Klik op het rode driehoekje () om de link te volgen naar het artikel.

Deze tekst is een gedeelte van het Contactblad "Relatie Mens en Dier" met toestemming overgenomen van de stichting Rechten Voor Al Wat Leeft.

  Onderwerpen:

Verbod op snavelkappen legkippen
Einde aan staartcouperen bij biggen?
Zijderupsen
Zwanedriften
Ganzen
Poolse parlement wil verbod onverdoofd slachten
Jager Spijt-optant
Ponyleed

Verbod op snavelkappen legkippen
Landbouwstaatssecretaris Dijksma wil dat het snavelkapverbod voor legkippen eerder ingaat dan 2021, namelijk in 2018. Een meerderheid in de Tweede Kamer wilde in 2011 dat het verbod in 2012 werd uitgevoerd, maar toenmalig staatssecretaris Bleker vond dat het nog 10 jaar moest worden uitgesteld tot 2021, omdat er volgens hem geen alternatieven waren. Dat het verbod nu (misschien) in 2018 al ingaat is natuurlijk iets om blij over te zijn. Maar we hopen zeer dat er tegen die tijd een goede oplossing zal zijn gevonden voor de scharrelkippen, als we niet willen dat de kippen elkaar ernstig verwonden of zelfs doodpikken. Dan is het middel nog erger dan de kwaal! In huisvestingssystemen waar de dieren naar buiten kunnen en veel ruimte hebben is (volgens zeggen) aangetoond dat de kippen hun snavels zonder nadelige gevolgen kunnen behouden.
Nogmaals, wij hopen dat er t.z.t. een oplossing komt want hoewel in bepaalde omstandigheden nog noodzakelijk, is snavelkappen een nare en pijnlijke ingreep!

   

Einde aan staartcouperen bij biggen?
Om staartbijten in de overvolle varkensstallen tegen te gaan, coupeert men meestal de krulstaartjes bij biggen. Een pijnlijke aangelegenheid, die zonder verdoving gebeurt. De Europese regelgeving verbiedt het routinematig couperen van biggenstaartjes, maar desondanks gebeurt het toch nog steeds. Omdat het ‘routinematig’ verboden is, mag het nog wel incidenteel, maar dat ontaardt al heel snel toch in routinematig!
Het staartbijten, waarbij varkens, uit verveling, aan de staarten (en ook aan de oren) van hun soortgenoten beginnen te knabbelen, veroorzaakt nare wonden waarbij dikwijls infectie optreedt. Om dit te voorkomen worden de krulstaartjes er bij voorbaat afgehaald.
Dat het euvel van staartbijten een gevolg is van de verveling en de dieronvriendelijke behuizing wordt wel erkend, maar tot voor kort vonden overheid en sector dat de dieren zich maar moesten aanpassen aan hun omstandigheden, en dus maar via een zeer pijnlijke ingreep zonder krulstaart verder moesten leven. Om de huisvesting zodanig te maken dat de dieren voldoende ruimte, bewegingsvrijheid, een beter klimaat en genoeg afleiding hebben, zodat de behoefte tot staartbijten zou verdwijnen, vond men economisch niet verantwoord, het zou het varkensvlees veel te duur maken, en daardoor onze concurrentiepositie met andere landen verzwakken. Dit is altijd het argument geweest en is het nog steeds, om geen of marginale maatregelen te nemen tot verbetering van alle aspecten van het dierenwelzijn in de veehouderij.

Na jarenlange protesten van dierenorganisaties, waaronder ook Rechten voor al wat leeft, wil de sector zelf nu zo langzamerhand ook van het staartcouperen af. In juni van dit jaar is de varkenssector zelf met voorstellen gekomen, die er kort gezegd op neerkomen dat geleidelijk aan minder gecoupeerd gaat worden, wat uiteindelijk moet gaan leiden tot een algeheel afschaffen ervan. Hierbij zal onderzoek naar maatregelen tegen het staartbijten en ook naar nieuwe huisvestingssystemen waar de dieren minder of geen behoefte tot deze bezigheid meer hebben, een rol gaan spelen.
De voorstellen zijn gepresenteerd aan Landbouwstaatssecretaris Dijksma.
We hopen dat deze plannen niet tot weer jarenlang onderzoek, maar snel tot concrete resultaten zullen leiden!

   

Zijderupsen
Hebt u er wel eens bij stilgestaan hoe die glanzend zijden blouse of prachtige zijden bruidsjapon tot stand komt, of liever gezegd: hoe die zijde gemaakt wordt?

Zijde wordt gefabriceerd uit de cocons die zijderupsen spinnen om zich in te verpoppen en daarin uit te groeien tot vlinders. De rups heeft voor het maken van de cocon twee klieren in de onderlip ter beschikking: een klier om een ca. 2000 meter lange draad (in het geval van de zijderups is dat dus een zijden draad) mee te spinnen die het diertje door honderdduizenden keren met z’n kopje in de rondte te draaien om zijn eigen lijf windt. In de andere klier zit een lijmachtige stof, die de rups gebruikt om het spinsel aan elkaar en aan zijn lichaam te lijmen.

In de natuur bevrijdt de nieuwe vlinder zichzelf uit de cocon als de metamorfose tot stand gekomen is door een zuur af te scheiden waardoor door smelting een gat in de cocon ontstaat, waardoor de vlinder eruit kan kruipen. Maar voor de zijderupsen hanteert de zijde-industrie een ‘betere’, meer economische manier. De cocon moet juist intact blijven. Beschadigde cocons leveren kortere zijdestrengen op die ook veel minder waardevol zijn.
Op het moment dat de cocon klaar is en de rups in een diepe slaap moet gaan vallen om tijdens die slaap te verpoppen en van rups tot vlinder te transformeren, worden de levende poppen gedood door middel van vergassing of hete dampen, of ze worden in het kokende water gedeponeerd om ze te doden, waarna de intacte cocons worden verwerkt tot zijde. In de hete damp of het kokende water lost tevens de lijm op waardoor de cocon hard was geworden en aan de rups vastzat. De zijden draad kan dan afgewikkeld worden.
Wist u dat voor een kilo zijde zo’n 5000 poppen moeten worden gedood?
De poppen worden niet allemaal gedood. Een aantal moet uitgroeien tot vlinder om voor de voortplanting te zorgen.

Alternatieven
Er bestaat ook de z.g. wilde of Tussah-zijde, die gemaakt wordt van cocons die men uit het wild verzamelt en waar de vlinders al uitgevlogen zijn. Hoewel de wilde zijde is gemaakt van beschadigde cocons, doordat de vlinder er een gat in heeft gemaakt om er uit te kunnen vliegen, is het verschil in de winkel voor een leek moeilijk te zien. Het wordt ook maar heel weinig verkocht! Maar de klant die naar een diervriendelijk product vraagt kan hierdoor wel makkelijk voor de gek gehouden worden door hem/haar te laten geloven wilde zijde te kopen in plaats van zijde van gekweekte rupsen.

Wilt u echt zeker zijn geen dieronvriendelijke zijde te kopen, dan kunt u beter kunstzijde (viscose) of een andere stof kiezen.
   

Zwanendriften
Een wrede middeleeuwse praktijk, die eigenlijk nagenoeg alleen nog in Nederland voorkomt. Wat houdt het in? Het is een vorm van ‘pluimveehouderij’, maar dan wel totaal anders dan de gebruikelijke pluimveehouderij.
Tot voor kort (tot 1 april van dit jaar) was het toegestaan zwanen te houden voor ­productie van veren, dons en vlees. Hiertoe werden ontheffingen verleend om zwanen te driften; dat houdt in dat men koppels zwanen uit de vrije natuur mag vangen en leewieken, waarbij -zonder verdoving!- een stuk vleugelbot, het middenhandsbeen, wordt afgeknipt, waardoor de dieren nooit meer kunnen opvliegen, en merken d.m.v. een tatouage op de snavel of met een ring om de poot, om ze vervolgens weer uit te zetten en ze later te kunnen ‘oogsten’. De zwanen worden daarna aan hun lot overgelaten en moeten maar voor zichzelf zorgen. Maar doordat ze niet weg kunnen vliegen om verderop voedsel te zoeken, vermageren de dieren vaak sterk en sterven zelfs soms de hongerdood. Maar dat weegt niet op tegen het voordeel voor de zwanendrifter, die ‘zijn’ dieren altijd weer in hetzelfde gebied kan terugvinden, ook omdat ze nog herkenbaar zijn door het ‘merk’. Bovendien hoeft hij ‘zijn’ pluimvee niet te voeren, wat natuurlijk zeer economisch is. De jonge kuikens die het koppel vóór de ‘oogst’ voortbrengt worden op hun beurt ook weer gevangen, geleewiekt, gemerkt en weer uitgezet.

Een nietszeggend ­verbod
Men zou denken dat het met deze barbaarse dierenkwellerij, dat werkelijk nog uit de Middeleeuwen stamt, met het verbod m.i.v. 1 april 2013 wel afgelopen zou zijn. Niets is echter minder waar. Het verbod, waarmee de ex-landbouwsecretaris Henk Bleker (CDA) ons heeft opgescheept, verbergt een enorme adder onder het gras: Zwanen mogen weliswaar niet meer uit het wild gevangen worden voor de productie van veren, dons en vlees, maar zwanen die vóór 1 april al tam gemaakt zijn mogen nog wel gehouden en verhandeld worden als siervogel. Ook hun nakomelingen. Dus…. gaat dit afschuwelijke bedrijf gewoon door. En ze worden echt niet alleen als siervogel gehouden en verkocht, maar ook naar het buitenland verhandeld voor het dons, de veren en de slacht.

Uitstervend beroep
Het lijkt een uitstervend beroep te zijn; er zijn immers maar twee zwanendrifters bekend, één in Lopik en één in het Groene Hart (Gouda e.o.), waarvan samen zo’n 600 koppels zwanen rondzwemmen. Dat zijn dus altijd nog zo’n 1200 zwanen én hun jongen! Maar onlangs werd op Schiphol een partij houten kisten in beslag genomen, waarin 46 zwanen levend waren ’verpakt’. Twee ervan waren reeds gestikt. Ze schenen niet afkomstig te zijn van de twee bekende zwanendrifters, dus het vermoeden is dat er meer personen als zwanendrifter actief zijn.

Petitie
Graag maken we u attent op een petitie online van de Partij voor de Dieren, Werkgroep Gouda, gericht aan Landbouwstaatssecrtaris Dijksma, met het verzoek ‘al de benodigde politieke maatregelen te treffen om het zwanendriften, in welke vorm en met welk doel dan ook, onmiddellijk te beëindigen’. De verwachte sluitingsdatum is 1 oktober a.s., dus als u tekenen wilt doet u het dan zo snel mogelijk! U kunt de petitie vinden op: stopzwanendriften.petities.nl/ Namens de zwanen hartelijk dank!

   

Ganzen
Als reactie op onze brief aan Landbouwstaatssecretaris Dijksma en de Vaste Kamercommissie voor Landbouw over de aanpak van de ganzenoverlast (deze brief heeft u in het juli-nummer van ons contactblad kunnen lezen) kregen we bericht dat op 20 juni 2013 een Algemeen Overleg over het ganzenprobleem zou plaatsvinden in de Tweede Kamer tussen Staatssecretaris Dijksma en de Vaste Commissie en dat wij dit overleg konden bijwonen.
Dat laatste hebben we gedaan, in de hoop iets positiefs te horen over eventueel een alternatieve en diervriendelijke aan-pak van de ganzenoverlast. Maar niets van dit alles. Voor zowel de Schipholganzen als de ganzen waar de boeren last van hebben, was er geen pardon. CO2-vergassing en afschot waren ‘de enige oplossing’.
Ondanks het geweldige pleidooi van Marianne Thieme van de PvdD én ook van Kamerlid Henk van Gerven van de SP vonden verder alle partijen dat CO2-vergassing én afschot de enige oplossing waren. Voor de CO2-methode is echter toe-stemming van Brussel nodig, en daar is het wachten nog op. Dit jaar kan er in elk geval niet meer vergast worden, omdat dat alleen mogelijk is in de broedperiode (mei-juni-begin juli). Buiten de Schipholganzen is de doelstelling dat er dit jaar 170.000 ganzen gedood worden.
De mogelijkheid om boeren rond Schiphol andere gewassen te laten telen die door ganzen niet aantrekkelijk gevonden worden, werd door mevrouw Dijksma van de tafel geveegd. In het afgelopen broedseizoen zijn er tot in de verre omtrek (zelfs tot in Utrecht!) 10.000 ganzen gevangen en vergast. Het zal niet lang meer duren, dan zal de populatie weer aange-groeid zijn tot de oorspronkelijke omvang. En wat is er dan bereikt? Alleen maar heel veel dierenleed!
Staatssecretaris Dijksma streeft er zelfs naar om alle vergaste en geschoten ganzen in te zetten in de voedselketen. Alsof we nog geen vlees genoeg hebben!
Wij weten dat dit er bij sommige mensen in gaat als koek! Zo publiceerde het Noordhollands Dagblad op 27 juli jl.een dubbele pagina over het eten van ganzenvlees, en riep de lezers op deel te komen nemen aan het mede door dit dagblad georganiseerde z.g. “plaagdierendiner”, dat in Amsterdam zou plaatsvinden.
Rechten voor al wat leeft heeft hierop met het volgende inge-zonden stuk gereageerd:

“N.a.v. de geweldige propaganda voor ganzenvlees: Het Nederlandse jagers- en ­dierenverdelgersgilde is bezig met een verkapte ganzenfokkerij! Men weet heel goed dat afschot of wegvangen van grote aantallen dieren niet helpt om de populatie te ver­kleinen. Opengevallen plaatsen worden direct ingenomen door andere (meestal jongere) exemplaren uit de omgeving en de voortplanting zal in versneld tempo plaatsvinden om binnen zeer korte tijd de beschikbare ruimte en het voedselaanbod te benutten en weer op te vullen met een populatie van de oorspronkelijke omvang.
Jagers en vergasser Duke zien hun toekomst dus verzekerd. Zolang de consument maar zo gedwee en goedgelovig is om zich de gans door de strot te laten duwen (voor het ‘goede doel’!) en de landbouwstaatssecretaris het alleen maar boeren en jagers naar de zin wil maken, zal het een leuke en lucratieve bron van inkomsten zijn, voor jagers en Duke, die zo, behalve het loon dat ze ontvangen voor hun wrede werk, ook nog eens verdienen aan de verkoop aan restaurants, supermarkten enz. Mensen, laat u niet voor de gek houden! Doden helpt niets! Er zijn veel effectievere alternatieve mogelijkheden, maar daar wil de overheid niet van weten! Laat u niet ge-(mis-)bruiken!”

Hierop reageerde dhr K. te S. met een ingezonden brief waarin hij ons uitnodigde die effectieve alternatieve methoden dan op zijn land te komen demonstreren. Onze reactie daarop naar de krant vindt u hieronder:

“Dhr. K. nodigt ons uit voor te doen hoe men ganzen op al-ternatieve wijze verjaagt. Wij kunnen dat niet bij hem komen voordoen, maar wel de manieren noemen:

  • het ganzendraadsysteem; Landbouw heeft deze uitvinding met een prijs beloond, maar vervolgens nooit geld willen uit-trekken om het systeem praktijkklaar te helpen maken,
  • inzetten van een border-collie; proeven hebben het effect bewezen,
  • bij sommige gewassen verhoogt begrazing door ganzen juist de opbrengst en is verjaging niet nodig,
  • het telen van andere gewassen die voor ganzen ónaantrekkelijk zijn; de overheid zou de boeren rond Schiphol daartoe kunnen verplichten, maar wil dat niet.

Het is maar net hoeveel waarde de mens hecht aan dierenlevens en dierenwelzijn; ja, als men daar totaal geen waarde aan hecht is geen alternatief goed genoeg! Het eerste waar men altijd aan denkt is: doden! Niet een erg intelligente manier, want doden leidt nooit tot een structurele oplossing van overlast.”

   

Poolse parlement wil verbod onverdoofd slachten
Konden we in het januarinummer van ons contactblad al melden dat het Constitutionele Hof in Polen het onverdoofd slachten dierenmishandeling noemde en in strijd achtte met de Poolse grondwet, nu lazen we onlangs in het Oostenrijkse blad ­“Animal Spirit”, dat nu ook het Poolse Parlement een verbod wil op onverdoofd slachten. ­ Helaas kwamen daar minder prettige reacties op vanuit de joodse gemeenschap in Polen, die dierenbeschermers weer eens en bloc ‘antisemieten’ en ‘verheerlijkers van de Holocaust’ noemde. We vragen ons wel eens af wie nu wie discrimineert!
Dr. Friedrich Landa van ”Animal Spirit”, die zich o.a. als psycholoog met religie maar ook met dierenbescherming bezighoudt: “Journalisten die niet met eigen ogen gezien hebben wat de dieren bij de onverdoofde rituele slacht wordt aangedaan, zouden daarover liever niet moeten spreken noch schrijven.” Verder zegt Dr. Landa (wat wij al vele jaren zeggen): “Onverdoofd slachten is ontegenzeggelijk een schrijnende vorm van ­dierenmishandeling. De offerdieren wordt bij volledig bewustzijn de keel doorgesneden. Terwijl het bloed schoksgewijs uit de hals stroomt gaat het dier door met ademen en is het nog steeds volledig bij bewustzijn en komt het bloed in de longen, waardoor het dier ook nog aanvallen van benauwdheid krijgt. Pas na een doodsstrijd van enige minuten treedt de dood in door bloedverlies en/of verstikking. Op grond hiervan verbieden onze dierenwelzijnswetten uitdrukkelijk om dieren te laten leegbloeden zonder voorafgaande bedwelming. Joodse en Islamitische fundamentalisten beweren echter tot op de dag van vandaag dat hun heilige boeken het onverdoofd slachten verplicht stellen. In het Oude Testament wordt in verband hiermee Deuteronomium 12 : 21 geciteerd, waarin gesproken wordt van “slachten zoals ik U heb voorgeschreven” en in vers 23 wordt slechts gezegd: “Onthoud u van bloed”. Het verdoven, voorafgaand aan het laten leegbloeden, is dus geenszins verboden, temeer daar na het verdoven de dieren op dezelfde manier leegbloeden als bij de onverdoofde slacht, terwijl het hart nog klopt!” (Tot zover Dr. Landa).

Wij citeren verder het blad “Animal Spirit”:
“In plaats van alle levende, gevoelige wezens te beschermen tegen verouderde religieuze geboden of gebruiken, zijn de voorschriften voor de slacht aangepast aan de opvattingen van religieuze fundamentalisten. Hoewel  daardoor de ethische gevoelens en het mededogen van het grootste deel van de bevolking wordt genegeerd, wordt in de meeste lidstaten van de Europese Unie het langzame doodmartelen van dieren door deze aparte wetgeving toegestaan. Uitzondering zijn alleen : Zweden en nu ook Polen evenals de niet-lidstaten Zwitserland, Noorwegen en IJsland.”
(Wij zijn zeer verheugd dat Polen deze stap heeft genomen! We hopen vurig dat dit rijtje landen binnenkort zal worden uitgebreid met Nederland en andere Europese landen! - red.)

Jager-spijt-optant
Eveneens uit het blad “Animal Spirit” van augustus 2013 wilden we u  onderstaande brief van een jager niet onthouden (”Animal Spirit” had het ook weer overgenomen uit “Freiheit für Tiere”):

“Ik heb besloten u een brief te schrijven, die u mag publiceren waar u maar wilt. Als op grond van de inhoud van deze brief slechts één jager de jacht vaarwel zegt, of één mens ervan weerhoudt om jager te worden, dan is mijn doel bereikt. Daar ik in een kleine plaats woon waar veel jagers zijn en ik en mijn gezin in een totale isolatie zouden belanden als mijn naam bekend zou worden, schrijf ik dit alles anoniem. (naam van deze jager is bij de redactie van Animal Spirit bekend).
Na 12 jaar heb ik eindelijk de moed gevonden om uit het jagerskorps te stappen. In die 12 jaar kon ik de mentaliteit van de tegenwoordige jagers leren kennen. Ik had ook de gelegenheid met een aantal groeperingen van jagers samen te werken zodat hetgeen ik hieronder schrijf niet slechts geldt voor de kleine kring waarvan ik lid was, maar ik durf te beweren dat de mentaliteit van jagers min of meer overal dezelfde is.

Waarom moet men geen jager worden?
De bewering dat jagers milieubeschermers of ecologen zouden zijn is belachelijk, net als de fabel dat veel jagers vrijwillig urenlang in hun jachtgebied vertoeven ten bate van de wilde natuur, de dieren en het milieu.

Alles wat de jager in zijn jachtgebied doet, is direct of indirect  met de jacht (‘oogst’), het afschot of het gezellige samenzijn verbonden. Overigens bestaat het werken aan het milieu grotendeels uit het voorbereiden, opbouwen en onderhouden van wat er voor de jacht nodig is, handelingen die, waar ze ook plaatsvinden, een verstorend element in de natuur vormen, ook als ze slechts dienen voor het klaarmaken van voer, dat in de meeste gevallen alleen als lokaas voor het wild dient; de voederplaatsen en voederveldjes zijn immers door hoogzitjes omgeven. De verscheidene schoonmaak-acties in het bos en het veld zijn er slechts voor bedoeld om het bredere publiek zand in de ogen te strooien en zijn natuurlijk niets anders dan jagerspropaganda. De jagers met hun hoogzitjes, vervoermiddelen en hun aanwezigheid zijn schadelijker voor de natuur dan alle andere aardbewoners.
Nog belachelijker is de bewering dat de jagers in de eerste plaats zorg dragen voor het wild en dat het afschot slechts één van hun werkzaamheden is. Het doel van de jacht is het afmaken van de mooiste dieren als persoonlijke trofeeën, en niets anders.
Gelooft u maar niet dat jager-zijn betekent: barmhartige Samaritaan zijn voor zieke, aangereden of anderszins in nood verkerende dieren.  Voor situaties waarin de ­jagers als Samaritanen zouden kunnen optreden heeft men geen jagers nodig met een geweer, (in Duitsland zijn dat er 320.000!), maar slechts een paar daartoe opgeleide mensen, die een juiste houding hebben jegens de dieren.
Ik beweer dat geen handeling waarmee het resultaat met bloed verbonden is eervol kan zijn, en zeker niet m.b.t. de jacht waarbij het dier hulpeloos en weerloos aan de jager is overgeleverd. De jagerswereld is veel erger dan men zich kan voorstellen. Je wordt geen echte jager alleen door het voltooien van een opleiding en het afleggen van een proef, maar je wordt dat alleen als je het dier nog slechts als een ding ziet, als het doden ervan je bij anderen in aanzien doet stijgen, als het je zelfbewustzijn versterkt en de jaloezie bij je collega’s opwekt, als je bereid bent vanwege de jacht je familie, je beroepsuitoefening en jezelf te verwaarlozen, als je je bekwaamt in laster, huichelarij en het gebruik van alcohol, of als die zaken je niet vreemd zijn, als de pijn en het lijden van de dieren je volkomen koud laten.”
(In het januarinummer kunt u het tweede en laatste deel van deze brief lezen - red.)

Ponyleed
Meisjes tot tien jaar spelen vaak met barbies en speelgoedpony’s. Deze pony’s hebben lang haar wat geborsteld kan worden. De pony’s zijn te koop in allerlei kleuren evenals het haar. Worden de meisjes groter dan willen velen van hen graag een eigen pony. Aangezien een pony toch al gauw 1500 Euro per jaar kost aan stalling, voeding en dierenarts, zullen veel ouders er van af zien om de wens van hun dochter te vervullen. Een zogeheten verzorgpony in een manege is dan een welkom alternatief.
Maar er zijn ook ouders die zich van tevoren niet goed laten voorlichten en, in plaats van informatie te verzamelen over onderhoud en kosten, op Marktplaats of in de weekendkrant gaan kijken of er pony’s te koop zijn. Net als de speelgoedpony’s zijn ook levende pony’s te koop in allerlei kleuren, soorten en maten. Er is daarbij één ponysoort die wat prijs en formaat betreft uit de toon valt en dat is de Shetlandpony. Er zijn er héél veel te koop voor een prijs vanaf 50 Euro. Deze lage aanschafprijs verlaagt de drempel en leidt tot impulsaankopen. We kennen allemaal het beeld van de kleine Shetlanders die triest in modderige weilandjes staan. Kleine stukjes grond bij industrieterreinen of langs het spoor worden gebruikt voor pony’s. Of soms wordt er in de woonplaats een kleine kavel grasland voor de pony’s gepacht.

Vereenzaming en verwaarlozing
Terwijl algemeen bekend is dat een paard of pony niet graag alleen is, zie je ze toch vaak heel eenzaam staan. Ook kunnen we regelmatig berichten lezen over verwaarloosde pony’s, waarvan de hoeven niet zijn gekapt en die op hun enkels staan met kromgegroeide hoeven. Of pony’s die vergeten zijn en geen eten meer hebben gehad en zo de hongerdood zijn gestorven. Na een hartstochtelijk begin verwatert de relatie van het meisje met haar pony helaas al gauw zodra ze gaat puberen en belangstelling gaat krijgen voor jongens. De pony kwijnt vervolgens weg in het weitje. Soms lukt het om de pony te verkopen aan de ouders van een ander meisje, maar te vaak eindigt het ponyleven bij de slachter, die er slechts 25 Euro voor geeft. De prijs van Shetlandpony’s ligt zo laag omdat er een overschot van deze pony’s is in Nederland. Er is en wordt veel mee gefokt. Zoals veel mensen het leuk vinden hun poes een nestje te laten krijgen (ondanks de overvolle asiels en honderdduizenden zwerfkatten in Nederland), zo vinden eigenaren van pony’s het leuk om hun merries te laten dekken. Zo schattig, die veulentjes. Helaas worden er in Nederland ook veel veulentjes geslacht.

Pony-pletten
De lage prijs en het grote aanbod van Shetlanders vormden de voedingsbodem voor een paar zieke geesten die het amusant vonden om pony’s te ‘pletten’. Dikke vrouwen zetten zich op de kleine pony-lijfjes en lieten de dieren net zo lang rennen totdat hun rug doorzakte onder het zware gewicht van de dikzakken, en onder luid gelach werd het gefilmd en op internet gezet. Schaamteloos, respectloos, wreed en dom. Maar die domheid leidde gelukkig wel tot aanhouding van deze dierenbeulen. De filmpjes werden ontdekt en verspreid en binnen een paar dagen werden de dikke dames her­kend. Een van hen werkte zelfs bij de brandweer.
De zaak kreeg veel media-aandacht en leidt hopelijk mede daardoor tot meer dan een geldboete voor de daders!