Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Inleiding
Minder vlees redt de aarde
Het scharrelei verder in opmars
Castratie van biggen
Konijnenhouderij
Eenden
Sint Hubertus en de jacht

We weten dat velen onder ons persoonlijk lijden onder het vele dierenleed dat er is. Wij die dagelijks met dierenleed bezig zijn, herkennen het: het machteloze gevoel dat de overheid tóch doet wat zij wil. Het gegeven dat daar waar politieke-partijbelangen een overheersende rol spelen de dieren altijd aan het kortste eind trekken, kan ons verlammen en ons het idee geven dat wij niets kunnen ondernemen om de dieren te helpen uit hun benarde situaties.
En toch, al lijken de problemen soms al vele jaren muurvast te zitten, en al lijkt tot nu toe al ons werk maar niet tot de gewenste resultaten te mogen leiden, wij mógen het niet opgeven!
We móeten een luis in de pels blijven van een starre en lakse overheid, die zich weinig of niets aan het lijden van de dieren gelegen laat liggen en alleen maar aan partijbelangen en euro’s lijkt te kunnen denken! We móeten ze blijven lastigvallen, die hooggezeten dames en heren, die maar niets met al die dierenvrienden op hebben, en die de dierenorganisaties en dierenpartij het liefst als lastige vliegen van zich zouden afschudden en buiten spel zetten, omdat ze hun éigen economische plan willen trekken!
Van dat machteloze gevoel moeten we af, want dat werkt alleen maar negatief en is dus in elk geval niet in het belang van de dieren! We moeten ervan overtuigd zien te raken dat diezelfde overheid die het nog steeds voor het zeggen lijkt te hebben, het op den duur níet zal winnen! Overheden zijn niet oppermachtig! De natuur zelf zal ons laten merken dat we op de verkeerde weg zijn. Kijkt u bijvoorbeeld eens naar de klimaatsverandering! In de Stentor van 14 september jl. lazen we een berichtje dat we in z’n geheel voor u overnemen:

“Minder vlees eten redt aarde
Londen - Om de klimaatsverandering tegen te gaan zou de vleesconsumptie omlaag moeten worden gebracht. Dat schrijven wetenschappers deze week in het Britse medische tijdschrift The Lancet. Het eten van vlees speelt een rol in het broeikaseffect, aangezien koeien en ander vee methaangas produceren. Om de verwarming van de aarde tegen te gaan zou de consumptie van rood vlees met 10% omlaag moeten, zo betogen de onderzoekers. Vleeskoeien en andere dieren die zijn bestemd voor de vleesindustrie zorgen voor bijna een kwart van de totale uitstoot van broeikasgassen. Het zou ook al helpen om het vee hoogwaardiger voedsel te geven, dat tot minder winderigheid leidt, maar dat heeft niet zoveel effect als het verminderen van het vlees eten.”

Laat dit soort berichtjes ons inspireren om vol te houden! We mogen het niet alleen aan de waarschuwingen van de natuur overlaten! We moeten zélf doen wat binnen ons bereik en in onze macht ligt. Dat is ónze taak! Daarom blíjven we ons inzetten, ook in het Nieuwe Jaar!

HET SCHARRELEI VERDER IN OPMARS!!
Wie had dat kunnen denken toen “Rechten voor al wat leeft” in 1975 met het in de handel brengen van scharreleieren begon? Het begon met twee kleine winkeltjes in Amsterdam, en met eén strooiselschuurhouder die eigenlijk van plan was zijn bedrijf te sluiten vanwege zijn leeftijd, en omdat het ook niet rendabel was om scharrelkippen te houden als hij daar niet wat extra voor betaald kreeg. “Rechten voor al wat leeft” zorgde ervoor dat de weinige strooiselschuurhouders die er nog over waren sinds de legbatterij zijn intrede had gedaan een cent per ei meer kregen voor hun scharreleitjes, en dat de consument gegarandeerd was dat hij/zij échte scharreleieren had gekocht Enfin, u kent het verhaal.

Wat waren wij blij met élke winkel die zich aanmeldde, en met élke legbatterij-houder die ging omschakelen naar het scharrelsysteem omdat de vraag naar scharreleiren gestaag toenam!

Nu ook scharreleieren bij McDonald’s Europa....
Het heeft lang geduurd, maar nu vernamen we dan uit het blad ‘PLUIMVEEHOUDERIJ’ van 18 augustus 2007 het verheugende bericht dat McDonald’s Europa in augustus 2007 is overgeschakeld van kooi-eieren naar scharreleieren. Een belangrijke stap, want het gaat om zo’n miljoen scharreleieren per jaar. Inmiddels is zo’n 50% van de Nederlandse legkippen gehuisvest in scharrelstallen. Dat komt neer op circa 15 miljoen scharrelkippen, alleen al in Nederland. .... en in de Verenigde Staten!
Maar wist u dat ook buiten Europa, en wel in de Verenigde Staten van Amerika, het scharrelei is doorgedrongen? Dat lazen wij in hetzelfde nummer van ‘PLUIMVEEHOUDERIJ’. In de VS zijn, net als in Nederland, ook al 15 miljoen legkippen uit de legbatterij bevrijd en lopen in scharrelstallen op de grond. Alleen maken deze 15 miljoen kippen nog maar 5% uit van het totale aantal legkippen in de VS. Er zijn totaal 279 miljoen legkippen in de VS. Enkele jaren geleden was nog maar 2% daarvan in scharrelstallen gehuisvest. Inmiddels is dat percentage al opgelopen naar 5%! De eerste grote onderneming in de VS, die in september 2006 aankondigde alleen nog maar scharreleieren te willen verwerken was ijsfabrikant Ben & Jerry’s. Voor volledige omschakeling denkt het bedrijf vier jaar nodig te hebben, o.m. vanwege het nu nog beperkte aanbod van scharreleieren.
Denkt u zich in: het gaat daar net als het hier vanaf 1975 ging! Vanuit kringen van Amerikaanse eierproducenten wordt het nu nog een ‘hype’ genoemd, en men vraagt zich af of de consument
echt wel bereid is een forse meerprijs te betalen. Maar de vraag naar scharreleieren groeit, en steeds meer legbatterij-bedrijven zullen gaan omschakelen. Het zijn nu vooral nog de grote ondernemingen, universiteitsrestaurants en hotelketens die scharreleieren aanbieden, maar ook in de winkels begint de verkoop van gecontroleerde scharreleieren op gang te komen!.Als het in de VS net zo blijft gaan als hier, dan valt er heel wat winst te behalen aan dierenwelzijn! Nederland heeft er ruim 30 jaar over gedaan om de helft van alle legkippen uit de kooien op de grond te krijgen. Hoe lang het zal duren voor de VS ook op de helft zit? We weten het niet, maar dat kon nog wel eens sneller gaan dan we denken!
Ja, en wíj denken dan natuurlijk ook: Als wijlen mevrouw Van Oosten-Poortman, oprichtster van Rechten voor al wat leeft én van het scharrelei, dit nog eens had mogen meemaken!
In elk geval, wíj kunnen zo’n opsteker best gebruiken zo aan het begin van weer een nieuw
jaar, vindt u ook niet?

CASTRATIE VAN BIGGEN
In het julinummer (2007) van ons Contactblad haalden wij het al even aan: m.i.v. 2009 zullen supermarkten geen varkensvlees meer verkopen van ónverdoofd gecastreerde varkens. Wij beloofden u daar nog nader op terug te komen. Wel, we zijn natuurlijk blij met elke stap in de goede richting. Maar wij vinden dat deze eerste stap meteen wel wat effectiever kan worden aangepakt. De biggen zullen dus verdoofd gaan worden, maar dat zou een plaatselijke verdoving zijn d.m.v. een verdovingsinjectie. Hier zijn wij nog niet echt gelukkig mee, want deze injectie is eveneens zeer pijnlijk. Daarom hebben wij op 4 september 2007 een brief geschreven aan de Directie van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Deze brief willen we in z’n geheel voor u overnemen:

“Aangenaam verrast waren wij over uw besluit van enige tijd geleden om m.i.v. 01-01-2009 in de supermarkten geen vlees meer te verkopen van ónverdoofd gecastreerde varkens!
Wij zien dit als een stap voorwaarts op de weg naar het moment dat castratie van biggen geheel tot het verleden zal behoren. Hoe lang die weg nog zal zijn weten we niet. Als we beseffen dat de Belangengroep Rechten voor al wat leeft al meer dan 35 jaar ageert tegen het pijnlijke castreren van biggen, vrezen we dat het eind van deze weg nog niet zo snel in zicht is.
Daarom zijn we zo vrij het volgende aan u voor te leggen:
Hoewel een plaatselijke verdoving de castratie voor de big iets minder pijnlijk en stressvol zal maken moeten we ons wel realiseren dat de verdovingsinjectie in het meest gevoelige lichaamsdeel voor de big ook bepaald geen sinecure is.
Bovendien staat de dieren in hun pas begonnen leven nog meer ellende te wachten: het ónverdoofd staarten couperen en ónverdoofd hoektanden knippen; deze beide ingrepen zijn in de wet alleen toegestaan indien ze nodig blijken te zijn, maar ze worden in de praktijk nog steeds routinematig uitgevoerd.
Wij streven ernaar al deze narigheid voor de dieren zoveel als mogelijk te verzachten.
Daarom zouden wij u willen verzoeken de mogelijkheid te willen overwegen het castreren niet te laten uitvoeren onder lokale verdoving, maar na een korte, algehele inhalatieanesthesie.
Voordelen hiervan zouden zijn dat de dieren de pijn van de injectiespuit niet hoeven te ondergaan, en dat aansluitend ook beide andere ingrepen pijnloos kunnen worden uitgevoerd.
De periodieke bezoeken van de dierenartsen (bedrijfsbegeleiding) zouden kunnen worden benut om deze ingrepen op een correcte wijze uit te voeren. Verder is volgens onze informatie ook het toedienen van een lokale verdoving door veehouders niet toegestaan! (Diergeneesmiddelenwet/UDD-regime).

Tenslotte vragen wij ons af wat het verschil is tussen het castreren van gezelschapsdieren als honden en katten, en dat van landbouwhuisdieren als varkens. Volgens de Gezondheids en Welzijnswet voor Dieren hebben deze dieren allemaal een intrinsieke waarde, en dienen dus ook allemaal op een correcte wijze te worden behandeld. Het prijskaartje dat daaraan hangt zou de consequentie van deze wetgeving dienen te zijn.”
(Tot zover onze brief)

Tot op heden hebben wij nog geen antwoord gekregen. Maar uit krantenberichten van de laatste tijd kunnen wij opmaken dat er volop onderzoek wordt gedaan. Het ziet er echter nog niet erg naar uit dat onze wensen gehonoreerd zullen worden. De Animal Science Group van de Universiteit Wageningen komt na een onderzoek in opdracht van Minister Verburg van Landbouw tot de conclusie dat er nadelen kleven aan een volledige narcose: “goede narcose is moeilijk en er bestaat geen voor de praktijk geschikte narcosebox voor biggen”, lazen we op 18 oktober 2007 in TROUW. De “moeilijk”heid van een algehele narcose zal wel zijn dat het duurder is dan een plaatselijke verdoving; en aan het feit dat er “geen voor de praktijk geschikte narcoseboxen voor biggen bestaan”, is toch wel op korte termijn iets te doen, dachten wij zo. Als de politieke wil er is, is er veel mogelijk. Ontbreekt die politieke wil, dan vindt men overal obstakels.

Een verrassing met vraagtekens
Op de valreep, vlak voor het ter perse gaan van dit blad, lazen wij op 28 november jl. op de voorpagina van TROUW het bericht dat vanaf 2009 de mannelijke biggen die voor de Nederlandse markt bestemd zijn, onder narcose zullen worden gecastreerd. Op 29 november zou daarover een intentieverklaring worden ondertekend door de vakgroep Varkenshouderij van LTO Nederland met minister Verburg (LNV) en enkele andere betrokken organisaties zoals de vleesverwerkende industrie en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (zie onze brief hierboven aan het CBL). Volgens TROUW zal de meerprijs voor het varkensvlees ‘verwaarloosbaar’ zijn. Er hoeft namelijk geen dierenarts aan te pas te komen. De varkenshouder mag zélf zijn biggen in een narcosebox bedwelmen met CO2 en O2.
We plaatsen wel enige vraagtekens bij dit bericht:

  1. Wie controleert de varkenshouder nu of hij zijn biggen dan ook echt bedwelmt voor de castratie?
  2. Waarom nu alleen de biggen voor de Nederlandse markt? Driekwart van het Nederlandse varkensvlees is bestemd voor de export. Een kwart van de varkens zal dus een bedwelming krijgen. De importerende landen (m.n. Duitsland) eisen nog geen bedwelming, dus die biggen mogen nog ónbedwelmd of ónverdoofd gecastreerd worden. Dat vinden wij ónverteerbaar!
  3. Hoe zit het met de veiligheid? Kan elke varkenshouder de narcose-apparatuur veilig en deskundig hanteren?

Voordat wij een beetje blij kunnen zijn met dit bericht zouden wij eerst een antwoord op deze vragen willen hebben!

KONIJNEN
Dinsdag 13 november 2007: Actie op het Plein te Den Haag, voor het gebouw van de Tweede Kamer. Inzet: een betere huisvesting voor konijnen, en regelgeving ook voor particuliere konijnenhouderijen. Rechten voor al wat leeft was er bij.

Konijnenhouderij
Konijnen worden voor verschillende doeleinden gehouden. Veel particulieren hebben een konijn in een hokje (zo leuk voor de kinderen!) Meestal slijten deze dieren hun leven in eenzaamheid, want er zijn maar weinig mensen die zin hebben om een groter hok aan te schaffen voor twee of meer konijnen. Maar veel particulieren fokken zelf konijnen en verkopen ze of slachten ze zelf.
En dan is er de bedrijfsmatige konijnenhouderij, óf voor het vlees óf voor het bontvachtje.
De zogeheten vleeskonijnen zijn er bijzonder miserabel aan toe. Zij zijn gehuisvest in veel te kleine kooien die geheel van draadgaas zijn gemaakt, ook de bodem, hetgeen veel letsel aan de hakken veroorzaakt. De kooien zijn zó laag dat de dieren nooit rechtop kunnen zitten, iets wat tot het natuurlijk gedrag van konijnen hoort. Drachtige voedsters en dekrammen zitten elk apart in een klein en laag kooitje. De overige konijnen zitten in groepen samengepropt in iets grotere, eveneens geheel draadgazen kooien.
Sinds april 2006 bestaan er regels voor de bedrijfsmatige konijnenfok- en -mesterij, maar deze regels zijn minimaal, en één van de voorschriften is bijvoorbeeld dat pas bij een uitvalpercentage (uitval = voortijdige sterfte) van meer dan 10% van de dieren een dierenarts geraadpleegd moet worden. (Bij een bedrijf met bijvoorbeeld 10.000 konijnen mogen er dus 1000 doodgaan voor er een dierenarts wordt bijgehaald!) De verordening heeft een overgangstijd van 10 jaar, en is qua welzijn nog maar een heel klein stapje in de goede richting.
De zo belangrijke groepshuisvesting voor o.a. voedsters is nog “in onderzoek”. Ook voor de draadgazen bodems is nog geen afdoende oplossing. De grote uitval wordt vooral veroorzaakt door o.a. maagdarmstoornissen. Voetzoolbeschadigingen treden veelvuldig op doordat de dieren op draadgaas moeten zitten. De beperkte hoogte van de kooien werkt misvormingen van de wervelkolom in de hand, en de totaal ongeschikte huisvesting veroorzaakt gedragsstoornissen. Maar de grote sterfte in de konijnenbioindustrie levert de konijnenhouder kennelijk toch nog minder economisch nadeel op dan investering in een diervriendelijker systeem.
Opvallend is dat konijnen die voor dierproeven worden gebruikt qua huisvesting een stuk beter af zijn. Deze dieren vallen onder de Wet op de Dierproeven en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften. Zo zijn voor proefdieren draadgazen kooien verboden en groepshuisvesting en ruimere afmetingen van de kooien voorgeschreven.
Voor de particuliere konijnenhouderij bestaat geen enkele regelgeving. Een ieder kan met konijnen ongestraft doen wat hij/zij wil.

Verkoop via internet
Aanleiding voor de actie in Den Haag was de ontdekking van een dierenvriendin, Sandra van der Werd, op internet: Op Marktplaats stond een advertentie “Vleeskonijnen inventaris aangeboden (kooien, konijnen en spul)”. Het bleek te gaan om een jongen van 16 jaar, zoon van een bioindustrie-varkenshouder, die voor een extra zakcentje een konijnenfokkerijtje was begonnen bij zijn ouders in een schuur. Het ging in totaal om 72 konijnen; foto’s bij de advertentie toonden rijen verroeste draadgazen kooien waarin de dieren zaten opgesloten.
De aanblik was nog erger dan in een commerciële konijnenhouderij, die tenminste nog aan bepaalde regels is gebonden.
Een tip aan de LID (Landelijke Inspectie Dienst van de Dierenbescherming) haalde niets uit:
Deze kon er toch niets aan doen, werd gezegd, omdat er geen regelgeving voor particuliere konijnenhouderijen bestond. Ook zijn er geen voorschriften voor het doden en slachten van konijnen. Een ieder mag zonder enig bewijs van bekwaamheid zonder verdoving konijnen doden en slachten.
Bij een bezoek van Sandra aan dit konijnenhouderijtje, onder het mom van “ik wil een konijntje komen uitzoeken voor mijn dochtertje, en mijn zwager heeft misschien wel belangstelling de hele inventaris op te kopen”, trof zij een werkelijk erbarmelijke situatie aan. De schuur was donker, veel dieren waren ziek, hadden etterende oogjes en neusjes, en/of waren misvormd (scheve kop, door de veel te lage kooitjes) en hadden kapotte voetzolen door het voortdurend op de draadgazen bodem zitten.
Sandra besloot zelf de hele fokkerij op te kopen. Zij kreeg hierbij hulp, ook financieel, van vrienden en dierenorganisaties (ook “Rechten voor al wat leeft” heeft een bescheiden bijdrage overgemaakt). Zij kon de dieren onderbrengen bij een stichting waar ze op een konijnenheuvel zouden gaan wonen. Toen zij konijnen en inventaris kwam ophalen, bleken 22 van de 72 konijnen intussen nog snel even verkocht te zijn voor de slacht. Voor een groot aantal dieren kwam de redding echter te laat: 33 van de 50 overgebleven dieren moesten uiteindelijk inslapen. “Dierenartsen constateerden bij de zieke konijnen myxomatose, rhinitis, pneumonie, mastitis, bijtabcessen, schimmel, oormijt, veel scheve koppen, zere hakken, snot en zeer nalatige zorg. Daarnaast waren veel konijnen erg bang en sommige apathisch”, zo citeren wij uit het “ZWARTBOEK - Konijnen in de hel”, dat Sandra later schreef.

Aanbieding Zwartboek aan Tweede-Kamerleden
Het bleef niet bij het opkopen van dit weerzinwekkende “bedrijfje”. Op 13 november 2007 verzamelde zich vroeg in de middag in de stromende regen een groepje van ca. 20 personen op het Plein in Den Haag vóór het gebouw van de Tweede Kamer. Enkele rijen draadgazen aan-elkaar-gekoppelde konijnenkooitjes uit de voormalige konijnenfokkerij, gevuld met pluche konijnen, werden op de straat neergezet en een aantal panelen met trieste foto’s die genomen waren voordat het zaakje was opgekocht. De uitstalling liet zien wat een hel zich daar in dat donkere schuurtje had bevonden. En helaas is dit schuurtje niet het enige.....
Ook was er een grote moker meegenomen. De Vaste-Kamercommissie voor de Landbouw was uitgenodigd naar buiten te komen om het “Zwartboek - Konijnen in de hel” in ontvangst te nemen. De voorzitter van de Commissie, mevr. Schreijer-Pierik (ja inderdaad, degene die destijds trots voor de t.v. vertelde dat zij wel 100 biggen per uur kon castreren, en bovendien is zij een verwoed jager!) zou gevraagd worden de moker ter hand te nemen en één van de konijnenkooitjes in elkaar te slaan, zodat daar nooit meer konijnen in zouden kunnen worden opgesloten. Ook de pers was inmiddels gearriveerd.
Om 13.30 uur kwam een zevental Vaste-Commissieleden naar buiten, onder de paraplu, want het bleef helaas maar steeds stromen van de regen! Het waren de dames Schreijer-Pierik (CDA), Van Velzen (SP), Thieme en Ouwehand (PvdD) en de heren Waalkens (PvdA), Ormel (CDA) en Graus (PVV).
Na een korte uiteenzetting van Sandra kregen de leden het Zwartboek aangeboden. Mevr. Schreijer wilde géén klap met de moker geven, want als voorzitter diende zij neutraal te blijven, zei ze. Maar de overige leden wilden wel een paar kooien in elkaar slaan.
De heer Ormel liet weten dat er wel degelijk regelgeving was voor de commerciële konijnenhouderij, en dat de konijnen er daar beter aan toe waren als in dit soort particuliere onderneminkjes. Ook konijnen die gehouden werden als gezelschapsdier hadden vaak, eenzaam opgesloten in een klein hokje, een miserabel leven. Aan dit soort particuliere misstanden kon de overheid echter niets doen, vond Ormel, want ze konden nu eenmaal niet huis-aan-huis controleren. Daarom was het ook zinloos de bestaande verordening ook voor de particuliere konijnenhouderij te laten gelden. Dus moesten wij als burgers juist en vooral daár onze aandacht op blijven richten, en aangifte doen bij politie, AID en LID, als wij zulke misstanden tegenkwamen. Want op grond van art. 36 en 37 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren kon er dan worden opgetreden, omdat het hier ging om het “zonder redelijk doel benadelen van gezondheid en welzijn van dieren”.

Ja ja....., en dan te weten dat de LID na de eerste melding van Sandra het niet nodig vond om eens te gaan kijken omdat ze er toch niets aan konden doen, dat LID en AID elkaar steeds maar de bal toespeelden, en dat de AID eindelijk eens ging kijken zes weken nadat Sandra de hele konijnenfokkerij had opgekocht, en men dus een lege schuur aantrof.....

EENDEN
Het verhaal over de jonge konijnenfokker dat u hiervóór hebt kunnen lezen heeft nog een akelig staartje. Na de verkoop van zijn “konijnenspul” deelde hij mee dat hij in dezelfde schuur met eenden wilde beginnen!
Wij vrezen het ergste als we bedenken dat zelfs voor de commerciële eendenhouderij geen enkele regelgeving bestaat! In de jaren ‘80 begin ‘90 zagen we de duizenden eenden van de commerciële bedrijven in Harderwijk e.o. nog buiten lopen. Later moesten ze vanwege het milieu binnen worden gehouden. En daar zitten de duizenden zwemvogels nu dus in stallen, de snavels gekapt en zonder water om in te zwemmen en te grondelen. En vanwege het ontbreken van enige regelgeving kan een ieder zoveel eenden in z’n stal proppen als hij wil.
Wij spraken hierover met het PVV (Productschap voor Vee en Vlees) en uitten onze kritiek op het feit dat de eenden in hun stallen niet over badwater beschikten. Wij wezen er op dat de dieren dus ook nooit even kunnen opvliegen van de grond om wat rond te fladderen (zwemvogels kunnen nl. alleen vanaf het water opvliegen). Het antwoord was dat, als de eenden wèl zouden kunnen rondfladderen, de eendenhouders er dan iets anders op zouden moeten vinden om dit te voorkomen....
Nog steeds kan en mag hier bijna alles maar met dieren. En wat níet mag en tóch gebeurt komt vanwege de slechte controle nauwelijks aan het licht......

SINT HUBERTUS EN DE JACHT
Begin november 2007 verscheen er in een lokale huis-aan-huiskrant een bericht over een Hubertusmis in een plaatselijke R.K. kerk, waarbij jachthonden nota bene door de pastoor werden gezegend. Doel van de mis was om de aandacht te vestigen op de taak van de ”wildbeheerders” (jagers). Wij stuurden deze krant de volgende ingezonden brief: “Het is toch een vreemd geval met deze mis. De legende vertelt over een lichtend kruis dat verscheen tussen het gewei van een hert dat de “verwoede jager” Hubertus juist wilde doden. Vanaf dat moment veranderde Hubertus zijn levenswandel. Hij had blijkbaar begrepen wat dat lichtende kruis, juist tussen dat hertengewei, te betekenen had: het symbool van het lijden van Christus stond nu symbool voor het lijden van de dieren die o.a. door Hubertus waren omgebracht. Daarom doodde hij het hert niet, maar ging zijn leven wijden aan de kerk en werd bisschop.
Gelukkig gaan nu steeds meer mensen (ook binnen de kerken!) begrijpen wat Sint Hubertus in het jaar 683 al had begrepen, namelijk dat ook dieren Gods schepselen zijn en dat ze niet geschapen zijn om onnodig door de ‘wildbeheerders’ te worden neergeknald.
Wat zou het mooi zijn (en o.i. ook correcter!) als Sint Hubertus jaarlijks in de kerken zou worden herdacht níet als patroonheilige van de jacht, maar juist als degene die zich van de jacht bekeerde! Niet om het eerste, maar om het laatste is hij immers heilig verklaard!”