Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Knaagdieren
Einde aan onverdoofd ritueel slachten?
Oplossing voor ganzenoverlast
De gruwelijke waarheid achter in beslagnames van dieren
Tuincentra en dierenwinkels
Dierproeven

Knaagdieren

In dit nummer willen wij extra aandacht schenken aan het lot van veel knaagdieren in ons land. Dat muizen en ratten de meest gebruikte proefdieren zijn, weet iedereen. (Zodoende 2009 meldt dat er in dat jaar 279.165 muizen zijn ingezet als proefdier, en 140.215 ratten!). Maar is het ook bekend wat er allemaal achter de schermen gebeurt als het gaat over konijnen, cavia’s, hamsters en ratjes die als gezelschapsdier worden gehouden? In het julinummer schreven we er al over. Deze keer gaan we hier nog iets nader op in. Maar eerst natuurlijk iets over een onderwerp waar wij zovele jaren aan gewerkt en over geschreven hebben, en waar nu de vervulling van onze wens zo heel dicht bij is: een verbod op het onverdoofd ritueel slachten. En ook nog een belangrijk bericht inzake een diervriendelijke oplossing van de ganzenoverlast.

   

Einde aan onverdoofd ritueel slachten?
Het zal niemand van ons ontgaan zijn: op 28 juni 2011 heeft de Tweede Kamer met 116 tegen 30 stemmen voór een verbod op onverdoofd ritueel slachten in Nederland gestemd!
Na zeer spannende maanden met veel pers- en media-aandacht voor de mening van zowel voor- als tegenstanders van een verbod (soms onevenredig veel meer aandacht voor de meningen van de tegenstanders!), en na een naar ons idee onbevredigende hoorzitting, maar daarna toch weer een zeer hoopvol debat, wachtten wij de stemming af. Tot het laatste toe bleef het spannend: binnen diverse politieke partijen, (PvdA, VVD, PVV en D66 bleef verdeeldheid. Het CDA, de CU en de SGP lieten het sowieso afweten.
Maar gelukkig heeft op dit punt de redelijkheid het in de Tweede Kamer gewonnen!
D66 kwam op de valreep met een aanvulling op het wetsvoorstel, waardoor voor de Joodse- en Moslimgemeenschappen, die tegen alle wetenschappelijke conclusies in blijven beweren dat hun wijze van slachten diervriendelijker is dan slachten met verdoving, de deur toch nog op een kier open kon blijven staan: men zou een ontheffing kunnen vragen om toch onverdoofd te mogen slachten mits men wetenschappelijk zou kunnen aantonen dat onverdoofd slachten niet meér lijden voor de dieren teweeg brengt dan slachten mét verdoving. Een uiterst slimme vondst, want dat laatste zal onmogelijk zijn.
Kortom, de eerste horde is genomen. Maar we durven nog niet te juichen! Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer, en het Kabinet moet het daarna nog met een handtekening bekrachtigen. Het blijft nog even spannend dus! Hopelijk weten we nog dit jaar de afloop! Maar hóe die ook mag zijn: we willen hier toch wel een heel groot compliment geven aan de Partij voor de Dieren, die het toch maar klaarspeelde om met twee Kamerzetels bijna de gehele Tweede Kamer achter hun wetsvoorstel te krijgen!
Voor ons, Rechten voor al wat leeft, die ruim 35 jaar! zeer intensief en vaak als enige dierenorganisatie bezig zijn geweest met dit onderwerp en pleitten voor een bedwelming voor de rituele slacht (diegenen die al vele jaren donateur zijn en ons contactblad lezen zullen dit kunnen beamen!), zou een verbod op onverdoofd ritueel slachten een belangrijke mijlpaal betekenen in de strijd voor meer dierenwelzijn in Nederland!
Wij wachten in spanning het verdere verloop af!

   
Oplossing voor ganzenoverlast

Terwijl Staatssecretaris Bleker van Landbouw en een aantal zogenaamde natuur- en vogel'beschermers' plannen aan het beramen waren om de ganzenpopulatie in het land aan te pakken d.m.v. massaal afschot en/of vergassing, werd door bioloog-onderzoeker Diederik van Liere een geweldige, effectieve en diervriendelijke uitvinding gedaan, waarmee hij in het kader van de verkiezing Innovatie van het jaar 2010 van de agrarische sector de Wim Luijkx Innovatiebokaal kreeg. Met deze uitvinding zouden alle plannen tot afschot en/of vergassing van ganzen in één klap van tafel geveegd kunnen worden, tenminste als overheid en boeren meewerken!
Het gaat om 'ganzen weren met bewegend draad'. Met deze methode kunnen ganzen op effectieve en diervriendelijke wijze worden geweerd van landbouwgronden met gras of kiemplanten. Dat gebeurt door met een elektromotor (door zonne-energie aangedreven) en een trekkabel aan weerszijden van het veld een dunne lijn vlak boven het oppervlak van het gewas heen en weer te trekken. De voortdurend bewegende lijn zal steeds ganzen naderen en deze zullen door deze continue 'bedreiging' gemotiveerd worden een andere foerageerplek op te zoeken.

Op 5 augustus 2011 stuurde de Coalitie DierenOrganisaties Nederland (waar ook Rechten voor al wat leeft deel van uitmaakt) een dringend verzoek aan Staatssecretaris Bleker van EL&I om financiële ondersteuning bij de verdere ontwikkeling van dit apparaat.

Wij hopen van harte dat dhr. Bleker hier de redelijkheid van inziet en zal afzien van zijn snode plannen, zoals massaal afschot van ganzen en het opnemen in de Flora- en Faunawet van het vergassen van ganzen met CO2 als toegestane dodingsmethode. (Deze methode van doden staat (nog) niet genoemd in de Flora- en Faunawet, en mag dus volgens deze wet niet worden toegepast bij in het wild levende dieren zoals ganzen. Desondanks zijn in Nederland in de afgelopen jaren al vele duizenden ganzen op gruwelijke wijze gedood door middel van CO2-vergassing!) Indien de Tweede Kamer dit niet tegenhoudt zou deze wrede methode al vanaf 1 oktober 2011 toegepast kunnen worden!
Verdere ontwikkeling en praktijkrijp maken van het anti-ganzendraad zou al deze plannen van EL&I, die zoveel afschuwelijk ganzenleed met zich meebrengen, in de prullenbak kunnen laten verdwijnen. Maar net als bij alles zijn we ook hier weer afhankelijk van de politieke wil.

De gruwelijke waarheid achter in beslagnames van dieren
In ons vorige contactblad hebt u kunnen lezen hoe wij samen met drie andere dierenorganisaties (St. Comité Dierennoodhulp, Werkgroep Hulp Inbeslaggenomen Honden en Een Dier Een Vriend -EDEV-) op 4 mei 2011 een brandbrief stuurden naar Staatssecretaris Bleker van Landbouw en, toen deze brief niet beantwoord werd, een tweede brief op 27 mei 2011. Aanleiding waren twee schandalige gebeurtenissen die aan het licht waren gekomen (als topje van de ijsberg...?), namelijk de kwestie van de 5900 verwaarloosde knaagdieren die in beslag genomen werden door Dienst Regelingen en terechtkwamen bij opslaghouder Papegaaienpark Veldhoven, en waar het voor de meeste van deze dieren niet goed afliep. De tweede kwestie betrof de inbeslagname van 200 sterk verwaarloosde en zelfs gewonde konijnen waarvan de eigenaar zelfs nog een maand de tijd kreeg van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming om z’n leven te beteren. Na die maand werden de konijnen alsnog door Dienst Regelingen in beslag genomen. Na enige tijd mochten de enigszins op verhaal gekomen en herstelde dieren toch weer terug naar de eigenaar, die de dieren vervolgens weer opnieuw kon verwaarlozen.

Naar aanleiding van deze berichten hadden we staatssecretaris Bleker verzocht om reorganisatie van Dienst Regelingen, met name de Afdeling In Beslag Genomen Goederen (waar ook dieren onder vallen!) en de door hen gecontracteerde opslaghouders.

Op 30 mei 2011 ontvingen we het antwoord van dhr Bleker. Het behelsde een uitvoerige uiteenzetting over hoe e.e.a. werkt bij Dienst Regelingen en bij de afdeling In Beslag Genomen Goederen (IBG), alsof dat nog niet bij ons bekend was...

Op de kwestie van de 200 konijnen werd niet ingegaan. Over de 5900 knaagdieren (waar ook nog 6 papegaaien bij betrokken bleken te zijn) werden koel en afstandelijk een aantal afschuwelijke mededelingen gedaan (zie hierover verder bij 'Onderzoek dood knaagdieren')

Onze brief aan de vaste commissie van EL&I
Omdat we bij staatssecretaris Bleker geen stap verder kwamen besloten wij (de vier dierenorganisaties) om een gesprek te vragen met de Vaste Commissie van Economie, Landbouw en Innovatie. Dat deden wij in het volgend schrijven dat we in z’n geheel hierna laten volgen:

“Wederom worden wij als dierenbelangenorganisaties, betrokken bij de uitvoering van overheidsbeleid, niet serieus genomen. In plaats van inhoudelijk in te gaan op onze argumenten in onze brandbrief van 4 mei 2011, krijgen wij als kleine kinderen die maar wat onzin uitkramen in een brief van drie kantjes 'les' van staatssecretaris H. Bleker in hoe de Dienst Regelingen werkt. Eerder zou dit moeten zijn: hoe het zou behoren te werken. Immers, op papier klopt het beleid en de uitvoering altijd, maar dit is een papieren waarheid. Wij, de mensen in het veld, zien hoe het er in de praktijk aan toe gaat en dat is wat wij de staatssecretaris onder de aandacht hebben willen brengen. Wij begrijpen dat het soms pijnlijk kan zijn om geconfronteerd te worden met een andere werkelijkheid dan die men op papier of in gedachten heeft. Maar dat is de harde waarheid. Op onze dringende vragen en feitelijke constateringen in onze brandbrief van 27 mei aan staatssecretaris Bleker hebben wij helaas nog geen reactie mogen ontvangen.
Nu staatssecretaris H. Bleker, of zijn ambtenaren die de brief hebben geschreven, ervoor hebben gekozen om niet inhoudelijk in te gaan op onze argumenten ligt er o.i. een beroep op u in de redelijkheid van de zaak. Daarom brengen wij onze argumenten nogmaals onder uw aandacht met het verzoek de staatssecretaris ertoe te bewegen deze keer wel de door ons gesignaleerde misstanden aan te pakken en de door ons voorgestelde beleidsaanpassingen minimaal te willen bezien op redelijkheid en uitvoerbaarheid, teneinde samen het dierenwelzijn naar een acceptabeler niveau te brengen. Iets wat dhr Bleker, gezien de theoretische richtlijnen, deels wel beoogt. Wij willen graag helpen dit in de praktijk van alle dag ook toe te passen. Wij zouden het dan ook zeer op prijs stellen wanneer wij een gesprek over deze misstanden met uw commissie kunnen krijgen.

Onderzoek dood knaagdieren
In onze brandbrief van 4 mei 2011 vroegen wij aan staatssecretaris Bleker een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de dood van circa 4400 knaagdieren bij opslaghouder Tonnie van Megen Op deze vraag kregen wij het schokkende antwoord dat de knaagdieren niet in de opslag zelf zijn gedood, maar dat in ieder geval 3662 knaagdieren verkocht zijn als voedseldier (als levend voer voor slangen etc. - red.) Het merendeel van deze dieren zou een neurologische afwijking hebben en daarom op advies van een dierenarts! verkocht zijn als voedseldier. Een neurologische afwijking is wel een erg breed begrip. Hoe heeft de dierenarts deze brede diagnose gesteld? Heeft hij soms hersenscans gemaakt? Hoogstwaarschijnlijk waren de knagertjes die dit lot moesten ondergaan wat agressief. Iets wat niet verwonderlijk is als je slecht gehuisvest zat en daarna verhuisd wordt met alle stress vandien. Dit soort dieren hoort men rust, verzorging en positieve aandacht te geven, zo leert men tegenwoordig in de dierenartsenopleiding. Bovendien legt men als dierenarts een eed af om dieren te helpen en bij gezonde dieren niet het leven te beëindigen. Wie is deze dierenarts en is hij/zij onafhankelijk of wellicht in dienst van de Dienst Regelingen? Wij vinden dat hier openheid over moet komen!

Dhr Bleker schrijft dat EL&I en Dienst Regelingen "het welzijn van dieren hoog in het vaandel hebben". Wel, wij hebben hier toch iets geheel anders voor ogen dan verwaarloosde dieren te verkopen als voedseldier! En hoe zorgvuldig was het transport? Had niet voorkomen kunnen worden dat er bij aankomst al 35 dieren waren overleden?

Terug naar eigenaar na betaling opslagkosten
Ook geeft de staatssecretaris te kennen dat een van de eigenaren die hun dieren zwaar verwaarloosden na betaling van de bestuursdwangkosten 503 knaagdieren en 6 papegaaien heeft teruggekregen. Waarom kreeg deze eigenaar zijn dieren terug? Wij vinden het uitermate schokkend dat deze persoon, die zo duidelijk heeft getoond dat hij niet goed met zijn dieren om kon gaan, deze toch tegen betaling terugkreeg. Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de overheid voor dieren die teruggegeven worden aan mensen die ze zozeer verwaarloosden en/of mishandelden? Wordt deze persoon wekelijks gecontroleerd door de LID of AID? Of moeten deze dieren maar weer opnieuw in een hel terechtkomen? Het is bekend dat het recidivegevaar bij dierenkwellers groot is.

Plaatsing dieren
In onze brandbrief aan de staatssecretaris gaven wij aan dat er voor de herplaatsing van dieren geen regels opgesteld zijn om het welzijn van de dieren te waarborgen. De enige regels die er zijn m.b.t. het vrijgeven van dieren gaan over de hoogte van het verkoopbedrag dat de opslaghouder mag vragen. En wij gaven aan dat de dieren door Dienst Regelingen niet geplaatst worden bij opvangcentra waarbij wél het welzijn en de herplaatsing van dieren voorop staat en waar commerciële belangen geen hoofdrol spelen. De staatssecretaris gaat inhoudelijk niet in op ons argument dat dieren die al getraumatiseerd zijn door verwaarlozing en/of mishandeling niet van de regen in de drup dienen te raken. Uit zijn reactie blijkt slechts dat hij het voldoende vindt dat dieren verkocht worden aan handelaren en particulieren zonder voorwaarden. In de praktijk betekent dit dat veel dieren hierdoor als voedseldier eindigen en op een akelige manier gehuisvest worden voor ze worden gedood.

Gisteren kregen wij van Dienst Regelingen te horen dat dit ook het lot is van de ruim 200 sterk verwaarloosde 'geredde' konijnen (zie foto’s) die op 24 mei door de LID in Kampen in beslag genomen werden. We hebben vorige week aan Dienst Regelingen aangeboden te willen helpen om de konijnen via de knaagdierencentra in ons land te herplaatsen. Diverse knaagdierencentra hadden zich al bereid verklaard om de konijnen op te vangen. Maar Dienst Regelingen gaf er de voorkeur aan de dieren te verkopen aan een handelaar waar ze vaker mee samenwerkt. Hoezo 'zorgvuldig omgaan met het welzijn van de dieren?' Bij het herplaatsen van dieren moet men weloverwogen te werk gaan, zodat men ervan op aan kan dat de dieren goed terecht komen. Na alle ellende die de dieren al hebben moeten doormaken lijkt dat ons iets vanzelfsprekends. Helaas is het dat niet voor Dienst Regelingen. Waarom kunnen in beslag genomen dieren niet net als asieldieren zorgvuldig herplaatst worden met plaatsingsvoorwaarden?

In beslag genomen honden
In zijn reactie heeft de staatssecretaris het prachtig op papier gezet: “De honden komen iedere dag meerdere malen met hun verzorgers in aanraking en ze worden uit de hokken gelaten en komen op de speelweides.” Echter, de praktijk voor de meeste honden is: twee keer per dag krijgen ze eten en hun hok wordt schoongespoten; zo alleen komen ze slechts met de verzorgers in aanraking. Een eenvoudig rekensommetje: Kunt u ons vertellen hoe vaak een hond buiten komt als één betaalde verzorgster 40 hondenhokken moet schoonmaken en 40 honden twee keer per dag van eten moet voorzien in 8 uur tijd? En er slechts twee speelweides beschikbaar zijn, waar maar één hond per speelweide op mag en de honden stuk voor stuk daar naar toe gebracht moeten worden? Helaas is dit overwegend de praktijk. Voor veel honden is er wel degelijk sprake van isolatie.

De staatssecretaris beweert verder dat 95% van de in beslag genomen honden binnen een maand zich heeft aangepast aan de nieuwe situatie en dan pas getest wordt. Maar die aanpassing wil niet zeggen dat de situatie waarin ze gehuisvest zijn niet traumatiserend op de psyche van de honden kan werken, hetgeen ook weer invloed kan hebben op het testresultaat. Van de circa tien honden die een euthanasie-advies kregen nadat ze op deze manier getest werden, en die daarna bij Martin Gaus kwamen voor herstel om daarna opnieuw getest te worden, slaagden er acht opeens wel voor de test. Wat een beetje aandacht en vertrouwen al niet kan doen! Voor ons is iedere hond die onterecht gedood wordt omdat er op een verkeerde manier een test wordt afgenomen er één teveel. Daarbij hebben wij het nog niet eens over het trauma dat het de eigenaar oplevert, omdat zijn/haar hond geen eerlijke kans heeft gekregen.

Conclusie
Om bovenstaande redenen zijn wij het volstrekt niet eens met de conclusie van de staatssecretaris dat de Dienst Regelingen voorziet in de behoefte de dieren extra zorg te geven en dat bij deze dienst het welzijn hoog in het vaandel staat. Verwaarloosde en mishandelde dieren verkopen als voedseldieren is hiermee volkomen in tegenspraak
Ons inziens zou na vrijgave door de Officier van Justitie of een bestuursorgaan zorgvuldig dienen te worden omgegaan met het fenomeen 'doorplaatsing'. Het belang van het dier en zijn welzijn zou hier voorop moeten staan. Iedereen, betrokken bij het traject van inbeslagname tot vrijgave en doorplaatsing zou van zijn 'activiteiten' verplicht een transparant verslag moeten maken. Dat geheel zou als een 'boek' te lezen moeten zijn. Wie heeft wanneer wat gedaan en waarom? En wat was daar het gevolg van?
Ook over de financiële kant moet men helder en transparant verslag doen. Dit kan dan weer getoetst worden aan 'dierenwelzijn'. Deze transparantie is er nu niet. Wij hopen daarover een gesprek met u te kunnen hebben.”

(Tot zover onze gezamenlijke brief aan de Vaste Commissie EL&I in de Tweede Kamer. Helaas vond men het kennelijk niet nodig ons voor het gevraagde gesprek uit te nodigen.)

   
Tuincentra en dierenwinkels

Aansluitend op het voorgaande willen we u het volgende verslagje van een van onze medewerksters niet onthouden:

“Ik kom regelmatig in een bekend tuincentrum en ik zie daar altijd op de dierenafdeling een aantal glazen bakken met groepjes konijnen er in op elkaar gestapeld staan. Vaak zit er geen water in de drinkbakjes. Ik zeg daar altijd wat van en wacht dan net zo lang tot alle drinkbakjes gevuld zijn. Er is ook een z.g. 'inloopkast', een donkere ruimte waar op een keer iemand bezig was met muizen aan de staart van de ene in de andere bak te deponeren. In een ander bakje zat een cavia die geen water had. Het was mij direct duidelijk dat de dieren in de donkere inloopkast eigenlijk niet gezien mochten worden: het waren voedseldieren, bestemd om als levend voer te dienen voor slangen en andere reptielen die als huisdier worden gehouden. (De verschrikkelijke doodsangst die een voedseldier ervaart als het levend aan bijvoorbeeld een slang als maaltijd wordt 'opgediend'...! In de natuur kan een prooidier nog wegvluchten waardoor stress en angst een uitweg vinden. Maar opgesloten met een slang heeft het voedseldier geen enkele kans... -red.)
Op 18 augustus jl. kwam ik daar weer en zag in een veel te klein glazen bakje één konijn zitten van circa een half jaar oud. Het zag er wat verfomfaaid en treurig uit en was dan ook 'afgeprijsd'. De andere konijnen kostten € 15,- maar op het prijskaartje bij dit konijn stond: € 5,-, gereserveerd vanaf 3 augustus. Bij navraag bleek het ook hier om een voedselkonijn te gaan, dat daar al ruim twee weken zat te wachten (en wanhopig probeerde uit het bakje te komen) tot de klant, voor wie het was gereserveerd, van vakantie terugkwam. Wanneer dat was wist men niet.
Ik was diep verontwaardigd en liet dat ook duidelijk blijken. De verkoopster, die het ook eigenlijk wel zielig vond, ging op mijn verzoek aan de chef vragen of ik dit konijn mocht kopen. Maar dat mocht niet. Ik ben toen erg boos opgetreden: “Dat dier wordt voor een of andere malloot wekenlang op zeer dieronvriendelijke wijze vers gehouden en vetgemest, en dat voor 5 euro! Een grof schandaal dat een tuincentrum zich hiervoor leent!”

Toen ik thuiskwam heb ik direct het tuincentrum opgebeld en kreeg de afdelingschef aan de lijn. Hij reageerde heel vriendelijk op mijn boze verhaal. Hij zou zelf eens navraag doen op de betreffende afdeling. Toen ik hem diezelfde dag weer aan de telefoon had zei hij mij het zelf ook eigenlijk bizar te vinden. “U mag wat mij betreft morgen het konijn komen halen, nee, u hoeft er niets voor te betalen! U mag het zó mee. Ik bel u er morgen wel over op.”

Voor alle zekerheid belde ik hem zelf de volgende dag. Vrolijk vertelde hij mij dat het konijn niet als voedseldier verkocht zou worden. “Ik heb het gelijk uit de winkel gehaald, want deze dieren horen niet zichtbaar te zijn. Wij krijgen meer opmerkingen van klanten, vandaar. Maar wij leveren zelden voerdieren aan klanten, soms een enkele keer, zoals deze, maar ik geef toe: het is bizar. Wij vragen ons zelfs af of wij wel door moeten gaan met de verkoop van levende dieren!” “En het konijn?”, vroeg ik, “kan ik dat komen ophalen?” “Nee, dat is weer terug naar de leverancier. Wou u dat nog hebben? Dan ga ik proberen het voor u terug te halen bij de leverancier.” Toen ik de volgende dag opbelde hoorde ik dat de leverancier het konijn wel wilde terugsturen. “Morgen komt er weer een bestelling dieren binnen, en hopelijk zit het bewuste konijn daar ook bij. Ik bel u wel op.”

Ik belde natuurlijk zelf op en hoorde dat er inderdaad een konijn mee was teruggekomen. “Helaas is het niet het konijn wat u bedoelde! Maar dit is ook een voedselkonijn, want het heeft een scheef bekje...” Ik mocht het komen halen.
Ik heb het konijntje opgehaald en, na een eerste opvang bij mij thuis (zie foto), naar een knaagdierencentrum gebracht, waar het diertje liefdevol werd opgevangen.

In het knaagdierencentrum vertelde men mij dat het niet verstandig was om deze dieren te kopen. “Op de plaats van dit konijntje staan straks weer drie andere konijntjes!” Dat wist ik natuurlijk ook wel, maar het feit dat het dier al zo lang in dat krappe bakje werd vers gehouden was naar mijn mening ook al dierenkwelling en ik vond dat dat moest stoppen!
Gelukkig zijn er hier en daar dierenwinkels die al enige tijd geen levende knaagdieren meer verkopen, zoals bijvoorbeeld dierenwinkel Dobey in Heerhugowaard. We hopen dat alle andere dierenwinkels en tuincentra spoedig dit goede voorbeeld zullen volgen.”

Tot zover het verslag. En zo gaat dat dus in de (knaag-)dierenhandel. Jonge konijntjes, cavia’s, muizen, ratjes, hamsters (de laatste komen meestal uit Tsjechië en Polen, waar een ware bio-industrie in hamsters bleek te zijn!) zijn wel in trek bij de klant als gezelschapsdier (zo leuk voor de kinderen!), maar als de dieren iets te lang in de winkel blijven zijn ze al gauw te oud en raken de winkels ze niet meer kwijt. Dan gaan ze afgeprijsd als levend voedsel voor slangen etc. van de hand. Dieren die men ook voor dát doel niet snel genoeg kwijtraakt worden gedood. Soms gaan ze daarvoor dan eerst nog terug naar de leverancier, want de klanten in de winkel mogen daar natuurlijk niets van merken. Voor het doden kiest men (de handelaar, leverancier) vaak de makkelijkste en goedkoopste methode: men stopt de dieren eenvoudigweg levend in de vrieskist. (Dit laatste gebeurt trouwens ook wel met 'overtollige' puppies in de hondenfokkerij.)
 
Wij weten niet hoeveel dieren in ons land dit gruwelijke lot moeten ondergaan, maar elk dier dat dit overkomt is er één te veel.
De hele handel in gezelschapsknaagdieren is schimmig, ondoorzichtig, aan weinig of geen regels gebonden, en de naïeve kopers weten niet wat er allemaal achter de schermen gebeurt. Deze handel moest dan ook verboden worden, evenals het houden van roofdieren zoals slangen, die levend voedsel nodig hebben.

   

Dierproeven
Na al deze ellende toch ook nog iets positiefs:
Wederom is een prijs uitgeloofd aan een wetenschapper die zich inzet voor het ontdekken van alternatieve onderzoeksmethoden die dierproeven kunnen vervangen. Dit keer was het Prof. dr. J. Heemskerk, hoogleraar Celbiochemie van trombose en hemostase aan de Universiteit Maastricht, die de Willy van Heumenprijs ontving (o.a. 25.000 euro) voor zijn dierproefvervangend onderzoek m.b.t. hart- en vaatziekten, waarbij veel proeven met muizen achterwege kunnen blijven. Prof. Heemskerk zal het prijzengeld aanwenden voor verdere ontwikkeling van zijn methode, waardoor het aantal muizen nog verder omlaag kan.
We hopen wel dat de goedkeuring van het alternatief niet zo lang op zich laat wachten als bijv. het alternatief voor de beruchte Draize-ogentest, waar het ruim 20 jaar duurde voor het alternatief werd goedgekeurd en in de praktijk mocht worden toegepast.