Dat de mens een speciaal soort dier is, is geen omstreden gedachte. Maar dieren even serieus nemen als andere mensen doen slechts weinigen. Nog minder mensen voelen zich verbonden met (het lot van) dieren. Hoe zien die mensen die verbondenheid?
We beginnen met de meerderheid die vindt dat zij boven dieren staan. Waar komt die mentaliteit vandaan? Eén filosoof die eeuwenlang grote invloed heeft gehad op het denken van mensen over dieren was Descartes. Descartes vroeg zich af waarover je zeker kunt zijn. Hij is bekend van de uitdrukking “cogito, ergo sum” (ik denk, dus ik ben). Dus Descartes hechtte grote waarde aan het denkvermogen van de mens.

     

Titus Rivas schrijft in Dieren als geestelijke wezens over Descartes

In de christelijke wijsbegeerte neemt men doorgaans wel aan dat dieren een soort ziel hebben waardoor ze kunnen waarnemen, voelen en bewegen. Vandaar dat de heilige Franciscus van Assisi zich ook geestelijk verwant kon voelen aan zijn broeders de dieren.
Alleen zou de dierlijke ziel volgens de meeste christenen wel sterfelijk zijn en dus ook samen met het stoffelijke lichaam vernietigd worden door de dood. Nu hebben dieren al erg weinig status binnen dit wereldbeeld, hetgeen samenhangt met de christelijke heilsleer die de mens volledig centraal stelt. Toch kan het altijd nog erger, zoals blijkt uit de filosofie van de Franse auteur René Descartes. Deze 17e eeuwse wiskundige, geleerde en wijsgeer verkondigde dat dieren helemaal geen ziel hebben. Volgens hem vallen dieren volledig samen met hun lichaam en hebben ze geen gevoelens, verlangens of gedachten. Ze zijn nog het beste te vergelijken met 'automaten', een soort vroege, mechanische robots uit zijn tijd. Om die reden mag je dieren ook gebruiken als nuttige apparaatjes, en ze bijvoorbeeld, terwijl ze nog leven, helemaal uit elkaar halen (vivisectie). Als een hond gaat gillen wanneer je zijn buik opensnijdt, kan dat volgens Descartes niets te maken hebben met echte pijn. Een hond is immers een robot zonder gevoel en daarom kun je het gegil nog het beste vergelijken met het geluid van een machine. Een fluitketel schrijf je toch ook geen gevoel toe, en dat moet je dus ook niet doen bij honden of andere dieren, volgens Descartes.
Tot zover Rivas.

     

Het zou zo kunnen zijn dat dieren samen vallen met hun lichaam, maar dat dieren gevoelens hebben, daar twijfelen tegenwoordig nog maar weinigen aan.
Eckhart Tolle: “The animals are at a level prior to thinking. They haven’t lost themselves in thought. We rise above thinking and then we meet them again, where we’re both in no-thought. There’s a deep connection.

Eckhart Tolle stelt dat de “ontwakende mens” niet meer samenvalt met zijn denken of voelen, maar als het ware een (toe)schouwer is van zijn interne processen. Als toeschouwer realiseert de mens zich ook dat hij verbonden is met al wat leeft en daarmee ook met dieren."

 

Frits van Haeften schrijft in “Spiritualiteit, vrijheid en engagement” over (toe)schouwen het volgende:

Contemplatie
Eerbied brengt ons bij de tweede voorwaarde van spiritualiteit, een houding die contemplatief genoemd mag worden en waar het schouwen in is vervat. Er is dan inderdaad sprake van eerbied: alles wat er is, beleven als in een tempel waar alles onderling met elkaar samenhangt. In die zienswijze wordt de microkosmos van de menselijke waarneming tot een holografisch fragment waarin de hele macrokosmos terug te vinden is.
Contemplatie kan de vorm aannemen van een bepaalde staat van bewustzijn, of beter gezegd: bewust zijn. Een vorm van waken zonder omschreven belevingsinhouden, een verkeren in een toestand van iets gewaar te zijn zonder meer. Vanuit dat “gewaarzijn” kan zich een contemplatieve fase van waarnemen ontwikkelen, die aan het ego onthecht is en een alomvattend of kosmisch karakter kan krijgen.
Contemplatieve spiritualiteit is meer dan een programma voor kloosterlingen, voer voor filosofen, of een hobby voor zonderlingen. Bij ieder van ons drukt spiritualiteit zich uit in persoonlijke aanwezigheidsrelaties die de dingmatige verhouding met anderen en met de levende natuur vervangen. Dat uit zich in het besef van de doordringing van eeuwigheid in het hier en nu, het ondervinden van een wezenlijke samenhang achter de gewone empirie. Dat brengt met zich mee de eerbied voor het leven, zoals Albert Schweitzer die voor ogen had. Een schroomvallige betrokkenheid bij het leven en de dingen om ons, bij een wereld die niet meer tegenover, maar met ons is.
Tot zover van Haeften.

Met andere woorden: door bij herhaling het (toe)schouwen te beoefenen, groeit het bewust zijn. En dat leidt tot respect.

     

Intern respect en bewustwording

Interne bevrijding en bewustwording zijn onderdelen van een proces waarin de mens niet meer wil samenvallen met zijn ratio en gevoelens. Dat wil zeggen hij heeft nog wel gedachten, gevoelens en emoties, maar hij identificeert zich daar niet meer mee door zijn ego er niet meer mee te verbinden. De mens wordt als het ware toeschouwer van de processen in zichzelf. Hiermee schept hij ruimte en stilte in zichzelf. De menselijke schepper is zich tevens bewust van zijn verbinding met anderen en al het leven in het universum. Hij vormt daarmee een eenheid en gedraagt zich vervolgens respectvol, dat wil zeggen hij respecteert de integriteit van alle levende wezens.
Respect is de combinatie van tegelijkertijd betrokken (verbonden) zijn en afstand houden. Intern respect is het bewustzijn van de universele verbinding met de ander (mens en dier) en de vrijheid die er is ten opzichte van de interne processen.

Wat merken dieren van de innerlijke bevrijding van mensen?

Mededogen met dieren betekent dat mensen zichzelf toestaan om emoties te voelen wanneer zij zich af en toe een voorstelling maken van het lot van dieren. Het is niet de bedoeling gebukt te gaan onder medelijden, maar iemand die zijn medelijden onderdrukt, remt zijn persoonlijke ontwikkeling af. Belangrijk is dat mensen dieren zo min mogelijk in een afhankelijke positie brengen en houden; dat mensen minder onverschillig worden over het lot van dieren en dat men zich er actief van probeert bewust te worden hoe het lot van dieren kan worden verbeterd. Dit bij voorkeur door minder vlees te eten en zeker geen vlees afkomstig uit de bio-industrie. Ook het motief dat mensen geen huisdieren willen (opsluiten), al was het omdat zij zich niet willen vastleggen op de verzorging, is een goede ontwikkeling. In dit geval, en vele andere voorbeelden van de relatie tussen ons gedrag en de gevolgen voor dieren, is iets laten beter dan iets doen.