1. Biggen- en varkensmesterijen
  2. Pluimveeteelt - kippen en kalkoenen
  3. Kalveren en koeien
  4. Konijnen en eenden
   
     

1. BIGGEN- EN VARKENSMESTERIJEN
Van biggen worden bij de geboorte de hoektanden onverdoofd geknipt of gevijld, en om staartbijten (uit verveling) te voorkomen worden de staartjes onverdoofd gecoupeerd/afgebrand om infecties te voorkomen. De zenuw ligt dan bloot en iedere aanraking veroorzaakt pijn. Castratie van de beertjes moet sinds 2009 onder verdoving, maar de heftige en langdurige napijn wordt hiermee niet bestreden. Veel Nederlandse varkenshouders zijn al helemaal gestopt met castreren.
Beertjes werden/worden gecastreerd omdat de consumenten, m.n. in Duitsland, geen berenvlees wenst te eten vanwege het risico op berengeur aan het vlees. Dit is echter NIET nodig daar de berengeur op de huidige slachtleeftijd nog niet of nauwelijks aanwezig kan zijn.

De zuigperiode van biggen is normaal zeven à acht weken. In de intensieve varkenshouderij gaan ze echter al na drie weken al bij de moeder weg en worden in groepen overgeplaatst naar kale hokken om verder afgemest te worden. Door veel te weinig afleiding én omdat ze nog volop in de zuigperiode zitten gaan ze zuigen aan alles wat bij de andere biggen uitsteekt (oren, staarten). Met wat stro en ander speelmateriaal zou het probleem grotendeels opgelost zijn.

Door té grote concentraties van deze mestdieren op een te kleine ruimte (per varken 0,3 -1,0 m2 - afhankelijk van leeftijd en zwaarte van het dier) dienen de dieren tegen infectieziekten te worden behandeld, o.a. tegen slingerziekte (hersenkwaal) - biggengriep - spoelworm - snuffelziekte - ingewandswormen - varkenspest - Aujeszky (jeukpest, een ziekte waaraan duizenden dieren doodgaan). Dikwijls breekt varkenspest uit. Ook komen er veel verwondingen voor, o.a. door de harde en ruwe vloer en door kannibalisme en doordat er (door stress, verveling en de prikkelarme omgeving) regelmatig gevechten uitbreken. Door dit alles overleeft ongeveer 15% van de dieren de mestperiode niet.

Transport
Na 24 weken tussen vier muren te hebben “geleefd” worden de dieren aan hun staartstompje uit de stallen gesleurd. Er breekt paniek uit, het is een gekrijs…ze raken bekneld in de overvolle hobbelende veewagens. De hartslag stijgt van 120 tot wel 300 slagen per minuut. Ze krijgen het benauwd, gaan hijgen. De temperatuur stijgt van 39 tot 42 graden. Ze kunnen niet zweten omdat ze geen zweetklieren hebben. Onder deze omstandigheden treedt bij tienduizenden dieren per jaar verstijving van de spieren op. Bij de slacht is het vlees dan bleek, waterig en slap. Ruim 8 miljoen jonge biggen worden in het buitenland vetgemest en moeten daarom vaak ellenlange reizen doorstaan door heel Europa. Ruim 3,5 miljoen varkens worden per jaar levend naar het buitenland vervoerd om daar te worden geslacht, o.a. omdat slachten daar meestal goedkoper is dan in Nederland.

Wij ageren al jaren tegen de export van levende dieren naar het buitenland. De dieren zouden in Nederland moeten worden geslacht en het vlees in koelwagens naar het buitenland moeten worden getransporteerd.

Slacht
In Nederland kunnen varkens voor de slacht op twee manieren worden bedwelmd. Bij beide methoden wordt door de dieren nog zeer veel geleden. Electrische bedwelming kan op zichzelf goed gaan, maar door het hoge tempo in de slachterij en door onzorgvuldigheid van het slachthuispersoneel gaat er ook heel veel mis en worden de dieren niet goed bedwelmd voor het doorsnijden van de halsslagaders en het leegbloeden.

Zeer veel varkens worden met puur CO2-gas bedwelmd. Deze methode veroorzaakt altijd zeér veel stress, angst,  paniek, pijn in de luchtwegen en ademnood. Dit duurt ongeveer een halve minuut voor de bewusteloosheid intreedt. De dieren worden in groepjes van zeven in een gondel gedreven waarna het CO2-gas erin gespoten worden. Als ze bewusteloos uit de gondels rollen kan men aan de verwondingen zien dat ze in hun paniek en angst hevig tegen elkaar aan hebben getrapt. Als de dieren daarna één voor één worden opgehangen om te worden ‘gestoken’ voor het leegbloeden, gebeurt het niet zelden dat het zevende varken alweer bijgekomen is gekomen en bij vol bewustzijn het doorsnijden van de halsslagaders moet ondergaan.
De grootste varkensslachterij van Europa, VION in Boxtel, hanteert deze methode.

     

2. PLUIMVEETEELT -KIPPEN EN KALKOENEN

Mestkuikens
Bevruchte eieren worden in een kast op rekken gelegd; de eieren worden elektrisch, draaiende, verwarmd, eén-en twintig dag lang. De kast wordt geopend, de kuikens die uit het ei zijn gekomen en droog zijn worden vervoerd naar bedrijven waar ze in zes weken worden gemest, in een overvolle stal en onder miserabele omstandigheden. Doordat de vloer niet eerder gereinigd wordt van alle uitwerpselen voordat de volgende lichting kuikens er in komt krijgen de dieren vaak borstblaren en aandoeningen aan hun voetzolen. Het vetmesten is erop gericht de kuikens in zes weken tijd (de slachtleeftijd) zo zwaar mogelijk te laten worden. Ze kunnen de hele dag door eten, en doordat ze gefokt zijn op altijd maar willen eten, en ze bovendien niets anders te doen hebben, doen ze dan ook niets anders dan eten. Beweging hebben ze amper, want de gemiddelde ruimte die ze hebben is 1 m2 per 20 kuikens. Als de kuikens op een leeftijd van zes weken wordt geslacht wegen ze ruim 2 kilo!, ongeveer anderhalf keer zo zwaar als een volwassen legkip! Veel vleeskuikens halen de zes weken niet, doordat ze door hun poten zakken en het hart het begeeft. Antibiotica wordt rijkelijk gebruikt om zoveel mogelijk dieren tenminste zes weken in leven te houden.

Als de kuikens zes weken oud zijn worden ze gevangen om ze naar de slachterij te vervoeren. Het vangen wordt vaak met de hand gedaan, maar ook wordt dikwijls de z.g. ’kuikenveger’ ingezet, waarmee men duizenden kuikens per uur kan ’opvegen’. Hierbij lopen vele honderdduizenden kuikens poot- of vleugelbreuken op.

In het slachtproces is sinds 1 januari 2012 verbetering gekomen. Bij de bedwelming is de z.g. waterbadmethode, die zeer veel angst en pijn veroorzaakte, nu vervangen door een stroomstoot, waarbij de stroom direct door de kop gaat. Enkele slachterijen passen de CO2-O2 - methode toe. Gemiddeld worden zo’n anderhalf miljoen mestkuikens per dag geslacht.

De ouders van de mestkuikens
Moeten de mestkuikens de hele dag door eten om zo zwaar mogelijk te worden, hun ouders daarentegen, die net als hun kinderen altijd maar willen eten, en ook niets anders te doen hebben, krijgen net genoeg eten om in leven te blijven. De dieren lijden constant honger. Hun taak is immers productie, zo lang mogelijk leven en zo veel mogelijk eieren leggen. Ze mogen niet te vroeg doodgaan, en daarom mogen ze niet te zwaar worden. Ze moeten zo’n kleine anderhalf jaar honger lijden en produceren, tot de dood hen verlost uit hun ellendig ’leven’. Voor de consumptie zijn ze nog net goed genoeg om verwerkt te worden in bijv. kippensoep.

Legkippen
Een klein stukje geschiedenis:
In 2012 werd in de hele Europese Unie de traditionele legbatterij verboden. Dat was de kroon op het werk van Rechten voor al wat leeft, die in 1975 het scharrelei introduceerde als alternatief voor de legbatterij.

Legbatterijkippen “leefden” met z’n vieren of vijven in een gazen kooitje van 40x45 cm op hellend gaas. De enige beweging die de dieren hadden was het over elkaar heen lopen. De zo nodige mogelijkheid tot beweging om een ei te leggen hadden ze niet, evenmin konden ze zich afzonderen voor het leggen van een ei. De normale tijd voor de kip om een ei te leggen is drie kwartier. In de onrustige omgeving van een batterij-kooi, waar de dieren over elkaar heen liepen, deden ze er circa twee-en-een-half-uur over. De kippen hadden een kale hals doordat ze met hun hals langs het gaas schuurden om te kunnen eten. Ze hadden een kale borst door het voortdurend schuren van de borst langs het gaas, en een kale rug door het lopen over elkaars ruggen. Om al deze ellende iéts te verzachten is Rechten voor al wat leeft in 1975 met de scharreleieren gestart, waar de kippen in ieder geval op de grond konden lopen, rustig hun ei in een apart legnest konden leggen, en op een zitstok konden zitten.

Het scharrelsysteem hebben wij niet zelf ontwikkeld. Het bestond al, maar deze eieren waren in de winkel niet te onderscheiden van batterij-eieren, en de scharrelpluimveehouders kregen, hoewel de kostprijs voor hen hoger was dan voor batterij-houders, dezelfde prijs voor hun eieren als de batterijhouders.

Daar is door ons verandering in gebracht. De scharrelhouder kreeg van nu af aan 1 cent per ei meer dan voorheen. Om de consument garantie te bieden dat het ook echt scharreleieren waren en niet uit een legbatterij afkomstig, werden ze in doosjes verkocht met een officieel handelsmerk erop: het oranje voorrangsteken met daarin gedrukt: RECHTEN VOOR AL WAT LEEFT, en we begonnen met twee winkeltjes in Amsterdam. De scharrelschuren werden door ons zelf gecontroleerd. Al snel breidde het zich uit, en toen wij de controle niet meer aankonden, omdat er steeds meer scharrelschuren bijkwamen doordat legbatterijhouders daarop overschakelden, werd door de overheid de Stichting Scharreleieren opgericht en kwam er een rijksmerk op de doosjes te staan. Supermarkten gingen scharreleieren verkopen, de export naar Duitsland kwam op gang, en uiteindelijk werd het scharrelei een Europese aangelegenheid. In alle Europese landen konden legbatterijhouders nu overschakelen op gecontroleerde scharrelschuren. Dat zorgde er helaas wel voor dat de normen waar wij hier in Nederland mee waren begonnen (gem. 7 kippen op 1 m2) versoepeld werden en gelijkgetrokken met de Europese normen (gem. 9 kippen op 1 m2).

Ons standpunt is altijd geweest dat de producent én consument stap-voor-stap naar een diervriendelijker houderij systeem resp. koopgedrag moest worden geleid. Een verbod van overheidswege op de legbatterij zat er absoluut toen nog niet in. Dus moesten wij het via de consument zien klaar te spelen. Als wij toen direct al met een vrije-uitloopei of met een biologisch ei waren begonnen hadden zowel producent als consument het laten afweten. Deze stap ineens zou te groot zijn geweest. Nu zijn we 40 jaar verder, en in de loop van de tijd is de ontwikkeling naar meer diervriendelijkheid doorgegaan, en producent en consument gingen geleidelijk aan hierin mee. In elk geval heeft het scharrelei de traditionele legbatterij uit heel Europa verdreven.

Verrijkte kooien en kolonie-huisvesting
Wel bestaan er nog, helaas, steeds de z.g. ‘verrijkte kooien’ waarin elke kip een klein beetje meer ruimte heeft dan in de traditionele batterijkooi, en ook enkele elementen zoals een zitstokje, een heel klein ’scharrelmatje’ van kunstgras (waar één kip tegelijk op kan ’scharrelen’, en een klein afgescheiden plekje om een ei te leggen. Deze elementen zijn echter veel te klein, en de dieren maken er dan ook amper gebruik van. Vanaf 2021 mag dit systeem gelukkig niet meer worden gebruikt.

Blijft over de koloniehuisvesting met minstens 30 kippen in een kooi. Hier heeft de kip iéts meer ruimte dan in de verrijkte kooi en de elementen zijn iéts groter dan in de verrijkte kooi. Maar het blijft een kooi! Dit dieronvriendelijke systeem blijft voorlopig toegestaan.

Eendagskuikens
Als de broedmachine-kast na 3 weken wordt geopend, zijn er altijd nog eieren waarvan de schaal al wel is opengepikt maar die nog niet uitgekomen zijn, of kuikentjes die net uit het ei maar nog niet droog zijn. Tijd om te wachten tot alle eieren uitgekomen en alle kuikens ‘klaar’ zijn is er niet. Kuikens die wél droog zijn worden gesekst, De haantjes zijn overbodig en kunnen nergens voor worden gebruikt, noch voor het eieren leggen, noch voor het vlees, omdat ze niet als ’plof’-kuiken zijn gefokt. Daarom gaan alle haantjes, samen met de nog niet uitgekomen eieren én de nog natte kuikens levend in de versnipperaar òf ze worden vergast. Bij de overige kuikens worden de punten van de snavels verwijderd om te voorkomen dat ze elkaar doodpikken, wanneer ze met duizenden in hun gedwongen verblijfplaats worden opgesloten.

Kalkoenen
Deze dieren moeten in het beginstadium, als kuiken dus, hetzelfde lot ondergaan als de kipkuikens. Daarna “leven” ook zij met duizenden in schuren, waarin ze te weinig bewegingsvrijheid hebben. Doordat kalkoenen ook snel moeten groeien zijn ze op de slachtleeftijd ongeveer zo groot als een kind van drie jaar! Maar een groot deel, circa 10% van de dieren, m.n. van de hanen sterft voortijdig.

     

3. KALVEREN EN KOEIEN
Stiertjes en de meeste vrouwelijke kalveren worden gemest voor het vlees, de andere kalveren worden melkkoeien. Ook worden vleeskalveren nog geïmporteerd uit andere Europese landen. Melkkoeien móeten elk jaar een kalf krijgen om de melkproductie op gang te houden. Een pasgeboren kalf wordt (in de meeste gevallen) direct bij de moeder weggehaald, om te zorgen dat het diertje niet bij de moeder gaat drinken. De melk is immers voor de mens bestemd! De moederkoe kan dus niet haar pasgeboren kalfje likken. Het kalf wordt direct in een eenling box geplaatst waar het geen contact kan hebben met de moeder of met soortgenoten, dit laatste o.a. omdat ze nog volop in de zuigperiode zitten en daarom, bij gebrek aan de uier van de moederkoe, bij elkaar zouden gaan urine zuigen. In plaats van de moedermelk krijgen de jonge kalfjes nu een soort namaak-taptemelk-poeder, aangemaakt met water. Deze “drab” krijgen ze twee maal per dag.

Na circa 6 weken worden de kalfjes in een soort groepshuisvesting gehouden in een ruimte waar zelden stro op de grond ligt (met een klein handje stro per dag zou het kalf al een uur kauwplezier kunnen hebben en een paar uur kunnen herkauwen, hetgeen de ergste verveling wat zou verdrijven, maar zelfs dat wordt het dier maar zelden gegund) en waar ze per kalf nog geen 2 m2 ruimte hebben. En dat voor dieren die op de slachtleeftijd (circa 25 à 30 weken) meer dan 400 kg moeten wegen! De enige keer dat de dieren de zon zien is, als ze vanuit hun krappe behuizing naar de veewagens worden gedreven om naar de slachterij te worden vervoerd. Een deel van de dieren wordt daarvoor levend naar het buitenland getransporteerd.

Kalveren die niet voor de vleesproductie bestemd zijn, zullen zelf op de leeftijd van 2 jaar het eerste kalf moeten krijgen om daarna melk te kunnen geven. Ze zijn dan melkkoe. Dan worden de dieren ook onthoornd om verwonding van elkaar te voorkomen in de beperkte stalruimte. Het onthoornen is pijnlijk, daarom wordt het verdoofd, maar de dieren hebben dan nog een paar dagen napijn.

Ontstekingen komen veel voor, met name aan de poten. en vooral bij dieren die veel op stal moeten staan. Ieder jaar komen ook veel uierontstekingen voor. Steeds meer koeien worden het jaarrond op stal gehouden.

Vleesrunderen
Niet alle koeien zijn bestemd voor de melkproductie. Er zijn ook nog koeien die gefokt worden op veel vlees (biefstuk). Het is dan zaak de dieren zo zwaar mogelijk te mesten met zo veel mogelijk vlees. Denk hierbij aan de dikbillen! Deze arme dieren kunnen alleen nog kalveren krijgen (maximaal 4) via de keizersnede. Daarna wordt ze afgemest en geslacht.

     

4. KONIJNEN EN EENDEN
Konijnen
Van dat leuke en lieve troeteldiertje, waarvan veel mensen er een paar houden, worden er circa 2,5 miljoen voor de vleesindustrie in draadgazen kooien gehouden. Door de slechte huisvesting en verzorging, ziekte, stress, frustratie en verveling haalt 20% van de dieren niet eens de slachtleeftijd van 11 à 12 weken. Dit terwijl een konijn wel 12 jaar of ouder kan worden! Ondanks jaren van selectie en fokken is het natuurlijke gedrag van deze konijnen nog steeds gelijk aan het gedrag van wilde konijnen. Van oorsprong zijn het zeér sociale dieren; het graven van diepe tunnels, het delen van holen, het grazen, het samen huppelen, rusten en verzorgen van de jongen neemt een groot deel van hun tijd in beslag.

In de industrie worden de konijnen in de draadgazen kooitjes zwaar in hun beweging en natuurlijke gedrag belemmerd., wat leidt tot ernstige gezondheidsproblemen en gedragsstoornissen, zoals kopschudden, vachtplukken, rondjes draaien, gaas knagen en elkaar bijten en aanvallen. De draadgazen vloer zorgt voor pijnlijke en zwerende poten. Door de ontlasting onder de kooien ontstaat een hoog ammoniakgehalte in de lucht, wat kan leiden tot ademhalingsstoornissen en zwerende poten.

De voedsters lijden van alle konijnen het zwaarst: zij moeten in een jaar tijd zeven nestjes krijgen, en worden voor dat doel individueel en dus eenzaam gehuisvest. Door de stress, de vele nestjes en de gezondheidsproblemen zijn de voedsters snel op en worden, na een jaar misbruikt te zijn, afgevoerd naar de slacht. Hiertoe worden de dieren ruw in kratten gegooid en op elkaar gepropt om zo, levend, vervoerd te worden naar slachthuizen in België en Frankrijk, waar hen na een lange en traumatiserende reis een angstig en pijnlijk einde wacht.

Europese wetgeving konijnenhouderijen bestaat niet
Terwijl legbatterijen voor kippen sinds 1 januari 2012 verboden zijn, bestaat zo’n verbod niet voor het houden van konijnen in batterijen. Oostenrijk is het enige land in de EU waar dit wèl verboden is. Er is geen EU-wetgeving voor de huisvesting van ‘vleeskonijnen’. Een wetenschappelijk rapport van de EFSA (European Food Safety Authority) omschrijft de huidige huisvesting als volgt:
“de ruimte per vleeskonijn in de batterij is momenteel 450-600 cm2” (dus minder dan een A4tje) Een hok voor een vrouwtjeskonijn is slechts 60 à 65 cm lang, 40 à 48 cm breed en 30 à 35 cm hoog. Konijnen kunnen niet of nauwelijks rechtop zitten.

Wel zijn in 2006 in Nederland nieuwe welzijnsregels ingevoerd, met een overgangstermijn tot 2016. Hopelijk gaat dit door, en gaan niet lobby-activiteiten uit de sector roet in het eten gooien, zoals we zo dikwijls hebben meegemaakt. De verbetering bestaat uit: groepshuisvesting, bodembedekking en hogere kooien.

Eenden
Ja, ook deze gezellige dieren, die in de vijver in het park rondzwemmen, waar opa met z’n kleinkinderen naar toe gaat om ze te voeren, ook zij worden met honderdduizenden gemest in overvolle schuren. Net als bij kippen worden de eieren in broedmachines uitgebroed en de kleine pulletjes worden direct nadat ze uit het ei gekomen zijn naar grote schuren gebracht. Daar worden ze, met gemiddeld circa 7 dieren per m2 verder opgefokt en gemest tot ze ruim 3 kilo wegen. Ze zijn dan nog maar 7 weken oud. Het zijn dus eigenlijk ‘ploffende, want net als vleeskuikens zijn ze erop gefokt veel te eten, hard te groeien en heel snel heel zwaar te worden. Na 7 weken worden ze geslacht.

Men zou denken dat de eenden in elk geval wat water ter beschikking zouden krijgen om in rond te zwemmen en waar ze hun natuurlijke gedragingen in kunnen uitvoeren, zoals het zoeken van eten en hun verenpak op te poetsen. Ook paren doen ze normaal alleen in het water. Maar zelfs water ontbreekt. Ze moeten hun korte ‘leven’ geheel op de grond doorbrengen, waar dan wel strooisel op ligt. Daardoor kunnen ze hun gedragingen nauwelijks uitvoeren. Ook ontbreekt het de dieren aan het nodige daglicht.

Dat de dieren er door dit onnatuurlijke bestaan, samen met de buitensporig snelle groei, niet gezond bij blijven laat zich raden. Hartstoornissen komen dan ook veel voor.

Eenden- en ganzenlever
Ze zijn ook hier in Nederland te koop, de eendenlevers, en in iets mindere mate de ganzenlevers, als speciale delicatesse, onder de bekende naam ‘foie gras’. Ze komen uit het buitenland, vooral uit Frankrijk, Hongarije, Bulgarije en België. De levers zijn buitengewoon groot en zwaar. Weegt een normale eendenlever gemiddeld 60 gram, de foie gras-eendenlevers wegen wel 600 gram!

Hoe komen ze zo zwaar? Doordat deze dieren 2 keer per dag worden gedwangvoederd, door een vette maïsbrij door een stalen buis via de keel in de slokdarm te pompen. Dit is 2 keer per dag een pijnlijke en angstige ervaring, die heel vaak verwondingen aan hals en keel, infecties en botbreuken veroorzaakt. Zeer veel eenden sterven dan ook voortijdig.

In Nederland is het dwang voederen verboden. Maar…., schijnheilig genoeg mag Nederland het wel importeren. Een onlangs gedane poging de overheid te bewegen tot een importverbod te komen, is mislukt. Foie gras wordt als een feestelijke delicatesse beschouwd en brengt geld in het laadje.

Waarschuwing: Laat u niets wijsmaken in een restaurant met z.g. ‘diervriendelijke’ foie gras op het menu. Die bestaat eenvoudig niet!