Bijna nergens is het ziekteverzuim zo hoog als onder dierenartsen. Zwaar lichamelijk werk leidt tot arbeidsongeschiktheid. 'Het is een machocultuur waarin geen ruimte is voor ziekte. Totdat het goed misgaat.'  

Door Elsbeth Stoker in de Voorkant van de Volkskrant van 23 oktober 2007

copyright De Volkskrant

     

‘Ze is 58 dagen drachtig', concludeert de veearts Rieks Eggens (56) uit Vorden. Hij haalt zijn in een lange handschoen gehulde arm tussen de billen van de koe uit. Terwijl de koe rustig dooreet, aait boer Wim het dier over de rug. Verderop in de stal kletteren mest en urine op de vloer.
'Deze handeling doe je geregeld zo'n veertig keer in een uur', legt Eggens uit. 'Je moet soms flink kracht zetten en dat is een behoorlijke belasting voor je schouder.' Pijnlijke knieën, burn-outs en versleten schouders: menig dierenarts heeft er ervaring mee. Hoewel landelijk het aantal arbeidsongeschikten in rap tempo daalt, is het verzuim onder deze medici nog steeds schrikbarend hoog.
Een op de zes veterinairen kampt met volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, aldus een enquête van de Stuurgroep Aanpak Arbeidsongeschiktheid. Dat percentage is ruim vier keer hoger dan het landelijk gemiddelde onder werknemers. Onder oudere dierenartsen komt de uitval door ziekte nog vaker voor, stelt verzekeraar Movir. De helft van de bij Movir aangesloten 55-plussers wordt tijdelijk of blijvend arbeidsongeschikt.
'Men zegt weleens: arbeidsongeschiktheid overkomt je', zegt dierenarts Piet van der Werf (65) uit Bathmen. 'Maar bij dierenartsen vraag ik me af: zoeken ze het niet op? Zijn ze wel zuinig genoeg op hun lichaam?' Sinds 1991 kampt hij met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vanwege een versleten schouder; inmiddels is hij met pensioen.
Van der Werf heeft de dag na een nachtdienst altijd doorgewerkt.'Ik ben geen watje, was de teneur. Maar ik heb wel drie auto-ongelukken gehad. Driemaal na een nachtdienst, gewoon in slaap gesukkeld of te traag gereageerd. Dierenartsen willen niet voor elkaar onderdoen en ze vragen soms om ongelukken. Het is een machocultuur waarin geen ruimte is voor ziekte. Totdat het goed misgaat'
Ook Eggens -die drie auto's total loss heeft gereden- verbaast zich niet over het hoge aantal ziektegevallen. 'Zo'n verzekeraar betaalt zich natuurlijk blauw aan ons.' Zelf is hij al drie keer voor langere tijd uit de roulatie geweest. 'De laatste keer was afgelopen november. Toen ging een koe op mijn knie staan. Eén meniscus is aan gort.'
Het zware fysieke werk en de vele, onregelmatige werktijden zijn twee oorzaken van het hoge ziekteverzuim onder veterinairen. Het is lastig een dier tijdens een keizersnee, rectaal onderzoek of een inenting in een voor de arts ergonomisch verantwoorde houding te dwingen, legt Eggens uit.
In een stal probeert hij knielend de bijspenen van twee verdoofde kalfjes weg te knippen. Aan het plafond hangt een meterslange vliegenvanger die zwart ziet van de dode insecten. De boerenkat kijkt nieuwsgierig toe. 'Dit lukt me niet zo goed. Ik kan vanwege mijn meniscus niet op twee knieën zitten. Maar leunen op één voet en één knie is ook geen optie. Dan belast ik mijn heup te veel; die is een paar jaar geleden gebroken.'
Bovendien schoppen, bijten en duwen koeien, paarden en varkens als de aandacht hen niet bevalt. Het gevolg: de gemiddelde dierenarts breekt weleens een bot en zit onder de littekens. 'In mijn gezicht heb ik vier hechtingen gehad', laat Eggens zien. Zijn collega toont een arm met littekens. 'We hechten elkaars wonden. We werken sneller dan onze collegae, de huisartsen.'
Ook psychisch heeft de beroepsgroep veel te verwerken. Zo moesten in de jaren negentig miljoenen varkens worden geruimd vanwege de varkenspest. In 2001 sloeg het mond- en klauwzeervirus (MKZ) toe: op circa 2.500 boerderijen werden ongeveer 260 duizend dieren afgemaakt. 'We merken de naweeën van de landbouwcrisissen nog steeds', zegt Bas jongeling, woordvoerder van Movir. 'Veel artsen hebben toen gezonde veestapels moeten vernietigen. Daarvoor heb je het beroep niet gekozen, je wilt in principe dieren genezen.'
Dieren zijn niet dom - sommige weten wanneer ze de dood tegemoet gaan, zegt Van der Werf. Tijdens de MKZ-crisis heeft hij gedurende drie maanden duizenden dieren gedood. 'Een koe die doorheeft wat er gaat gebeuren, schudt met zijn kop. Dat is lastig, want je moet een pin op de juiste plek in de hersenen schieten. Daardoor raakt het dier in coma. Vervolgens spuit je hem dood met het slaapmiddel T61. Het euthanaseren moet goed gebeuren; ik beheerste die vaardigheid.

     

Ik weet nog goed hoe het begon: het was een heel vroege ochtend in maart 2001 en mijn collega belde me of ik nog T61 had. Ik heb bijna mijn hele voorraad in het geheim meegegeven, niemand mocht nog weten wat er gaande was. Een paar dagen later bleek dat hij de eerste besmettingen had ontdekt en dat het vreselijk fout zou gaan. Dan zet je een knop om en leef je naar het moment van de ruimingen toe.'
Zelf heeft hij er geen tic aan overgehouden, stelt Van der Werf. Zelfs niet toen zijn auto na een ruiming door boerenzonen werd bekogeld met bakstenen. 'Je doet je werk. Niet voor de lol, maar omdat het moet. Maar voor veel collega's was het een psychische klap. Vooral de artsen in Brabant die in de jaren negentig dagelijks duizenden vaak gezonde varkens moesten elektrocuteren, hebben het zwaar gehad. Sommigen hebben zelfmoord gepleegd.'
Kriebelig, niets meer met je werk te maken willen hebben en het gevoel dat alles je te veel wordt. Zo omschrijft jaap de Boer (53), dierenarts uit Geesteren, de periode na de MKZ. 'Je hebt in vredestijd een convenant getekend dat bij besmettelijke veeziektes geruimd moet worden om verdere verspreiding tegen te gaan. Als het oorlogstijd is, moet je het uitvoeren. Op dat moment vond ik niets mooier dan in het heetst van het vuur actief te zijn en intensief met de getroffen boeren op te trekken. Het was moeilijk, maar vreemd genoeg had ik een goed contact met de meesten.'
Achteraf kon hij het echter niet van zich afzetten. Het was niet de woedende boerenmeute in Kootwijkerbroek die hem in april 2001 tegemoet trad met de Hitlergroet, ook niet de ME die zijn ruimingsteam begeleidde, en het lag evenmin aan al de dieren die hij had gedood. 'De meeste impact hebben de boeren gemaakt, degenen die lijdzaam toekeken hoe ze hun dierbaren verloren.'
Even heeft hij getwijfeld om hulp in te roepen bij zijn burn-out. Hij zat met het telefoonboek voor zijn neus, op de pagina van de psychologische hulpdienst. 'Maar ik heb niet gebeld. Het is voor dierenartsen niet gewoon over zulke problemen te praten.' De Boer schreef zijn frustraties van zich af in het boek Het ga je goed, lieve Evelien. De titel verwijst naar de lievelingskoe van een boerendochter. De Boer heeft het dier gedood.
Ook de schaalvergroting van het boerenbedrijf speelt de veterinair parten. De tijd is voorbij waarin een boer twintig koeien had en achteraf een kop koffie dronk met de arts. Inmiddels let de boer op de tijd, heeft hij honderden dieren en dingt hij af. Krijgt hij zijn zin niet, dan neemt hij zijn opdracht mee naar de volgende arts. Uit een onderzoek dat vorige week werd gepubliceerd door de werkgeversorganisatie MKB-Nederland en ABN Amro blijkt dat het aantal middelgrote bedrijven in Nederland krimpt. De agrarische sector onttrekt zich aan deze trend. Daar gaat de schaalvergroting zowel bij landbouw- als veeteeltbedrijven onverminderd door.
'Ik schrijf maar een half uur vandaag', zegt dierenarts Eggens tegen boer Wim. In zijn hand heeft hij zijn logboek, aan zijn voeten slapen de kalveren rustig door. 'Ik ben vandaag misschien wel langer bezig geweest, maar dat komt door het bezoek. Daar hoef jij niet voor te betalen.' Hij kijkt verontschuldigend naar de verslaggeefster en de fotograaf.
'Ik geef de boeren groot gelijk dat ze op het geld letten', zegt Eggens later in de auto. Ondanks de schaalvergrotingen - onder meer het gevolg van internationale concurrentie en de stagnerende prijzen voor producten - maakt maar een kwart van de boeren winst, aldus de dierenarts. En als het inkomen van de boer niet stijgt, kan dat van een dierenarts ook niet omhoog, wil hij maar zeggen.
Huisartsen en ziekenhuizen houden er vaste tarieven op na, maar veterinairen stellen zelf hun vergoeding vast. En boeren onderhandelen. 'Als ik te veel vraag, stapt de boer naar mijn concurrent uit Limburg', zegt Eggens.'Tot begin jaren negentig verdienden wij een redelijk salaris, maar daarna is het niet meer gestegen.' Ook dat veroorzaakt stress, geeft hij toe. Om zijn zaak draaiend te houden, werkt hij minimaal 55 uur in de week. 'Inclusief de vrije middag die ik sinds kort heb.'

     

Preventieprojecten
Er zijn ruim 3.500 praktiserende dierenartsen. Tweederde van hen heeft een eigen praktijk; de rest werkt in loondienst. Het gaat om artsen die gespecialiseerd zijn in huisdieren en dokters die zich richten op vee. Vroeger werd deze laatste groep veearts genoemd; inmiddels heten zij officieel dierenarts. Vijfhonderd artsen zijn 55plus. Onder de ouderen is het ziekteverzuim het grootst, aldus verzekeraar Movir. om de toenemende schadelast tegen te gaan begint Movir samen met de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) een preventieproject. Ook de andere grote speler op de markt voor zelfstandige medici, verzekeraar Interpolis, heeft zo'n project. Het ziekteverzuim is niet alleen hoog onder de ouderen; ook de jonge dierendokters zijn vaker ziek dan de doorsnee werknemer. Ouderen hebben vaker last van fysieke problemen, de jongeren meer van psychische klachten. 'Sommigen hebben verkeerde verwachtingen van het vak. Het is geen romantisch beroep waarbij je zielige beestjes beter maakt en weer de wei in stuurt. Je runt een bedrijf', zegt Ludo Hellebrekers van de KNMvD. Bovendien botst de werkwijze van de oude garde weleens met de wensen van de jongeren. Sommigen willen parttime werken, terwijl veel ouderen dit not done vinden. Het combineren van werk en privé blijkt voor jonge artsen veel stress op te leveren en leidt soms tot burn-outs. Ook willen de verzekeraars en de KNMvD de sfeer tussen de artsen verbeteren. Deze heeft door de concurrentie en de commercialisering nogal wat te lijden gehad, met ziekte tot gevolg.

 

Oorzaken van arbeidsongeschiktheid van dierenartsen in procenten

Versleten gewrichten en ledematen (55%)
Psychisch (23%)
Ongeval (15%)
Cardiologisch (12%)
Tumoren (5%)
Long en luchtwegen (4%)
Maag-darmkanaal (4%)
Zintuigen (4%)
Urogenitale stelstel (1%)
Huidaandoening (1%)
Infectieziekten (1%)
Anders (5%)