Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

EFSA-Advies over vleeskuikens
Steeds meer ongecasteerde biggen
Nertsenfokkerijen
Kraaiendag ......
Bisschoppen en RK Hubertusmis
De mogelijke opheffing van LNV
Website dieronvriendelijke kinderboerderijen
Slooppanden en dieren
Zeehondenjacht in Canada
CDA-spermarietjes

   

EFSA-ADVIES OVER VLEESKUIKENS

Onlangs, op 28 juli 2010, werd door de EFSA (de Europese voedselautoriteit) een wetenschappelijk advies uitgebracht over vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren. Vleeskuikenouderdieren zijn kippen die de eieren leggen waaruit de vleeskuikens ter wereld komen. Al decennia lang is bekend hoe schrijnend de situatie ook voor deze dieren is, en het lijkt hoopgevend dat de EFSA hierover nu eindelijk rapporteert en adviseert. Adviezen van de EFSA zijn helaas niet bindend, maar wel kan de Europese Commissie in de voorbereiding van haar rapport voor de Raad en het Europees Parlement rekening houden met het EFSA-advies.

Conclusies EFSA-rapport De welzijnsproblemen bij vleeskuikens en de ouderdieren daarvan worden vooral veroorzaakt door het decennia lang selectief fokken op snelle groei en een hoog gewicht. Hierdoor is de groeisnelheid in de tweede helft van de vorige eeuw vier keer zo hoog! geworden, en zijn de kuikens op een leeftijd van zes weken op gewicht om geslacht te worden. Dit vormt een ernstig risico voor de gezondheid van de vleeskuikens. De gevolgen  hiervan zijn skeletafwijkingen, die weer kreupelheid, onbalans, huidirritaties en zelfs hartfalen en ascites (vocht in de buikholte) veroorzaken, en bovendien een hoge sterfte en plotseling doodvallen. Advies EFSA: Het welzijn van vleeskuikens kan worden vergroot door bij genetische selectie rekening te houden met de omgeving waarin de dieren opgroeien. Trager groeiende kuikens zijn meer geschikt om in een warme omgeving te worden grootgebracht. Snelgroeiende kuikens zijn immers meer gevoelig voor hittestress. Ook moet bij de genetische selectie meer aandacht worden geschonken aan de verlammingsverschijnselen en huidinfecties.

De vleeskuikenouderdieren worden niet geslacht voor de consumptie, maar worden gehouden voor het “produceren” van de vleeskuikens. Ook bij de ouderdieren zijn grote problemen. Ze zijn geselecteerd op snelle groei, omdat ze deze eigenschap weer moeten doorgeven aan hun kuikens. Maar zelf mogen ze niet te zwaar worden. Ze moeten immers langer mee om “in productie” te kunnen blijven. Met een te hoog gewicht zouden ze teveel gezondheidsproblemen krijgen en te vroeg doodgaan. Daarom worden deze dieren zeér beperkt gevoerd, waardoor ze constant honger lijden. Bovendien verwonden ze elkaar veelvuldig doordat ze voortdurend elkaar bevechten om iets van het weinige voer te kunnen bemachtigen. Om deze verwondingen tegen te gaan worden preventieve maatregelen genomen in de vorm van pijnlijke verminkingen, zoals het verwijderen van een deel van de teen of de kam. Voor deze dieren adviseert de EFSA om met genetische selectie toe te werken naar ouderdieren die bij meer eten toch gezond blijven. Hierdoor zullen de honger en de daarmee gepaarde gevechten om eten afnemen. Ook worden zitstokken en verhoogde legnesten aangeraden, evenals het achterwege laten van het verwijderen van lichaamsdelen. Mocht  dit laatste toch nodig zijn, aldus de EFSA, dan wordt geadviseerd om de operaties alleen door goed opgeleid personeel te laten uitvoeren dat daarvoor de minst pijnlijke methode gebruikt.

Ons commentaar: Het is iets, maar niet veel, de door EFSA beoogde welzijnsverbetering. Het hele systeem om vleeskuikens in zes weken “klaar te stomen” zou op de schop moeten. Het is duidelijk dat ook de EFSA, als het erop aankomt, toch weer voorrang geeft aan  het belang van de economie.

   

STEEDS MEER ONGECASTREERDE BIGGEN
Gelukkig wordt tegenwoordig steeds vaker het castreren van biggen achterwege gelaten. Vanuit de (Europese) markt komt meer vraag naar beren (ongecastreerde biggen) en de Nederlandse varkenshouders spelen graag op die vraag in. Het blijkt zelfs ook nog financiële voordelen te hebben om níet te castreren. Beren hebben namelijk minder voer nodig dan borgen (gecastreerde biggen). Het is daarom eigenlijk onbegrijpelijk dat het hele proces zó lang heeft geduurd (en nóg duurt).
In Groot-Brittannië wordt al twintig jaar niet meer gecastreerd. In Spanje en Portugal komt het castreren nog maar weinig voor. Zelfs in Polen wordt twintig procent van de biggen niet gecastreerd. En ook in de Scandinavische landen staat het castreren ter discussie. In Nederland wordt het voornamelijk gedaan omdat Duitsland, waar zeér veel varkens en biggen uit Nederland naar toe gaan, castratie als voorwaarde stelt, vanwege de z.g. ‘berengeur’ aan het vlees. De kans op berengeur is echter heel klein, circa eén procent. Maar men is er als de dood voor.

Verdoving
Sinds 1 januari 2009 worden de biggen voor de castratie verdoofd met CO2-O2.
Hoe graag we deze bedwelmingsmethode ook zouden ingevoerd zien in varkens- en pluimveeslachterijen, voor het bedwelmen van biggen voor castratie is het niet geschikt. Dit zegt ook de AVA (Association of Veterinary Anaesthesists), een mondiale organisatie van dieranesthesisten. Het gasmengsel bezorgt de biggen pijn, o.m. door irritatie van de luchtwegen. Ook worden tijdens de verdoving spiertrekkingen en stress waargenomen.
Wij zijn dan ook zéker niet blij met het feit dat castreren thans onder verdoving gebeurt.
De maatregel was bedoeld om de periode tot totale afschaffing van castratie te overbruggen. Maar het is geen verbetering, integendeel. Bovendien biedt de verdoving vooraf ook geen enkel soulaas voor de hevige napijn, die bij de biggen zeker een week lang aanhoudt.
We zijn dan ook zeer verheugd, dat er in Nederland steeds meer biggen níet meer worden gecastreerd.

Knuppel in het varkenshok
Het is inmiddels al ongeveer 15 jaar geleden dat “Rechten voor al wat leeft” na vele jaren van protest tegen deze wrede ingreep, die ónverdoofd werd uitgevoerd, de “knuppel in het varkenshok” gooide, en aan de Kon. Ned. Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) vroeg om een standpunt in te nemen inzake de (onverdoofde) castratie van biggen. Het heeft enkele jaren geduurd, maar uiteindelijk bracht de KNMvD toch een nota uit, waarin de castratie als zéér pijnlijk, stressvol en ónnodig uit de bus kwam.
Op ons verzoek werd de nota door een medewerker van de KNMvD ook in het Duits vertaald, en vervolgens stuurden wij de Duitstalige nota mét een begeleidende brief naar zo’n 800 Duitse dierenbeschermingsorganisaties. In de brief vroegen wij deze organisaties in eigen land met de nota van de KNMvD aan het werk te gaan, en de Duitse overheden, maar ook de Duitse supermarkten én de consumenten voor te lichten en te bewerken om in het vervolg de castratie-voorwaarde te laten vallen bij de import van Nederlandse biggen en varkens.

Sindsdien is het balletje gaan rollen! Niet alleen in Duitsland maar ook in Nederland kwam er beweging in de zaak sinds het verschijnen van de nota van de KNMvD.Er werden symposia gehouden over het onderwerp. Andere dierenorganisaties haakten aan, het werd een agendapunt bij Landbouw en er werden onderzoeken gedaan naar mogelijkheden hoe men de berengeur kon uitsluiten zónder castratie. Uiteindelijk werd m.i.v. 1 januari 2009 een verdoving vooraf verplicht gesteld als overgang naar het geheel afschaffen van castratie. Nu steeds meer bekend wordt dat verdoving ook niet een goede oplossing is, gaat men steeds vaker over tot helemaal niet meer castreren. Zelfs in Duitsland komt er nu steeds meer weerstand vanuit het publiek tegen de pijnlijke ingreep. Net als in Nederland wil men in Duitsland binnen vijf jaar een verbod op castratie (dus ook niet meer met verdoving).

Maar we zijn er nog niet. Italië wil nog niets weten van berenvlees, en wil alleen gecastreerde biggen importeren, en deze komen ook uit Nederland. En ook buiten Europa wordt berenvlees nog lang niet overal geaccepteerd. Maar steeds meer mannelijke biggen mogen in Nederland beer blijven. Methodes worden onderzocht om aan de slachtlijn de berengeur op te sporen. Zo is een Duitse! slachterij bezig met ontwikkeling van een “elektronische neus”, waarmee berengeur kan worden gedetecteerd.

Verbod op castratie

Vanaf 2015 mag in Nederland niet meer worden gecastreerd, ook niet voor de export (hopelijk, want niets is zeker!). Maar ook lijken er EU-regels op komst te zijn voor castratie, misschien zelfs een Europees castratie-verbod. Dit bericht komt van het Directoraat-Generaal Gezondheid en Consumenten van de Eurpese Commissie. Dat laatste zou natuurlijk prachtig zijn, maar is het ook haalbaar? Wij citeren 'BOERDERIJ' van 1 juni 2010:
“Voor een Europees castratieverbod zijn er nu nog beren op de weg. Toch lijkt op de vraag of dat er ooit zal komen, maar één antwoord mogelijk: ja. Het is alleen nog een kwestie van tijd. De niet-gouvernementele organisaties in alle EU-landen zijn voor een castratieverbod. De mate van acceptatie van berenvlees is echter nog erg verschillend binnen de EU.”
   

NERTSFOKKERIJEN

In juli 2009 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel van de SP en PvdA aan om vanaf 2018 de nertsfokkerij te verbieden. Het CDA, de VVD, de ChristenUnie en de SGP stemden tegen het verbod, maar een Kamermeerderheid was voor. Het wachten was nu op instemming van de Eerste Kamer. Daar rezen echter bezwaren omdat men de overgangsperiode tot 2018 te kort vond; de nertsfokkers krijgen namelijk geen financiële compensatie en zouden geen tijd genoeg hebben om over te schakelen op een andere bedrijfsactiviteit. Om de Eerste Kamer toch over de streep te krijgen is de Tweede Kamer in juni van dit jaar akkoord gegaan met een oprekking van de overgangsperiode. De nertsenfokkerij (circa 200 bedrijven met totaal circa 4,5 miljoen nertsen) mag dus, als de Eerste Kamer instemt, nog 14 jaar doorgaan……

 

   

Op 5 juni 2010 vonden we op een van de jagers-websites het volgende oproepje:
                   
Beste Jagers,
Hierbij wordt u door het bestuur uitgenodigd voor een gezamenlijke
kraaiendag op 12 juni 2010 a.s.
De spelregels zijn als volgt:
Iedereen, lid of geen lid, mag meedoen.
Een ieder jaagt in zijn eigen terrein of waar hij uitgenodigd wordt om te jagen.
Het is de bedoeling om zoveel mogelijk kraaien te schieten.
Na afloop om ongeveer 11.00 willen we met zijn allen verzamelen bij
Café Bianca’s, Dorpsstraat 2, Oterleek NH.
Deelname is kosteloos.
Met vriendelijke groet,
Namens het bestuur van Afdeling Noord-Holland.
H.J. van Driel, secretaris

                   

(Commentaar overbodig - red.)

 

   

R.K. BISSCHOPPEN EN DE SINT-HUBERTUSMIS
In ons juli-nummer hebt u kunnen lezen over het bijzonder plezierige en succesvolle gesprek dat wij in maart van dit jaar hadden met Bisschop Punt van Bisdom Haarlem-Amsterdam naar aanleiding van onze belevenissen in de R.K. kerk in Obdam (november 2009).
De volgende stap voor ons was: een brief namens St. De Faunabescherming, St. Kerk en Dier en St. Rechten voor al wat leeft aan de Nederlandse Bisschoppenconferentie, waarin alle Nederlandse bisschoppen verenigd zijn.
Deze brief, die wij op 10 april 2010 stuurden, laten wij hierna in z’n geheel volgen:

Hoogwaardige Excellenties,

Omdat ‘eerbied voor de schepping’ hoog in úw en ons vaandel staat, willen wij u deelgenoot maken van onze grote zorgen over de Sint-Hubertusmissen die in Nederland regelmatig ‘gevierd’ worden.
Wij hopen, dat u het onderwerp, na lezing van het onderstaande, op de agenda wilt plaatsen en gezamenlijk wilt bespreken.
Wij verzoeken u in de Nederlandse Kerkprovincie uw invloed aan te wenden om op dit punt een bezinning én een verandering op gang te brengen.
Het is u uiteraard bekend, dat in veel R.K. kerken in ons land, met name in het Zuiden, nog steeds regelmatig de Sint-Hubertusmis wordt opgedragen. Hierbij worden jagers én hun honden en soms zelfs hun geweren gezegend.

Sint Hubertus wordt als de “patroonheilige van de jacht” beschouwd, maar wie het verhaal over Sint Hubertus leest ontdekt dat juist het moment dat hij zich afkeert van de jacht cruciaal is in zijn leven. Als Hubertus het lichtende kruis tussen het gewei van het hert ziet, besluit hij het hert niet te doden en voortaan helemaal geen dieren meer te bejagen.
Hubertus begreep blijkbaar toen al (in de 7e eeuw na Christus) dat het lichtende kruis, het symbool van het lijden van Christus, nu symbool stond voor het lijden van alle schepselen die zinloos werden gedood alleen om de primitieve lusten van de jagers te bevredigen. Dat was het moment van de bekering van Hubertus. Vervolgens ging hij zich aan de kerk wijden en werd bisschop. Wij begrijpen niet dat hij dan toch, 15 eeuwen later, nog steeds de “patroonheilige van de jacht” genoemd wordt.
Zou het niet correcter zijn om Sint Hubertus te gedenken als degene die zich juist van de jacht bekeerde? Sint Hubertus is toch immers niet heilig verklaard vanwege zijn jachtactiviteiten, maar omdat hij met jagen ophield en zijn levenswandel ging veranderen?

In een antwoordbrief aan St. De Faunabescherming d.d. 25 april 1995 schreef de Bisschoppenconferentie: “Wat nu de Hubertusmis betreft moet gezegd worden dat niet de jacht als zodanig wordt geëerd, maar er wordt aan God dank gebracht voor de mogelijkheden die Hij mensen biedt tot hun recht te komen in Zijn scheppingsorde. Ook als jagers.”
Wij vragen ons af in hoeverre de Bisschoppenconferentie toentertijd op de hoogte was van de jachtpraktijken en de algemene jagersmentaliteit en willen graag van u vernemen of uw standpunt inmiddels gewijzigd is. Wij nemen aan dat u het nu ánders zou willen formuleren, gezien alle nadruk die er ook van uw zijde gelegd wordt op de godgegeven ‘eerbied voor de schepping’.
Was de ommekeer van Hubertus niet een betere manier om “God dank te brengen voor de mogelijkheden die Hij mensen biedt tot hun recht te komen in Zijn scheppingsorde”? Heeft Sint Hubertus daarmee juist niet laten zien wat de plaats van de mens is en dient te zijn in die scheppingsorde, namelijk  drager te zijn van de verantwoordelijkheid en zorg voor alle schepselen?

In Nederland zijn circa 30.000 plezierjagers actief, grotendeels verenigd in z.g. ‘wildbeheereenheden’. Deze term moet de eigenlijke doelstelling van de jagers, namelijk ‘het genot van de jacht’ (zoals het in hun verenigingsstatuten wordt genoemd) verhullen. Ook de veelgehoorde term ‘populatiebeheer’ geeft absoluut niet de werkelijkheid weer.
Als ernstig gewonde dieren uit hun lijden moeten worden verlost of als er moet worden ingegrepen vanwege bijvoorbeeld gevaar voor de volksgezondheid of belangrijke landbouwschade zouden, na gedegen wetenschappelijk onderzoek, en alleen als diervriendelijker alternatieven niet voorhanden zijn, door de overheid vakbekwame functionarissen dienen te worden aangesteld om deze taak te verrichten. U zult het met ons eens zijn dat Nederland hiervoor geen 30.000 hobbyjagers nodig heeft!

In Nederland is jacht voor de voedselvoorziening totaal overbodig, maar wordt door en voor jagers wel in stand gehouden. Het genot van de jacht, waaronder ook de valkerij, was vroeger voornamelijk voorbehouden aan de adel. Inmiddels zijn jagers afkomstig uit alle lagen van de bevolking. Jaarlijks worden 2.000.000! dieren voor de lol doodgeschoten.

Uit een opinie-onderzoek uit 2006 is gebleken dat 97% van de bevolking tegen plezierjacht is. Naar aanleiding van dit gegeven noemen jagers zich nu liever wild- of faunabeheerders. Hiermee willen zij proberen de zogenaamde noodzaak van de jacht aan te tonen en te voorkomen dat hun ‘speeltje’ wordt afgenomen. Het gaat hen echter alleen om het plezier dat zij aan de jacht beleven, de kick van het doden en het bevredigen van hun oerdriften (zoals jagers zelf onlangs nog zeiden in de aflevering “Jagen” van het televisie-programma “Koopkracht” van Omroep Llink op Ned. 3 van 25 maart 2010).
Het is ook bekend dat jagers graag naar het buitenland gaan en veel geld betalen om daar allerlei soms zeldzame diersoorten te mogen schieten!
Ons inziens is het kerkónwaardig om een speciale jagersmis op te dragen, nota bene onder de naam van Sint Hubertus, wiens naam door het jagersgilde wordt misbruikt als dekmantel voor hun wrede hobby.
Graag vernemen wij uw reactie op dit standpunt van ons.

Onlangs (op 8 november 2009) hebben wij een Sint-Hubertusmis meegemaakt in Obdam, en wij kunnen u verzekeren: het was compleet “kermis” in de Sint Victor Kerk: levende maar ook opgezette dieren, waaronder een vos met een fazant in zijn bek; jagers in vol ornaat met hun jachthonden, jachthoornblazers die hun jachtliederen ten gehore mochten brengen, reclameborden voor een valkenier, die zijn roofvogels hun kunsten liet vertonen door ze door de kerk te laten vliegen etc. etc.
Bij het aanschouwen van deze folklore konden we ons nauwelijks meer voorstellen dat we in een godshuis waren, De mooie kerk had de uitstraling gekregen van een schiettent op de kermis. Na de mis werden de jagers en hun jachthonden gezegend, in de hoop dat de zegening zou bijdragen aan een goede jachtbuit.

In zijn antwoordbrief aan de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren d.d. 11 november 1994 schreef Bisschop F. Wiertz dat “je nauwelijks a priori mensen mag uitsluiten van Gods zegen” en ”als je mensen zegent dat niet betekent dat je heel hun gedrag zegent en goedkeurt.” Daar zijn we het uiteraard helemaal mee eens. Bij een Hubertusmis worden de jagers echter juist vanwege hun omstreden hobby uitgenodigd om, gekleed in hun jagerstenue compleet met rijkelijk van speldjes voorziene hoed, de goddelijke zegen te ontvangen en daardoor voelen deze lieden zich van Godswege bevestigd in hun wrede en verkeerde gedrag. Wij zijn het met Bisschop Wiertz eens dat niemand uitgesloten mag worden van de goddelijke zegen; iedereen moet als hij/zij dat wil die zegen kunnen  ontvangen, maar dan wel gewoon als mens tussen andere mensen, niet als hobbyclublid in bijbehorend tenue en met bijbehorende attributen. In de mis waarbij wij aanwezig waren voelden juist wíj ons uitgesloten. Alleen de jagers en hun honden werden gezegend met wijwater. De omstanders ontvingen geen druppel.

Wij hopen zeer dat u ernstig kennis wilt nemen van ons schrijven, en wij zouden u dringend willen verzoeken of u in overweging zou willen nemen het opdragen van deze mis aan Sint Hubertus als “patroonheilige van de jacht” niet meer toe te staan! Daarmee zou u recht doen niet alleen aan de dieren in de natuur, maar ook aan Sint Hubertus zelf!
Indien u er prijs op stelt zijn wij gaarne bereid het voorgaande mondeling te komen toelichten en met u samen te werken aan een bezinningsronde die uitloopt op viering waarin mens en dier zich gezegend weet.
Wij danken u bij voorbaat voor de bespreking van het bovenstaande en wensen u de wijsheid van de heilige Hubertus toe.”

Helaas was het antwoord van de bisschoppen niet echt bevredigend. Wij hopen dat het voorbeeld van Bisschop Punt van Bisdom Haarlem - Amsterdam nog eens navolging mag vinden voor alle andere bisschoppen van de R.K. kerk in Nederland.

 

MOGELIJKE OPHEFFING MINISTERIE VAN LNV

Berichten over plannen van de onderhandelende partijen VVD, CDA en PVV over eventuele samenvoeging van het Ministerie van Landbouw en het Ministerie van Economische Zaken hebben bij de CDON (Coalitie DierenwelzijnsOrganisaties Nederland) - waar ook “Rechten voor al wat leeft” deel van uitmaakt - bezorgdheid doen ontstaan over de vraag waar het dierenwelzijnsbeleid dan ondergebracht gaat worden.

De CDON pleit voor een apart ministerie voor behartiging van o.a. de belangen van dieren. Hierna laten wij het voornaamste gedeelte volgen van de brief die de CDON op 24 augustus 2010 liet uitgaan naar informateur Mr. I.W. Opstelten:
“Naar aanleiding van de plannen om het ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit onder te brengen bij het ministerie van Economische Zaken maakt de Coalitie DierenwelzijnsOrganisaties Nederland (CDON), die 23 dierenwelzijnsorganisaties in Nederland vertegenwoordigt, zich ernstig zorgen over de positie van het dierenwelzijnsbeleid binnen een mogelijke nieuwe opzet. Terwijl het dierenwelzijnsbeleid het binnen het ministerie van LNV al vaak moest afleggen tegen de economische belangen, dreigt dit nog meer het geval te worden binnen een ministerie van Economische Zaken.

De CDON pleit ervoor dat het welzijn van dieren, de natuur en het milieu door een apart ministerie zal worden behartigd. Juist in een tijd waarin de economische situatie dreigt te verslechteren is het essentieel dat deze nauw met elkaar verbonden belangen van dierenwelzijn, natuur en milieu, die een breed maatschappelijk draagvlak hebben, door een sterk ministerie worden vertegenwoordigd.”

Om pers en media over onze brief op de hoogte te stellen is een persbericht hierover verzonden.

 

WEBSITE DIERONVRIENDELIJKE KINDERBOERDERIJEN
Op 22 juni 2010 verstuurden wij samen met Comité Dierennoodhulp en EDEV-Een Dier Een Vriend een persbericht, waarvan wij het voornaamste deel hieronder laten volgen:
“22 juni 2010 -Comité Dierennoodhulp, St. “Rechten voor al wat leeft” en EDEV-Een Dier Een Vriend zijn niet blij met het dieronvriendelijke beleid op het merendeel van de circa 500 kinderboerderijen in ons land en hebben daarom vandaag de informatieve website www.dieronvriendelijkekinderboerderijen.nl de lucht in laten gaan. De website is bedoeld om kinderen en ouders die kinderboerderijen bezoeken voor te lichten over misstanden zoals:

  • een dieronvriendelijk fokbeleid,
  • het op een verkeerde manier huisvesten van dieren en
  • het niet voldoende zorg dragen voor de veiligheid van dieren na sluitingstijd.

Hoewel de kinderboerderij een ideale plek lijkt voor een dier is dit in werkelijkheid soms wel anders. Veel dieren die op de kinderboerderij in het voorjaar gefokt worden komen veelal via de achterdeur terecht bij een handelaar of slachterij, of worden op Marktplaats te koop aangeboden zonder enige controle waar zij vervolgens terecht komen.

Ook ongewenste en gedumpte dieren lopen dit risico, terwijl ze prima opgevangen zouden kunnen worden door de hiervoor aangewezen opvangcentra zoals de vogel- of knaagdierenopvang. Menig kind en ouder zal geschokt zijn wanneer zij te weten komen dat uit een enquête van de brancheorganisatie Stichting KinderBoerderijen Nederland (SKBN) blijkt dat het merendeel van deze al wat oudere afstandsdieren verdwijnt naar de dierenhandelaar die ze veelal doorverhandelt naar de poelier of als voer voor slangen en andere roofdieren verkoopt.

De website www.dieronvriendelijkekinderboerderijen.nl is opgericht om deze misstanden aan het licht te brengen én om te laten zien dat door het goede voorbeeld te geven met een diervriendelijk beleid het voor mens én dier op een kinderboerderij leuk kan zijn. Diervriendelijke kinderboerderijen hebben daarom een aparte plek op de website gekregen en maken kans op een trofee: de Diervriendelijke Kinderboerderijentrofee. Als we meldingen krijgen van dierónvriendelijke kinderboerderijen brengen we zo mogelijk zelf een bezoekje waarin we de situatie opnemen en foto’s maken. Daarna schrijven we aan het betreffende bestuur een brief waarin we vragen om verbetering van de door ons geconstateerde misstanden. Hierbij bieden wij ook onze hulp aan. Geeft het bestuur daar geen gehoor aan, dan komt deze kinderboerderij op de “zwarte lijst” te staan en maakt ook kans op een trofee, maar dan de DierOnvriendelijke Kinderboerderijentrofee.”

Eén kinderboerderij heeft inmiddels al (onder belangstelling van regionale pers en radio) een DierOnvriendelijke Kinderboerderijentrofee ontvangen: Kinderboerderij “De Veldmuis” in Zaandam. “De Veldmuis” heeft de trofee gekregen omdat zij als een kweekboerderij dieren fokt en de overtollige dieren zonder scrupules op Marktplaats te koop had gezet. Kippen werden er letterlijk als ‘soepkippen’ aangeboden. Bij een bezoekje bleek er een broedmachine en een zeer grote hoeveelheid pasgeboren dieren aanwezig te zijn. Bovendien zag de huisvesting van sommige diersoorten er ook niet echt diervriendelijk uit. Zo zaten de meeste konijnen geïsoleerd opgesloten in konijnenflats, zonder de mogelijkheid te kunnen rennen, graven en spelen.

Ons aanbod om te helpen bij het zoeken van een goede opvang voor hun overtollige dieren werd afgeslagen; het fokbeleid wilde men ook niet veranderen. Dus vonden wij dat “De Veldmuis” in aanmerking kwam voor de DierOnvriendelijke Kinderboerderijentrofee.

Bezoekt u ook eens de website www.dieronvriendelijkekinderboerderijen.nl Wilt u in uw eigen omgeving ook eens een bezoekje brengen aan een kinderboerderij? Zowel diervriendelijke als dieronvriendelijke kinderboerderijen kunt u aanmelden bij  dierennoodhulp@hotmail.com, of tel. 06-40709218. Op de website kunt u vinden waar u op letten kunt als u de dier(on)vriendelijkheid van een kinderboerderij wilt beoordelen.

 

SLOOPPANDEN EN DIEREN

Wat hebben dieren nu met slooppanden te maken?

Wel, in Amsterdam speelde zich het volgende af: Twee jaar geleden werd een begin gemaakt met de sloop van een van de gebouwen van de Hogeschool van Amsterdam, omdat de Hogeschool daar een nieuw gebouw wilde neerzetten. Maar het werk werd niet afgemaakt. Twee jaar liet men het voor een deel gesloopte gebouw voor wat het was. Door de vele ontstane openingen in de muren werd het gebouw intussen een veilig en droog onderkomen en een nestelplaats voor veel dieren, waaronder meer dan honderd duiven. Op 28 juni 2010 begon men na twee jaar stilstand opnieuw met slopen, zonder dat men erover had nagedacht dat de vele duidelijk aanwezige in- en uitvliegende stadsduiven nesten met jongen in het gebouw konden hebben. Comité Dierennoodhulp, waar wij nauw mee samenwerken, werd door een buurtgenoot opmerkzaam gemaakt op het gevaar dat de vogels letterlijk boven het hoofd hing. Samen met Werkgroep Park en Fauna en St. “Rechten voor al wat leeft” nam Comité Dierennoodhulp contact op met de Hogeschool van Amsterdam. Na intensief overleg bleek de Hogeschool zeer bereidwillig om de jonge duiven te redden. Men huurde een bedrijf speciaal hiervoor in en legde de sloop tijdelijk stil. Tussen de brokstukken werden door dit bedrijf met een rijdende stellage alle mogelijke plekken waar de duiven zich zouden kunnen nestelen en jongen zouden kunnen hebben in het deels al gesloopte gebouw nauwkeurig afgezocht. De jongen die gevonden werden zijn aan de dierenorganisaties ter plekke overhandigd en naar een vogelopvang gebracht waar zij nu veilig groot kunnen worden.

Omdat de Hogeschool van Amsterdam hier positief op reageerde en bereid was de sloop voor enige tijd stil te laten leggen, om de jonge duiven te redden in plaats van de dieren onder het puin bedolven te laten worden, is zij voor ons het goede voorbeeld voor andere opdrachtgevers en uitvoerders in de bouwwereld met betrekking tot het slopen van gebouwen.

De drie dierenorganisaties vrezen dat dieren zeer dikwijls tijdens sloopwerkzaamheden gedood worden, omdat men hen over het hoofd ziet, of eenvoudig geen tijd en geld wil besteden aan het verjagen of verwijderen van dieren. De opdrachtgevers en sloopbedrijven lijken niet te beseffen dat zij zich hierdoor wettelijk schuldig maken aan dierenmishandeling op grond van artikel 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Daarom vinden we dat er een duidelijk protocol moet komen voor het slopen van gebouwen om te voorkomen enerzijds dat dieren zich nestelen in een slooppand, anderzijds dat zij slachtoffer worden van de daadwerkelijke sloop van een gebouw.

De politiek heeft ons laten weten hiermee bezig te zijn.

 

ZEEHONDENJACHT IN CANADA

Op 17 augustus jl. ontvingen wij een e-mail van een Canadese senator, Mac Harb, die ons het volgende liet weten:

(uit het Engels vertaald) “Beste vrienden,

Het seizoen 2010 van de commerciële jacht op zeehonden is zo goed als beëindigd en ik zou daarvan gebruik willen maken door mijn laatste toespraak voor de Senaat aan u ter lezing voor te leggen. De regering is haar verplichtingen tegenover de Canadese bevolking niet nagekomen door niet te willen erkennen dat het nu tijd is om personen die aan de zeehondenjacht deelnemen ertoe te brengen de overgang te maken naar uitvoerbare werkgelegenheid, die toekomstmogelijkheden biedt.

Het gebrek aan leiderschap van de regering heeft eveneens aanzienlijke schade
toegebracht aan het welzijn van de Inuit-jagers en andere autochtone bevolkingsgroepen, evenals aan de reputatie van Canada op het internationale toneel. Ik moedig u aan om deze informatie aan uw vrienden en collega’s door te geven en ik verzoek u mij kopie van alle correspondentie met de afgevaardigden en senatoren te blijven toezenden. Wij zullen uw zendingen toevoegen aan de 650.000 oproepen, artikelen en brieven die we al ontvangen hebben en die ons steunen bij onze stappen om een eind te maken aan de commerciële zeehondenjacht.

Ik zal al het nodige blijven doen om te maken dat de regering haar gebrek aan leiderschap met betrekking tot dit belangrijke streven toegeeft, in de hoop dat het jachtseizoen 2010 de geschiedenis zal ingaan als de laatste commerciële zeehondenjacht in dit land. Ik dank u voor uw niet aflatende steun.

Senator Mac Harb (Uiteraard hebben wij Senator Mac Harb hartelijk bedankt voor zijn mail en hem heel veel succes gewenst met zijn strijd voor de beëindiging van de zeehondenjacht. - red.)

 

CDA-SPERMARIETJES

Veel kritiek was er in maart van dit jaar op de glossy ‘Gerda’, dat zelfs volgens demissionair Minister President Balkenende “wel erg veel ‘Gerda’ was. Het was een jubileumuitgave van het ministerie van LNV, maar viel niet in goede aarde, en demissionair Minister Verburg (CDA) moest er zelfs haar excuses voor aanbieden.

Maar ook daarvóór had het CDA in een verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezingen al een merkwaardige en zelfs smakeloze stunt uitgehaald. Op 25 februari 2010 vonden we het volgende berichtje op internet: CDA-campagne op spermarietjes

Westerhaar - Het CDA in de gemeente Twenterand voert de verkiezingscampagne op spermarietjes. CDA-raadslid Johannes Schipper uit Westerhaar, een dorp in Twenterand, is de initiatiefnemer. “Ik handel in stierensperma en het leek me een origineel idee om de groene rietjes te voorzien van mijn naam en het CDA-logo”, aldus het raadslid. Schipper deelt zijn ‘visitekaartjes’ met name uit onder collega-boeren. Het eerste exemplaar werd overhandigd aan het CDA-Tweede-Kamerlid Sabine Uitslag, een plaatsgenoot van Schipper. “Zij heeft het ‘stokje’ meegenomen naar Den Haag en er al een aantal uitgedeeld, sms’te ze mij vandaag”, aldus Schipper”.

(Ons commentaar: Per jaar worden in ons land circa 1,3 miljoen kalfjes geboren, zonder dat de moederkoeien de vaderstieren hebben gezien. Bevruchting vindt namelijk plaats m.b.v. de z.g. spermarietjes via kunstmatige inseminatie, kortweg genoemd K.I. Hierbij wordt eenzijdig geselecteerd op een zo hoog mogelijke melkproductie.. Dit heeft al geleid tot veel gezondheidsproblemen bij melkkoeien zoals vruchtbaarheidsproblemen, pootproblemen en uierontsteking.)