Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Sjoemelen met slachtvee (1)
Eindelijk antwoord
Petitie
Coalitie Dierenwelzijns Organisaties Nederland
Nota Dierenwelzijn
Circusdieren
Duiventillen

   

‘SJOEMELEN MET SLACHTVEE’ (1)

 

In ‘VRIJ NEDERLAND’ van 9 februari jl. lazen wij een artikel onder bovenstaande titel, dat ging over de keuring van vee en vlees. In het kort willen wij in dit en in het volgende contactblad iets vertellen over de inhoud van dit artikel, waarin free-lance journalist Jeroen Siebelink een aantal onthutsende zaken blootlegt:

Dagelijks rijden 500 wagens met slachtdieren naar een Nederlands slachthuis of richting Zuid- of Oost-Europa. Bij het inladen van elke wagen hoort een keuringsdierenarts aanwezig te zijn van de VWA (Voedsel en Waren Autoriteit). Deze dierenarts controleert in een half uurtje de gezondheid van de honderden dieren in de wagen, de hoeveelheid drinkwater in de tank, en zet de nodige stempels en handtekening.

Maar dikwijls wordt de keuring niet verricht door een VWA-arts, maar door een dierenarts uit de eigen buurt, die, dat begrijpt u, voor het in stand houden van de goede zakelijke relatie vaak een oogje dichtknijpt. Deze z,g, “practitioners” laten het toe dat zieke dieren worden ingeladen die óngeschikt zijn voor menselijke consumptie. Ook worden door hen nogal eens valse noodslachtverklaringen afgeleverd.

De wagens zijn vaak overbeladen. We citeren: “Die varkens in de wagen van de firma Janssen uit Koningsbosch, die van de zomer een spoor van bloed over de Duitse snelweg trok, mankeerden niks, totdat ze elkaar half dood beten: stress door overbelading. Een VWA-dierenarts vond dat goed. In oktober plukte de AID weer een truck slachtzeugen van Janssen van de weg. Hij had de dieren niet verdeeld over vier compartimenten, maar in twee gepropt. Bekende truc, volgens een VWA-medewerker: “Arts rijdt weg, vrachtwagen rijdt terug en laadt er nog een partij varkens bij.”

 

Nog enkele staaltjes

 

  • In 2006 vervoerde veetransporteur Van de Wetering uit Brakel illegaal drachtige koeien naar Griekenland. Vijftien koeien stierven onderweg. De exporteur had deze dieren nooit voor export mogen verkopen en hij verzuimde de inseminatie-gegevens aan de VWA-dierenarts te tonen. Hij kreeg een officiële waarschuwing. De AID (Algemene Inspectie Dienst) aan wie de VWA de zaak had overgedragen, heeft de zaak verder laten rusten omdat deze dienst vond dat de VWA medeschuldig was. De VWA-dierenarts had immers nagelaten de gegevens op te eisen. Deze arts heeft een berisping gekregen.
  • In 2007 werd veetransporteur VAEX uit Reek vijf keer in Italië beboet voor overbeladen trucks met te weinig drinkwater voor de dieren. Volgens de VWA staat VAEX nu voor altijd onder verzwaard toezicht. Maar de vergunning is nooit ingetrokken. Daarvoor moeten voldoende bewijzen zijn, en die ontbreken volgens de VWA omdat de overtredingen in het buitenland zijn begaan, waar de VWA geen toezicht heeft. Buitenlandse klachten zijn onvoldoende bewijs.

Men zou zeggen dat het Nederlandse Ministerie van Landbouw, en dus ook de VWA, blij waren met de strengere Europese regels, zodat ook overtredingen over de grens adequaat konden worden aangepakt. Maar Europa heeft Landbouw moeten dwingen de strengere regels uit te voeren. Landbouw moest dus wel, maar wilde eigenlijk niet echt. Met opzet worden op cruciale plaatsen onbekwame beambten neergezet. Wij citeren een medewerker van het Ministerie van Landbouw: “Een coördinator van afdeling Directie Landbouw (van het ministerie - red.) zei laatst letterlijk: Dierenwelzijn is politiek belangrijk, maar het is niet de bedoeling dat de boeren er echt last van hebben.”

 

In ons volgende contactblad leest u het tweede deel over het artikel “Sjoemelen met slachtvee”.

Maar nu alvast kunnen we u melden dat Landbouwminister Verburg een onderzoek heeft gelast door de Rijksrecherche naar de vraag hoe een intern rapport van de VWA, waarin de misstanden bij de controle op vee en vlees worden geïnventariseerd (dit rapport dateert van januari 2007) heeft kunnen uitlekken! NRC-Handelsblad van 6 februari jl. schrijft hierover: “Verburg is nooit op de hoogte gebracht van het rapport. De minister heeft het afgelopen jaar de controle op de export van vee geprobeerd te verscherpen, maar de minister werd toen door haar eigen partij teruggefloten.”

En in ‘BOERDERIJ’ van 19 februari jl. lazen we het volgende berichtje:
“VWA ONDERZOEK WORDT UITGEBREID EN DUURT LANGER Het onderzoek van staatsraad Hoekstra naar toezicht door de VWA gaat langer duren. Zijn onderzoeksopdracht wordt uitgebreid. Niet op 4, maar uiterlijk 19 maart worden de bevindingen openbaar. De reden is dat een artikel in Vrij Nederland over mogelijke misstanden bij slachthuizen bij het onderzoek wordt betrokken. Ook onderzoekt Hoekstra door de Partij voor de Dieren verspreide geruchten over vernietiging van bewijsmateriaal.”

   

EINDELIJK ANTWOORD....

 

In ons vorige contactblad kondigden wij al aan eindelijk antwoord ontvangen te hebben op onze brieven aan Minister Verburg van Landbouw en aan CDA-Kamerlid Ormel. We beginnen met de laatste. Wij hebben u steeds op de hoogte gehouden van al onze pogingen een schriftelijk antwoord los te krijgen van dhr Ormel, die ons almaar tevreden wilde stellen met een mondeling gesprek in Den Haag.

Wij hadden aan deze volksvertegenwoordiger tijdens Het Grote Politieke Dierendebat in Amsterdam op 15 oktober 2006 namelijk twee vragen gesteld, te weten:

  1. Wat denkt het CDA te gaan doen aan het tegengaan van de verkoop in supermarkten van onbedwelmd ritueel geslacht vlees? en
  2. Wat gaat het CDA doen aan het onverdoofd castreren van biggen?

Omdat wij geen rechtstreekse antwoorden van dhr Ormel kregen tijdens dit debat, hebben wij kort daarop onze vragen nog eens per brief gesteld. Eindelijk ontvingen wij dan, na circa 10 maanden!, op 15 augustus 2007 een boze en hatelijke brief van dhr Ormel, waarin hij onze vragen zeer kort en bijna provocerend beantwoordde. Wij laten deze brief hieronder volgen, met daartussendoor, cursief gedrukt, ons eigen commentaar. Maar voor wij dat doen, eerst het volgende:

 

Kijk op internet

 

Het gebeurt nogal eens dat wij in ons contactblad terugkomen op iets waarover wij in vorige contactbladen ook hebben geschreven. Het wordt dan een soort ‘vervolgverhaal’. Dat heb je, als overheidspersonen er vele maanden tot een jaar over doen om een antwoord op papier te krijgen op simpele vragen van onze kant. Als wij er dan in een volgend contactblad weer over schrijven, zou het kunnen zijn dat u niet meer weet hoe het verhaal ook weer begon. Nu schrijven wij meestal wel even een kort resumé van het voorafgaande, maar wij kunnen natuurlijk niet in detail blijven herhalen wat er maanden geleden allemaal gezegd en geschreven is. Wilt u de zaken goed kunnen blijven volgen, dan kunt u op internet de inhoud van onze vorige contactbladen er nog eens op nalezen. U kunt daarvoor terecht op de website: www.animalfreedom.org/paginas/informatie/contactblad.html.
Hebt u geen internet, en u wilt toch de draad van het verhaal niet kwijtraken, dan adviseren wij u de contactbladen te bewaren. En dan nu:

 

Het antwoord van CDA-Tweede-Kamerlid H.J. Ormel

 

“Uit uw brief van 1 augustus 2007 begrijp ik dat u definitief niet wil ingaan op mijn uitnodiging voor een gesprek in Den Haag. Omdat uw brief behalve een aantal vragen aan mijn adres vooral standpunten van uw stichting bevatte, leek het mij zinniger u uit te nodigen voor een gesprek, dan een polemiek met u te starten.” (Wij hadden helemaal niet om een polemiek gevraagd. Wij wilden gewoon een klip-en-klaar antwoord op onze vragen -red.) “Ik waardeer uw pogingen om u in te leven in mijn motieven waarom ik u nog geen schriftelijke reactie gestuurd zou hebben, maar u mag van mij aannemen dat ik het als politicus gewend ben op mijn geschreven en gesproken woorden aangesproken te worden. Dat hoort bij mijn taak als volksvertegenwoordiger. Op de website van de tweede kamer kunt u alle debatten nalezen die ik in de kamer heb gevoerd, en op mijn website henkjanormel.nl kunt u al mijn inbrengen, standpunten, kamervragen, weblogs etc. lezen.” (Dit was een reactie op onze opmerking dat dhr Ormel kennelijk niet wilde worden aangesproken op eventuele toezeggingen, en dat hij daarom e.e.a. niet op papier wilde vastleggen. En als wij in een gesprek hadden toegestemd, dan zou de inhoud hiervan vast niet later op de website van de Tweede Kamer terug te vinden zijn - red.)

 

“Ik was er vanuit gegaan dat u interesse had in de integrale afwegingen die de CDA-fractie heeft gemaakt over tal van zaken waar u over schrijft in uw brief,” (Naar de integrale afwegingen van het CDA zijn wij helemaal niet benieuwd, die zijn immers allang bekend: alles draait bij het CDA om het geld en daar worden de belangen van dieren totaal ondergeschikt aan gemaakt - red.) “maar zoals u wilt zal ik nu uw vragen beantwoorden.

Vraag: Wat denkt u te gaan doen aan de ontwikkeling dat teveel dieren onnodig onbedwelmd ritueel geslacht gaan worden?” (Deze vraag hadden wij gesteld i.v.m. het feit dat in 2006

supermarkten, o.a. Albert Heijn, overgingen tot de verkoop van onbedwelmd ritueel geslacht vlees, waardoor ook niet-Moslims wellicht dit vlees zouden gaan kopen - red.)

 

“Antwoord: Deze ontwikkeling is niet meer aan de orde, nu supermarkten besloten hebben het aanbod van halal-vlees te beperken. Dat schrijft u overigens zelf al in de brief.” (Dit laatste gold alleen Albert Heijn. Van andere supermarkten weten wij het niet - red.)

 

“Vraag: Is de overheid niet eindverantwoordelijk om ervoor te zorgen dat er niet meer dieren voor de moslimgemeenschap worden geslacht dan nodig?

Antwoord: Nee, het staat een ieder vrij in dit land om halal-vlees te kopen. De marktwerking bepaalt de afstemming tussen vraag en aanbod.” (Is het niet schandalig, dat wij in dit land regels en wetten die de dieren nog enigszins beschermen tegen het handelen van de mens overboord gooien, en het alleen aan de markt over laten?! - red.)

 

“Vraag: Wat denkt u te gaan doen aan het doorverkopen van vlees dat door de Joodse keuring wordt doorverkocht als gewoon vlees, met volgens u tot gevolg dat sommige schapenslachterijen overgaan tot het slachten van alle schapen volgens Joodse wijze?”

 

(Deze vraag hadden wij zo helemaal niet gesteld! Het laatste is niet het gevolg van het eerste! Dat schapenslachterijen alle schapen onbedwelmd ritueel slachten zal meer te maken hebben met gemakzucht. Men hoeft dan geen schapen apart te houden die wél en die níet een bedwelming moeten hebben. Zoals dhr Ormel onze vraag weergeeft, slaat het nergens op! - red.).

 

“Antwoord: Het doorverkopen van dit vlees als gewoon vlees is niet onwenselijk, anders zouden er nog meer dieren geslacht worden.” (Alsof dhr Ormel zich zorgen zou maken over een paar dieren meer! Het CDA - en niet alleen het CDA - wil en durft gewoon niet tegen de wensen van de Joodse gemeenschap ingaan - red.) “Dat sommige slachterijen geheel volgens Joodse criteria slachten zal te maken hebben met de afnemers.” (Nee, meneer Ormel, het komt gewoon doordat de regels overboord gegooid zijn en zo langzamerhand iedereen in dit land zélf mag uitmaken hoe de dieren aan hun eind worden geholpen! En dat weet u zelf ook heel goed! Tot + 10 jaar geleden was de Vleeskeuringswet van kracht (opgeheven voor EEG-regels). Hierin stonden duidelijke regels over bedwelming en ritueel slachten. Uitgangspunt was dat alle dieren bedwelmd dienen te worden, tenzij dwingende religieuze regels voor Joden en Islamieten een ontheffing van dit voorschrift toelieten. Er mocht dus alleen ritueel geslacht worden op uitdrukkelijk verzoek van Joodse of Islamitische personen, en zeker niet voor alle gewone Nederlandse burgers. Deze laatsten moeten er vanuit kunnen gaan dat al het vlees dat zij kopen van dieren komt die volgens de regels bedwelmd zijn. En dat is niet meer zo. Daar ageren wij dus tegen, immers de Nederlandse burger heeft evenveel recht op bedwelmd vlees als de orthodoxe Joden of Moslims op vlees van dieren die op religieuze wijze zijn geslacht. - red.)

 

“Uw vragen over de biggencastratie zijn uitgebreid en onderbouwd beantwoord door minister Verburg. Ik deel haar standpunten zoals verwoord in de brief.” (Welke brief? Wij weten niet op welke brief dhr Ormel doelt! Een brief aan ons? Een brief aan de Tweede Kamer? Of aan dhr Ormel zelf? Wij weten het niet - red.)

 

Tot zover het antwoord van dhr Ormel. In elk geval is het nu wel heel duidelijk waar het CDA staat als het om dierenwelzijn gaat. Voor wat betreft de castratie van biggen waagt dhr Ormel zich kennelijk helemaal niet meer aan een uitspraak, maar verschuilt hij zich achter Minister Verburg. En voor wie onlangs op een zondagmiddag in januari van dit jaar de Buitenhof-uitzending voor de televisie heeft gezien, waarin de heer Ormel in discussie was met Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, die weet dat we van het CDA niets te verwachten hebben voor de dieren.

 

Het antwoord van Landbouwminister Verburg

 

Op 15 oktober 2007 kregen wij antwoord van Minister Verburg op ons schrijven van ruim acht maanden daarvoor, t.w. 5 maart 2007, eveneens over het onbedwelmd ritueel slachten. Onze brief hebt u kunnen lezen in het contactblad van april 2007. Dat wij hier eindelijk antwoord op kregen danken wij aan de Nationale Ombudsman, die diverse malen het Ministerie heeft moeten aansporen!

 

De belangrijkste punten uit dit antwoord geven wij hieronder puntsgewijs aan:

  1. De minister vindt het feit, dat volgens Joodse ritus geslacht vlees in bepaalde gevallen volgens Joodse regels en richtlijnen wordt afgekeurd, geen argument om dat vlees dan ter destructie te bestemmen (i.p.v. het aan reguliere slagerijen door te verkopen, alwaar het - ònherkenbaar als ritueel geslacht vlees - te koop ligt voor iedereen - red.)
  2. Over het merken van ritueel geslacht vlees, zowel volgens Joodse als Islamitische wijze geslacht, dat in reguliere slagerijen en supermarkten te koop ligt, was het standpunt van de minister “dat bedrijven primair zelf verantwoordelijk zijn voor het informeren van hun consumenten over de herkomst van door hen aangeboden producten. Teneinde bedrijven op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen is overleg gevoerd met vertegenwoordigers van supermarkten en slachthuizen. In dit overleg is toegezegd om een overleg op ambtelijk niveau te organiseren met vertegenwoordigers van de Joodse en Islamitische groeperingen.”
  3. De minister wil en zal zich ervoor gaan inzetten om “binnen de Joodse en Islamitische groeperingen begrip te kweken en met behulp van de juiste argumentatie, eventueel ondersteund door nader onderzoek, de bereidheid te verkrijgen om ook vlees te accepteren van bedwelmd ritueel geslachte dieren.” Zij streeft ernaar “om hierover het gesprek aan te gaan met de vertegenwoordigers van de diverse groeperingen”. (Gesprekken en overleg zullen niet helpen. In het verleden hebben wij drie jaar lang overlegd op het ministerie met Moslimgroeperingen, en wat is het resultaat geweest? Het ritueel slachten zonder bedwelming is alleen maar toegenomen - red.)
  4. Over het toezicht van de VWA bij het rituele slachten schrijft de minister het volgende: “In het Besluit ritueel slachten staan de voorwaarden vermeld waaraan voldaan moet worden om dieren ritueel te mogen slachten. Deze voorwaarden moeten waarborgen dat het dierenwelzijn in acht wordt genomen. Ten einde ervoor te zorgen dat de slachthuizen waarin ritueel slachten is toegestaan zich ook daadwerkelijk houden aan de gestelde voorwaarden, houdt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) streng toezicht.” Volgens de minister “heeft de VWA in haar actieprogramma 2007 het toezicht op het doden van dieren als speerpunt opgenomen.”

(Wel, veel vertrouwen in dat laatste hebben wij zéker niet! Tot nu toe vindt controle slechts steekproefsgewijze plaats. Over de mentaliteit bij de VWA hebt u op de eerste pagina’s van dit blad kunnen lezen! - red.)

   

PETITIE

 

U herinnert zich vast nog de handtekenlijst met petitie die u een paar jaar geleden aantrof in het contactblad, gericht tegen het ónbedwelmd ritueel slachten. Dit was een initiatief van mevr. Drs. M.J.E. van der Kley te Eindhoven. Op 22 januari jl. is deze petitie aangeboden aan de leden van de Vaste Kamercommissie Landbouw, en mevr. Van der Kley had ons gevraagd haar te vergezellen. Hieronder laten wij mevr. Van der Kley aan het woord:

 

“AANBIEDING PETITIE OP 22 JANUARI 2008

 

Misschien herinnert u zich nog de handtekeningenactie tegen onbedwelmd ritueel slachten? Met het wisselen van het kabinet en het wachten op de nieuwe minister van LNV heeft het enige tijd geduurd voordat ik aan de minister een verzoek kon richten om de petitie en de handtekeningen in ontvangst te nemen. Minister Verburg kon hier geen tijd voor vrij maken, dus werd het verzoek aan de Vaste Kamercommissie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit doorgespeeld.

Op 22 januari was het zover. Mevrouw de Boer vond ik bereid om met ondergetekende in Den Haag de petitie aan te bieden. Wij werden om 13.30 uur ontvangen door de voorzitster van eerdergenoemde commissie, mevr. A. Schreijer-Pierik, en de leden dhr Ormel (CDA), Mevr. Thieme (PvdD), mevr. Snijder-Hazelhoff (VVD), dhr Graus (PVV) en dhr Polderman (SP). Helaas ontbrak dhr Waalkens (PvdA), die tot voor kort (ook via de pers!) beweerde dat onbedwelmd ritueel slachten een diervriendelijke methode is. Na informatie te hebben ontvangen van “Rechten voor al wat leeft” moest hij in VRIJ NEDERLAND van 1 december 2007 toegeven, dat hij zich op onjuiste bronnen had gebaseerd.

Na het overhandigen van de petitie en de handtekeningen was er kort gelegenheid voor het uitwisselen van gedachten en werd ons toegezegd, dat het onderwerp tijdens de behandeling van de dierenwelzijnsnota op 28 januari 2008 besproken zou worden.

Graag wil ik de leden van “Rechten voor al wat leeft” die de petitie ondertekend hebben bedanken en in het bijzonder mevr. de Boer voor haar enorme inzet en haar vastberadenheid om de juiste informatie boven tafel te krijgen en onbedwelmd ritueel slachten aan de kaak te stellen. Laten wij hopen dat onbedwelmd ritueel slachten in Nederland spoedig tot het verleden gaat behoren.”

Eindhoven, 5 februari 2008

Mw. Drs. M.J.E. van der Kley

   

CDON

 

Sinds kort heeft “Rechten voor al wat leeft” zich aangesloten bij de CDON (Coalitie Dierenwelzijns Organisaties Nederland). In de CDON zijn ruim 20 dierenorganisaties in Nederland vertegenwoordigd om gezamenlijk op te trekken als zich zaken voordoen die alle organisaties raken. De CDON begon onder de naam “Redt de Dierenwelzijnswet”; toen is (helaas tevergeefs) een gezamenlijke brief uitgegaan naar de minister van LNV om te protesteren tegen de opheffing van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWvD).

Vanuit de CDON is vorig jaar zomer een reactie gegeven op het conceptwetsvoorstel Wet Dieren, welke wet de vervanger moet worden van de GWWvD. Ook heeft de CDON onlangs gereageerd op de Nota Dierenwelzijn, welke nota, zéér onlogisch, door het ministerie werd uitgebracht ná het wetsvoorstel Wet Dieren.

   

NOTA DIERENWELZIJN

 

Op 12 oktober 2007 ontvingen wij de Nota Dierenwelzijn van het Ministerie van LNV. Was het conceptwetsvoorstel Wet Dieren, waarover u in ons vorig contactblad hebt kunnen lezen, in onze ogen een wanproduct, deze nota is al niet veel beter. Vanuit de CDON is uiteraard een reactie verstuurd, waarin o.a. is ingegaan op het feit dat de nota weliswaar uitgaat “van de intrinsieke waarde van dieren als levende wezens die positieve en negatieve emoties en pijn kunnen ervaren.” “In de nota”, zo luidt de reactie van de CDON, “worden echter helaas niet de noodzakelijke consequenties uit dit uitgangspunt getrokken.” Integendeel, de overheid legt juist “een zeer grote terughoudendheid tegenover die consequenties aan de dag.” Vergeleken met de “Nota Rijksoverheid en Dierenbescherming” uit 1981, waarin “de overheid een grote motivatie toonde om als verantwoordelijke instantie de consequenties van de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren te aanvaarden, noemt de CDON de Nota Dierenwelzijn van 26 jaar later “een grote stap terug”. Het begrip “intrinsieke waarde van dieren” is in deze nota niet meer dan een loze kreet, een begrip dat “welbewust van zijn inhoud is ontdaan.” “De overheid neemt”, aldus de CDON, “niet haar primaire verantwoordelijkheid voor een goede behandeling van de dieren, maar legt die in handen van de houders en gebruikers van de dieren. Het gevaar is levensgroot dat die vanuit hun eigen belang mogen blijven bepalen wat goed voor de dieren is.” Hoewel de minister vindt dat de overheid “altijd verantwoordelijk zal zijn en blijven voor het bepalen van de randvoorwaarden van de z.g. “zwakke waarden” en de naleving daarvan”, is de “concrete invulling van dierenwelzijn in de houderij in de ogen van de minister geen zaak van een blauwdruk van de overheid.” D.w.z. dat in het kader van de zelfregulering de houders en gebruikers van dieren zelf de eventuele regels mogen stellen.

 

De ruimte ontbreekt om uitvoerig in te gaan op de Nota Dierenwelzijn. Kort samengevat kunnen wij stellen dat in alle misstanden zoals die al vele jaren bestaan, met de komst van deze nota weinig of niets zal veranderen. Bij het definiëren van het begrip “dierenwelzijn” legt de overheid de lat dusdanig laag, dat praktisch alle huidige misstanden er wel mee door kunnen. En wat wél verbetering behoeft, dat laat de nota over aan de sectoren zelf en aan de markt..

 

Enkele punten uit de Nota Dierenwelzijn en onze reactie daarop

 

Op een aantal punten van de nota zijn wij zelf nader ingegaan in een schriftelijke reactie naar de minister:

  • De minister streeft naar etikettering van diervriendelijke producten. In ons commentaar hebben wij hieraan toegevoegd om, zolang er nog onbedwelmd ritueel wordt geslacht, ook een duidelijke etikettering te realiseren voor ritueel geslacht vlees dat door de Joodse keuring is afgekeurd en in reguliere slagerijen wordt verkocht, evenals voor halalvlees dat in supermarkten voor iedereen te koop ligt. “Zoals consumenten binnen bepaalde groeperingen het recht wordt gegeven op garantie, dat het vlees dat zij kopen volgens hún wens is geproduceerd en geslacht, zo hebben consumenten die niet tot deze groeperingen behoren o.i. toch ook het recht op een garantie dat het vlees dat zij kopen afkomstig is van dieren die wèl zijn bedwelmd voor de slacht. Wanneer voorafgaand aan de rituele slachtingen een reversibele bedwelming toegepast zal gaan worden (zoals volgens de nota ook úw streven is!), zal een etikettering in b.g. situaties niet meer nodig zijn”, aldus ons commentaar.
  • Bij het onderwerp “Castratie van biggen” wordt in de nota o.a. geschreven over onderzoek naar bedwelming met CO2-gas. Wij hebben hierop gereageerd met de vraag of er niet bedoeld wordt CO2-O2 (een mengsel van CO2-gas met O2 (zuurstof). Wij hebben uiteengezet waarom wij tegen het gebruik van enkel CO2-gas zeer ernstige bezwaren hebben (hierover schreven wij voorheen al dikwijls in het contactblad - red.).
  • Over het “Doden van dieren” werd in de nota door de minister geopperd “dat we steeds moeten zoeken naar nieuwe methoden en verbetering van bestaande methoden om zo onnodig lijden te voorkomen”. In dit kader hebben wij zowel voor pluimvee- als voor varkensslachterijen nog eens de CO2-O2-bedwelmingsmethode onder de aandacht van de minister gebracht. Zowel de elektrische waterbadmethode voor pluimvee, als de CO2gasmethode voor varkens, zoals o.a. Vion die hanteert, stuiten op ernstige bezwaren; de CO2-O2-methode zou een prima vervanging zijn. Verder pleitten wij voor inspectieluiken/ramen in de bedwelmingsinstallaties, zodat voor een ieder zichtbaar is wat zich daar afspeelt.
    Wat ritueel slachten betreft vermeldt de nota dat de minister “in overleg” wil gaan met Joodse en Islamitische groeperingen om te komen tot acceptatie van een (omkeerbare) bedwelming. Wij hebben de minister erop gewezen dat jarenlange ervaring heeft geleerd dat o.i. enige dwang geboden zal zijn. Zolang de wet onbedwelmd slachten blijft toestaan, zal overleg niet veel resultaat hebben, menen wij.
    Ook hebben wij aangedrongen op een snellere invoering van de elektrische dodingsmethode voor vissoorten, m.n. paling. Wij begrijpen niet waarom dat pas in 2011 van start kan gaan!
  • Tot slot hebben wij gereageerd op het plan van de minister om gedragscodes in te voeren voor de hengel”sport”, en controle op naleving hiervan te laten uitvoeren door “de sector zelf”. Wij hebben geschreven daar geen enkel heil in te zien en te pleiten voor een verbod. (Wist u dat de overheid actief hengelsportlessen op scholen faciliteert? - red.)

Natuurlijk behandelt de Nota Dierenwelzijn nog veel meer onderwerpen, maar evenals bij de Wet Dieren moesten ook hier de commentaren weer met grote haast worden opgestuurd.

Commentaar op de gehele nota vanuit de CDON is uiteraard ook namens “Rechten voor al wat leeft” verstuurd.

   

CIRCUSDIEREN

 

Het was heel dichtbij: een verbod op het gebruik van wilde dieren in het circus. Wij zijn uiteraard tegen het gebruik van álle dieren in het circus, ook van de niet-wilde dieren zoals honden, geiten etc., maar een verbod op wilde dieren zou al een geweldige eerste stap zijn. Begin februari van dit jaar werd in de Tweede Kamer over een aantal dierenwelzijnszaken gestemd. Het leek erop dat het voor wat betreft de circusdieren echt zou gaan lukken, want een kamermeerderheid had te kennen gegeven vóór een verbod te zijn. Maar het mocht niet zo zijn. Omdat de Christen Unie tegen een motie stemde waar D66 nu juist vóór was, was D66 zó kwaad op de Christen Unie, dat zij wraak nam door tégen het verbod op wilde dieren in het circus te stemmen, waar de Christen Unie nu juist voór was. En zo worden in ons parlement de ruzies over de ruggen van de dieren uitgevochten..... Dit nu zijn onze volksvertegenwoordigers: Omdat jij míjn zin niet doet, doe ik joúw zin ook lekker niet! Ook de SP, die in eerste instantie had aangegeven vóór het verbod te zullen stemmen, stemde uiteindelijk toch tegen. En hiermee is het trieste lot van vele wilde dieren in ons land weer voor lange tijd bezegeld.... Want minister Verburg wil eerst onderzoek, of circusdieren het inderdaad zo slecht hebben. Wie dit onderzoek gaat uitvoeren is niet bekend. Maar we hebben er absoluut geen vertrouwen in dat dit onafhankelijk, objectief en diepgaand onderzoek zal zijn. We noemen de droevige feiten nog maar weer eens:

Circusdieren brengen circa 95% van hun bestaan door in kleine kooien; dat heeft undercover-onderzoek aangetoond. Olifanten staan hierbij vaak lange tijd vastgeketend (een voor- en een achterpoot aan elkaar vast met een veel te korte ketting zodat ze niet kunnen gaan liggen). Het temmen van olifanten en grote katachtigen is volgens wetenschappers niet mogelijk zonder daarbij geweld te gebruiken. Sommige circussen laten wel eens publiek toe bij de trainingen, om te laten zien hoe geduldig en vriendelijk de dieren worden behandeld tijdens het aanleren van de kunstjes. Maar de middelen waarmee in de fase die aan de trainingen vooraf gaat de wil van de dieren wordt gebroken om ze te temmen en rijp te maken voor deze trainingen worden niet aan het publiek getoond. Alleen op in het verborgen gemaakte videofilms (2006) kan men zien hoe olifanten, leeuwen en tijgers o.a. met ijzeren staven worden geslagen. We vragen ons af wat er nu nog te onderzoeken valt....

 

   

DUIVENTILLEN

 

Met dit project van de Landelijke Werkgroep Duivenoverlast gaat het heel goed. Gemeenten waar al geruime tijd, én met succes, duiventilprojecten bestaan, die door deze werkgroep worden begeleid, zijn Amsterdam, Zutphen, Soest en Antwerpen. Gemeenten waar de plannen om met duiventillen te starten al klaar liggen en met zekerheid zullen worden uitgevoerd, zijn Den Haag, Heerlen, Charleroi (België), Fleurus (België) en Sint-Truiden (België). Met de gemeenten Gent (België) en Gouda is de werkgroep nog in gesprek. Het laatste geweldige bericht is dat de gemeente Almere onlangs heeft besloten met maar liefst vier tillen tegelijk te beginnen! Het is de bedoeling dat door toepassing van de duiventilmethode, waar d.m.v. onder andere het vervangen van de eieren door gipseieren de duivenpopulatie en duivenoverlast op diervriendelijke en effectieve wijze kleiner wordt, het wrede vangen en doden op den duur tot het verleden zal gaan behoren.