Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Castratie van biggen (10)
Hulp aan dieren ver weg (2)
MRSA-bacterie
Vrijstelling beschermde diersoorten
Helpt u mee?
Scharreleieren
Wist u dat?
Ganzenlever
Diervrijvlees

Castratie biggen

In ons contactblad van april 2005 hebt u kunnen lezen over de plannen van de overheid om via een aantal tussenstappen te komen tot een uiteindelijk geheel overbodig maken van castratie van biggen. In het afgelopen jaar is onderzoek gedaan naar de effecten van een plaatselijke verdoving vóór de castratie. Op het moment dat wij dit schrijven zijn de resultaten van dit onderzoek nog niet bekend, maar onderzoek door de veterinaire faculteit van de universiteit in Oslo heeft ons al geleerd dat het effect van de verdoving duidelijk merkbaar positief is. Noorse dierenartsen noemen het dierenwelzijn hierdoor verbeterd. (In Noorwegen mag castratie al sinds 2002 alleen maar onder plaatselijke verdoving gebeuren, en vanaf 2009 mogen biggen helemaal niet meer gecastreerd worden, aldus de Noorse wetgeving.)

In `Boerderij' van 25-10-2005 lazen wij dat het Ministerie van Landbouw €150.000 beschikbaar heeft gesteld voor een nieuw onderzoek dat past in het totale plan van aanpak. Dit deelonderzoek houdt zich bezig met de vraag hoe door fokkerijmaatregelen de berengeur (de reden voor het castreren!) voorkomen zou kunnen worden.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Animal Sciences Group in Lelystad, en richt zich met name op het hormoon androstenon, één van de veroorzakers van de berengeur. Omdat dit hormoon bij het ene mannelijke varken meer aanwezig is dan bij het andere, zou men het in principe door middel van fokkerij-maatregelen op den duur kunnen wegselecteren. Het probleem is echter dat androstenon ook waardevolle eigenschappen heeft. De onderzoekers gaan zich nu bezighouden met de vraag hoe men de goede eigenschappen van dit hormoon kan behouden en de negatieve (zoals de berengeur) kan kwijtraken.

Het totale plan van aanpak, dat uiteindelijk castratie geheel overbodig moet maken "richt zich op het ontwikkelen van betrouwbare detectiemethoden van berengeur aan de slachtlijn, en een internationaal aanvaarde normstelling", aldus `Boerderij'. "De geurdetectie", citeren wij verder, "wordt in een combinatie met fokkerij- en voermaatregelen ingezet. Daarnaast komt er een onderzoek naar de marktacceptatie van beren en berenvlees" (vlees dus van óngecastreerde mannelijke varkens - red.). "Dat marktonderzoek vindt vooral in Duitsland plaats, omdat de afnemers daar het meest hechten aan vlees van gecastreerde dieren:" De verwachting is, volgens `Boerderij', dat het plan van aanpak eind 2006 klaar zal zijn.

Al zeker meer dan 30 jaar! ageren wij tegen castratie van biggen. Anno 2005 vindt eindelijk iedereen het vreselijk, en gaat er iets gebeuren! Maar nóg blijven we sceptisch, want:

  1. Hoe serieus zijn de bedoelingen van de overheid? Is men werkelijk gericht op een uiteindelijke totale afschaffing van deze marteling? (Ook mét een plaatselijke verdoving is het lijden nog hevig, al is het iets minder hevig dan zonder verdoving. En voor de napijn van circa een week lang is een verdoving ook geen oplossing!) Of zijn alle plannen en onderzoeken een zoethoudertje om ons maar weer een poosje rustig te houden?
  2. Als de buitenlandse markten, met name Duitsland, geen berenvlees accepteren, gaat het castreren gewoon door, al of niet met plaatselijke verdoving, of misschien d.m.v. de immunocastratie (door middel van injecties). hoewel voor het laatste tot nu toe weinig draagvlak bestaat vanwege de onterechte angst dat er van de ingespoten chemische stof iets in het vlees zou achterblijven.
Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Hulp aan dieren ver weg

Hebt u wel eens gehoord van de Koruna Society for Animals and Nature? Deze stichting zetelt hier ver vandaan, en wel in Zuid-India. en is opgericht door een Nederlandse vrouw, Clementien Pauws. Zij woont daar nu 10 jaar, en zag van meet af aan het enorme leed van honden, koeien, ezels en wilde dieren. Dierenmishandeling is aan de orde van de dag. Zelfs de z.g. `heilige' koeien worden niet ontzien. Met name de talloze zwerfhonden hebben het zeer zwaar te verduren. Ze zijn er absoluut niet in tel; ze worden dikwijls expres overreden en vervolgens, dood of nog levend, aan de kant geschopt.
In steden en dorpen lopen honderdduizenden zwerfhonden rond. Zeer vele van hen lijden aan hondsdolheid en worden vanwege het besmettingsgevaar voor de mens dan ook dikwijls massaal op níet zachtzinnige wijze gedood.
De Nederlandse Clementien Pauws begon in 1995 in Zuid-India met het opvangen van aangereden of mishandelde dieren. Hieruit ontstond een klein kliniekje, maar in 10 jaar tijd groeide haar goede werk uit tot een stichting met 22 medewerkers, die er voor zorgen dat er honderden dieren per maand worden geholpen: de Koruna Society for Animals and Nature. (Koruna betekent mededogen').

Waarom dit verhaal?
Omdat wij begin november 2005 een brief kregen van een pas-afgestudeerde Nederlandse dierenarts. Deze wilde samen met haar vriendin, ook dierenarts, een half jaar naar Zuid-India gaan om daar. op vrijwillige bases. te gaan werken voor de Koruna Society. Beide dames zullen hun kennis overdragen aan de lokale dierenartsen aldaar, waar de Koruna Society mee samenwerkt, maar die dikwijls onvoldoende kennis bezitten van diergeneeskunde, en bovendien ook niet altijd genoeg betrokkenheid tonen bij het immense dierenleed.

De werkzaamheden van beide Nederlandse dierenartsen zullen voornamelijk bestaan uit het steriliseren en castreren van zwerfhonden, het inenten van deze dieren tegen hondsdolheid en het uitvoeren van allerlei andere noodzakelijke handelingen en operaties, niet alleen aan honden, maar ook aan koeien, ezels en wilde dieren die hulp nodig hebben.
Beide dierenartsen gaan, zoals reeds gezegd, dit werk doen op vrijwillige basis, dus gratis. Voor de reis er naar toe (en weer terug) en de onkosten die zij in India moeten maken, maar ook voor het meenemen van diergeneeskundige artikelen daar naar toe, zoals medicijnen, hechtmateriaal enz. (artikelen die in India moeilijk te krijgen zijn) vroegen zij ons om hulp.
U zult het ongetwijfeld met ons eens zijn dat wij dit project van harte toejuichen. Wij hebben dan ook gemeend met een (bescheiden) bijdrage dit verzoek van de dierenartsen te moeten honoreren, waarmee wij een klein steentje bijdragen aan de vermindering van het immense dierenleed in India.
Ons is beloofd dat wij om de twee maanden een verslagje zullen ontvangen van de werkzaamheden. Uiteraard zullen wij u hierover via het contactblad op de hoogte houden!

MRSA-bacterie

De MRSA-bacterie, bekend als ziekenhuisbacterie, kan mogelijk ook door varkens worden overgedragen op mensen. Dit is een voorlopige conclusie van Prof. dr A. Voss van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen, nadat deze werd geconfronteerd met drie patiënten, twee varkenshouders en een dierenarts, die elk een vrij unieke MRSA-stam hadden, en daar alle drie ook al familieleden mee hadden besmet (Stentor d.d. 6 september 2005). Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) kondigde al aan (in september '05) via steekproeven bij varkens te onderzoeken hoe vaak de betreffende stam bij deze dieren voorkomt.

Hoe gevaarlijk is MRSA?
Het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle in Lelystad liet via woordvoerder D. Mevius weten, aldus Stenor, bezorgd te zijn: "Varkens leven in Nederland met miljoenen dicht bij elkaar. Als blijkt dat deze bacterie zich prettig voelt in varkens, dan is de verspreiding snel een feit. De zorg is dat er zo een biologisch reservoir van MRSA kan ontstaan."
Voor gezonde mensen schijnt de bacterie ongevaarlijk te zijn, maar voor mensen met verminderde weerstand, en voor pas-geopereerde patiënten kan de bacterie tot infectie leiden. Dit kan weer allerlei ontstekingen tot gevolg hebben. Via de bloedcirculatie kan de bacterie zich door het lichaam verspreiden en hierdoor kan schade worden toegebracht aan vitale organen, hetgeen zeer ernstige gevolgen kan hebben voor de patiënt.

Steeds vaker duiken bacteriën en virussen op die via dieren op mensen kunnen worden overgedragen. Het onderzoek moet uitwijzen of dat met de MRSA-bacterie ook inderdaad zo is. En zo ja, zouden we er iets van leren ?

Vrijstelling beschermde diersoorten

In ons contactblad van juli 2005 schreven wij over de bestrijding van vossen, die noodzakelijk zou zijn om de weidevogels te beschermen. In aansluiting op hetgeen wij daarin naar voren brachten (dat weidevogelbescherming door agrariërs weinig uithaalt o.a. doordat er veelal met maaien van het grasland niet wordt gewacht tot de jonge weidevogels kunnen vliegen, en de diertjes alsnog door de maaimachines worden vermorzeld) laten wij hieronder een berichtje volgen uit `BOERDERIJ' van 8 november 2005:

"Weidevogels sterker bedreigd
De weidevogelstand loopt steeds sneller achteruit. Ging het eerder met 1 procent per jaar, nu is dat 4,5 procent. Dat blijkt uit cijfers van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Bij de negen onderzochte weidevogels is een teruggang te zien, maar de vermindering van het aantal veldleeuweriken, slobeenden en gele kwikstaarten gaat het snelst. Volgens Sovon heeft de teruggang alles te maken met moderne landbouw, ondanks het populaire agrarisch natuurbeheer en de vrijwillige weidevogelbescherming. Weidevogels houden van natte weilanden en die worden schaarser. Andere factoren zijn vroeger maaien en grotere aantallen koeien tegelijk in de weilanden. Vossen en kraaien worden door Sovon niet genoemd als oorzaak van de snellere afname." (Einde citaat).

Tóch wordt het afschieten van vossen en andere roofdieren ieder jaar weer toegestaan, z.g. om de weidevogelstand te beschermen! Ook voor 2006, m.i.v. 1 april, staat de vos weer op de landelijke vrijstellingslijst, zo heeft het Kabinet besloten, op voorstel van Minister Veerman van Landbouw. En niet alleen de vos, maar ook de Canadese gans, de houtduif, het konijn, de kauw en de zwarte kraai mogen zonder ontheffing worden afgeschoten, al hebben enkele van deze soorten niets met de weidevogels te maken, maar z.g. met landbouwschade. Het is duidelijk dat de Minister zich heeft laten ompraten door sommige Tweede-Kamerleden die verwoed voorstander van de jacht zijn, en die hun rivalen als vossen en andere roofdieren liever zien verdwijnen. Ook de fazant en de woelrat moeten het ontgelden. Deze dieren komen op de provinciale vrijstellingslijst, d.w.z. dat ze in bepaalde provincies vrij mogen worden bestreden dan wel afgeschoten. En de bosmuis en de veldmuis zouden zó verschrikkelijk veel schade veroorzaken, dat daar een algemene vrijstelling voor wordt gegeven om de diertjes te bestrijden.

Wij hebben Minister Veerman van LNV een brief geschreven waarin wij erop hebben gewezen dat de vos níet op de landelijke vrijstellingslijst hoort, omdat dit dier géén belangrijk gevaar vormt voor de weidevogelstand (volgens eerdergenoemd Sovon onderzoek, dat overigens samen met Alterra in Wageningen is uitgevoerd); ook bij pluimveebedrijven richt de vos geen aantoonbare belangrijke schade aan. Hetzelfde geldt voor de Canadese gans en andere genoemde soorten. Voorwaarde om dieren op landelijk niveau het hele jaar door te mogen bestrijden is dat door deze diersoorten in het hele land aantoonbare belangrijke schade wordt aangericht aan vee en/of landbouwgewassen. Noch bij de vos. noch bij de Canadese gans is dat het geval. Mochten de dieren op lokaal niveau schade aanrichten, dan zou ook een `ontheffing op maat' kunnen worden aangevraagd bij de provincie. Dan is er ook meer controle mogelijk op de eventueel aangerichte schade en de eventuele nood zaak voor een ontheffing. Ook voor de fazant, de woelrat, de bosmuis, de veldmuis, de houtduif, het konijn, de kauw en de zwarte kraai hebben wij in onze brief gepleit. Zo hebben wij de Minister o.a. gevraagd wat hij denkt dat de gevolgen zullen zijn voor o.a. de roofvogels als woelratten, bosmuizen en veldmuizen massaal worden vergiftigd! Hoeveel roofdieren zullen na het eten van een vergiftigde prooi zelf de vergiftigingsdood sterven? De jagers zullen blij zijn van hun concurrenten, de roofvogels, af te zijn! En het konijn? Er is al zo veel sterfte onder de konijnen door o.a. de myxomatose; is het nu echt nodig de konijnen die nog over zijn zo onbarmhartig te vervolgen? Bovendien hebben wij de minister dringend verzocht om alleen dieren op de vrijstellingslijsten te plaatsen om daarmee aan te geven dat men deze dieren, indien ze belangrijke aantoonbare schade aanrichten aan landbouwgewassen, vee, weidevogels of andere beschermde inheemse dieren, mag verontrusten (=verjagen) maar niet doden. Indien verontrustingsmethoden niet zouden mogen baten, eerst dán zouden met 'ontheffingen op maat' andere, meer drastische maatregelen getroffen kunnen worden.

Het besluit van de Ministerraad is volkomen in strijd met de Flora- en Faunawet want in deze wet staat dat zij dient "in het belang van de bescherming van die (...) diersoorten en, voorzover het die diersoorten betreft, mede onder erkenning van de intrinsieke waarde van de daartoe behorende dieren." Dit houdt o.i. in dat men steeds die weg bewandelt die niet onnodig dierenlevens kost.

Helpt u mee?

Wij willen u allen vragen deze dieren te helpen door zélf ook een brief te schrijven aan Minister Veerman. Het is namelijk echt niet nodig om zoveel diersoorten op landelijke of provinciale vrijstellingslijsten te plaatsen of te houden. Wat de vos betreft heeft de Minister zelf al jaren lang gezegd dat bestrijding niet nodig en niet effectief is. Maar onder druk van jagers, buiten maar ook binnen de Tweede Kamer, is de Minister gezwicht. Wij betreuren dat zeer, en het zou heel goed zijn als niet alleen wij als bestuur, maar ook u persoonlijk de Minister een protestbrief zou willen sturen. Hieronder volgt een voorbeeldbrief die u, als u dat wilt, zo kunt overnemen;

Aan de Minister van LNV,
de heer C. Veerman
Postbus 20401
2500 EK DEN HAAG

(plaatsnaam en datum)

Geachte heer Veerman,
Hierbij wil ik mijn grote ongenoegen uiten over het feit dat de Flora- en Faunawet steeds minder serieus wordt genomen, blijkbaar ook door de overheid zelf, zoals nu weer blijkt uit het besluit van de Ministerraad, in te stemmen met een wijziging van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. De vos en de Canadese gans zijn beschermde inheemse diersoorten, die geen aantoonbare belangrijke schade aanrichten aan weidevogels, vee en/of landbouwgewassen, en horen dus niet vogelvrij verklaard te worden door ze op de landelijke vrijstellingslijst te plaatsen! U hebt zelf al jarenlang gezegd dat bestrijding van vossen niet nodig is en ook niet effectief! En nu laat u zich ompraten door o.a. Tweede-Kamerleden die zélf van jagen een `hobby' hebben gemaakt, en er dus alle belang bij hebben dat er van de Flora- en Faunawet niets overblijft!

Ook ben ik het niet eens met het feit dat de woelrat en de fazant per provincie en de bosmuis en veldmuis in het hele land vrij bestreden mogen worden. Van fazanten zijn er al niet veel, en bovendien mogen deze vogels nog steeds worden gekweekt. Wie controleert of de gekweekte fazanten toch niet stiekem worden uitgezet? Zou er niet beter een verbod kunnen komen op het kweken van fazanten?
En de woelrat, bosmuis en veldmuis? Als deze vergiftigd mogen worden, wat zal daarvan het gevolg zijn voor de roofvogels en andere predatoren?

Ook zou ik u willen vragen de houtduif, het konijn, de kauw en de zwarte kraai van de landelijke vrijstellingslijst te verwijderen! Duiven vermenigvuldigen zich alleen maar meer als ze worden vervolgd; de konijnen hebben al regelmatig te lijden door o.a. myxomatose, en de kauw en zwarte kraai vormen volgens het Sovon-/ Alterraonderzoek géén bedreiging voor de weidevogelstand!
Kortom, ik verzoek u dringend dit voor zovele dieren rampzalige besluit te herroepen! Hoogachtend,

Scharreleieren

Steeds weer lezen we in de kranten negatieve berichten over de controle op de echtheid van scharreleieren. Zelfs het Tv-programma Twee Vandaag wijdde er op 21 oktober 2005 een uitzending aan. Wat is nu de kwestie?

Controle
Het Controlebureau voor Pluimvee en Eieren (CPE) heeft de taak om o.a. te controleren of scharreleieren ook werkelijk scharreleieren zijn en niet toch uit een kooisysteem komen. Een van de controlemiddelen is een UV (= ultraviolet)-lamp, waarmee eventuele afrolsporen op de eieren zichtbaar worden. Deze afrolsporen zouden aangeven dat de eieren over een gazen kooibodem zijn gerold, zoals dat in een legbatterij gebeurt. Met de UV-lamp nu wordt steekproefsgewijs door het CPE op scharrelpluimveebedrijven gecontroleerd of de eieren niet toch de afrolsporen vertonen. Dat zou immers kunnen betekenen dat deze eieren niet uit de scharrelstal komen maar van een legbatterij. Ze zouden dan bijvoorbeeld goedkoper kunnen zijn opgekocht om ze vervolgens als scharreleieren duurder te verkopen. Dat zou het kunnen betekenen, maar het is niet altijd een bewijs, want..., ook in sommige scharrelstallen rollen de eieren vanuit de legnesten over een draadgazen bodem, al zou de afstand tussen de sporen iets verschillen met die van legbatterijkooien. Als de CPE-controleurs afrolsporen ontdekken (hetgeen heel weinig gebeurt overigens), mogen zij helaas niet deze pluimveehouder beboeten, omdat de EU-verordening volgens welke wordt gecontroleerd, de UV-methode niet noemt. De controleurs hebben dus niet de mogelijkheid om hun bevindingen met de UV-lamp te gebruiken om op grond daarvan bijvoorbeeld een berechtingsrapport te maken. Wél wordt zo'n bedrijf extra in de gaten gehouden, en strenger en vaker gecontroleerd. Blijkt dan dat inderdaad sprake is van zwendel, en is dat ook via andere factoren te bewijzen dan via de afrolsporen, dan maakt het CPE een rapport op en dit gaat naar het tuchtgerecht, waarna de fraudeur zich voor dit tuchtgerecht zal moeten verantwoorden. Liggen de eieren eenmaal in de winkel, dan heeft het CPE daar meestal geen controle meer over; daar wordt nagenoeg alleen door de AID gecontroleerd.

Steekproeven
Als we beseffen dat het om miljarden scharreleieren per jaar gaat, alleen al in Nederland, dan zullen we begrijpen dat het CPE, met z'n 23 controleurs!, niet in staat is élke week bij élk scharrelpluimveebedrijf elk ei met behulp van de UV-lamp te controleren op afrolsporen. Hiervoor zouden honderden, nee duizenden controleurs nodig zijn en de prijs van de scharreleieren zou daardoor zo exorbitant hoog worden dat de supermarkten ze niet meer in het schap zouden durven leggen uit angst dat niemand ze meer zou kopen! Vandaar dat de controleurs steekproeven nemen. En ja, dan kán er misschien wel eens iets tussendoor glippen! Echter... willen we de situatie zo houden dat thans álle supermarkten de scharreleieren in het schap hebben liggen, en dat íedereen deze eieren, bij wijze van spreken, `in de winkel op de hoek' kan kopen, dan zullen we dat risico voor lief moeten nemen. Op álle fronten en in álle bedrijfstakken zijn er mensen die proberen te zwendelen. Dat valt nooit en nergens helemaal te voorkomen. In elk geval heeft de grote bereikbaarheid van het scharrelei voor iedereen en de geringe meerprijs ervoor gezorgd dat momenteel bijna de helft van alle Nederlandse legpluimveebedrijven scharrelbedrijven zijn! Daar kan geen twijfel over bestaan! En naarmate het kooiverbod dichterbij komt, komen er alleen maar meer scharrelbedrijven bij! Dat zou nooit bereikt zijn wanneer er in plaats van een steekproefsgewijze controle een waterdichte en volmaakt sluitende controle was toegepast, als dat al mogelijk zou zijn! Maar..., u kunt er zeker van zijn dat zowel CFE als AID, binnen de mogelijkheden die zij hebben, er zoveel als mogelijk aan doen om dit risico op zwendel zo klein mogelijk te houden!

Hoe het begon
Zoals de meesten van u weten controleerde Rechten voor al wat leeft vanaf het prille begin van het scharrelei (1975) zélf de stallen van de scharrelkippenhouders. Er kwamen steeds meer pluimveehouders bij die van legbatterij overschakelden op scharrel, en op verzoek van Rechten voor al wat leeft besloot de overheid een controlestichting op te richten. Dat werd uiteindelijk wat nu het CPE is, inmiddels met 23 medewerkers. Rechten voor al wat leeft heeft hierin als maatschappelijke organisatie een bestuursfunctie.

            en hoe het verder gaat
De belangstelling voor alternatief geproduceerde eieren groeit gestaag, en in de praktijk is dan ook in geen supermarkt meer een kooi-ei te koop. Het nieuwe `Landbouwkwaliteitsbesluit Eieren' schrijft voor dat alle legpluimveehouders, pakstationhouders, verzamelaars en grossiers aangesloten moeten zijn bij het CPE. Sinds 1 januari 2004 moeten alle eieren gestempeld zijn, zodat élk ei traceerbaar blijft. Alle voor A-kwaliteit bestemde eieren (zoals die in de winkel liggen) dienen gestempeld te zijn. In dit stempel is het houderij-systeem en de landencode terug te vinden. Ook het registratienummer van de producent dient vermeld te zijn. De controle op de 18 erkende eiproduktenfabrieken wordt ook uitgevoerd door het CPE. Voor de duidelijkheid: het houderijsysteem kunt u aflezen aan het eerste cijfer van de stempelcode: een 3 staat voor kooi-eieren, een 2 voor scharreleieren, een 1 voor scharrel met uitloop en een 0 voor biologische eieren.

Wist u dat ?

Hiervóór hebt u kunnen lezen dat bijna de helft van alle Nederlandse legpluimveebedrijven scharrelbedrijven zijn. Maar het aandeel scharreleieren is op de totale eierverkoop veél groter dan de helft. Oorzaak: het gaat om grote scharrelbedrijven. Het percentage scharrelbedrijven is dus kleiner dan het percentage scharreleieren. Bovendien worden veel kooieieren niet in de winkels verkocht, maar in eiproducten verwerkt. Enkele cijfers, zoals wij die vonden in `BOERDERIJ' van 4 oktober 2005: In het eerste half jaar van 2005 zijn er 469,7 miljoen scharreleieren in de winkels verkocht, tegen 96,5 miljoen kooi-(legbatterij-)eieren.

"Het aandeel scharreleieren neemt verder toe", meldt `BOERDERIJ'. "In het eerste halfjaar van 2005 was dat al 80%. Kooi-eieren hebben nog 16% marktaandeel." (Dat is toch reden om te juichen, vindt u niet? - red.)

Ganzenlever

Het is al decennia lang bekend hoe ganzenlever, ook wel chic genoemd `foie gras', tot stand komt. Voor wie het nog niet weet: De ganzen (en ook eenden) worden gefixeerd en krijgen letterlijk het eten door de bek in de slokdarm geperst. Het op deze wijze vetmesten is een verschrikking voor de dieren, maar het veroorzaakt een kolossale lever en dát is goed voor de portemonnee! Dit gebeurt voornamelijk in België en Frankrijk. Maar ook in Nederland wordt paté foie gras als delicatesse genuttigd. De onethische lekkerbekkerij van de mens kent geen grenzen. Al jaren wordt getracht deze vorm van dierenkwelling een halt toe te roepen, maar tot nu toe zonder resultaat. In Parool van 19 oktober 2005 lazen we een klein berichtje over dit onderwerp; we citeren het voor u: "Frans parlement beschermt foie gras. Het Franse parlement heeft foie gras uitgeroepen tot onderdeel van het culturele en culinaire erfgoed. Het gerecht, dat tot stand komt door het vetmesten van ganzen en eenden, moet volgens de parlementariërs 'beschermd worden tegen pogingen de productie ervan te verbieden'."

Een week later, op 31 oktober 2005, meldde Parool het volgende berichtje: "Ex-James Bond strijdt tegen ganzenlever. De vroegere James Bond-vertolker Roger Moore is weer in actie. Ditmaal tegen de productie van ganzenlever. In een video van een dierenbeschermingsorganisatie noemt hij de manier van productie van foie gras gruwelijk. "Foie gras is een ziekte en geen lekker hapje", zei Moore."

Diervrij vlees

Wat we hier ook van mogen denken, maar in `PLUIMVEEHOUDERIJ' van 3 september 2005 lazen we het volgende berichtje. dat we ook weer letterlijk voor u hebben overgenomen:

"Ki.p.v.rije kipnuggets?
In de toekomst komt het vlees niet meer van de koe. de kip of het varken, maar uit een reageerbuis in het laboratorium. zo lijkt het wel. Ontwikkelingen in de `tissue engineering' maken het mogelijk om in principe uit één dierlijke cel genoeg vlees te produceren om de wereld van dierlijke eiwitten te voorzien. Dat schrijft een internationale groep onderzoekers in het tijdschrift Tissue Engineering. De onderzoekers denken dat de techniek ver genoeg is om 'kipnuggets' kant en klaar in het laboratorium te produceren."