Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

In beslag genomen dieren
Zieke en besmette dieren
Aangifte
Einde traditionele legbatterij
Op ganzenjacht voor de voedselbank
Duiven
Wetsvoorstel verbod onverdoofd ritueel slachten
Persbericht: Convenant ritueel slachten strooit zand in ogen van eerste kamer en publiek
Kleine diertjes
Wij lazen voor u

   

In beslag genomen dieren

Uit hetgeen wij hierover in ons contactblad van oktober 2011 schreven hebt u kunnen opmaken dat staatssecretaris Bleker zich maar weinig aantrekt van de brieven en verzoeken van vier gezamenlijke organisaties (Comité Dierennoodhulp, Werkgroep Hulp In beslag genomen Honden, EDEV en Rechten voor al wat leeft) over de gang van zaken bij en na inbeslagnames van dieren door Dienst Regelingen (hierna te noemen DR), de “verzorging” door de opslaghouders en het uiteindelijke lot van deze dieren.
Het gaat hier dus om dieren die dermate verwaarloosd en/of mishandeld werden door de eigenaar dat inbeslagname noodzakelijk was. Deze dieren, die vanwege de doorstane ellende vaak ziek en getraumatiseerd zijn, verdienen een betere toekomst, een liefdevolle opvang en uiteindelijk een nieuwe eigenaar. Maar meestal worden de dieren, nadat ze worden vrijgegeven door de opslaghouder, verkocht aan handelaren: landbouwhuisdieren voor de slacht en kleine dieren (knaagdieren) als levend reptielenvoer.

Op 2 december 2011 schreven wij (Comité Dierennoodhulp en Rechten voor al wat leeft) Dienst Regelingen aan i.v.m. een inbeslagname in Ouderkerk aan de Amstel in november. Het ging om 1300 verwaarloosde dieren. We boden DR onze hulp aan bij het zoeken naar opvangadressen waar de dieren liefdevol zouden worden verzorgd en van waaruit ze wellicht een nieuwe eigenaar zouden krijgen. DR reageerde hier in eerste instantie niet op.

Inmiddels was in de Tweede Kamer door de Partij voor de Dieren een motie ingediend die door de gehele Kamer werd aangenomen. Deze motie hield in dat in beslag genomen dieren nooit terug de handel in mogen gaan als (slangen-)voer.

Op 14 december 2011 schreven we dhr Bleker aan en beklaagden ons dat DR niet antwoordde op ons aanbod goede opvangadressen voor de dieren te regelen. We kennen een groot aantal uitstekende opvangcentra en we weten dat deze paraat staan om de dieren op te nemen.
We vroegen dhr Bleker hoe de motie van de PvdD, die immers kamerbreed was ­aangenomen, nu in het geval van de 1300 verwaarloosde in beslag genomen dieren uit Ouderkerk aan de Amstel werd uitgevoerd. Ook vroegen we waarom het ons onmogelijk wordt gemaakt deze ongelukkige dieren bij goede opvangadressen te herplaatsen. Tenslotte vroegen we, een beroep doende op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) om informatie over de 1300 dieren zelf, wat er nu mee gebeurt, hoeveel er nog leven, hoeveel er zijn doodgegaan en waardoor, en of ze de nodige zorg krijgen en van wie, en waarom ze niet naar de opvangcentra worden gebracht.

Het antwoord van de staatssecretaris kwam in het kort erop neer, dat we met onze vragen geen beroep konden doen op de WOB, omdat de gevraagde informatie niet in documenten was vastgelegd. (Alsof er niets wordt geregistreerd over het verdere verloop na de inbeslagname van de dieren!)
Inzake de motie van de Partij voor de Dieren verwees de staatssecretaris naar een kamerstuk (nr. 540), waarin hij o.a. schreef hoe de wijze van opslag en met name de herplaatsing van dieren zou worden “verbeterd“: Wel, we lazen niet veel anders dan hoe moeilijk het vaak was een nieuwe plek te vinden voor de dieren, vanwege de ’veelal complexe achtergrond’ van dieren die in beslag genomen zijn. Ook leeftijd, gedrag en gezondheidstoestand beïnvloeden de plaatsingskansen. Om hieraan tegemoet te komen zouden er dan ook, indien nodig, tijdens het verblijf bij de opslaghouders operaties worden uitgevoerd in het belang van het welzijn en de gezondheid van de dieren.
Verder lazen we dat opslaghouders geheim blijven (voor hun veiligheid), dat DR “samenwerkt met opvanghuizen en vaste handelaren waarmee goede ervaringen zijn”. (Ook deze blijven geheim.) Voor gezelschapsdieren heeft de opslaghouder twee weken de tijd voor herplaatsing. In een enkel geval kan deze termijn worden verlengd. Paarden en landbouwhuisdieren worden door DR verkocht aan een handelaar (vaak voor de slacht).
De staatssecretaris zegde toe de contacten met opvangcentra voor gezelschapsdieren waar nodig beter in beeld te brengen en daar meer samenwerking mee te zoeken. Er zal getracht worden te voorkomen dat knaagdieren als (slangen-)voer worden verkocht, “maar hiervoor een garantie afgeven is niet mogelijk”.
Enkele marginale verbeteringen dus, echter zonder veel garanties.

   

Zieke en besmette dieren

Ouderkerk a/d Amstel?
Op verzoek van Comité Dierennoodhulp werden 70 kippen door DR vrijgegeven voor herplaatsing bij particulieren. Deze dieren werden van de opslaghouder naar een ­aantal opvang-/distributie-adressen gebracht. Met een gezondheidsverklaring van de dierenarts van DR. Deze had de dieren dus “gezond” verklaard! Wel, van de 12 kippen die bij een bestuurslid van Comité Dierennoodhulp in Amsterdam waren ­afgeleverd bleek een groot deel  besmettelijke ziekten te hebben zoals acute snot (vastgesteld door twee -onafhankelijke- dierenartsen). De meeste kippen hadden kalkpoten en één kip had een enorm ontstoken oog en was duidelijk erg ziek. Deze kip is later ­overleden. De dieren hadden 7 weken in de opslag gezeten en hadden kennelijk geen ­medische ­verzorging gehad. Wel blijft Staatssecretaris Bleker maar beweren dat in beslag ­genomen dieren goed worden verzorgd door ‘gecertificeerde’ opslaghouders! Wat houdt deze ­certificering in en wie geeft deze af en controleert dit?
Eerder, in december 2011, was ook een kleine groep vogels, waaronder 70 hanen, vanuit dezelfde opslaghouder herplaatst bij de opvang Akka’s Ganzenparadijs. Een aantal hanen bleek bij aankomst erg ziek te zijn en deze dieren zijn dan ook kort daarop overleden.

   

Aangifte

Het is ónbegrijpelijk en ónverantwoord dat vanuit een overheidsinstelling zó de wet wordt overtreden door dieren de noodzakelijke zorg te onthouden en ook nog eens moedwillig dierziekten te verspreiden door met besmette dieren te gaan rondrijden en deze bij onwetende burgers af te geven waardoor ook de bij deze mensen reeds ­aanwezige dieren blootgesteld werden aan besmettingsgevaar.
Over de overige circa 1100 dieren (watervogels, waaronder eenden) wil DR geen openheid van zaken geven. DR wenst geen bemiddeling bij herplaatsing voor deze dieren bij opvangcentra en particulieren. DR gaat deze dieren hoogstwaarschijnlijk toch aan de handel verkopen, ondanks de kamerbreed aangenomen motie van de Partij voor de Dieren.
Comité Dierennoodhulp heeft op 31 januari  jl. aangifte gedaan i.v.m. het ­onthouden van de noodzakelijke zorg, met het doel dat het Openbaar Ministerie deze zaak ­strafrechtelijk vervolgt en er voor zorgt dat de Dienst Regelingen en de nog steeds anonieme ­opslaghouders en de daarbij behorende dierenartsen beter voor de aan hen toevertrouwde dieren gaan zorgen.
(Inmiddels zijn door de E,L & I-commissie in de Tweede Kamer over deze kwestie schriftelijke vragen gesteld aan staatssecretaris Bleker.)

   

Einde traditionele legbatterij

Met ingang van 1 januari van dit jaar werd dan eindelijk het verbod op de ­traditionele ­legbatterij in de Europese Unie van kracht, (in Duitsland was dit kooisysteem al vanaf 2007 uitgebannen) 37 jaar nadat Rechten voor al wat leeft “de knuppel in het ­hoenderhok gooide” en voor het eerst de doosjes met scharreleieren op de markt bracht, ­gegarandeerd door het oranje voorrangsteken op de doosjes met daarin gedrukt: Rechten voor al wat leeft.
Er zullen nog maar weinigen zijn die zich herinneren en beseffen welk een strijd het is geweest in de zeventiger jaren om het scharrelei voor elkaar te krijgen. De naam van wijlen mevrouw Van Oosten, oprichtster van Rechten voor al wat leeft en initiator van het scharrelei, moet hier zeker nog eens worden genoemd!
Intussen zijn er vele soorten eieren bij gekomen: eieren met vrije uitloop, biologische eieren, rondeeleieren etc. etc., welke allemaal aan de kippen meer ruimte en welzijn bieden. En natuurlijk juichen wij dat toe! En natuurlijk hadden wij van meet af aan ook liever nog veel diervriendelijker systemen gehad dan de strooiselschuren. Maar wij ­hebben met het scharrelei wel “de kastanjes uit het vuur gehaald”! En het scharrelei was in die tijd wel het hoogst haalbare! Als wij in 1970 al veel hogere eisen hadden gesteld, was de stap voor zowel de pluimveehouder als voor de doorsnee-consument veel te groot geweest! En wij zijn ervan overtuigd dat wij dan nu, anno 2012, géén verbod op de huidige legbatterij zouden hebben gehad! Het scharrelei móest eerst gemeengoed worden en een basis vormen waarop verder gebouwd kon worden aan systemen waar de kip nog meer ruimte en meer welzijn kreeg. Maar ook omdat moest blijken dat het scharrelsysteem voor de pluimveehouders economisch haalbaar was met als logisch gevolg dat het legbatterij-systeem kon worden afgeschaft. Dus… alles op z’n tijd.
Dit wilden we toch eens gezegd hebben nu we, zoveel jaren later, vaak negatieve geluiden horen over scharreleieren. Dit komt waarschijnlijk omdat jongeren de scharrelschuur vergelijken met systemen waar de kip naar buiten kan en veel meer ruimte heeft. Voor ons was de scharrelschuur destijds de tegenhanger van de afschuwelijke legbatterij. De kippen hoefden in de scharrelschuur niet meer met de poten op het gaas te staan, maar konden op de grond op het strooisel lopen, ze konden rustig in een legnest in afzondering hun ei leggen, konden hun vleugels uitslaan, uit een drinkbak drinken in plaats van uit (vaak verstopte!) nippels en op een zitstok boven in de stal gaan zitten.

En zijn we er nu?
Nee, we zijn er nog niet. Was het maar waar! De huidige legbatterij is nu (zo goed als) verdwenen uit Europa en de meeste legkippen leven nu in strooiselschuren, maar er worden ook nog steeds kippen in kooien gehouden. Nog steeds zijn er de zogeheten “verrijkte kooien”, die nauwelijks een verbetering zijn voor de kippen. De kippen hebben een paar centimeter meer ruimte en ze hebben een zitstokje en nestruimte. Maar dit stelt heel weinig voor. De kippen kunnen ook hier niet hun vleugels spreiden en op het zitstokje kunnen ze niet eens rechtop zitten.
Tot 2021 blijven deze kooien nog toegestaan. In de Tweede Kamer zouden de ­oppositie-partijen graag direct een verbod zien op alle kooisystemen. Maar landbouw­staatssecretaris Bleker denkt daar helaas heel anders over.
Hopelijk breekt snel de tijd aan waarin alle kippen op de grond, met bewegingsvrijheid, frisse lucht, binnen of buiten, maar op z’n minst in een scharrelstal hun leven mogen doorbrengen.

   

Op ganzenjacht voor de voedselbank

Er zijn erg veel ganzen in Nederland. Zóveel, dat er een flink deel van de populatie moet worden afgeschoten, zo vinden de jagers en zo vindt ook Staatssecretaris van Landbouw, dhr Bleker (zijn zoon jaagt). Al jarenlang worden ganzen in Nederland afgeschoten of massaal gevangen en vergast met CO2-gas. Want het zijn er veel te veel. De schade die ze veroorzaken is enorm, wordt er gezegd. Dus afschot is de enige oplossing. Vangen en vergassen zou nog sneller gaan, daarom zou dhr Bleker dat eigenlijk nog liever willen, maar dat schijnt in Europa toch een beetje moeilijk te liggen. Maar schieten mag gelukkig.
Het lijkt er echter wel op dat er ieder jaar meer ganzen zijn dan het jaar daarvoor! Dát is raar! De jagers doen toch zó hun best! Wel, dan toch nog maar weer méér ganzen afschieten……
Wat doen we toch met al die dode ganzen? Opeten natuurlijk! Weggooien is toch zonde! Maar het zijn er zoveel, daar kunnen we niet tegenop eten! We kopen grote vrieskisten en stoppen die vol met afgeschoten ganzen. Maar de vrieskisten raken overvol. En elk jaar komen er maar meer ganzen! Wat nu…!?
Wel, in Noord-Holland weet men daar wel raad op: ganzen die we zelf niet meer op kunnen brengen we naar de Voedselbank (NOS-journaal 21-02-2012). Is dat geen schitterende bestemming? Weggooien is toch doodzonde!? En er zijn er tóch veel te veel…..!

Grauwe ganzen in vlucht

Ja, zo wordt het aan de goedgelovige burgers voorgeschoteld. Maar hebben deze ­burgers zich wel eens afgevraagd hoe het komt dat ondanks de intensieve jacht op ganzen er elk jaar toch weer evenveel of zelfs nog meer ganzen zijn dan het jaar ­daarvoor? Nee? Hebben we vroeger op school tijdens de biologieles al niet geleerd dat de grootte van een populatie dieren, van welke soort dan ook, zich altijd weer aanpast aan de ruimte en het voedselaanbod? Men kan dus jagen, vangen en doden wat men wil, maar opengevallen plaatsen worden onmiddellijk weer ingenomen door vaak ­jongere en dus vruchtbaardere exemplaren uit de omgeving, die de voortplanting extra energiek ter hand nemen. Zolang de ruimte en het voedselaanbod hetzelfde blijven zal jagen dus nooit helpen om de populatie kleiner te maken en dus leidt jacht en/of vangen en vergassen nooit tot een structurele oplossing om overlast van ganzen te bestrijden. De populatie wordt hierdoor eerder verjongd en dus alleen maar vruchtbaarder.

Alternatieven
Als ganzen niet bejaagd worden zal vanzelf een stabiele populatie ontstaan. Bovendien bestaan er mogelijkheden om ganzen te weren van plaatsen waar ze niet gewenst zijn (o.a. het bewegend draadsysteem waar we eerder over schreven). En in het geval van de Schipholganzen: in de omgeving van Schiphol geen gewassen meer telen die juist ganzen aantrekken, zoals tot nu toe nog steeds wél gebeurt.
Het is ongelooflijk hoe jagers, gesteund door politici zoals de heren Bleker en Atsma (beiden CDA) altijd weer hun verhaal aan de man proberen te brengen: afschot en/of vangen en vergassen is de enige oplossing. We worden bang gemaakt met verhalen over enorme schade die door de ganzen wordt aangericht aan de gewassen. Vreselijke rampenscenario’s worden over ons uitgestort. Maar in plaats van de alternatieven toe te passen wordt gelijk naar het geweer gegrepen. De jagers hebben “het genot van de jacht” en gratis vlees in de pan en in die van hun familie, vrienden en kennissen. Wat over is verkopen ze aan poeliers en restaurants. En als de Voedselbank er ook nog een graantje van mag meepikken dan wordt al snel een maatschappelijk draagvlak voor de ganzenjacht gecreëerd. In Nederland is al een overdaad aan voedsel beschikbaar, een derde deel daarvan wordt zelfs weggegooid. Is het niet schandalig dat we dan ook nog eens onze natuur, in dit geval de wilde ganzen, opeten?

Duiven

Op 31 januari van dit jaar berichtte de NRC dat een Friese postduif van ene meneer Veenstra voor 250.000 euro is verkocht aan een Chinese duivenmelker. Exorbitante transfersommen vinden blijkbaar niet alleen plaats in de voetbalwereld, maar ook bij de duivensport. In de duivensport draait het erom wiens duif zo snel mogelijk de afstand tussen de losplaats en het duivenhok heeft afgelegd. Hoe sneller de duif vliegt, hoe ­groter zijn of haar waarde in geld en des te duurder zijn de eieren en nakomelingen van deze duif. In totaal verkocht Veenstra eind januari 245 duiven voor het bedrag van 1.899.300 euro. Niet alleen als profvoetballer, maar ook als duivenmelker kun je blijkbaar ­miljonair ­worden! Levert een voetballer zelf een prestatie, een ­duivenmelker doet dat niet, want zijn duiven moeten de prestatie leveren. Een snelle duif mag blijven leven en een langzame duif wordt door de duivenmelker naar de ­poelier gebracht. De ­slogan “Niet op tijd, kopje kwijt’ wordt vaak gebezigd door deze duivenliefhebbers. Zoals we nu kunnen begrijpen houden deze duivenhouders dus niet zozeer van hun duiven, maar meer van het geld dat ze kunnen opbrengen.

Vergeleken met vroeger moeten wedstrijdduiven ook steeds verder en langer gaan vliegen. Dat een duif normaliter niet ‘s nachts vliegt omdat hij in het donker niet goed kan zien, belet de duivenmelkers niet om nachtvluchten te organiseren. Bij voorkeur worden duivinnen hiervoor ingekorfd. Deze duivinnen laat men eieren uitbroeden en zodra de jongen een paar dagen oud zijn en volledig afhankelijk van de moeder, worden de moederduiven ingekorfd om mee te doen aan een nachtelijke wedvlucht. Begrijpelijkerwijs wil deze moederduif zo snel mogelijk naar huis vliegen omdat haar jongen zonder haar verzorging zullen sterven van honger en kou. En dat motiveert haar om, tegen haar natuur in, ‘s nachts naar huis te willen vliegen. Bij thuiskomst zal ze haar jongen echter niet meer levend aantreffen, want die liggen al in de vuilnisbak. De duivensport is niet alleen onsportief maar ook bijzonder wreed. Dat veel postduiven in het donker verdwalen of verongelukken mag ook ­evident zijn. Wedvluchten over lange afstanden, zoals van Barcelona naar Nederland, komen veelvuldig voor. Bij zulke wedstrijden komt soms maar 10 tot 30% van de postduiven terug naar het hok. De andere 70 tot 90% van de postduiven verongelukt, sterft door uitputting of verdwaalt. Veel duiven komen niet eens veel verder dan Barcelona en blijven daar rondhangen. Liet het gemeentebestuur van Barcelona in 2010 nog 40.000 duiven vangen en vergassen, in 2011 waren dat er 65.000. Het gemeentebestuur van Barcelona zou beter het lossen van postduiven in deze stad kunnen verbieden.

Alle duiven die in een stad leven zijn van oorsprong postduiven of nakomelingen daarvan. Terwijl aan de ene kant de postduivenhouder hoopt op de duif met de gouden eieren, worden steden anderzijds opgezadeld met overlast van verdwaalde ­postduiven en een daarbij behorende kostenpost. Duivenpoep op monumenten en gebouwen, ­nesten die afvoeren en goten verstoppen, stank en geluidsoverlast van koerende duiven zijn ­veelgehoorde klachten. In diverse gemeenten werden en worden nog steeds korte metten gemaakt met stadsduiven, door ze te laten vangen en vergassen. Bedragen van 50.000 euro per jaar voor bestrijdingsacties zijn niet ongebruikelijk. Er zijn diverse ­bedrijven actief in Nederland die een dagtaak hebben aan het ­wegvangen van ­stadsduiven in opdracht van gemeenten en woningbouwverenigingen. De één laat duiven los en hoopt hiermee geld te winnen en een ander vangt ze en verdient hiermee een dik ­belegde boterham. De gemeenschap moet echter de vangkosten en ­schoonmaakkosten betalen. De duiven zelf betalen met hun leven.

Zoals we u al eerder berichtten is een diervriendelijke methode om overlast van duiven te verminderen: het plaatsen van een grote duiventil, waarin duiven kunnen slapen, eten en broeden. Tevens kunnen de eieren worden vervangen door gipseieren om ­daarmee het aantal duiven te beperken en onder controle te houden. Grote gemeentelijke duiventillen staan in Zutphen, Soest, Almere en Gouda. In Almere staan inmiddels 3 duiventillen, naar grote tevredenheid van deze gemeente en haar inwoners. In Zutphen is onlangs een tweede til geplaatst.
Door de bezuinigingen in bijna alle Nederlandse gemeenten wordt de bouw van nog meer duiventillen wat vertraagd. Het zou mooi zijn als de duivenmelkers bij elke ­wedstrijdduif die ze in de lucht gooien een soort “weggooipremie” zouden moeten betalen, waardoor gemeentelijke duiventillen zouden kunnen worden gefinancierd. In het huidige politieke klimaat, waarin de mogelijkheden om geld te verdienen aan dieren juist worden verruimd en dierenleed niet wettelijk wordt beperkt, ziet de toekomst er echter nog niet zonnig uit. We zullen u van verdere ontwikkelingen op de hoogte houden.

Wetsvoorstel verbod onverdoofd ritueel slachten

Het is stil de laatste maanden voor wat betreft het rituele slachten. Na het debat in de Eerste Kamer van enige maanden geleden hebben we de hoop eigenlijk opgegeven dat het deze keer zou lukken een eind te maken aan deze dierenkwelling. Toch moet de Eerste Kamer er nog verder over debatteren en dan zal er nog gestemd moeten worden. Dit tweede debat, dat in december 2011 was gepland is uitgesteld tot het voorjaar i.v.m. de zwangerschap van Marianne Thieme. Van de Partij voor de Dieren vernamen we al dat, als het voorstel wordt afgestemd in de Eerste Kamer, er weer een nieuw wetsvoorstel zal worden geschreven.

Steun uit onverwachte hoek
Op 16 december 2011 lazen we het volgende opmerkelijke artikeltje in De Telegraaf: (Opmerkelijk, omdat het geschreven is door een zeer moedige islamitische slager.)

“Verdoofd slachten mogelijk voor moderne moslim
Alle ophef over het al dan niet verdoofd slachten gaat steeds over de vraag of de ­vrijheid van godsdienst wel of niet mag worden aangetast ten gunste van het dier. Maar verdoofd slachten is voor moderne moslims helemaal geen probleem.
Uit gezondheidsoverwegingen schreven rabbijnen en imams eeuwen geleden voor dat een dier springlevend moest zijn op het moment van slachten. Alleen dan wist je zeker dat het dier niet was overleden aan een gevaarlijke ziekte. Om mensen niet van deze regel te laten afwijken, vertelden de religieuze leiders dat God het zo wilde. Verdoving bestond toen nog niet. Later is het ritueel slachten een eigen leven gaan leiden, los van moderne technieken. Nu leven we in een tijd waarin verdoven mogelijk is. Bovendien zijn de dieren in de Europese slachthuizen goedgekeurd: ze zijn gezond en ­springlevend. De gezondheid van de mens staat niet op het spel.
Veel moderne islamitische slagers durven deze mening niet te uiten, bang om door conservatieve krachten tegengewerkt te worden. Ik laat me echter niet leiden door angst.”
                                                                                Murat Saygili,
                                                                                Islamitische slager in Amsterdam

(Afgezien van de bewering als zou de gezondheid van de mens niet op het spel staan door het eten van vlees - denk bijv. aan alle antibiotica die de dieren krijgen toegediend, waardoor bacteriën resistent worden en deze antibiotica straks de zieke mens niet meer zullen kunnen helpen; hierbij maakt het overigens niets uit of de dieren wel of niet ­worden verdoofd - zijn wij uiteraard heel blij met deze reactie.  - red.)

Dit Telegraaf-artikeltje hebben we naar alle Eerste-Kamerleden gemaild. Hopelijk zien ze het onzinnige van de zaak in dat aan de dieren geen pijnloze dood wordt gegund. Maar helaas is de lobby vooral van Joodse zijde zéér groot.
Wij wachten met spanning het verdere verloop af.

Convenant ritueel slachten strooit zand in ogen van eerste kamer en publiek

Persbericht Alkmaar, 18 juni 2012 – In verband met de stemming in de Eerste Kamer der Staten-Generaal op dinsdag 19 juni over het Wetsvoorstel Thieme inzake het ritueel slachten hebben St. Rechten voor al wat leeft en St. Comité Dierennoodhulp aan de Eerste-Kamerleden een brief gestuurd waarin zij hun kritiek uiten op het “Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten”. Directe aanleiding voor de kritiek is dat de ondertekenaars van religieuze zijde de afgesproken 40 seconden dat het dier na de halssnede nog bij bewustzijn mag blijven nog aan de krappe kant vonden, terwijl zowel van joodse als van moslimzijde decennia lang aan het publiek is voorgehouden dat onbedwelmd ritueel slachten pijnloos is en de dieren onmiddellijk na de halssnede het bewustzijn verliezen. Beide organisaties vinden dat de Eerste Kamer en het publiek met dit convenant zand in de ogen wordt gestrooid en dat, als de Eerste Kamer aanstaande dinsdag het Wetsvoorstel Thieme verwerpt en kiest voor dit convenant, zij hiermee te kennen geeft òf dom en naïef te zijn, òf ... zich onder druk te hebben laten zetten door de religieuze lobby en een dubbele agenda te hebben, waarin partijbelangen en/of economische motieven de hoofdrol spelen. In beide gevallen een Eerste Kamer ónwaardig.
Een aantal redenen waarom de Eerste Kamer aanstaande dinsdag níet het convenant ritueel slachten van demissionair landbouwsecretaris H. Bleker zou moeten verkiezen boven het wetsvoorstel van mevrouw Thieme zonder daarmee een modderfiguur te slaan tegenover het Nederlandse volk:

  1. Decennia lang is het publiek voorgehouden dat de rituele slacht voor het dier geheel pijnloos verloopt. Zo stelde Rabbijn Lody van de Kamp in het artikel “Koosjer slachten zonder pijn” ( “De Bazuin” van 12 juni 1998) o.a. het volgende:
    “Het koosjer slachten omvat een heleboel regels. De belangrijkste daarvan is dat de halssnede verricht moet worden met een vlijmscherp, maar gaaf mes. Daarmee moeten de slokdarm, de luchtpijp en de beide halsslagaders in één keer worden doorgesneden. Hierdoor raakt het dier onmiddellijk buiten bewustzijn. Omdat de pijn pas na vijftien tot twintig seconden optreedt, voelt het dier niets. De essentie van het slachten is dat het pijnloos gebeurt.” “Verder moet het snijden in één haal gebeuren, er mag niet gestopt worden, er mag geen druk worden uitgeoefend op het mes.” En in het artikel “Ritueel slachten niet verbieden” in het Eindhovens Dagblad d.d. 2 mei 2011 schrijft Ibrahim Wijbenga, binnen het CMO (Contactorgaan Moslims en Overheid) degene die het dossier “Ritueel slachten” beheert, raadslid voor het CDA in Eindhoven, en tevens medeondertekenaar van het convenant: “Allereerst wijs ik erop dat het rituele slachten uiterst professioneel gebeurt met technieken die pijnloos zijn voor het dier.”
    Het ondertekenen door vertegenwoordigers van de religieuze groeperingen van het convenant, waar het dier tot 40 seconden bij bewustzijn mag blijven, komt na bovenstaande beweringen in een vreemd daglicht te staan en is in tegenspraak met de uitspraken van o.a. Rabbijn Van de Kamp en de heer Wijbenga, zeker als we bedenken dat de religieuze ondertekenaars de 40 seconden eigenlijk toch wel aan de krappe kant vonden.
  2. Het convenant spreekt weliswaar over “permanent toezicht” maar er staat niet bij door wie. Geheel onduidelijk is of dit door een rabbijn gebeurt of door een imam of dat er sprake is van permanent veterinair toezicht. Ook is onduidelijk in het convenant of dit permanente toezicht gaat over het gehele slachtproces of alleen voor het keuren vooraf van de levende dieren. Zonder veterinair toezicht tijdens het slachtproces zal met die 40 seconden snel de hand worden gelicht. Bovendien kan de staatssecretaris ook nog besluiten het toezicht “in frequentie terug te brengen”, zodat het dus niet meer “permanent” is (artikel 5 punt 3 convenant).
  3. In het convenant is vastgelegd dat de slokdarm, de luchtpijp en de beide halsslagaders in één haal met het mes moeten worden doorgesneden. Onduidelijk is hoe dat tijdens de koosjere slacht kan worden gerealiseerd, als daar geen druk op het mes mag worden uitgeoefend. Ook over de vraag wat er moet gebeuren als één halssnede niet voldoende blijkt te zijn geeft het convenant geen duidelijkheid. Eveneens is onduidelijk hoeveel seconden het nog duurt voordat het dier, nadat het al 40 seconden intens heeft geleden, uiteindelijk door bedwelming “door middel van een extra ingreep” uit zijn lijden wordt verlost (artikel 2 punt 2 convenant).
  4. Dit convenant is eerder een verslechtering dan een verbetering vergeleken met het Besluit Ritueel Slachten van 28 november 1996. Daar stond nog in dat runderen 45 en schapen en geiten 30 seconden na de halssnede bij bewustzijn mogen blijven. In dit convenant is het voor schapen en geiten ook 40 seconden. De ware reden laat zich raden waarom demissionair staatssecretaris Bleker drie maanden lang met zijn “wetenschappelijke adviescommissie” moest vergaderen voor een convenant waarvan de inhoud al nagenoeg in een soortgelijke regeling lag.
    Nadere informatie voor de pers is te verkrijgen bij:
    Bep de Boer; tel. 072-5110617, e-mail: boerveenrvaw[at]chello.nl
    St. Rechten voor al wat leeft en namens St. Comité Dierennoodhulp

Kleine diertjes

In ons vorige nummer schreven we o.a. over wespen en dat u daar eigenlijk helemaal geen wespenvangers, gif of andere nare middelen voor nodig hebt omdat deze nuttige diertjes binnen korte tijd weer verdwijnen. Mocht u toch willen voorkomen dat wespen in uw tuin een nest gaan bouwen, dan is daar nu de Waspinator, een wespenverjager zonder vergif, die volkomen dier- en milieuvriendelijk werkt. Het is een soort zak in de vorm van een echt wespennest, gemaakt van recyclebaar materiaal, en u kunt het gewoon in de tuin ophangen. Als wespen deze Waspinator zien zullen ze er vanuit gaan dat er al een wespennest bij u in de tuin is en ze zullen snel op zoek gaan naar een andere plek. Maar zelfs een gewone papieren zak schijnt al te helpen.
Vraagt u in de dierenwinkel of in een tuincentrum eens naar de Waspinator. Mochten die het niet verkopen, probeert u het dan eens via internet. Via Google vindt u een aantal bedrijven waar u de Waspinator kunt bestellen. De prijs varieert van ongeveer 10 tot 15 euro.

Wij lazen voor u

Het volgende berichtje van 21 september 2011 vonden we op de website van NUZakelijk:
“Chip met menselijke cellen test medicijnen
Amsterdam - Dierproeven zijn mogelijk verleden tijd. Drie grote Amerikaanse ­overheidsinstanties werken samen om een chip te maken die het effect van nieuwe medicijnen op mensen kan testen. De chip moet menselijke cellen bevatten die staan voor ­verschillende fysiologische systemen van het lichaam, zoals de werking van de ­stofwisseling, het pompen van het hart en de werking van de hersenen. Nieuwe medicijnen worden dan op de chip getest, die de effecten op de menselijke cellen opslaat als informatie. Op deze manier zouden medicijntests sneller en nauwkeuriger uitgevoerd kunnen worden. De effecten op dieren in dierproeven zijn namelijk nog niet genoeg vergelijkbaar met het effect op mensen. Personen zullen door de komst van de chip nagenoeg geen ­complicaties oplopen bij tests.
De ontwikkeling van de chip gaat ongeveer vijf jaar duren en kost 140 miljoen dollar. De instanties die meedoen zijn het National Institute of Health (NIH), het Defense Advanced Research Program Agentia (DARPA) en de Food and Drug Administrator (FDA)”

En in De Stentor van 4 februari 2012:
“Grieken verbieden dieren in circussen
Athene - Griekenland verbiedt het gebruik van dieren in circussen. Het land is daarmee een voorloper in Europa. Het totaalverbod is verankerd in een nieuwe Griekse wet op de dierenbescherming. In Nederland is het bij wet niet mogelijk om dieren uit circussen te weren, maar sommige gemeenten houden er wel een eigen beleid op na.”