Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Vredesdienst voor dieren
Jachtopzichter zelf in de fout
Hubertusmissen
Honden mogen om gedrag niet zomaar meer worden gedood
Een oud gedicht
Dierproeven voor oorlogsdoeleinden
Aquariumvissen
Pesticiden in de landbouw
Bultruggen in Nederlandse wateren
Hoe omstreden is leer?
Orang-oetan in Argentinië krijgt niet-menselijke persoonsrechten

   

Vredesdienst voor dieren

De dierenkerkdienst, oftewel Vredesdienst voor Dieren, waarover wij in ons vorige contactblad schreven, en die plaatsvond in de Maarten Lutherkerk te Amsterdam op 22 december 2014, dus vlak voor de Kerst, is een groot succes geworden! Het was een kerkdienst voor gelovigen en niet-gelovigen, en het thema was hoe we Kerstmis ook voor de dieren konden maken tot een echt Vredesfeest. Meestal wordt met Kerstmis buitensporig veel vlees gegeten en het leed van alle dieren die voor de Kerst worden gefokt, geslacht of geschoten…., daar wordt meestal niet aan gedacht!

De kerk was heel goed bezet, en de aanwezigen waren zeér enthousiast over “de eerste Vredesdienst voor dieren”. Zoiets was namelijk inderdaad nog nooit eerder gebeurd. De bij vele dierenvrienden bekende dominee Hans Bouma leidde de dienst op voortreffelijke wijze, en er waren diverse andere sprekers, waaronder een 10-jarig meisje, die vertelde te hopen dat alle pappa’s en mamma’s hun kinderen de waarheid zou-den vertellen over wat er allemaal met dieren gebeurt waarvan wij het vlees eten. Ze was heel blij dat zíj wel de waarheid wist, en daarom at ze nu geen vlees meer.

Ook de t.v. werkte mee, o.a. het Programma “Koffietijd” (RTL4) die heel mooie opnames hadden gemaakt tijdens de dienst om ze in hun programma uit te zenden. Bovendien heeft de redactie uit eigen beweging de voornaamste mo-menten op YouTube gezet. Als u de volgende link intikt op Google: https://www.youtube.com/watch?v=aKZJck4mtcw, dan kunt u deze opname zelf bekijken.

Deze bijzondere Kerst-Vredesdienst voor Dieren was het slotstuk van een Kerst­campagne, waarbij Comité Dierennood-hulp, St. Een Dier Een Vriend (St. EDEV), St. Rechten voor al wat leeft en Dominee Hans Bouma samenwerkten in het schrijven van brieven aan de vier grootste kerkgenootschap-pen in Nederland, de paus, Koning Willem Alexander, president Obama en president Poetin met de vraag om in hun kersttoespraak de mensen op te roepen tot een Kerst zonder dierenleed, en dan ook zelf het goede voorbeeld te geven. Er was ruime aandacht van t.v. en pers voor deze oproep, die ook via de social media werd verspreid.

Op onze brieven kwam weinig tot geen respons. Alleen van Koning Willem Alexander kwam een reactie: een bedankje voor de brief, met waardering voor onze zorg over het welzijn van dieren door de consumptie van vlees en vis. Maar om een vegetarisch kerstdiner aan de orde te stellen in de Kersttoespraak. dat vond de koning geen goede suggestie, “omdat dit “inbreuk zou kunnen maken op de vrije keuze die mensen hebben”. (Een makkelijke smoes! Wat is er mis met een goed voorbeeld geven, en een oproep te doen? Een oproep is toch geen gebod? - red.) Het plan is om voor de volgende Kerst in elk geval weer een Vredesdienst voor Dieren te organiseren.

   

Jachtopzichter zelf in de fout

Hoe corrupt en bedrieglijk het jagerswereldje in elkaar zit mag weer blijken uit het volgende: Een jachtopzichter van landgoed Duivenvoorde (Voorschoten) werd op 30 januari door een fotograaf op heterdaad betrapt tijdens een illegale jachtpartij op houtsnippen. Behalve de jachtopzichter namen ook diens ambtsvoorganger en vier leden van de jachtcombinatie deel aan de jachtpartij. De houtsnip is een beschermde vogel, en op het bejagen daarvan staan in Nederland strenge straffen. De zaak had nooit aan-hangig gemaakt kunnen worden als er geen zeer duidelijke foto’s van gemaakt zouden zijn, waar zowel de jachtopzichter als de vijf anderen duidelijk herkenbaar op te zien waren terwijl ze bezig waren met hun werk: de aangeschoten houtsnip uit het water oppakken waar het dier gewond in was gevallen, en het afmaken van het dier op de wal. Omdat de fotograaf ooit bedreigd was door jagers durfde hij niet zelf aangifte te doen, maar gaf het verhaal én de foto’s door aan de Partij voor de Dieren, waarna Eerste-Kamerlid Niko Koffeman van deze partij aangifte deed. Hier was namelijk duidelijk sprake van wetsovertreding, en het voorval liet duidelijk zien dat jachtopzichters twee wel heel tegenstrijdige petten op hebben, hetgeen zo geregeld is in de Flora- en Faunawet:

Van de jachtopzichter wordt verlangd dat hij de jachtbelangen van jachtaktehouders beschermt, maar ook dat hij, als buitengewoon opsporingsambtenaar, krachtens dezelfde wet strafbaar gestelde feiten opspoort. Dit voorval staat niet op zichzelf. Zo werd in 2013 een jacht-opzichter in het natuurgebied De Eese aangehouden op ver-denking van het doden van roofvogels en vossen en het uit-zetten van tamme (gekweekte) fazanten. (Roofvogels en vossen zijn als roofdier concurrenten van de jager, en concurrenten moeten uit de weg worden geruimd….. Ook in Groot-Brittannië worden regelmatig jachtopzichters betrapt bij het vergiftigen van roofvogels.

Wij wachten met spanning de uitspraak van de rechter af.

   

Hubertusmissen
N.a.v. de Hubertusmis in Deurne die wij in oktober 2014 bijwoonden, (een uitgebreid ­verslag hebt u kunnen lezen in ons vorig contactblad) hebben wij een verslag daarvan, incl. de preek van pastoor Janssen (die een en al jachtpropaganda was!), aan Hulpbisschop Mutsaerts van Bisdom Den Bosch gestuurd. Hij had immers tegen ons gezegd dat er in zijn ­bisdom ‘geenszins propaganda voor de jacht werd gemaakt tijdens Hubertusmissen.’ Wij hebben nooit meer een reactie van de hulpbisschop ontvangen….


   

Honden mogen om gedrag niet zomaar meer worden gedood

(Alles hangt af van een goede handhaving)
In het Besluit Houders van Dieren, dat onlangs is ingegaan en onderdeel is van de Wet Dieren, staat dat honden, katten en aangewezen ganzen alleen nog maar gedood mogen worden in de hieronder genoemde gevallen a t/m e van artikel 1.10:

“Paragraaf 3: Doden van dieren
Artikel 1.9: Toepassingsbereik
Als diercategorieën als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen ganzen, honden en katten.
Artikel 1.10: Gevallen waarin dieren mogen worden gedood
Als gevallen als bedoeld in art. 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen ­gevallen waarin:
a. een dier wordt gedood ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier;
b. een dierenarts heeft vastgesteld dat doden in het belang van het dier is;
c. dat doden bij of krachtens enig wettelijk voorschrift of ingevolge een EU-verordening is voorgeschreven;
d. een dier wordt gedood ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier;
e. een dier wordt gedood vanwege niet te corrigeren gevaarlijke gedragskenmerken.

Bij punt e. staat omschreven dat een dier gedood mag worden vanwege ‘niet te ­corrigeren’ gevaarlijke gedragskenmerken.
In de uitgebreidere uitleg over dit artikel 1.10 staat:
“Bovendien moet het gevaar niet kunnen worden weggenomen door trainingen en het volgen van cursussen.” Dat betekent dat vanaf het ingaan van dit besluit een hond niet meer mag worden gedood als er geen poging is ondernomen om het gevaarlijke gedrag middels training en cursussen te corrigeren. Letterlijk zou dat betekenen dat een hond uit de opslag niet meer zoals voorheen gedood mag worden, maar altijd de kans verdient op training om te kijken of het gedrag te corrigeren is. Dat betekent ook dat een dierenarts hier rekening mee dient te houden, en een hond niet mag doden omdat de eigenaar zegt dat zijn hond gevaarlijk is. De dierenarts zal dan eerst het advies van een gedragskundige moeten inwinnen. De gedragskundige moet vastgesteld hebben dat de betreffende hond een gevaar is voor zijn omgeving. Bovendien moet dan nog gekeken worden of het gedrag van de hond middels training en cursussen niet te veranderen is. Hoe dit laatste vast te stellen is zonder training, lijkt ons moeilijk. En ook dierenasielen en hondenopvangcentra mogen een hond niet meer doden om zijn gedrag zonder dat deze een kans op training heeft gehad. Desondanks zal dit nog vaak gebeuren, omdat het asiel, de eigenaar en de dierenarts hier niet van op de hoogte zijn, en ook in geval dit niet voldoende gehandhaafd wordt. Indien dit artikel 1.10 wél daadwerkelijk nageleefd zal gaan worden, zou dit een enorme vooruitgang zijn in het rechtvaardig behandelen van honden.


   

Een oud gedicht
Op internet vonden we een heel oud Engels gedicht van Henry Chappell, waarschijnlijk gemaakt vlak na de Eerste Wereldoorlog. Het gaat over een stervend paard in een ­oorlogssituatie waar nog gebruik werd gemaakt van paarden. Het ontroerde ons zó, dat we het hebben vertaald, en de vertaling hieronder voor u hebben afgedrukt (helaas doet de vertaling afbreuk aan de dichterlijke kwaliteit van het gedicht, maar het gaat ons hier vooral om de inhoud):

De kus van een soldaat

Niets anders dan een stervend paard. Haal het tuig ervan af
en trek het nutteloze bit uit de schuimende kaken.
Sleep het naar de kant, laat de weg vrij,
het wapengekletter gaat bijna ononderbroken door.

Daar ligt het, uitgestrekt aan de door granaten vernielde straatweg,
met trillende poten - wat wijkt het leven snel…
Donkere vliezen trekken over zijn trouwe ogen
Die woordeloos smeken om hulp, die niet komt opdagen.

Verderop gaat de strijd door, maar daar is er één die zich,
zonder te letten op de stemmen van zijn kameraden,
terugspoedt naar de gewonde vriend die, bloedend en eenzaam
aan de kant van de weg ligt, waar hij viel.

Niets anders dan een stervend paard!….Hij knielt snel neer,
heft de benige kop van het dier op, hij hoort de sidderende zucht,
en kust zijn vriend, terwijl een traan van liefdevol mededogen
langs zijn wang glijdt. “Vaarwel, ouwe jongen, vaarwel…..”

Hem wacht geen eerbetoon, geen medaille, geen ordeteken,
al heeft zich in de oorlog zelden een inniger vriendschap vertoond.
Hij draagt in zijn borst iets dat veel kostbaarder is
dan koninklijke geschenken: een hart van goud……

                                                                       Henry Chappell

(met dank aan mevr. A.S.-M. te Z. die het gedicht zo prachtig uit het engels vertaalde).

Dierproeven voor oorlogsdoeleinden
Naar aanleiding van bovenstaand gedicht het volgende: Paarden worden in de oorlog niet meer gebruikt. Er zijn nu andere, veel geraffineerder middelen waarmee we grote aantallen mensen tegelijk kunnen doden, dankzij “de grote vooruitgang”. Maar toch worden er nog steeds veel dierenlevens geofferd aan de menselijke drang tot ­vernietiging van zijn eigen soort, ook in Nederland.

Vorig jaar april stelde de Partij voor de Dieren Kamervragen over dierproeven in Nederland voor oorlogsdoeleinden. De conclusies waren dat er door Defensie geen dierproeven worden gedaan voor het oefenen van levensreddende handelingen door ­militaire ­artsen, verpleegkundigen en ander medisch hulppersoneel. Voor deze ­oefeningen wordt gebruik gemaakt van levensechte, menselijke simulatie-poppen en dode kadavers. Voor het trainen van vaardigheden in de behandeling van grote verwondingen van allerlei aard zijn traumachirurgen en anesthesisten van Defensie verplicht een cursus te volgen waarbij wèl dierproeven moeten worden gedaan. Deze dieren worden wel onder narcose gebracht. Voor het aanleren van deze vaardigheden bestaat (nog?) geen effectief alternatief.

Aquariumvissen
Mensen die een aquarium bezitten genieten doorgaans van de prachtige kleuren van hun tropische visjes die erin zwemmen. Het is dan ook een schitterend gezicht, al die bonte kleuren die zich tussen de groene waterplantjes bewegen. De eigenaren hebben er waarschijnlijk veel geld voor betaald! Maar dan heb je ook wat!

Hoe komen deze visjes aan hun prachtige kleuren? Wel, u zult het niet geloven, maar het is de waarheid: De diertjes worden met kleurstof geïnjecteerd, of geverfd, gelaserd of zelfs getatoeëerd! De handel deinst nergens voor terug, want er wordt zeér goed aan verdiend! Heeft u een aquarium met visjes die licht geven in het donker? Grote kans dat ze genetisch gemanipuleerd zijn. Al dit soort mishandelingen gebeuren inmiddels op grote schaal en internationaal, ook in Nederland. “In sommige gevallen sterft ruim 80% van de vissen die worden gekleurd tijdens of vlak na de behandeling. Dit hoge sterftecijfer is voor de handelaren geen reden om te stoppen. De exemplaren die het wèl redden worden namelijk voor goed geld verkocht”, aldus Roderick Louis in de Telegraaf van 20 oktober 2014. Zelf is hij een aquariumliefhebber, maar van deze praktijken moet hij niets hebben! Hij doet uit de doeken hoe een en ander in z’n werk gaat:

“Net als bij een tatoeage wordt per injectie alleen een klein stukje van de huid gekleurd, waardoor vele injecties noodzakelijk zijn. Ook hierbij geldt dat vissen vaak overlijden door de gevolgen van infecties van de naalden en door de stress die het met zich ­meebrengt.”

Nog erger noemt hij het onderdompelen van de vis in een vloeistof waardoor de ­buitenste slijmlaag oplost. Hierna volgt een bad in een gekleurde vloeistof, daarna wordt het visje in een bad gelegd dat de huid irriteert waardoor een versneld herstel van de slijmlaag plaatsvindt. Dit alles is zeér stressvol en vaak dodelijk. Ook het toedienen van mannelijke hormonen aan vrouwelijke vissen om kleurpatronen te versterken kan op den duur zeer schadelijk zijn voor de gezondheid van de vis.

Hoe kunnen deze mishandelingen gestopt worden? Voor het welzijn van vissen is schandalig genoeg in de wet niets geregeld. Het is dus aan de aquariumliefhebbers om deze felgekleurde ­visjes niet meer te kopen! Het zal namelijk voor de handelaar erg moeilijk zijn een ­sluitend bewijs te leveren dat de visjes die ú koopt deze gruwelijke mishandelingen niet hebben ondergaan! Deze handel moet gewoon stoppen!


Pesticiden in de landbouw
Uitvoering moties laat op zich wachten

Ondanks brede steun van de Tweede Kamer voor moties van de Partij voor de Dieren voor een totaalverbod op neonicotinoïden heeft het kabinet tot op heden geweigerd deze moties uit te voeren. Deze landbouwgiffen dragen sterk bij aan de massale sterfte van bijen, hommels en andere insecten die voor bestuiving van de gewassen zorgen. (Wij schreven hier eerder over.)

Volgens peiling door Ipsos is zeker 75% van de bevolking voor een verbod, maar vooralsnog trekt het kabinet zich daar niets van aan, evenmin als van de Tweede Kamer. Staatssecretaris Dijksma heeft zich steeds verscholen achter de EU-regels, maar de Partij voor de Dieren zegt dat deze regels haar genoeg ruimte geven het verbod door te voeren. Er is door deze partij aan de staatssecretaris een actieplan aangeboden waarin dit aangetoond wordt. De staatssecretaris heeft toegezegd hier vóór 1 maart op te reageren. We hopen dat, wanneer u dit leest, de beloofde reactie binnen is!

Bultruggen in Nederlandse wateren


Een paar weken geleden konden we in de media filmpjes en foto’s zien van de bultrug die de Oosterschelde was ingezwommen en gelukkig ook er weer uitgezwommen. Door een gebrek aan voedsel in de rivier zou het grote zoogdier niet lang zijn blijven leven.

Bultruggen eten alles wat ze aan de oppervlakte vinden (tot 50 meter diepte): scholen kleine visjes, plankton, krill en schaaldieren. Volwassen bultruggen eten zo’n 1.300 kg voedsel per dag als ze in hun foerageergebieden zijn.

De bultrug heeft vermoedelijk gebruik gemaakt van het afgaand tij en is met de stroom mee de Oosterscheldekering gepasseerd terug de Noordzee in. Het betrof een nog jonge bultrug van ‘slechts’ 4 meter lang met een gewicht van meer dan 2000 kilo. Een volwassen bultrug kan 12 tot 15 meter lang worden en wel 25.000 tot 30.000 kilo wegen. In de Noordzee leven diverse zeezoogdieren. Zeehonden, bruinvissen, witsnuitdolfijnen, tuimelaars en dwergvinvissen zijn soorten die echt in de Noordzee thuis horen. Daarnaast zijn er nog dwaalgasten die de Noordzee komen binnenzwemmen, zoals de potvis en de bultrug.

Sinds 2003 is er twaalf keer een bultrug gezien voor de Nederlandse kust. Bultruggen komen in alle oceanen voor, van de polen tot de evenaar. Dankzij hun grootte hebben bultruggen weinig last van roofdieren, al worden ze wel aangevallen en soms zelfs gedood door orka’s. Concurrentie om voedsel wordt geleverd door andere vinvissen, zeevogels en niet te vergeten de visserij. De belangrijkste bedreiging voor deze soort is dan ook de mens. In het verleden werden bultruggen in groten getale bejaagd. Het totaal aantal bultruggen in de oceanen is maximaal 20.000, terwijl het aantal vroeger, voorafgaand aan de walvisvaart, boven de 100.000 werd geschat.

Walvisvaart
Nederland deed ook mee aan de walvisvaart. De landen die meededen aan de walvisvaart richtten in 1946 de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) op. Hierin spraken ze af hoeveel walvissen gevangen mochten worden. Juist toen Nederland met een nieuw schip meer walvissen wilde gaan verwerken, besloot de IWC dat Nederland de walvisvangst moest beperken. Nederland stapte boos uit de commissie. Maar dat hielp niets. De vangsten liepen langzaam terug, en de hoge kosten konden niet worden terugverdiend. In 1964 werd de nieuwe walvisvaarder aan Japan verkocht. Dat betekende het einde van de Nederlandse walvisvaart.

Vroeger werd vrijwel ieder onderdeel van het walvislichaam gebruikt: het vlees om te eten, de olie voor lampen en de huid voor schoeisel. Inmiddels zijn hiervoor vele vervangende producten op de markt. Toch wordt er nog steeds op walvissen gejaagd, ondanks het feit dat commerciële jacht op walvissen al lang verboden is. Landen als Japan en Noorwegen negeren internationale afspraken over de commerciële walvisvangst. Onder het mom van wetenschappelijk onderzoek en traditie doden zij jaarlijks zo’n 1000 walvissen. Noorwegen wil nu ook het vlees van de walvissen te koop aanbieden aan andere landen, en in Japan worden nog steeds walvisproducten aangeboden voor consumptie. Walvisvlees bevat echter hoge concentraties zware metalen waaronder kwik en is dus erg ongezond om te eten. De vervuiling van de zee door chemische stoffen als pesticiden blijkt hier debet aan te zijn. Walvissen slaan het gif dat ze binnenkrijgen via hun voedsel op in hun vetlagen. Dit leidt tot ziekten en bovendien komen de gifstoffen terecht in de moedermelk van de walvissen.

Niet alleen de jacht vormt een probleem voor de walvissen. Naast de chemische vervuiling vormen verstrikking in visnetten, intensieve olie- en gasboringen in voedselrijke gebieden, aanvaringen met grote schepen en de gevolgen van klimaatsverandering een bedreiging voor alle walvissoorten. Maar de grootste bedreiging op dit moment is de bijvangst van de commerciële visserij. Ongeveer 300.000 walvissen, dolfijnen en bruinvissen sterven jaarlijks in visnetten. Laten we hopen dat de bultrug die een paar dagen in de Oosterschelde heeft gezwommen zo’n lot bespaard blijft en volwassen mag worden….

Hoe omstreden is leer?
Leer komt van geslachte dieren, zover reikt de kennis van de meeste mensen wel. Voor veel vegetariërs en veganisten een reden om absoluut geen leren producten te gebruiken. Maar men hoeft geen vegetariër of veganist te zijn om leren producten zoveel mogelijk te vermijden. Want wat velen van u misschien nog niet weten is dat leer echt niet alleen uit Nederlandse slachthuizen afkomstig is, maar uit alle delen van de wereld, ook uit díe landen waar het begrip dierenwelzijn van nog helemaal niet tot slechts gedeeltelijk is doorgedrongen. Als u bijvoorbeeld leren dameshandschoenen koopt of werkhandschoenen voor mannen, een portemonnee, een tasje of andere kleine accessoires, dan loopt u grote kans dat u een product van hondenleer in handen heeft.

Hondenleerindustrie
In Oost-China is een bloeiende hondenleerindustrie, zo meldt PETA, vanwaar leer voor kleine accessoires over de hele wereld worden geëxporteerd. PETA schrijft: “Voor het verkrijgen van hondenleer worden doodsbange honden gegrepen met een metalen lus aan een stok, waarna ze worden neergeknuppeld en hun keel doorgesneden. De huid van het dier wordt er daarna afgesneden, en de onderzoeker van PETA-Azië zag (op nog nooit eerder vertoonde filmbeelden van medewerkers in de Chinese provincie Jiangsu, waar de hondenslachting een regionale handel is) hoe medewerkers de huid van de honden afstroopten terwijl de honden nog steeds leefden. De onderzoeker heeft ook verslag gelegd over hoe hondenhuiden gebruikt worden. Een hondenslachter vertelde aan de onderzoeker dat in dit bedrijf per dag 100 tot 200 honden worden neergeknuppeld en gevild. Ongeveer 300 honden werden gehouden op een erf, waar sommige dieren verwoed probeerden over andere honden heen te klimmen in een poging te ontsnappen uit de overvolle cel.”

Het is heel goed, dat behalve de gruwelijke hondenvleesindustrie nu ook de hondenleerindustrie aan de kaak wordt gesteld. Wereldwijd kan men nu voor het eerst via de video-beelden kennisnemen van de meedogenloze mishandeling van dieren voor de productie van hondenleer. De oproep van PETA-Nederland nemen wij dan ook graag over:

“Nu er heel veel groothandel-retailers zijn die goedkoop leer uit China importeren, wie kan dan zien dat die bekleding, leren handschoenen of portemonnees gemaakt zijn van hondenhuid of niet? Wij roepen alle consumenten in de wereld op om zich de verschrikkingen te herinneren die honden en andere dieren ondergaan tijdens de slacht, en veilige, veganistische keuzes te maken voor kleding en accessoires.”

Orang-oetan in Argentinië krijgt niet-menselijke persoonsrechten
Een doorbraak misschien? Wie zal het zeggen! Tijden veranderen, en er lijkt een heél geleidelijke verandering gaande te zijn in de wereld als het om dieren gaat. Over het algemeen gaat dat gruwelijk langzaam, maar soms gebeurt er opeens iets wat niemand had verwacht! Een dier dat als ‘persoon’ wordt aangemerkt, en dat nog wel door een rechter! En niet eens in Nederland, dat door velen als het diervriendelijkste land op aarde wordt beschouwd, maar in Argentinië. Het gaat om de orang-oetan Sandra die in Buenos Aires gevangen wordt gehouden in een dierentuin.

Wij vonden het bericht vlak voor Kerst 2014 op internet. De 29-jarige Sandra leeft in een kooi en is daar, uiteraard, niet gelukkig. Juristen voor dierenrechten, verenigd in een advocatencollectief AFADA, stelden dat Sandra een ‘bewust wezen’ is, dat genoeg cognitieve functies heeft om niet als een ding behandeld te worden (in het recht bestaan alleen personen en zaken/dingen; dieren zijn dus zaken/dingen) en vochten haar onwettige gevangenschap aan bij de rechter. Al eerder was geprobeerd door dierenrechtenorganisaties in de VS om de chimpansee Tommy rechten te laten verkrijgen, maar dat is niet gelukt, omdat de rechter stelde dat Tommy geen mens was. De Argentijnse rechter merkte Sandra aan als een ‘niet-menselijk persoon‘, waardoor Sandra ‘deels dezelfde rechten heeft als een mens’. Een verslaggever van het Noordhollands Dagblad van 03-01-2015 formuleerde het zo: “Op de lange duur zijn grondrechten voor dieren onvermijdelijk. Dat komt niet door een andere visie op dieren, maar door een andere kijk op onszelf. Eén à twee generaties terug leerden wij nog op (zondags)school dat mensen door bewustzijn, rede en geweten hoog boven dieren verheven zijn. Nu weten we dat we dat onderscheid sterk hebben overdreven. Mensen handelen vaak instinctief, zijn lang niet altijd redelijk en als wij collectief handelen, stelt ons geweten doorgaans niet veel voor. Mensapen, olifanten en dolfijnen blijken tenminste de ‘schemering van bewustzijn ‘ te hebben. Ze handelen doelbewust, zijn zorgzaam voor elkaar, voelen verdriet bij verlies van een partner of kind en zijn blij als ze een vriend of kennis ontmoeten.”