Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Kamervragen n.a.v. hoorzitting
Ritueel slachten (6)
Dierenwelzijn in regeerakkoord
Weet u nog...?
Duivenoverlast en duiventillenprojecten (5)
Het doden van paling (4)
Barcelona deelt doodsteek uit aan corrida

   

Kamervragen n.a.v. hoorzitting
In ons vorige contactblad deden we verslag van de hoorzitting in de Tweede Kamer op initiatief van Groen Links en St. Varkens in Nood over het thema "Toezicht en handhaving dierenwelzijn". Zoals u hebt kunnen lezen deden tijdens deze hoorzitting drie oud-inspecteurs een boekje open over hun slechte ervaringen betreffende het overheidstoezicht in slachterijen en op veemarkten en veehouderijen. Naar aanleiding van hetgeen naar voren werd gebracht zijn door een aantal kamerleden (dhr W. Duyvendak van Groen Links, mevr. K. van Velzen van de SP, dhr H.E. Waalkens van de PvdA en dhr B. van der Ham van D66) vragen gesteld aan de minister van LNV, toen nog dhr C.P. Veerman.
In het kort willen we hieronder de belangrijkste vragen laten volgen mét de bijbehorende (zoals gewoonlijk nietszeggende) cliché-antwoorden van de minister daarop:

Pluimveeslachterijen
Een aantal vragen betrof de misstanden in pluimveeslachterijen, zoals o.a. de afwezigheid van ampère-meters, waardoor controle op de minimale, wettelijk-verplichte stroomsterkte (100 Volt) bij de bedwelming d.m.v. de elektrische waterbadmethode ónmogelijk is, en over de eventuele bereidheid van de minister tot een landelijke inventarisatie van de gebruikte stroomsterkte hierbij.
De minister antwoordde hierop opdracht te hebben gegeven te onderzoeken of de pluimveeslachterijen zich inderdaad niet aan het minimum voltage hielden. Maar de minister stelde in zijn antwoord op voorhand al dat Nederland op dit gebied voldoet aan de EU-voorschriften. Hierbij refereerde hij aan een inspectie door een onderzoeksteam van de Europese Commissie in juni 2006, waarbij "geen onregelmatigheden bij het bedwelmen van kippen zouden zijn geconstateerd". (Geen wonder: bij een te laag voltage hangen de kippen praktisch bewegingloos aan de slachthaken; het líjkt dan of ze bewusteloos zijn, maar ze zijn verlamd en bij vol bewustzijn - red.)

CO2-gasbedwelming bij slachtvarkens
Andere vragen betroffen de CO2-gasbedwelming bij varkens, zoals o.a. bij Vion, en over de ónmogelijkheid te controleren of er wordt voldaan aan de wettelijke eis dat "de dieren elke vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden wordt bespaard". Het vergassingsproces voltrekt zich immers meters diep onder de grond, en kan door het ontbreken van bijvoorbeeld camera-toezicht, een raam of een inspectieluik níet door controleurs worden gadegeslagen. (Volgens deskundigen raken de dieren na toediening van CO2-gas in paniek, krijgen ademnood en stikken uiteindelijk).
Het antwoord van de minister hierop was, dat volgens de Europese richtlijnen het is toegestaan behalve elektrische ook CO2-gasbedwelming toe te passen bij varkens. De Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) houdt toezicht op naleving van de voorschriften, zoals de juiste concentratie CO2, een blootstellingsduur aan het gas van minstens één minuut, en het steken van de varkens binnen 30 seconden na het verlaten van de bedwelmingsruimte om de dieren te verbloeden, en dat alles zou voldoende garantie bieden dat aan bovengenoemde wettelijke eis wordt voldaan.
Toch zegde de minister toe dat hij de noodzakelijkheid om de dieren tijdens het vergassingsproces te kunnen zien zou voorleggen aan een Europese werkgroep van wetenschappers die zich momenteel juist bezighielden met evaluatie en beoordeling van de betreffende Europese richtlijn.
Bij de beantwoording van de vraag van de kamerleden wat de minister ervan vond dat bedwelmingsexperts de CO2-methode als dierónvriendelijk beschouwen vanwege de lange doodsstrijd die er het gevolg van is, verschool de minister zich wederom achter de EU-regels, die deze methode immers toestaan. Hij zag zelfs als voordeel van de CO2-bedwelming boven de elektrische methode dat de varkens in groepen bij elkaar bleven, waardoor stress en aantasting van het dierenwelzijn zou worden voorkomen! ONVOORSTELBAAR!
Op basis van de EU-regelgeving ziet de minister dan ook geen aanleiding de gasmethode te verbieden.

Onbedwelmd ritueel slachten
Ook werden er vragen gesteld met betrekking tot het onbedwelmd ritueel slachten, ook voor export naar het buitenland. In zijn antwoorden liet de minister weten dat het "op basis van het grondrecht op godsdienstvrijheid is toegestaan dieren te slachten volgens de religieuze ritus." "Het mag daarbij in mijn ogen niet uitmaken", aldus de minister, "of het vlees naar een Joodse of Islamitische gemeenschap in Nederland of in het buitenland gaat." (En dit horen we nu al meer dan 30 jaar! - red.)

En hoe nu verder?
Wij zijn zeer benieuwd wat de volgende stap van de betreffende kamerleden zal zijn, én van de initiators van de hoorzitting, want dat er zaken in de doofpot worden gehouden en de minister zich tegen beter weten in verschuilt achter de EU-regels is wel duidelijk! Léve de Europese Unie!!
In het blad 'BOERDERIJ' van 6 maart 2007 lazen we het volgende bericht:
"Slachten bij Vion zaak voor ombudsman - Over het bedwelmen van varkens met CO2 bij Vion heeft de Stichting Dier en Recht een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman. De stichting heeft de VWA (zie hierboven bij antwoord van de minister over CO2-gasbedwelming) gevraagd  controle uit te oefenen op de bedwelming, maar de voedselautoriteit weigert te reageren."

   

Ritueel slachten

Tot voor kort hadden we in Nederland de Vleeskeuringswet. Daarin stond o.a. dat het onbedwelmd ritueel slachten alleen was toegestaan onder direct toezicht van een controlerend ambtenaar. Helaas is de Vleeskeuringswet verdwenen en daarmee dit belangrijke voorschrift. Tegenwoordig is het zo dat door de VWA (Voedsel- en Waren Autoriteit)  steekproefsgewijze toezicht wordt uitgeoefend. Rechten voor al wat leeft is sowieso al faliekant tégen het onbedwelmd slachten zoals u weet, maar als dan ook nog meestentijds het zo belangrijke directe toezicht ontbreekt, dan vinden wij dat absoluut ónacceptabel. Dit was voor ons dan ook aanleiding maar weer eens (de zoveelste keer) te schrijven aan de nieuwe minister van Landbouw én aan de leden van de Vaste Tweede Kamercommissie voor de Landbouw. Wij schreven het volgende:

"Hierbij willen wij u een verzoek dan wel een voorstel voorleggen over een onderwerp waar zéér veel nederlanders zich al vele jaren lang aan ergeren. Het betreft het volgende:
Thans is in het Besluit Ritueel Slachten geregeld dat er volgens de joodse en islamitische ritus geslacht mag worden.
Rechten voor al wat leeft is van mening dat het slachten zonder voorafgaande bedwelming niet meer past in de huidige samenleving; met ritueel slachten gaan wij akkoord, maar dan wel ná een moderne en effectieve bedwelmingsmethode.(Er zijn diverse methoden voorhanden). Dan zou ook een van onze grootste problemen komen te vervallen, namelijk dat bij de huidige praktijken absoluut niet gewaarborgd is dat vlees van zowel joods als islamitisch onbedwelmd geslachte dieren niet in de reguliere handel terecht komt waar het als zodanig niet herkenbaar is!

De laatste tientallen jaren zijn diverse gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van verschillende moslimgroeperingen, en steeds bleek dat het merendeel van hen wel akkoord wilde gaan met een bedwelming voorafgaande aan het ritueel slachten. Dat dit (nog) nooit van de grond is gekomen komt naar onze mening door het expliciet in de wet blijven toestaan van onbedwelmd slachten.
Wat ons ook een doorn in het oog is, is het feit dat sinds het verdwijnen van de Vleeskeuringswet ook zelfs het voorschrift van het vereiste directe toezicht bij het toebrengen van de halssnede is verdwenen, en dat er nu wordt volstaan met steekproefsgewijs toezicht.

In afwachting van een definitief verbod voor onbedwelmd slachten (zoals dit al sinds jaar en dag in Zwitserland, IJsland, Noorwegen, Zweden en Finland van kracht is) dient er ons inziens het volgende geregeld te worden:

  1. De volgens joodse ritus geslachte dieren dienen uitsluitend te worden bestemd voor de betreffende doelgroep: de joodse gemeenschap; de dieren en delen van dieren die worden afgekeurd volgens de joodse riten dienen dan ook niet alsnog in het reguliere vleescircuit terecht te komen, maar net zoals het afgekeurde nederlandse vlees ter destructie te worden bestemd.
  2. De reguliere islamitische slachtingen dienen plaats te vinden na een voorafgaande (eventueel reversibele) bedwelming. Alleen in (zeer) uitzonderlijke situaties (bijvoorbeeld het offerfeest of bij een geboorte) zou (voorlopig) toestemming kunnen worden verleend voor het onbedwelmd ritueel slachten. In dergelijke situaties is namelijk ook altijd gewaarborgd dat vlees van deze dieren niet in het reguliere circuit terecht komt, hetgeen bij de rituele slacht voor de dagelijkse consumptie wél het geval is.

Vlees van dieren die na een effectieve bedwelming volgens de islamitische ritus zijn geslacht zou desnoods ook in het reguliere vleescircuit kunnen worden verhandeld.
Vlees van dieren die ónbedwelmd zijn geslacht dient door merking duidelijk als zodanig herkenbaar te zijn; dit geldt zéker ook voor ingevoerd vlees vanuit het buitenland.

En tenslotte: Zolang er nog ónbedwelmd ritueel wordt geslacht, dient dit uitsluitend te gebeuren in aanwezigheid van een controlerend ambtenaar.
Wij wachten uw reactie af."

   

Dierenwelzijn in regeerakkoord
Voor het eerst in de geschiedenis is in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet een ruime passage gewijd aan dierenwelzijn. Het kan geen toeval zijn dat dit samenvalt met het feit dat, ook voor het eerst in de geschiedenis, een Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd. Het eerste feit zal ontstaan zijn onder druk van het tweede. Geen enkele andere politieke partij zou uit zichzelf een plaats voor het dier inruimen in een regeerakkoord. De volgende afspraken zijn gemaakt:

  1. Dit jaar nog zal een Nota Dierenwelzijnsbeleid uitkomen, die het beleid voor verbeteringen uitwerkt.
  2. Er zal krachtig worden gestreefd naar aanscherping van wettelijke eisen in Europees verband.
  3. Innovaties en investeringen in diervriendelijke systemen zullen krachtig worden gestimuleerd.
  4. De consument zal worden gestimuleerd tot het kopen van diervriendelijke producten.
  5. Er zal steun komen voor investeringen in diervriendelijke systemen die verder gaan dan de wettelijke eisen.
  6. Dierenmishandelaars kunnen rekenen op strengere straffen en een verbod op het houden van dieren.
  7. Er zal een strengere controle komen op naleving van regels voor dierenbescherming en dierenwelzijn.

Natuurlijk zijn we verheugd over deze afspraken, maar wel met een héél grote slag om de arm! Immers:

Nota Dierenwelzijnsbeleid (1)
In het verleden zijn door diverse kabinetten al diverse dierenwelzijnsnota's uitgebracht. Tot nu toe hebben de dieren hier nog maar weinig of helemaal niets van mogen merken. Wat zal de zoveelste nota brengen?
Aanscherping Europese regels (2)

Tot nu toe heeft het Nederlandse kabinet zich alleen maar braaf verscholen achter de (magere) Europese dierenwelzijnsregels. Dat "krachtige streven" moet eerst maar eens in "krachtige daden" worden omgezet. We wachten dan ook met spanning af of Nederland krachtig genoeg is om in Europees verband iets te bereiken.

Diervriendelijke systemen (3)
Bij het woord 'systemen' denken wij niet alleen aan huisvestingssystemen, maar ook aan systemen om bijvoorbeeld het doden van vissen, zowel in visverwerkingsbedrijven als op de vissersschepen, fatsoenlijker te laten verlopen!  Hoe "krachtig" zal dat gestimuleerd gaan worden? En het op een mildere manier bedwelmen en doden van kippen en varkens? En volgens welk "diervriendelijk" systeem zal het rituele slachten in de toekomst gaan plaatsvinden? En met welk systeem gaat men straks het probleem van de berengeur van varkens oplossen zonder te castreren? Hier zijn wij zéér benieuwd naar!

Consument (4)
Hoe wil men de consument gaan stimuleren diervriendelijke producten te kopen zolang het prijsverschil met de dierónvriendelijke producten in het schap ernaast té groot blijft? De overheid kan dan stimuleren wat zij wil, maar de consument blijft wel baas over de eigen portemonnee. De overheid zou de consument niet alleen op biologische producten moeten wijzen, maar ook op de minder dure níet-biologische scharrelproducten die tóch diervriendelijk zijn. De overheid zou zich moeten inspannen de toename van het aantal verkooppunten van deze minder dure producten te bevorderen.

Diervriendelijker dan de wet (5)
Zou het niet beter zijn de wettelijke eisen hoger te stellen in plaats van alleen diegenen te steunen die verder gaan dan de wet?

Strengere straffen voor dierenmishandelaars (6)
Dat zou prima zijn, maar zolang in heel veel gevallen de politie ónwelwillend is in het opnemen van een aangifte als het om dierenmishandeling gaat, zullen eerst politie én justitie dit soort zaken serieuzer moeten gaan nemen!

Controle op naleving regels (7)
Ja, en dan denken wij aan het overheidstoezicht op veehouderijen, veemarkten en slachterijen, dat tot nu toe wel heel veel te wensen overlaat! De laatste jaren is alleen maar sprake van inkrimping van controle-apparaten, zoals de VWA (Voedsel- en Waren Autoriteit) van het Ministerie van LNV, waardoor er bijvoorbeeld bij het onbedwelmd ritueel slachten i.p.v. permanente, directe controle alleen nog maar steekproefsgewijs toezicht is, hetgeen een grote schande is!

U zult begrijpen dat wij erg sceptisch zijn! Wij zijn dan ook zeér benieuwd hoe het Kabinet al deze afspraken gaat invullen én waarmaken! Waar wij kunnen zullen wij de minister en de kamerleden hierop aanspreken.

   

Weet u nog....?
...dat wij op 31 oktober 2006 een brief schreven aan Tweede-Kamerlid Henk Jan Ormel, CDA-woordvoerder LNV? U hebt deze brief, die ging over het castreren van biggen en het onbedwelmd ritueel slachten, in ons vorige contactblad kunnen lezen. Enkele dagen nadat wij de brief hadden verzonden, kregen wij een telefoontje van een medewerkster van dhr Ormel, met de mededeling dat dhr Ormel het op dit moment erg druk had, maar "als het wat rustiger is zal hij u direct inhoudelijk antwoorden".  Toen wij na drie maanden nog steeds geen antwoord hadden ontvangen, hebben wij op 5 februari jl. o.a. het volgende geschreven:
"Wij zijn inmiddels al weer meer dan drie maanden verder, en tot nu toe hebben wij, zéér tot onze teleurstelling, nog steeds geen antwoord van u mogen ontvangen! Het zó lang wachten met een inhoudelijke reactie achten wij zéker niet in overeenstemming met de zo hoog in het vaandel van het CDA gevoerde normen en waarden! (Datzelfde geldt o.i. overigens ook voor het ergerlijke, bijna provocerende optreden van uw fractiegenote mevr. A. Schreijer-Pierik enige tijd geleden voor de televisie, waarin zij vol trots mededeelde dat zij wel hónderd biggen per uur kon castreren! Bijna provocerend omdat mevr. Schreijer weet dat een zeer grote groep in onze samenleving zich bepaald ongelukkig voelt over deze marteling!)
Hoe dan ook, wij wachten alsnog uw spoedige inhoudelijke antwoord af, dat ons bovendien door uw medewerkster daags na uw ontvangst van onze brief telefonisch werd toegezegd."

Wat schetst onze verbazing toen wij  enkele weken later weer werden opgebeld door dezelfde medewerkster, waarin zij ons uitnodigde voor een gesprek met dhr Ormel in Den Haag! Dhr Ormel had het zó druk, hij had geen tijd om onze brief schriftelijk te beantwoorden! Ons antwoord was, dat wij hier niet op in gingen. Immers, ónze tijd is ook zeér beperkt, en met een reis naar Den Haag, dan een gesprek en dan weer een reis terug zijn wij zo ongeveer een hele dag kwijt. Bovendien, zo zeiden wij, leek het ons toe dat, gezien het tijdgebrek van dhr Ormel, hij minder tijd nodig zou hebben om onze brief schriftelijk te beantwoorden dan een heel gesprek met ons te voeren. En mede omdat wij onze achterban willen informeren, zouden wij alsnog gaarne een tastbaar, dus schriftelijk antwoord van de heer Ormel willen ontvangen! (U zult begrijpen dat wij ons niet met een kluitje in het riet laten sturen: een vriendelijk gesprekje, waarvan wij niets op papier zouden krijgen, en waar wij de heer Ormel nooit meer op zouden kunnen aanspreken! En dit alles omdat dhr Ormel het blijkbaar erg lastig en riskant vindt een klip-en-klaar antwoord op papier te zetten! - red.)

   

Duivenoverlast en duiventillenprojecten
Het is al weer enige tijd geleden dat we hierover schreven, en omdat in dit project goede voortgang wordt gemaakt hebben we aan Marleen Drijgers, oprichtster van de Landelijke Werkgroep Duivenoverlast en initiator en motor achter dit project, gevraagd voor ons contactblad een artikel te schrijven waarin we o.a. kunnen lezen wat de huidige stand van zaken is m.b.t. de duiventillen. We laten haar hieronder graag aan het woord:

In elke stad leven verwilderde duiven en ze worden niet voor niets stadsduiven genoemd. Ze zitten niet in bomen en men ziet ze niet in het bos. Stadsduiven zijn tijdens wedvluchten verdwaalde postduiven of de nakomelingen daarvan. Om de poten van sommige van hen zijn de metalen of kunststof ringen aanwezig, die bewijzen dat ze als postduif van een postduivenhouder werden geboren.
Postduiven - en dus ook stadsduiven - zijn nog altijd genetisch identiek aan de oorspronkelijke, wilde rotsduiven, die van nature graag op een stenen ondergrond leven. Huizen en gebouwen voorzien voor stadsduiven in het gemis aan ruwe rotsen. Monumentale panden met veel ornamenten, nissen en richels zijn favoriet. Maar hieraan kleeft letterlijk een bezwaar. Als een groep duiven zich op een aantrekkelijk gebouw vestigt, kunnen hun uitwerpselen en door nesten verstopte afvoeren een probleem vormen.
Niet alle stadsduiven veroorzaken overlast. Sommige mensen vinden het juist leuk als er koppeltjes minnekozende duiven in de dakgoot zitten, terwijl anderen zich groen en geel ergeren aan het zachte gekoer van één duif. Er zijn mensen die ze voeren, en mensen die ze wegjagen. Stadsduiven zijn echter niet weg te denken uit de stad.

Betrekkelijk nieuw is de manier om overlast van stadsduiven vanuit twee invalshoeken aan te pakken. Het gaat dan enerzijds om wering van duiven door vakkundig draden, pennen en netten op bepaalde plaatsen aan te brengen en anderzijds om opvang van duiven in een in de buurt van de overlastlocatie te plaatsen duiventil. Wij hebben hier al vaker over geschreven in ons contactblad en in Duitsland wordt die werkwijze in veel steden toegepast. Door het succes ervan heeft ze ook in Nederland navolging gekregen. In Rotterdam, Amsterdam, Zutphen en Soest zijn reeds duiventillen geplaatst, terwijl in diverse andere steden plannen in ontwikkeling zijn.

In een duiventil kunnen stadsduiven eten, slapen en broeden. Bovendien verdwijnt de overlast doordat de duiven in de til hun uitwerpselen deponeren en nestelen. Een beheerder vervangt de gelegde eieren door gipseieren, waardoor het aantal wordt beheerst. Men ziet niet alleen minder duiven op straat, maar ook behoren verstopte afvoeren door verlaten nesten, besmeurde gevels en bevuilde vensterbanken tot het verleden.
De Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Nederland, die grote waarde hecht aan het behoud van haar monumenten, adviseert niet voor niets in haar nieuwste brochure duiventillen in combinatie met werende maatregelen als beste methode. Diverse wetenschappelijke onderzoeken (o.a. van Bureau Stadsnatuur Rotterdam, Wetenschapswinkel Biologie Universiteit Utrecht en Sovon uit Beek-Ubbergen) tonen aan dat duiventillen het meest effectief zijn.

De oude manier van vangen en doden van stadsduiven leidt niet tot een structurele vermindering van overlast. Door verhoogde reproductie van de overgebleven vogels na het wegvangen wordt het aantal zelfs veelal groter dan ervóór. Vangacties verwijderen namelijk (ook) de oudere duiven uit een leefgebied. Zonder hun concurrentie kunnen de anders kansloze, veel vruchtbaarder jonge duiven dan overleven en zich ongehinderd voortplanten. Zo leidt het doden dus tot een verjonging van de populatie, die zich door de talrijke nakomelingen spoedig in omvang overtreft. Vergelijkbaar met een babyboom bij mensen na een groot verlies aan individuen.

De duiventilprojecten in Nederland en België worden begeleid door de Landelijke Werkgroep Duivenoverlast (LWD). Deze non-profitorganisatie adviseert particulieren, bedrijven, gemeenten, provincies en andere overheidsinstanties over effectieve en diervriendelijke methoden om overlast van stadsduiven te verminderen en te voorkomen.
De Rotterdamse kunstenaar Stefan Gross ontwerpt duiventillen die naar behoefte worden aangepast aan de architectuur van de omgeving. In een til kunnen 100 à 150 stadsduiven verblijven. Onder leiding van een coördinator voorzien vrijwilligers de duiven in de tillen dagelijks van eten en drinken. Ook het schoonhouden van de til en de eimanipulatie worden door hen gedaan.
Als een til eenmaal in bedrijf genomen is, zullen na een aanloopperiode van een jaar per til jaarlijks minimaal 250 eieren worden verwisseld en ongeveer 300 kilo duivenmest worden afgevoerd.

De duiventilprojecten in Rotterdam, Amsterdam en Zutphen zijn na een periode van 2 jaar geëvalueerd door begeleidingscommissies in de diverse steden. De conclusie van elke evaluatie is dat de duiventil naar behoren functioneert, overlast is afgenomen en meer duiventillen worden aanbevolen. Mede naar aanleiding van deze evaluaties zijn meerdere grote steden overtuigd geraakt van deze effectieve en diervriendelijke aanpak. Zo wil bijvoorbeeld ook Den Haag starten met de bouw van duiventillen en men begint daar met een brede opzet van minimaal 3 tillen. En in België heeft men eveneens goed gekeken naar de resultaten in Nederland. Na een bezoek aan de Amsterdamse duiventil op het dak van de parkeergarage van de Bijenkorf, waren onze zuiderburen zó onder de indruk dat ze eveneens besloten op deze methode over te gaan. In Antwerpen werden tot voor kort tussen de 7.000 en 10.000 duiven per jaar gevangen en vergast. Er waren zelfs 5 ambtenaren van de milieudienst dagelijks belast met deze wrede klus. Maar dit dieronvriendelijke beleid behoort nu tot het verleden, want inmiddels is de tweede duiventil in Antwerpen geopend en gaan er meerdere volgen.

Helaas is nog niet iedere stad overtuigd van de effectiviteit van duiventillen. Sommige gemeentebesturen zoals in Groningen vinden het makkelijker om de stadsduiven elk jaar door een commercieel bedrijf te laten vangen en doden. Dat aan deze jaarlijks terugkerende wrede en zinloze dodingsacties veel gemeenschapsgeld wordt uitgegeven, wordt niet naar buiten gebracht. Zo heeft de stad Utrecht een paar jaar geleden bijna 150.000 Euro betaald ten behoeve van het laten wegvangen van een paar duizend stadsduiven. Nu een paar jaar later is de overlast weer zo groot, dat men wederom zo'n massadodingsactie overweegt. Als men dat geld van toen besteed had aan de bouw van minstens 10 duiventillen, zou er nu geen overlast van duiven in Utrecht meer zijn..
In sommige steden zijn duiven dus nog steeds vogelvrij, maar desondanks raken meer en meer steden overtuigd van de effectiviteit van duiventillen als diervriendelijk alternatief.

   

Het doden van paling
Op 2 maart jl. waren wij aanwezig bij een presentatie over het elektrisch doden van paling op het RIVO (Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek) te IJmuiden. Het lijkt er nu naar uit te zien dat het mogelijk is om paling binnen één seconde elektrisch te bedwelmen, voor de dood intreedt. Reeds vanaf 1996 is men bezig geweest met onderzoek, maar nu is het dan eindelijk zover. Tien jaar lang hebben we steeds gehoord dat elektrische bedwelming mogelijk was, maar al die tijd hebben miljoenen palingen nog moeten lijden door de afgrijselijke methode van het z.g. "doodkruipen in het zout" en het daarna levend strippen, een verschrikkelijke lijdensweg die tot meer dan een uur kan duren. En nóg steeds gaat dat door, want er moet nog heel wat gebeuren voor de elektrische methode nu ook echt in alle palingverwerkende bedrijven wordt toegepast. Wij hopen u in een volgend contactblad meer hierover te kunnen melden. Maar dat er nu eindelijk meer schot in de zaak moet komen is duidelijk als we beseffen dat de huidige dodingsmethoden van vissen, met name het zoutbad bij palingen, volgens dierenwelzijnswetenschappers de allerernstigste vorm van dierenleed betekenen.

   

Uit Stentor d.d. 29 december 2006:
"Barcelona deelt doodsteek uit aan corrida
De aangekondigde sluiting van La Monumental, de laatste stierenvechtersarena van Barcelona, is voor liefhebbers van de corrida een dolksteek in het hart. Maar de tegenstanders van de stierengevechten juichen het besluit toe.
Don Pedro (66) wil zich nog niet bij de feiten neerleggen. "Barcelona zonder stierengevechten is Barcelona niet meer." Al 45 jaar lang gaat hij op zondagmiddag naar La Monumental om voor 23 euro te genieten van 'zijn kunst'. Want voor Don Pedro is het dodelijke spel tussen de toro en de torero de hoogste vorm van kunst. Veel liefhebbers van die 'kunst'  volgen de ontwikkelingen in Barcelona, een van de belangrijkste corridasteden, met zorg.
Maar het zijn vooral 50-plussers die treuren, stelt Manuel Degado, antropoloog aan de universiteit van Barcelona. "De corrida is in diskrediet geraakt. Door de slechte reputatie blijft het publiek weg. Alleen de ouderen blijven over." In verschillende steden in het Zuiden en in de omgeving van Pamplona, waar het stierenvechten nog erg populair is, worden entreekaartjes gesubsidieerd. In Barcelona niet. Twee jaar geleden sprak het gemeentebestuur zich zelf uit tegen het stierenvechten. Een partij die de strijd tegen het stierenvechten bovenaan haar programma heeft staan, kreeg bij de laatste verkiezingen 14.000 stemmen, wat aangeeft dat het  verzet tegen de corrida groeiende is.
Zelfs directeur Luis Alcantara van de Hoge School voor Stierenvechters (ja, dat bestaat ook...! - red.) is zeer pessimistisch. "De sluiting van La Monumental kan een domino-effect hebben." Hij ziet in het einde van de corrida niet alleen het einde van een oude traditie, maar ook van een belangrijke bedrijfstak. Daarin gaat jaarlijks 1,5 miljard euro om. En 200.000 Spanjaarden verdienen er hun brood."