niet pikken. Er wordt al zo denigrerend over ze gesproken. Laat zien dat je goed bent voor je dieren. Laat de koeien in het land." Het heeft daarbij weinig zin om alleen op dierenwelzijn in te zetten. „Je hebt economisch sterke boeren nodig voor een betere omgang met dieren en de natuur. Je moet het samen aanpakken."