Aan de Nederlandse Bisschoppenconferentie
Biltstraat 121
3572 AP  UTRECHT

Alkmaar, 10 april 2010

Betreft: Sint-Hubertusmissen

Hoogwaardige Excellenties,

Omdat ‘eerbied voor de schepping’ hoog in úw en ons vaandel staat, willen wij u deelgenoot maken van onze grote zorgen over de Sint-Hubertusmissen die in Nederland regelmatig ‘gevierd’ worden.

Wij hopen, dat u het onderwerp, na lezing van het onderstaande, op uw agenda wilt plaatsen en gezamenlijk wilt bespreken.

Wij verzoeken u in de Nederlandse Kerkprovincie uw invloed aan te wenden om op dit punt een bezinning én een verandering op gang te brengen.

Het is u uiteraard bekend, dat in veel R.K. kerken in ons land, met name in het Zuiden, nog steeds regelmatig de Sint-Hubertusmis wordt opgedragen. Hierbij worden jagers én hun honden en soms hun geweren gezegend.

Sint Hubertus wordt als de “patroonheilige van de jacht” beschouwd, maar wie het verhaal over Sint Hubertus leest ontdekt dat juist het moment dat hij zich afkeert van de jacht cruciaal is in zijn leven. Als Hubertus het lichtende kruis tussen het gewei van het hert ziet, besluit hij het hert niet te doden en voortaan helemaal geen dieren meer te bejagen.

Hubertus begreep blijkbaar toen al (in de 7e eeuw na Christus) dat het lichtende kruis, het symbool van het lijden van Christus, nu symbool stond voor het lijden van Gods schepselen, die zinloos werden gedood alleen om de primitieve lusten van de jagers te bevredigen. Dat was het moment van de bekering van Hubertus. Vervolgens ging hij zich aan de kerk wijden en werd bisschop. Wij begrijpen niet dat hij dan toch, 15 eeuwen later, nog steeds de “patroonheilïge van de jacht” genoemd wordt.

Zou het niet correcter zijn om Sint Hubertus te gedenken als degene die zich juist van de jacht bekeerde? Sint Hubertus is toch immers niet heilig verklaard vanwege zijn jachtactiviteiten, maar omdat hij met jagen ophield en zijn levenswandel ging veranderen?

In een antwoordbrief aan de -toen nog- Stichting Kritisch Faunabeheer, thans genaamd Stichting De Faunabescherming, d.d. 25 april 1995 schreef de Bisschoppenconferentie:  “Wat nu de Hubertusmis betreft moet gezegd worden dat niet de jacht als zodanig wordt geëerd, maar er wordt aan God dank gebracht voor de mogelijkheden die Hij mensen biedt tot hun recht te komen in Zijn scheppingsorde. Ook als jagers.”
Wij vragen ons af in hoeverre de Bisschoppenconferentie toentertijd op de hoogte was van de jachtpraktijken en de algemene jagersmentaliteit en willen graag van u vernemen of uw standpunt inmiddels gewijzigd is. Wij nemen aan dat u het nu anders zou willen formuleren, gezien alle nadruk die er ook van uw zijde gelegd wordt op de godgegeven ‘eerbied voor de schepping’.

Was de ommekeer van Hubertus niet een betere manier om “God dank te brengen voor de mogelijkheden die Hij mensen biedt tot hun recht te komen in Zijn scheppingsorde”? Heeft Sint Hubertus daarmee juist niet laten zien wat de plaats van de mens is en dient te zijn in Gods scheppingsorde, namelijk beeld van God te zijn als drager van de verantwoordelijkheid en zorg voor al Gods schepselen?

In Nederland zijn circa 30.000 plezierjagers actief, grotendeels verenigd in z.g. ‘wildbeheereenheden’. Deze term moet de eigenlijke doelstelling van de jagers, namelijk ‘het genot van de jacht’(zoals het in hun verenigingsstatuten wordt genoemd), verhullen. Ook de veelgehoorde term ‘populatiebeheer’ geeft absoluut niet de werkelijkheid weer.
Als ernstig gewonde dieren uit hun lijden moeten worden verlost of als er moet worden ingegrepen vanwege bijvoorbeeld gevaar voor de volksgezondheid of belangrijke landbouwschade zouden, na gedegen wetenschappelijk onderzoek en alleen als diervriendelijker alternatieven niet voorhanden zijn, door de overheid vakbekwame functionarissen dienen te worden aangesteld om deze taak te verrichten. U zult het met ons eens zijn dat Nederland hiervoor geen 30.000 hobbyjagers nodig heeft!

In Nederland is jacht voor de voedselvoorziening totaal overbodig, maar wordt door en voor jagers wel in stand gehouden. Het genot van de jacht, waaronder ook de valkerij, was vroeger voornamelijk voorbehouden aan de adel. Inmiddels zijn jagers afkomstig uit alle lagen van de bevolking. Jaarlijks worden 2.000.000 (!) dieren door jagers voor de lol doodgeschoten.

Uit een opinie-onderzoek uit 2006 is gebleken dat 97% van de bevolking tegen plezierjacht is. Naar aanleiding van dit gegeven noemen jagers zich nu liever wild- of faunabeheerders. Hiermee willen zij proberen de zogenaamde noodzaak van de jacht aan te tonen en te voorkomen dat hun ‘speeltje’ wordt afgenomen. Het gaat hen echter alleen om het plezier dat zij aan de jacht beleven, de kick van het doden en het bevredigen van hun oerdriften (zoals jagers zelf onlangs nog zeiden in de aflevering “Jagen” van het televisie-programma “Koopkracht” van Omroep Llink op Ned. 3 van 25 maart 2010). Het is ook bekend dat jagers graag naar het buitenland gaan en veel geld betalen om daar allerlei soms zeldzame diersoorten te mogen schieten!

Ons inziens is het kerkónwaardig om een speciale jagersmis op te dragen, nota bene onder de naam van Sint Hubertus, wiens naam door het jagersgilde wordt misbruikt als dekmantel voor hun wrede hobby.
Graag vernemen wij uw reactie op dit standpunt van ons.

Onlangs (op 8 november 2009) hebben wij een Sint-Hubertusmis meegemaakt in Obdam, en wij kunnen u verzekeren: het was compleet “kermis” in de Sint Victor Kerk: levende maar ook opgezette dieren, waaronder een vos met een fazant in zijn bek; jagers in vol ornaat met hun jachthonden; jachthoornblazers die hun jachtliederen ten gehore mochten brengen, reclameborden voor een valkenier, die zijn roofvogels hun kunsten liet vertonen door ze door de kerk te laten vliegen etc. etc.
Bij het aanschouwen van deze folklore konden we ons nauwelijks meer voorstellen dat we in Gods Huis waren. De mooie kerk had de uitstraling gekregen van een schiettent op de kermis. Na de mis werden de jagers en hun jachthonden gezegend, in de hoop dat de zegening zou bijdragen aan een goede jachtbuit.

In zijn antwoordbrief aan de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren d.d. 11 november 1994 schreef Bisschop F. Wiertz dat “je nauwelijks a priori mensen mag uitsluiten van Gods zegen” en “als je mensen zegent dat niet betekent dat je heel hun gedrag zegent en goedkeurt.” Daar zijn we het uiteraard helemaal mee eens. Bij een Hubertusmis worden de jagers echter juist vanwege hun omstreden hobby uitgenodigd om,gekleed in hun jagerstenue compleet met rijkelijk van speldjes voorziene hoed, de goddelijke zegen te ontvangen en daardoor voelen deze lieden zich van Godswege bevestigd in hun wrede en verkeerde gedrag. Wij zijn het met Bisschop Wiertz eens dat niemand uitgesloten mag worden van Gods zegen; iedereen moet als hij/zij dat wil die zegen kunnen ontvangen, maar dan wel gewoon als mens tussen andere mensen, niet als hobbyclublid in bijbehorend tenue en met bijbehorende attributen. In de mis waarbij wij aanwezig waren voelden juist wíj ons uitgesloten. Alleen de jagers en hun honden werden gezegend met wijwater. De omstanders ontvingen geen druppel.

Wij hopen zeer dat u ernstig kennis wilt nemen van ons schrijven, en wij zouden u dringend willen verzoeken of u in overweging zou willen nemen het opdragen van deze mis aan Sint Hubertus als “patroonheilige van de jacht” niet meer toe te staan! Daarmee zou u recht doen niet alleen aan de dieren in de natuur, maar ook aan Sint Hubertus zelf.

Indien u er prijs op stelt zijn wij gaarne bereid het voorgaande mondeling toe te komen lichten en met u samen te werken aan een bezinningsronde die uitloopt op viering waarin mens en dier zich gezegend weet.

Wij danken u bij voorbaat voor de bespreking van het bovenstaande en wensen u de wijsheid van de heilige Hubertus toe.

Inmiddels verblijven wij,

met de meeste hoogachting
en vriendelijke groet,

mevrouw E. de Jong - Ros (namens Stichting De Faunabescherming - www.faunabescherming.nl )

mevrouw M. Dart - Hart Nibbrig (namens Stichting wgr. Kerk en Dier - www.kerkendier.nl )

mevrouw E. de Boer (namens Stichting “Rechten voor al wat leeft”- www.animalfreedom.org/paginas/informatie/rvawl.html )

Correspondentie-adres:
Mevr. E. de Boer
Secr. St. “Rechten voor al wat leeft”
Leonard Bramerstraat 18
1816 TR Alkmaar