Bij de industriële vleesproductie vallen er voortijdig dieren uit. In het geval van vleeskuikens kan dit oplopen tot enkele tientallen miljoenen dieren per jaar.

Het uitvalspercentage bij de vleesproductie staat voor het percentage dieren dat voortijdig (voor de slachtrijpe leeftijd) overlijdt. De meeste dieren vallen voortijdig uit door ziekte.

Enkele voorbeelden:

  uitvals %
Vleeskuikens 3-6,5
Biggen tot 25 kg 13
Kalveren 12
Mestvarkens 2

Bronnen:

 

Ook bij het vermeerderen (fokken) sterven dieren voordat ze economisch worden afgeschreven.

Het vervangingspercentage geeft aan hoeveel procent dieren tijdens het vermeerderen (fokken) jaarlijks wordt vervangen door nieuwe.

Enkele voorbeelden:

  vervangings %
Vleeskuikenouderdier (hen) 10
Vleeskuikenouderdier (haan) 40
Fokzeugen 42-45
Melkvee 30

Ongeveer 20% van de konijnen, die in kooien voor de vleesproductie worden gehouden, haalt de slachtleeftijd niet. Van de moederdieren is het vervangingspercentage ongeveer 150%. Dit betekent dat elk moederkonijn na 1 jaar alweer gemiddeld anderhalf keer is vervangen door nieuwe moederkonijnen. De dieren worden vervangen vanwege vruchtbaarheidsproblemen en gezondheidsproblemen.