Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Nieuwjaar
Kerstboodschap aan kerken, paus, koning en wereldleiders
Hubertusmis in Deurne
Jachtreizen naar Afrika
Staartcouperen bij biggen
Konijnen - ónacceptabel leed
Vogelgriep
Dierproeven - een hoopvol bericht

   

Nieuwjaar

Zoals elk jaar willen we dit eerste contactblad van het nieuwe jaar weer beginnen met u allen het allerbeste en veel gezondheid toe te wensen voor het jaar 2015! Een nieuw jaar biedt weer nieuwe kansen en mogelijkheden, ook in ons werk voor de dieren. Wij zouden allemaal zo graag veel dingen veranderd willen zien, zoveel misstanden ook met betrekking tot dieren in ons land. De hele intensieve vee-industrie, inclusief de slachterijen, waar zoveel geleden wordt, de plezierjacht, de onzekerheid over het al of niet doorgaan van het nertsenfokverbod, de jacht op en vergassing van tienduizenden Schipholganzen, de dierproeven, het houdt maar niet op…….
Eén ding weten we zeker: als niemand er iets aan zou doen zou het allemaal nog véél erger zijn dan het nu al is.

Eind oktober en begin november vorig jaar zijn er weer vele Hubertusmissen gevierd, waarin de jacht als deugd en noodzaak aan de katholieke gelovigen wordt voorgeschoteld. Elders in dit blad vindt u een verslag van ons bezoek aan de Sint Willibrorduskerk in Deurne (NB):

Maar we beginnen met de Kerstactie die we samen met een aantal andere dierenorganisaties eind vorig jaar hebben gehouden, en waarover u hopelijk in de pers hebt kunnen lezen:

 


   

Kerstboodschap aan kerken, paus, koning en wereldleiders
Twaalf Nederlandse dierenorganisaties (waaronder Rechten voor al wat leeft) en een dominee hebben op 1 december vorig jaar per aangetekende brief het verzoek gedaan aan zowel de Paus, als aan President Obama, president Poetin en koning Willem Alexander om het volk tijdens hun kersttoespraak op te roepen om in het kader van de vrede mee te werken aan een Vredesfeest voor álle schepselen. Concreet betekent dit dat we met Kerst dieren geen onderdeel laten zijn van het Kerstdiner en dat we ons bezinnen op onze omgang met onze met gevoel en bewustzijn begiftigde medeschepselen. Ook een aantal Nederlandse kerkbesturen kregen het verzoek de gelovigen hiertoe op te roepen. Daarnaast vroegen de dierenorganisaties en de dominee in hun brief aan Koning Willem Alexander, President Obama en President Poetin of zij het goede voorbeeld aan het volk willen geven door met Kerst met hun gezin geen dode dieren te eten. De twaalf dierenorganisaties en de dominee zijn van mening dat juist voor een Vredesfeest geen mishandeling, uitbuiting, geweld, doding en slachting behoren plaats te vinden. Niet van mensen, maar ook niet van andere schepselen. Alleen dan kan er van echte vrede sprake zijn. Gezien de vele mogelijkheden van tegenwoordig kan men ook zónder gebruik van dieren heerlijk en feestelijk eten. Op deze manier zou Kerst echt een feest van Vrede kunnen worden, van bezinning op ons consumptiegedrag en een eerste stap naar wereldwijde vrede.

De stap van verruwing en geweld tegen dieren naar geweld tegen onze eigen soortgenoten is klein. Het laatste ligt in het verlengde van het eerste. “Zolang er slachthuizen zijn zullen er ook slagvelden zijn”, schreef de Russische schrijver Tolstoj al. En ook George Obama, de jongste broer van President Barack Obama, die in de sloppenwijken van Nairobi woont, verwijst in een documentaire:
(http://www.npo.nl/broers-en-zussen/28-11-2013/VPWON_1199435 ) (21.05 in de documentaire) naar de opkomende gewelddadigheid van arme jongens doordat ze in een geitenslachterij zijn gaan werken. Hij zegt letterlijk: “Die kinderen raken gewend aan bloed. Het doet ze niets meer om iemand neer te steken. Het wordt iets normaals voor ze.” Wreedheid tegen mens, kind, dier staat niet los van elkaar en iedere vorm is even verwerpelijk.

De dierenorganisaties vinden het onbegrijpelijk en onverteerbaar dat juist op het Vredesfeest (dat Kerst toch is!) zo buitensporig veel vlees van speciaal hiervoor uitgebuite en gedode dieren wordt gegeten. Vlees van kalkoenen, kippen, varkens en andere dieren die een treurig, volstrekt dieronwaardig bestaan hadden in de vee-industrie. Maar ook vlees van dieren in het wild, die op wrede wijze aan hun eind gekomen zijn, nadat ze eerst zijn opgejaagd en daarna vaak niet direct zijn gedood maar zijn afgemaakt door de jager die hen eerst heeft aangeschoten (zoals onder andere hazen, herten, reeën, fazanten, konijnen en zwijnen). Ook gaat het om het vlees van vissen en kreeftachtigen, dieren die ook weer op meedogenloze wijze worden gedood. Dieren zijn net zoals mensen van vlees en bloed en kunnen lijden. Ze kunnen pijn, angst, maar ook vreugde ervaren. En al hebben zij niet de menselijke taal tot hun beschikking, ze zijn uiterst gevoelige wezens met een uniek karakter en een eigen waarde.

De brief, en ook het persbericht, dat naar binnen- én (in het Engels vertaald) naar buitenlandse persbureaus is verzonden, werd ondertekend door:
Stichting Comité Dierennoodhulp, Ds. Hans Bouma, Stichting Een Dier Een Vriend (EDEV), Stichting Rechten voor al wat leeft, Werkgroep Kerk en Dier Alkmaar, Stichting De Faunabescherming, Stichting Dierennood, Sea First Foundation, Stichting KonijnenBelangen, Stichting Varkens in Nood, Stichting Ganzenbescherming Nederland, Stichting Dierbewustleven en Stichting Stop Dierenleed Nederland.

   

Hubertusmis in Deurne
Zoals u zich misschien nog kunt herinneren uit ons contactblad van april 2014 hadden wij in december 2013 een gesprek met Hulpbisschop Mutsaerts van het Bisdom 's Hertogenbosch. Hij verzekerde ons toen dat er in zijn bisdom “tijdens de Hubertusmissen geenszins propaganda voor de jacht gemaakt werd“! Wij besloten dat zelf eens te gaan bekijken, en op 26 oktober 2014 bezochten wij, samen met een vertegenwoordigster van St. De Faunabescherming, een Hubertusmis in de St. Willibrorduskerk in Deurne, gelegen in Bisdom ‘s Hertogenbosch. Wel, wij kunnen niet anders zeggen dan dat de hele mis één grote propagandastunt was voor de jacht. De kansel was ‘opgesierd’ door een opgezette hertenkop ervoor te zetten, waardoor het leek alsof de pastoor, die áchter de kansel stond, bovenop het hert gezeten was!

Een hilarische gedachte!. Twee valkeniers waren aanwezig met hun valken, die, om ze rustig te houden, een kapje over de ogen droegen. Achterin lagen broodjes met vlees van geschoten dieren, waar de kerkgangers zich na de mis te goed aan konden doen. En natuurlijk waren er de jagers met hun honden en de jachthoornblazers, die hun jachtliederen ten gehore brachten.

En dan de ‘preek’ die pastoor Paul Janssen hield, en die bestond uit een aantal citaten uit kranten en het blad van de Kon. Ned. Jagers Vereniging, aan elkaar gepraat met wat stichtelijke teksten, en waaruit moest blijken hóe noodzakelijk de jacht was en hóe hypocriet de tegenstanders van de jacht wel niet waren! Bijvoorbeeld het verhaal over de drie wilde zwijnen die in Weert door de brandweer uit het water gered waren en vervolgens door een jager (Buitengewoon Opsporingsambtenaar) werden doodgeschoten. Dit voorval liet maar weer eens zien dat de verontwaardiging van het hele volk ónterecht was, want deze jager kón niet anders, hij heeft zich gewoon aan de wettelijke regels gehouden! (Dat het verboden is om gevangen dieren dood te schieten, hetgeen niet bepaald weidelijk is, en dan nog wel op Zondag, vermeldde de ‘preek’ niet. red.)

Uit een publieksfolder van de Kon. Ned. Jagers Vereniging las de pastoor het volgende voor:
“Om in ons dichtbevolkte land te zorgen voor een goede balans tussen mens en dier, is ingrijpen in de wildstand noodzakelijk. Wanneer wilde dieren in te grote aantallen voorkomen, kunnen ze overlast veroorzaken en ziekten overbrengen op landbouwdieren en mensen. Soms vernielen ze gewassen bij de boer of vormen ze een bedreiging voor de verkeersveiligheid. Sommige dieren, zoals de vos en de zwarte kraai, nemen zo snel in aantal toe dat kwetsbare soorten, zoals weidevogels, in het gedrang komen. Hoewel de mens de jacht niet meer nodig heeft om te overleven, is jacht een duurzaam gebruik van de natuur. Wild staat steeds vaker op het menu.” (Dat de weidevogels in het gedrang komen door de vos en de zwarte kraai, is een leugen. Er wordt natuurlijk wel eens een kuiken gepakt, maar de grote achteruitgang is te wijten aan de intensieve landbouwmethoden - red.)

Van de website van Wise Use, eveneens een jagersorganisatie, die nauwe contacten onderhoudt met de KNJV, citeerde de pastoor o.a. het volgende:

“Jacht is onlosmakelijk verbonden met liefde voor de natuur en respect voor het dier als individu en als soort. Jagers in Nederland kennen een hoge mate van professionaliteit. Zij jagen met de regels van de weidelijkheid. Eerlijkheid, respect en veiligheid zijn daarbij kernbegrippen. Jacht en natuurbeheer zijn daarom essentieel voor een mooie en diverse natuur in Nederland. De krampachtige pogingen om beheer en jacht van elkaar te scheiden zijn heilloos. Als gebruik wordt gemaakt van de grote kennis, passie en verantwoordelijkheid van de Nederlandse jager zullen situaties als met de zwemmende zwijnen zich niet meer voordoen.” (Als we weten dat ieder jaar door jagers de z.g. ‘kraaiendagen’ gehouden worden, wedstrijden waar het gaat om wie in korte tijd zoveel mogelijk kraaien kan schieten, nota bene tijdens het broedseizoen!, dan kunnen we toch moeilijk spreken van ‘respect voor het dier’! - red.)

De pastoor citeerde verder uit een artikel van de Belgische journalist Hugo Camps in “De Morgen”:

“Het jachtseizoen is begonnen en samen met de patrijzen en fazanten komen ook de dierenvrienden naar buiten. Jonglerend met stigma’s en bezweringen. Schuimbekkend ook. Voor de jager, de restaurateur, de wildliefhebber is alleen de galg goed genoeg. Branden in een afgebluste marinade kan ook. Dierenvrienden hebben vaker folterpraktijken in gedachten als het over de mens gaat.”
En: “De jager is mijn vriend”, naar analogie met de politie, zal nooit mijn mantra zijn. Maar mijn respect heeft hij wel, en ook iets van dankbaarheid. Alle dierenleed is verwerpelijk, maar niet alle leed is even ondraaglijk. Bij het schieten van patrijzen en fazanten, van reeën en herten gaat het niet om onverdoofd slachten. Met een welgemikt schot zijn ze meestal van de wereld. Jagers zijn geen sadisten, zelfs eerder sentimenteel geroerd als ze een haas zien lopen. Zoals ook de chef-kok het liefst mee met de patrijs de oven ingaat.”

(Heeft u ooit zóiets onzinnigs gelezen? En dát in een preek…. En dat de dieren met een welgemikt schot van de wereld zijn is, alweer, een leugen. Talloze dieren worden slechts aangeschoten en, creperend van pijn, door de jachthond opgehaald, tussen de tanden genomen en naar de jager gebracht. Als het dier dan nog leeft wordt het door de jager alsnog doodgeslagen. Frappant ook dat voorstanders van de jacht altijd wijzen naar ander dierenleed, in dit geval naar het onverdoofd slachten, terwijl de voorstanders van dit laatste op hun beurt ook altijd naar ander dierenleed wijzen…..- red.)

De pastoor eindigde zijn ‘preek’ (die wel door de jagers zélf geschreven leek te zijn! - red.) met een oproep tot “zelfreflectie en een breed bewustzijn”, een verantwoorde en duurzame omgang met de aarde en wat erop groeit en leeft, God te beminnen en de naaste als jezelf, en dus: “heel bewust en met veel respect om te gaan met alles en iedereen, vol medeleven en medelijden.” (Ja ja, dat laatste dus vooral…..! - red.)

Met een nare smaak in de mond en denkend aan de woorden van Hulpbisschop Mutsaerts, dat in zíjn bisdom tijdens Hubertusmissen géenszins propaganda voor de jacht werd gemaakt, zijn we weer uit Deurne vertrokken.

   

Jachtreizen naar Afrika

Veel jagers uit Europa, ook uit Nederland, zien het blijkbaar als levensdoel de kop van een zelf geschoten Afrikaanse leeuw boven de haard te kunnen ophangen, om hiermee hun mannelijkheid en stoerheid te kunnen aantonen (de z.g. trofeeënjacht). Ze tellen hier zeer veel geld voor neer. Op de vraag van de Partij voor de Dieren aan staatssecretaris Dijksma (EZ) om dit te verbieden, was het antwoord dat zij dat niet kón verbieden. Argument: De Nederlandse organisatoren voldoen aan zeer strikte regels, en zolang de import van trofeeën binnen de strenge Europese quota blijft kan Nederland het niet tegenhouden. Dijksma maakt zich er zo wel gemakkelijk van af! Zij zou ook het voorbeeld van Australië kunnen volgen: daar wordt gewerkt aan een importverbod voor trofeeën van bedreigde diersoorten. Als dat verbod ook hier zou worden ingevoerd zou voor de jagers de lol er waarschijnlijk gauw af zijn!

 

   

Staartcouperen bij biggen
Alle varkensboeren weten dat het routinematig bij alle biggen afknippen van de krulstaarten, dat ónverdoofd gebeurt en dus zéér pijnlijk is, al sinds 1996 verboden is. Het is alleen toegestaan in noodgevallen, als het echt niet anders kan, als de biggen aan elkaars staarten gaan bijten zodat er infecties ontstaan. Een typisch voorbeeld van een verbod dat níet in de hand te houden is. Want wie controleert of er echt noodzaak was of niet? Dus is de praktijk al weer jaren zo dat het overal routinematig gebeurt. Er is zelfs weer een ‘generieke ontheffing’ voor afgegeven.

Staartbijten komt veel voor bij varkens, en is een gevolg van het gebrek aan afleiding, te weinig bewegingsvrijheid en een slecht stalklimaat. Door de stress die dat alles oplevert en doordat de dieren zich vervelen gaan ze aan elkaars staarten en soms ook aan elkaars oren bijten. De ongeschikte huisvesting is dus uiteindelijk de bron van het kwaad.

Op 4 november 2014 heeft echter een meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met een motie van de Partij voor de Dieren om het afknippen van de biggenstaartjes helemaal te verbieden. Dus ook geen uitzonderingen meer. Het Kabinet had het eigenlijk door de varkenssector zelf willen laten bepalen wanneer men met deze pijnlijke ingreep wilde stoppen, maar de Kamer besefte blijkbaar dat we dan nog wel erg lang zullen moeten wachten, en heeft het Kabinet nu opdracht gegeven om de ingangsdatum voor een verbod vast te stellen. Laten we hopen dat dus spoedig een einde mag komen aan deze pijnlijke verminking, evenals aan de onverdoofde biggencastratie!
   

Konijnen - ónacceptabel leed

Op 17 oktober 2014 ging het Tv-programma ‘De Hokjesman’ over dierenleed in Nederland en over diverse dierenwelzijnsorganisaties. De Hokjesman liet zeér schrijnende beelden zien over o.a. de vleeskonijnenhouderij. Naar aanleiding hiervan hebben Comité Dierennoodhulp, St. EDEV en St. Rechten voor al wat leeft gezamenlijk een brief naar Staatssecretaris Dijksma van EZ en de Vaste Kamercommissie voor EZ gestuurd, en een persbericht naar pers en media: Daarin schreven wij dat de dierenorganisaties een adequaat overheidsingrijpen bij de konijnenhouder eisen, te beginnen bij het bedrijf dat in het bewuste Tv-programma te zien was, en dat deze schokkende beelden van gillende, doodzieke en dode konijnen niet onopgemerkt mogen blijven.

Te zien was hoe konijnen in erbarmelijke huisvesting zaten in een groot bioindustriebedrijf. Van pijn en angst luid gillende konijnen lagen met nog net in leven zijnde en reeds dode broertjes en zusjes in één hok. Andere dieren hadden rottende en onbehandelde, open en afgeknaagde oren. Verplichte vloermatten om de voeten van de konijnen te beschermen tegen de draadgazen bodems van hun kooien ontbraken volledig, en de hoog opgestapelde laag ontlasting onder de kooien lag daar kennelijk al enkele generaties lang. Inmiddels zijn er op internet meer filmpjes opgedoken, opgenomen bij deze konijnenhouder. Helaas zijn deze dierenmishandelingen aan de orde van de dag in de konijnenbioindustrie. In het geheim opgenomen beelden van de actiegroep ‘Ongehoord’ op vele Nederlandse konijnenfarms toonden dit eerder al meermalen aan.

In de brandbrief die de organisaties aan Staatssecretaris Dijksma stuurden eisen zij dat zij direct gaat ingrijpen bij de konijnenhouderij die op TV te zien was bij De Hokjesman. Het adres van deze konijnenhouder hebben de dierenorganisaties aan haar gemeld. “Het is tijd dat de overheid de fluwelen handschoenen richting boeren uitdoet en hard gaat ingrijpen. Het aantal wetsregels dat overtreden wordt door de konijnenhouders is niet alleen ellenlang, maar dit gaat nu ook al jaren zo door. Wanneer er stervende en zieke dieren zijn moet verplicht de dierenarts gebeld worden. Als hokken en kooien niet voldoen aan de toch al miserabele wetgeving, dan moet het bedrijf onmiddellijk gesloten worden. Miljoenen dieren lijden onder een wrede behandeling en ondergaan een levenslang, zinloos en dieronwaardig bestaan, simpelweg omdat de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) van Dijksma niet ingrijpt. Omdat dit grote leed in de konijnenindustrie aan de orde van de dag is, dient heel deze sector, net als de nertsfokkerij, beëindigd te worden. Konijnen zijn niet geschikt om als productiedieren gehouden te worden”, aldus de dierenorganisaties.

Jaarlijks worden op dergelijke wijze in Nederland ongeveer 2,5 miljoen konijnen voor de vleesindustrie in draadgazen kooien gehouden. Door de slechte huisvesting en verzorging, ziekte, stress, frustratie en verveling haalt 20% van de dieren niet eens de slachtleeftijd van 11 á 12 weken. Dit terwijl een konijn wel 12 jaar of ouder kan worden! Ondanks jaren van selectie en fokken is het natuurlijke gedrag van deze konijnen nog steeds gelijk aan het gedrag van wilde konijnen. Van oorsprong zijn het zeér sociale dieren; het graven van diepe tunnels, het delen van holen, het grazen, het samen huppelen, rusten en verzorgen van de jongen neemt een groot deel van hun tijd in beslag. In de industrie worden de konijnen in de kleine draadgazen kooitjes zwaar in hun beweging en natuurlijke gedrag belemmerd, wat leidt tot ernstige gezondheidsproblemen en gedragsstoornissen, zoals kopschudden, vachtplukken, rondjes draaien, gaas knagen en elkaar bijten en aanvallen. De draadgazen vloer zorgt voor pijnlijke en zwerende poten. Door de ontlasting onder de kooien ontstaat een hoog ammoniakgehalte in de lucht, wat kan leiden tot ademhalingsstoornissen en zwerende poten.

De voedsters lijden van alle konijnen het zwaarst: zij moeten in een jaar tijd zeven nestjes krijgen, en worden voor dat doel individueel en dus eenzaam gehuisvest. Door de stress, de vele nestjes en de gezondheidsproblemen zijn de voedsters snel op en worden, na een jaar misbruikt te zijn, afgevoerd naar de slacht. Hiertoe worden de dieren ruw in kratten gegooid en op elkaar gepropt om zo, levend, vervoerd te worden naar slachthuizen in België en Frankrijk, waar hen na een lange en traumatiserende rit een angstig en pijnlijk einde wacht.

Europese wetgeving
Terwijl legbatterijen voor kippen sinds 1 januari 2012 verboden zijn, bestaat zo’n verbod niet voor het houden van konijnen in batterijen. Oostenrijk is het enige land in de EU waar deze batterijen vanaf 2012 verboden zijn. Er is geen EU-wetgeving voor de huisvesting van ‘vleeskonijnen’. Een wetenschappelijk rapport van de EFSA (European Food Safety Authority) omschrijft de huidige huisvesting: de ruimte per ‘vleeskonijn’ in de batterij is momenteel 450-600 cm2 (minder dan een A4tje). Een hok voor een vrouwtjeskonijn is slechts 60 à 65 cm lang, 40 à 48 cm breed en 30 à 35 cm hoog.
(De foto’s spreken voor zichzelf……..red.)

 

   

Vogelgriep
Het was weer zover in november 2014: er dook weer een dierziekte op, dit keer weer een vogelgriepepidemie. Weer zijn er honderdduizenden dieren gedood (de manier waarop en de meedogenloosheid waarmee dat gebeurt, daar zullen we maar niet verder op ingaan: we weten zo langzamerhand allemaal dat vergassing met pure CO2 ónacceptabel is, maar de staatssecretaris is niet van plan in de toekomst bij volgende uitbraken over te gaan op een mildere maar iets duurdere methode: CO2-O2. Ja ja, onze overheid heeft de intrinsieke waarde van dieren wel zeér hoog in het vaandel….!). Eén troost is er: de gedode dieren hoeven niet meer mee te maken dat ze in kratten gepropt en op transport gezet worden en een eveneens nare dood moeten sterven in het slachthuis.

In alle commentaren kregen de trekvogels de schuld. VVD-Kamerlid Oplaat poneerde de stelling op TV. dat het juist de buiten lopende kippen zijn die het virus oplopen. Merkwaardig dat het dan juist de dichte schuren zijn waar alle dieren worden ’geruimd’! En ligt de oorzaak werkelijk bij de trekvogels? Wat zeiden twee wetenschappers ook weer in oktober 2005 tijdens een bijeenkomst in Wageningen, de Studium Generale van Wageningen Universiteit?

Het veehouderij-systeem deugt niet

Prof. Rob Goldbach (viroloog Wageningen Universiteit) zei: “Anders dan wilde dieren, die voortdurend blootstaan aan virussen zonder dat ze dreigen uit te sterven, leggen dieren in de intensieve veehouderij massaal het loodje als er zich weer een pathogeen aandient. Misschien moeten ze meer in contact komen met de natuur, zodat hun immuunsysteem meer prikkels krijgt om zich te ontwikkelen. Misschien moeten we gewoon af van het systeem van onze intensieve veehouderij.” En Prof. Mart de Jong (veterinair epidemioloog): “Het contact tussen de bedrijven is zó intensief, de dichtheid van de kippen zó hoog, dat als het virus hier op één bedrijf opduikt de hele Gelderse Vallei is afgeschreven. Dat is het gevolg van de hoge dichtheden in de sector. Dáár zit het probleem! Dáár moeten we op termijn iets aan gaan doen!” (Het blijkt maar weer dat onze overheid nog helemaal niets heeft geleerd! Hoeveel ziekte-uitbraken moeten er nog komen voordat de dames en heren eens wakker worden en gaan inzien dat gezond verstand, ethiek en mededogen (niet alleen met de getroffen kippenhouder, maar ook met de dieren) nooit mogen wijken voor het economisch belang van de grootschaligheid? - red.)
   

Dierproeven - een hoopvol bericht
Goede berichten bereikten ons over dierproeven. De EU heeft in november 2014 stappen genomen in het aanbrengen van wijzigingen in de wet inzake veiligheid van chemische stoffen. Deze wijzigingen zouden het lijden en de dood van miljoenen dieren kunnen voorkomen door een aantal zeer wrede proeven op dieren te vervangen door alternatieve methoden. Het gaat om de vervanging van de verouderde huid- en ogentest op konijnen, het testen op dieren om de werking van gifstoffen op de vruchtbaarheid te bepalen, en om de wrede tests waar-bij dodelijke doses worden ingebracht, die door de huid branden en het bloed vergiftigen.

Vele duizenden dieren hebben geleden onder deze proeven. We hopen vurig dat deze wetswijzigingen spoedig in de wet zullen zijn verankerd. Deze wet zal dan voor alle EU-landen gelden.

Toestemming voor een dierproef wordt pas gegeven als er geén andere manier is om die test, zónder proefdier dus, te doen. Voor veel dierproeven voor allerlei doeleinden zijn al-ternatieven ontwikkeld. Het nare is dat het soms 20 à 30 jaar duurt voor deze alternatieve methoden worden goedgekeurd en in de praktijk mogen worden toegepast. Ondertussen lijden zo’n half miljoen proefdieren in Nederland, veelal ónnodig, nog steeds onder pijnlijke proeven.