In het boek “Dierenleven” beschrijft Coetzee het verhaal van een man wiens oude moeder een lezing geeft over onder meer de parallel tussen de jodenvervolging en de schaamteloze uitbuiting van dieren in de samenleving. De man is getrouwd met een vrouw die zijn moeder om haar extreme opvattingen niet kan uitstaan. De moeder zelf is wanhopig over het niet kunnen overtuigen van het publiek van haar waarheid. De man staat hier tussenin en weet geen oplossing. Kortom: een loyaliteitsconflict.
Waarom Coetzee dit boek heeft geschreven is onduidelijk, maar wat het boek wel duidelijk maakt is dat je de mensheid niet tegelijkertijd kan beschuldigen van moord en proberen te overhalen om dit ook van zichzelf te vinden.
Mogelijk is Coetzee als Zuid-Afrikaan geïnspireerd door de situatie in eigen land na de afschaffing van apartheid. De blanke en zwarte bevolking moeten met elkaar in het reine komen na de erkenning van het fout zijn van het apartheidsdenken. Het superieur voelen van de mens boven het dier wordt speciësisme genoemd.
Wil een overtuigde dierenactivist anderen tot medestander bewegen dan is het niet slim om deze tegelijkertijd te beschuldigen. Je kunt wel gelijk hebben, maar zo krijg je het in ieder geval niet.
Om mensen te bewegen om uit zichzelf meer rekening te houden met dieren is het nodig dat globaal vergelijkbare opvattingen ontstaan over wat een juiste houding is van de mens ten opzichte van een dier. In die zin liggen de emancipatie van blank en zwart, van man en vrouw en van mens en dier in elkaars verlengde. Het is misschien niet het meest fraaie motief, maar de eerdere emancipaties kwamen op gang terwijl de economische noodzaak verdween voor het overheersen van de ander. In het geval van de consumptie van dieren is er bovendien een ontwikkeling dat de smaak van vlees door de wijze van veehouderij en bewerking van dierlijke producten steeds vlakker wordt. Deze omstandigheden maken het voor de vleeseter steeds minder lastig om over te stappen op een plantaardige basis van wat nu vlees genoemd wordt. Door de industrie wordt deze ontwikkeling nog eens extra aangewakkerd omdat men financieel perspectief ziet in het vervangen van vlees door plantaardige substanties. Mogelijk niet eens zo’n slecht idee.
Waar het omgaat is "vrijheid" en "liefde" te combineren in een respectvolle samenstelling die een win-win-situatie is voor mens en dier. De winsituatie voor de mens is dat deze meer duurzaam en gewetensvol leeft zonder verlies van kwaliteit. Voor de dier geldt vrijwel hetzelfde behalve het geweten, dat heeft een dier niet nodig.