Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

 

Onderwerpen:

Muskusratten
Mollen
Europese Grondwet
Castratie biggen (8)
Dierproeven
Dieren die mensen beschermen
Zwerfkatten (4)

Muskusratten

Elk jaar lezen wij weer berichten in de krant over muskusratten, wélk een groot gevaar zij wel niet vormen voor onze dijken en oevers, hoe groot de noodzaak dan ook is deze dieren te bestrijden en dat er weér meer vangers bij moeten komen omdat men met het huidige aantal (bezoldigde!) vangers het werk niet aankan! Al jarenlang wordt door dierenorganisaties als de Faunabescherming, maar ook door Rechten voor al wat leeft, geageerd en geprotesteerd tegen deze grootschalige en geldverslindende vervolging van de muskusrat, omdat het een wrede en volkomen zinloze zaak is, immers:

  1. Door vangen en doden van dieren van een bepaalde soort wordt de populatie niet verkleind, maar eerder vergroot (juist als bij stadsduiven!)
  2. Er zijn afdoende alternatieven om dijken, oevers en slootkanten te beschermen tegen de graafactiviteiten van de muskusrat.
  3. De vangstmethoden (vallen, klemmen en fuiken) zijn bijzonder wreed, aangezien de dieren hierin bijna altijd een afschuwelijke verdrinkingsdood sterven.

Omdat het in ons land ondertussen om honderdduizenden muskusratten (plus vele duizenden bijvangsten van andere dieren) per jaar gaat die dit gruwelijke lot moeten ondergaan, willen wij in dit en in het volgende nummer hier eens extra aandacht aan besteden. Hierbij maken wij gebruik van een uitstekend gedocumenteerd en zeer informatief boekje van de Faunabescherming over alle aspecten van de muskusrattenbestrijding in Nederland. Met toestemming ontlenen wij informatie aan dit boekje en citeren enkele gedeelten eruit:

Iets over het dier zelf

In tegenstelling tot wat velen denken is de muskusrat geen rat maar een soort woelmuis en staat dichter bij soorten als marmot, hamster en bever dan bij de rat. De dieren leven in waterrijke gebieden en graven hun holen en gangenstelsels ("burchten") meestal in oevers langs het water. De ingangen liggen onder water, maar deze gangen lopen omhoog naar een of meer kamers, die boven de waterspiegel liggen. Waar geen graafmogelijkheid is, bouwen de dieren een vaak drijvend koepelnest van verscheidene plantendelen. Ook daar bevinden de ingangen zich onder water. Muskusrattenwijfjes kunnen per jaar 15 tot 32 jongen voortbrengen, die na ± vijf maanden zelf ook geslachtsrijp zijn. De dieren eten vnl. waterplanten en gras, maar ook wel zoetwatermosselen en rivierkreeften. Ze hebben natuurlijke vijanden zoals vos, bunzing, hermelijn, havik en bosuil.
Na introductie in Europa in 1905 (vanuit Noord-Amerika en Canada) werd in 1941 de eerste muskusrat in Nederland gevangen. Vanaf de zeventiger jaren komen ze overal in ons land voor.

Bestrijding

Sinds 1985 bestaat er een wet waarin staat dat elke provincie moet zorgen voor muskusrattenvangers in ambtelijke dienst. Sindsdien worden de dieren meedogenloos vervolgd en in steeds grotere aantallen gevangen. We citeren: "In 1980 waren dat er ruim 100.000 en dit liep gestaag op tot 300.000 in 2001 en tot zelfs 400.000 in 2003 en 2004. De grootste aantallen worden gevangen in de waterrijke provincies Friesland en Zuid-Holland. Aangezien de muskusratten ons land hebben gekoloniseerd vanaf de grenzen, werden in eerste instantie de meeste dieren gevangen in de provincies Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Groningen. Ondanks de zeer intensieve bestrijding heeft het dier vervolgens toch kans gezien ook de verst verwijderde provincie Noord-Holland te bereiken. In deze provincie werd in 1976 slechts één muskusrat gevangen, maar in 1981 was dat al opgelopen tot 588 en in 2003 werden er in deze provincie in totaal 3.365 gevangen!" Als we naast het jaarlijkse totaal aan gevangen muskusratten ook nog eens bedenken hoeveel andere dieren (o.a. waterhoentjes, meerkoeten, wilde eenden, kuifeenden, futen, dodaars, aalscholvers, bunzingen, hermelijnen, woelratten, bruine ratten, nertsen, kikkers, padden, rivierkreeften, snoeken en karpers) weliswaar onbedoeld, in de vallen, klemmen of fuiken de dood vinden, en waarvan de genoemde aantallen gebaseerd zijn op vrijwillige opgaven van de vangers zelf, dan blijkt het op landelijk niveau per jaar om vele duizenden maar misschien zelfs wel tienduizenden (vaak beschermde!) dieren te gaan, die we dan nog eens bij de 400.000 mogen optellen! Alleen al hierom zouden alternatieven moeten worden onderzocht!

Kosten

Landelijk wordt de laatste jaren circa 25 miljoen euro per jaar besteed aan de muskusrattenvangst. Bij 400.000 vangsten per jaar komt dat neer op zo'n 62,5 euro per dier! In 2002 was het totale aantal muskusrattenvangers in Nederland zo'n 400. Deze zijn in dienst van de provincies.
Het moge duidelijk zijn dat het vangen van muskusratten een lucratieve bezigheid is, en dat de vangers er absoluut geen belang bij hebben zichzelf overbodig te maken! Er bestaan geen betrouwbare cijfers over de aantallen werkelijk aanwezige muskusratten. Bovendien is het opmerkelijk dat, of de vangsten nu toe- of afnemen, de overheid het altijd ziet als een bewijs van de stelling dat de muskusrattenbestrijding succesvol is en dat de populatie minder wordt. We citeren: "De vangers hebben er belang bij hun baan tot in lengte van jaren te kunnen behouden. Door de muskusrattenbestrijding zelf wordt als doel gesteld om een bepaald aantal vangsten per uur te realiseren. Nogal arbitrair nemen zij aan dat bij één vangst per vier in het veld doorgebrachte uren de populatie onder controle is. De vangers zullen er hoe dan ook naar streven ongeveer op dat aantal vangsten per uur terecht te komen. Het is gemakkelijk en verleidelijk om de cijfers te manipuleren of het aantal vangmiddelen en/of controles aan te passen! Het gaat echter niet om het aantal dieren dat wordt gevangen, maar om het aantal dieren dat overblijft!"

Dierenleed

Over de wijze van vangen citeren wij:
"Muskusratten worden meestal gevangen met behulp van klemmen en vallen. Deze middelen zijn uitermate wreed. De klemmen worden onder water geplaatst bij de ingang van een burcht of op zogenaamde wissels, paadjes waarlangs de dieren zich door hun territorium verplaatsen. Deze klemmen doden de dieren vrijwel nooit direct vanwege de te geringe slagkracht. De gevangen muskusrat stikt of verdrinkt vervolgens pas na enkele minuten (of nog langer). Ook worden er gazen fuiken en inloopvallen gebruikt die onder water worden geplaatst. Wanneer hier een muskusrat inloopt of zwemt verdrinkt hij na ongeveer 7 minuten. Als deze vallen niet geheel onder water staan. bijvoorbeeld als gevolg van daling van de waterstand, komen de dieren niet om door verdrinking. Maar wanneer de vallen in dat geval niet regelmatig worden gecontroleerd sterven ze tenslotte toch door uitputting en onderkoeling. Er wordt naar gestreefd om de vangmiddelen voor muskusratten altijd geheel onder water te plaatsen. De reden hiervan is enerzijds dat de dieren dan verdrinken en niet levend worden aangetroffen. Anderzijds is het voordeel dat het publiek de apparaten dan niet ziet en er minder kans is dat ze worden gestolen of vernield.
Afgezien van het leed dat op deze manier aan de muskusratten zelf wordt aangedaan vormt de muskusrattenbestrijding ook een ernstige aantasting van de natuurwaarden van oevers langs sloten en rivieren. Door de aanwezigheid van de kooien en klemmen en de regelmatige controle ervan worden alle aanwezige dieren telkens weer verstoord en worden oevervegetaties vertrapt en beschadigd. Daarnaast vormen de zogenaamde bijvangsten (zie hiervoor onder het hoofd "Bestrijding"-red.) een aanslag op de natuurwaarden van deze gebieden."

(In ons volgende contactblad willen wij u verder informeren over de (vermeende) gevaren die muskusratten zouden vormen voor ons land (dijkdoorbraken, overstromingen en wat niet al!) Laten we in dat licht dan eens bedenken welk een bedreiging de mensheid zélf vormt voor het milieu: recente berichten geven aan dat, indien wij nu geen maatregelen nemen, reeds over enkele decennia het waterpeil zo hoog zal zijn gestegen dat onze dijken het water niet meer zullen kunnen tegenhouden en een groot deel van ons land van de kaart verdwenen zal zijn. En dat alles door ons eigen onverantwoord gedrag! -red.)

Mollen

Met ingang van 1 maart jl. is de mol weer vogelvrij verklaard. Het TV-journaal toonde hoe klemmen worden gezet in de gangen van de mol. We zagen een kerkhof waar in een gazon veel molshopen lagen. Om verzakkingen te voorkomen moet ook de mol dus weer te vuur en te zwaard worden bestreden. En natuurlijk is het enige wat `ongedierte"bestrijders dan kunnen bedenken (evenals bestrijders van muskusratten, stadsduiven, muizen, ratten en andere z.g. lastige dieren): vangen en doden. En ook bij mollen is dit "dweilen met de kraan open". Ook mollen planten zich zeer snel voort (hoe meer er gevangen worden, hoe sneller de voortplanting!). Vaak is een leeg gevangen territorium de volgende dag al weer bezet door mollen uit de buurt. Ook zijn de mollenklemmen niet bepaald niet diervriendelijk! Is de mol direct dood? Dat hangt er maar van af hoe het dier in de klem terecht komt!

Hoe kan het anders?
Molshopen op het gazon kan men het beste uit elkaar harken en verspreiden over het gras. Doe dit voorzichtig zodat het pas gegraven gangenstelsel eronder intact blijft. Anders ontstaat iets verderop weer een nieuwe molshoop! Mollen graven een groot gangenstelsel dat mede moet dienen als grote val voor wormen, larfjes etc. Eén mol eet per dag zo'n 100 wormen! Dat is de helft van z'n eigen gewicht. Is het gangenstelsel klaar en blijft het intact, dan zal er in principe geen nieuwe molshoop bijkomen.

Bollen tegen mollen
Er bestaan ook manieren om mollen uit het terrein weg te houden. In dit verband willen we Luchthaven Schiphol toch eens een pluim op de hoed steken, want in het blad Lost-Vast 1-2005 (vakblad voor hondentrainers) lazen we een bericht, dat we gedeeltelijk letterlijk voor u overnemen:

"Schiphol zet bloembollen in voor vliegveiligheid.
Luchthaven Schiphol zet bloembollen in om de vliegveiligheid te verhogen. In de velden rond de kop van de Polderbaan zijn bij wijze van proef bloembollen van narcissen en keizerskronen gepoot. Deze bloemen verspreiden een geur waar muizen en mollen niet van houden. Die muizen trekken weer roofvogels en reigers aan die een gevaar kunnen vormen voor startende en landende vliegtuigen. Schiphol hoopt dat muizen en mollen voortaan wegblijven van de landingsbaan, waardoor ook reigers en roofvogels niet meer in die buurt rondvliegen. "Het is bekend dat dit werkt", verklaarde een woordvoerster. Vorig jaar waren er op de luchthaven drie vogelaanvaringen per 10.000 vluchten. Als de proef slaagt, komen er mogelijk ook bloembollen naast andere banen".

Europese grondwet

Als u in juni a.s. voor de Europese Grondwet stemt, weet dan dat u stemt voor grondwettelijke bescherming van allerlei culturele en religieuze tradities in Europa waar dieren de dupe van zijn, zoals ritueel slachten, stierengevechten en mishandeling van dieren t.g.v. religieuze feesten etc. Als dieren u aan het hart gaan, stemt u dan ALSTUBLIEFT tégen de Europese Grondwet!!!

Castratie biggen

Ruim dertig jaar! ageren wij al tegen het onverdoofd castreren van biggen. In de afgelopen jaren hebben wij u regelmatig via ons contactblad gemeld wat wij hieraan hebben gedaan. Sinds op herhaaldelijk aandringen van Rechten voor al wat leeft (gedurende bijna drie jaar! 1996-1998) de Kon. Ned. Maatschappij voor Diergeneeskunde eindelijk stelling durfde te nemen (men moest uiteindelijk wel!) tegen deze zéér pijnlijke ingreep en een nota hierover uitbracht en wij met deze nota aan het werk zijn gegaan, is dit onderwerp steeds meer onderwerp van discussie geworden. Ook de EFSA, de wetenschappelijke commissie van de EU, heeft er inmiddels een rapport over opgesteld, waarin diverse alternatieven worden aangedragen. U hebt daarover kunnen lezen in ons contactblad van oktober 2004, waarin wij in een brief aan de landbouwminister refereerden aan dit EFSA-rapport. Dat er thans in allerlei landbouwkringen en dierenorganisaties over wordt gesproken en gepubliceerd is één ding. Maar of er nu ook werkelijk iets gaat veranderen is een tweede!

Op onze brief aan de minister, die u in ons oktobernummer hebt kunnen lezen, hebben wij een zeer uitvoerig maar toch weer teleurstellend antwoord ontvangen: "Hoe vervelend het ook is voor het snel dichterbij brengen van een oplossing, kan ik niet anders dan constateren dat dit onderzoeksrapport (van de EFSA-red.) onvoldoende handvatten biedt voor het nu formuleren van een alternatief", schrijft de minister. Wel belooft hij: "Bij de Europese Commissie ga ik prioriteit vragen voor het vinden van een oplossing opdat het onverdoofd castreren zo snel mogelijk kan worden verboden. Voor het vinden van die oplossing is mede vervolgonderzoek nodig op het EFSA-rapport. Zowel nationaal als in EU-verband zal ik aandringen op het initiëren van dat benodigde vervolgonderzoek". Tot zover het antwoord van de minister, waarin hij tevens benadrukte dat zijn "streven er wel op is gericht het onverdoofd castreren uit te bannen, maar zoals gezegd dan op Europees niveau".

Symposium
Inmiddels werd op 14 januari van dit jaar tijdens een mini-symposium (op nationale schaal) in het Ministerie van LNV door een Werkgroep Alternatieven voor het castreren van varkens een eindrapport aangeboden waarin alle alternatieven nog eens op een rij waren gezet, mét de (on)mogelijkheden om deze alternatieven, al of niet in combinatie met elkaar, op termijn in de praktijk te gaan toepassen. De plannen variëren van helemaal niet castreren (is voorlopig - zo is de conclusie van het rapport- geen optie vanwege het toch te grote risico op berengeur aan het vlees) en immuno-sterilisatie tot het castreren met verdoving (hetgeen de pijn wel iets verzacht maar nog lang niet wegneemt, zéker niet de napijn!)

Verwacht wordt dat het hele castreren in 2009 niet meer nodig zal zijn. Hiervoor zullen nog diverse onderzoeken en maatregelen nodig zijn. Hopelijk zal dan de berengeur voorkomen kunnen worden door:

  1. Een combinatie van maatregelen, o.a. op het gebied van fokkerij en slachtleeftijd. Belangrijke voorwaarde is dan wel dat detectie aan de slachtlijn (controle op berengeur bij varkenskarkassen m.b.v. detectie-apparatuur) waterdicht is. (In Denemarken is hier destijds onderzoek mee gedaan, maar toen bleek dat Duitsland toch geen ongecastreerde varkens wilde afnemen vonden de Denen verder onderzoek nutteloos en hebben het stopgezet. Vandaar ook het onwrikbare standpunt van de minister dat afschaffen van castratie alleen in Europees verband kan, omdat we aan die ellendige export vastzitten! Zouden we voor 2009 wel alle Europese neuzen dezelfde kant opkrijgen? Deze verwachting lijkt ons dan ook ietwat optimistisch!-red.)
  2. Een tweede mogelijkheid is de immunosterilisatie, waarbij de mannelijke biggen twee keer worden gevaccineerd (op de leeftijd van 10 en 18 weken). Deze methode is absoluut veilig voor de consument, want op de slachtleeftijd is het vaccin geheel uit het lichaam van het varken verdwenen. Voor het toepassen van deze methode zal er bij de consument eerst veel (onnodige) weerstand moeten worden weggenomen. Verwacht wordt dat ook deze methode in 2009 praktijkrijp is. (Wel, wij durven het alleen maar te hopen! -red.)
    De werkgroep heeft voorgesteld dat varkenshouders vanaf 2006 op vrijwillige basis(!) een plaatselijke verdoving toepassen voor het castreren. Dit als overbruggingsmogelijkheid tot de totale afschaffing in (hopelijk) 2009. Momenteel wordt met een verdoving geëxperimenteerd. Als de resultaten goed zijn, zou de overheid dit verplicht moeten stellen, want hoe kan men nu verwachten dat men vrijwillig voor een werkwijze kiest die én meer tijd én meer geld kost!

Dierproeven

In Trouw van 17 februari jl. lazen we het opzienbarende bericht dat, als men het lichaam van een oude muis aansluit op de bloedsomloop van een jonge muis, de oude muis a.h.w. een verjongingskuur ondergaat. "Krakkemikkige spieren krijgen dan een facelift", aldus Trouw. Het bericht was afkomstig uit het Amerikaanse blad "Nature", en het onderzoek was door Amerikaanse onderzoekers verricht. Het komt erop neer dat twee dieren samen eén bloedsomloop delen, zoals dat ook bij veel Siamese tweelingen voorkomt. Twee factoren zorgen voor de "facelift" van de oude muis: eiwitten in het bloed van de jonge muis stimuleren de stamcellen van de oude muis tot het vernieuwen van beschadigde weefsels; de stamcelien op hun beurt worden in deze wederopbouw niet langer gehinderd door remmende stoffen uit het bloed van de oude muis zelf.
Wij vragen ons af wat de onderzoekers voor hebben met deze dierproef. Is het soms de bedoeling om de ouder wordende mens een "facelift" te bezorgen door zijn/haar lichaam aan te sluiten op de bloedsomloop van een klein kind? Of zien wij dat te simpel? Zijn wij leken té dom om de hogere gedachte achter dergelijke proeven te doorgronden? Eén van de eiwitten die zo'n stimulerende rol zouden spelen is het delta-eiwit. "Sportfysiologen zien in dit eiwit daarom een toekomstige doping-kandidaat", aldus Trouw.

Dieren die mensen beschermen

Ja, u leest het goed, we hebben het niet verkeerd omgezet: niet mensen die dieren, maar dieren die mensen beschermen! Er wordt vaak gezegd dat dieren niet het vermogen hebben zich in te leven in, en mee te leven met andere schepselen. Hieronder laten wij letterlijk een artikel uit het Noordhollands Dagblad van 24 november 2004 volgen: "Groep dolfijnen beschermt zwemmers tegen haai" Whangarei - Een groep dolfijnen heeft vier Nieuw-Zeelandse zwemmers beschermd tegen een aanval van een grote witte haai. De dieren vormden volgens Nieuw-Zeelandse media gisteren veertig minuten lang een cirkel rond zwemmers, zodat de haai hen niet kon bereiken. De vier leden van een reddingsbrigade oefenden honderd meter uit de noordoostelijke kust van het Noordereiland, toen de dolfijnen met hoge snelheid op hen afzwommen en het viertal bijeendreven. "Ze duwden ons tegen elkaar aan door in nauwe cirkels rond ons te zwemmen". aldus Rob Howe. Toen hij probeerde naar het strand te komen stuurden twee grotere dolfijnen hem terug. Pas toen zag Rob Howe waarom. Een drie meter lange haai zwom twee meter onder het wateroppervlak op hen af. "Ik deinsde terug. Het dier was maar een meter of twee van me vandaan, het water was kristalhelder." Het incident vond al drie weken geleden plaats, maar de zwemmers wilden het eerst voorleggen aan deskundigen. Een wetenschapper meent dat de reactie van de dolfijnen, die haaien in geval van dreiging ook wel aanvallen, normaal is. "Ze helpen vaker de hulpelozen."

Zwerfkatten

Het is al weer enige tijd geleden dat wij voor het laatst iets over de twee door ons gesteunde zwerfkattenprojecten hebben geschreven waar velen van u vorig jaar zo royaal geld voor hebben overgemaakt. We kunnen melden dat deze projecten zeér succesvol verlopen! Helaas kunnen we niet de gemeentes noemen waar beide projecten plaatsvinden. De reden hiervan is dat, wanneer mensen met verkeerde bedoelingen (als ze bijv. van hun kat afwillen) dit lezen, zij hun dieren eveneens naar deze plek gaan brengen om ze te dumpen. Zelfs moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat er kattenhaters zijn die de dieren willen vergiftigen. Men weet maar nooit wie dit contactblad in handen krijgt en het op een verkeerde manier gaat gebruiken. Daarom houden wij deze locaties geheim. Vandaar ook dat de mensen die dit werk doen nooit via de pers bekendheid hieraan kunnen geven om donateurs te werven. Dit zou gewoon vragen om moeilijkheden zijn.

In de gemeente waar vorig jaar nog sprake was van één bedrijventerrein waar katten waren gevangen, gecastreerd/gesteriliseerd en nog steeds worden verzorgd (er staat ook een "kattenhuis", d.w.z. een ingerichte bouwkeet - zie ons januarinummer 2004) en waar nu al vijf jaar geen jonge katjes meer zijn geboren!, is het werk nu uitgebreid tot vijf bedrijventerreinen! Deze gemeente ligt namelijk in een groot industriegebied. Op één van de vier nieuwe terreinen vinden ook geen geboortes meer plaats. Er staan op de vijf bedrijventerreinen inmiddels vier kattenhuizen, en met een vijfde is men bezig. Eén ervan ziet u op de foto. In totaal worden hier zo'n 75 katten gevoerd en verzorgd. Ze worden allemaal gecastreerd/gesteriliseerd, hebben nu bijna allemaal een veilig en droog onderkomen, wat toch wel geweldig belangrijk is, zeker gezien de kou en sneeuw van de afgelopen maand! Voldoende mandjes en doosjes bekleed met vetkleed (een synthetisch namaak schapenvacht, uitermate geschikt voor dit doel!) zorgen ervoor dat de dieren ook in de winter in hun 'kattenhuis' warm kunnen liggen en slapen.
Een mooie bijkomstigheid is dat in dit gebied (als enige in Nederland) geén zwerfkatten meer mogen worden bejaagd. (Helaas is dat in de rest van Nederland wel zo!) Hoe deze mensen dat voor elkaar hebben gekregen? Wel, alle katten zijn gechipt, en aan de provincie is gezegd dat deze dieren alle het eigendom zijn van de betrokken bedrijven, en dat deze katten bovendien een zeer nuttige functie vervullen, namelijk de muizen weghouden op deze vijf bedrijventerreinen. Ze hebben de status "bedrijfskatten" gekregen! Ook het verbod om onvruchtbaar-gemaakte zwerfkatten weer terug te zetten is op deze manier prachtig omzeild: alle 75 katten verblijven daar volkomen legaal!

Van de kattenverzorgers van het andere project dat wij steunen, en waarvan u in ons julinummer 2004 een foto zag van de blokhut die als onderkomen dient voor de zwerfkatten aldaar, ontvingen wij een brief waaruit wij enkele gedeelten overnemen: "Vorig jaar heeft de kittenopvang waar wij mee samenwerken tegen de honderd kittens opgevangen die allemaal een nieuw en goed tehuis hebben gekregen. Het seizoen begon vroeg voor de kittenopvang, want wij gingen actief 'de boer op'. Ons bekende adressen (veelal boerderijen en kwekerijen) waar jaarlijks vele kittens worden geboren, konden we benaderen om onze diensten aan te bieden om de katten te vangen en te laten castreren/steriliseren in plaats van af te wachten wanneer de verwilderde kittens tevoorschijn zouden komen uit stal, schuur of kas. Natuurlijk waren er weer poezen drachtig of reeds bevallen en zo kwamen vroeg in het jaar de eerste kittens van de 97 in de kittenopvang, en later bij een nieuwe eigenaar. Vooral schuwe boerenzwerfkatten zijn een probleem, omdat die hun kittens op verborgen plekken houden, en juist daar zijn we natuurlijk voor in de weer. Maar het is goed te weten dat de jonge katjes daarna zo gewenst zijn door de mensen die bij ons komen op zoek naar een huisdier. Bij die mensen zijn ze welkom en dat houdt ons vol goede moed.
Er doen zich vaak problematische situaties voor, zoals verdwaalde of in de steek gelaten huiskatten. Ook dan proberen wij te helpen. Elk jaar weer worden moederpoezen met kittens ontdekt op verlaten plekken waar ze een onderkomen vonden voor de bevalling. Sommige eigenaren gaan nog op zoek, maar vaak worden de diertjes niet eens gezocht en belanden ze in het asiel. Een verhaal met een goede afloop gaat over de kat Cheeta die ruim een half jaar werd gezocht door haar eigenaar en die ver van huis beschutting had gevonden onder een barak bij het spoor, vanwaar ze op een verlaten groene strook kon komen om op muizen te jagen. Altijd met mijn blik in de verte voor iets wat niet hoort, zag ik het dier. De eigenaar haalde haar meteen `s avonds op, maar belde de volgende ochtend vroeg verontrust op: ze had aan de kat gezien dat ze jongen zoogde! Ons advies was: direct terugzetten en wachten tot de kleintjes tevoorschijn zouden komen. Tweemaal per dag gingen de mensen haar voeren en we zetten een overdekte doos voor haar klaar in de hoop dat ze het nest erin zou leggen, maar dat deed ze niet. We hebben de kittens, toen ze eenmaal gezien waren, één voor één gevangen en het gezin van de inmiddels onvruchtbaar gemaakte Cheeta blijft nu veilig bij haar baasje. We hebben op dit moment 37 katten onder onze hoede die allemaal `geholpen' zijn, en die elke dag door ons worden gevoerd. Ze leven in drie groepen, op plekken die op enige afstand van elkaar liggen. Soms voegen zich enkele andere katten bij een van de groepjes. Als ze tam zijn vangen wij ze en brengen ze naar het asiel, in de hoop dat ze weer bij de eigenaar terugkomen. Maar soms zijn het ook `overtollige' katten van boerderijen of kwekerijen. Ze zijn daar geboren en gaan de omgeving verkennen. Zo krijgt de omgeving last van zwerfkatten. Dan wordt het dus weer vangen en naar de dierenarts, terugzetten en verzorgen.

Tot zover de brief. Men vroeg ons een oproep te plaatsen voor een katje dat één pootje mist en een schuwe kat die mank loopt. Voor beide dieren zoeken wij een buitenplek waar ze tevens goed worden verzorgd. Ze mogen namelijk niet worden teruggezet. Wie meldt zich aan?
En u weet het: Natuurlijk blijft ons gironummer 55677 open staan voor een extra gift voor hulp aan al deze zwerfkatten! Wij willen graag deze twee projecten blijven steunen, zowel het verzorgen en voeden van de huidige kattenkolonies, als wel het voorkomen van veel dierenleed door géén jongen meer geboren te laten worden.

HELP MEE DIERENLEED TE VOORKOMEN!