Wat is er mis om bij het leed van dieren emotioneel te worden? Is het leed van dieren minderwaardig aan het leed dat mensen in hun plaats zouden voelen? Dierenleed is volkomen onnodig, omdat wij volwassenen helemaal geen zuivel en vlees nodig hebben voor een gezonde maaltijd en zeker niet in de overmatige hoeveelheden die wij mensen tegenwoordig consumeren.

Zijn dieren onze gelijke?
In zijn boek Dierenbevrijding wijdt Peter Singer vele pagina's aan voorbeelden die laten zien dat dieren gelijk zijn aan mensen en daarom ook rechten hebben. Op Animal Freedom zeggen we dat dieren a priori al rechten hebben en dat daarvoor niet eerst bewezen hoeft te worden dat dieren die verdienen. Overigens vertellen we erbij dat dierenrechten eigenlijk mensenrechten zijn, bedoeld voor mensen om andere mensen op hun gedrag tegenover dieren aan te kunnen spreken.
Sommige "huisdierbezitters" (een term overigens waaruit weinig gelijkheid tussen mens en dier spreekt) behandelen hun dieren als gelijke. In emotioneel opzicht zijn hun huisdieren voor hun van gelijke waarde. Daar is op zich weinig mis mee zolang deze mensen de dieren maar de gelegenheid geven om natuurlijk gedrag te vertonen.

  Sommigen hebben er alle belang bij om het dier een lagere plaats (status) te geven. Deze mensen doen dingen of hebben dingen gedaan die dieren benadelen. Bijvoorbeeld door bio-industrievlees te eten of door hun huisdier door een dierenarts te laten inslapen om behandelkosten te besparen. Zij rechtvaardigen hun gedrag dan door zichzelf voor te houden dat een dier nu eenmaal geen mens is en een lagere rangorde inneemt. Deze neiging tot rechtvaardiging zit als het ware in de menselijke genen: overwinnaars behandelen verliezers als slaven, blanken zwarten insgelijks, mannen voelden zich superieur aan vrouwen. Het zit ook weer niet zo verankerd in de genen dat we onze neiging niet af kunnen leren. Beschaving is te leren en behelst ondermeer het accepteren en behandelen van anderen als gelijken. Het vereist nog meer innerlijke groei om dieren als gelijke te behandelen en toch hun vrijheid te respecteren.
Dieren als gelijke behandelen betekent ook je eigen emoties ten aanzien van dieren serieus nemen. Je kunt van dieren houden en je kunt medeleven hebben met dieren uit de bio-industrie. Er is geen enkele reden om je ervoor te schamen, sterker nog: wanneer je geen medeleven voelt, zou je je moeten schamen. Het is namelijk een teken dat je uit een misplaatst superioriteitsgevoel het gevoel van medeleven wegdrukt of uitschakelt.
     
     

Compassie is de hoogste vorm van liefde

Osho stelt: "De laagste vorm van liefde is seks - die is lichamelijk - en de meest verfijnde vorm van liefde is compassie. Seks staat lager dan liefde, compassie staat hoger dan liefde; liefde zit er precies tussenin". Dit speelt met name tussen mensen.
Wanneer mensen zich geestelijk ontwikkelen, komt er steeds meer ruimte voor compassie. Veel dieren, met name de dieren die door de mens gebruikt of bedreigd worden, hebben die compassie nodig.

 
Wat te denken bij medeleven, mededogen, barmhartigheid, lankmoedigheid, meeleven, sympathie, compassie enz. ?
     
Erno Erkens over het boek Een waardig bestaan van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum: "Wie medelijden voor dieren voelt, haalt zijn hand over zijn hart en doet eens wat aardigs voor die zielige dieren. Dat is heel mooi. Maar het is ook vrijblijvend. Zou je een mensenrecht afhankelijk willen maken van de compassie van je buurman? Liever niet. Nee, veiligheid en welzijn horen niet afhankelijk te zijn van de barmhartigheid van een ander. Dat principe geldt voor mensen, en dat hoort ook voor dieren op te gaan. Als dieren rechten hebben, dan kan dat niet afhankelijk zijn van onze toevallige barmhartigheid, lankmoedigheid, meeleven, sympathie et cetera. Een recht is een recht. Zoiets zetten we in een boek, en dan is het een afdwingbaar."
   

Het kwetsen van zedelijke gevoelens als basis voor dierenrechten

Ex-hoogleraar Dierenrechten Dirk Boon beschrijft in zijn proefschrift de geschiedenis van het denken over dierenrechten. Met name het gebrek aan handhaving is zijn zorg. Hij schrijft:

De wettelijke bescherming van dieren gaat terug naar het Wetboek van strafrecht dat in 1886 is ingevoerd. Daarin was een bepaling opgenomen die luidde `Het mishandelen van een dier wordt bestraft met … ‘ en dan volgde een strafmaat.
Bij de totstandkoming van deze strafbepaling moest de staatscommissie die verantwoordelijk was voor het wetboek zich afvragen welk recht zou moeten staan tegenover de plicht om dieren niet te mishandelen. Als uitgangspunt was gekozen een algemene rechtsplicht die aan alle rechtsgenoten was opgelegd om dieren niet te mishandelen. Daar tegenover diende een recht te staan, waarbij het voor de hand had gelegen om tegenover de plicht om dieren niet te mishandelen het recht van dieren te stellen om niet mishandeld te worden. Daar heeft men lang mee geworsteld en het merendeel van de commissieleden vond dat veel te ver gaan. Men heeft er toen voor gekozen om tegenover de plicht om dieren niet te mishandelen het recht van mensen te stellen om niet in de zedelijke gevoelens te worden gekwetst indien kennis werd genomen van een daad van wrede behandeling of van ernstige verwaarlozing van dieren. Met andere woorden, feitelijk kon er pas sprake zijn van strafbare dierenmishandeling indien vaststond  dat de zedelijke gevoelens van mensen waren gekwetst. Het recht op deze wijze geformuleerd als keerzijde van de rechtsplicht is in de praktijk onuitvoerbaar gebleken. Rechters hebben zich bij het vormen van hun rechtsoordeel zelden of nooit afgevraagd of de zedelijke gevoelens waren geschonden. Het beginsel verdween in de vergetelheid.

Tot zover Boon.

De intensieve veehouderij heeft van deze aanbeveling handig gebruik gemaakt door de dieren op te sluiten in gesloten stallen. Niemand kan nu zelf zien hoe dieren worden behandeld en aldus gekwetst te worden. Deze beslotenheid kwam ook goed uit in verband met kostenbesparing en het voorkomen van insleep van besmettelijke ziektes.

Uit het oog uit het hart .........

     
Hoe om te gaan met onverschilligheid van anderen?

Wanneer je ziet hoeveel mensen onverschillig staan tegenover het lot van mensen en dieren dan kun je daar moedeloos van worden. Het is de kunst om je daarvan niets aan te trekken, maar je eigen plan te trekken en vertrouwen te houden dat mensen zullen volgen als voldoende mensen het goede voorbeeld geven.
Daarop vertrouwen gaat gemakkelijker wanneer je je realiseert waar die onverschilligheid van anderen vandaan komt en inziet waarom je je daaraan geen voorbeeld zou moeten nemen. Belangrijk is ook om niet geblokkeerd te raken door je te identificeren met dieren of mensen die lijden.
Het is de kunst om mededogen te ontwikkelen in plaats van medelijden. Medelijden blokkeert het vrije functioneren. Mededogen is een staat van bewustzijn waarbij men wel betrokken is, maar niet meegetrokken wordt in de ellende van een ander. Onvoorwaardelijk en onpartijdig mededogen leidt wel tot effectief handelen, maar (vergelijkbaar met respect) blokkeert niet.

Op Animal Freedom wordt betoogd dat er drie belangrijke dimensies zijn in het leven van mensen en dieren: vrijheid, kwaliteit en liefde. Je zou kunnen stellen dat in het leven van mensen, waarvan één of meer van deze drie zaken niet goed geregeld zijn, uit balans is. Verschijnselen zijn dan: anarchisme, promiscuïteit, steriliteit, afhankelijkheid, jaloezie, bandeloosheid en als meest negatieve uiting: onverschilligheid of apathie. Deze laatste toestand kenmerkt het leven van mensen die niet vrij zijn, die niet geven om kwaliteit en niet weten om te gaan met liefde geven en liefde krijgen. Dergelijke mensen missen kracht, motivatie en richting waarin zij het zoeken moeten. Het zijn tekenen van psychologische onvolwassenheid.