Het samenspel van motivatie, emotie, kennis en perceptie, omgeving en gedrag leidt er vaak toe dat een conflict van kwaad tot erger wordt. Partijen raken meer verbeten in hun strijd, ze raken sterker geëmotioneerd, hun kennisverschil wordt groter en hun percepties wijken meer van elkaar af, hun omgeving raakt meer en meer gemobiliseerd in het conflict en het gedrag wordt ruwer en ruwer.

De escalatieladder (Glasl, 1997, bron NPI-Zeist) laat zien dat in de verschillende stappen van escalatie in een conflict partijen verschillende gedragingen kunnen vertonen. Interessant is dat die gedragingen zich in 3 fasen ontwikkelen, waarbij de overgang naar iedere fase het overschrijden van een drempel betekent. Partijen zijn zich er dan van bewust dat er iets verandert.

Fase 1

1
discussies verharden 2  Sea Shepherd
impasse intellectueel geweld 3
geen wederzijds begrip geen woorden maar daden
superioriteits gevoel; non-verbale communicatie
afschermen polarisatie prestige zaak
stijl van het debat niet terug op ingenomen standpunt
coöperatief oplossen van conflicten scoren inlevings vermogen neemt af
hulpvorming oproepen irritaties niet samen verantwoordelijk
selectieve aandacht lachers op de hand oplossing uitschakelen
win-win

 

Fase 2

  politiek AID
Productschap voor vlees en eieren rechtse media
4 kippenbond
stereo-type karikaturen 5 varkensbond
uitbreiding conflict aanval en gezichtsverlies 6
behoefte aan sympathie vuil spel dreiging
mensen aan je kant krijgen ontmaskeren paniek reacties
coalities elkaar dood verklaren sancties
zwart-wit beeld immoreel gedrag stress
winnen-verliezen

Fase 3

van kwaad
tot
erger
illegaal verzet tegen het BPRC
7 dieren bevrijdings front
object / vijand beeld 8 Volkert
geweld systematische vernietiging 9
de ander schaden de ander versplinteren samen in de afgrond
alles of niets

Opvallend is dat veel organisaties ontbreken in en op de ladder. Dat is natuurlijk in de eerste plaats een goede zaak. Toch kan een organisatie bijdragen aan de escalatie wanneer zij zich onttrekt aan het verzetten tegen een bepaalde misstand. Een duidelijk voorbeeld zijn die hobbydierhouders die kritiekloos hebben meegewerkt aan de ruimingen van pluimvee. Door aan de rigoreuze en ingrijpende maatregel van de overheid mee te werken, droegen zij bij aan een legitimatie van een moreel falend overheidsbeleid.

De intensieve veehouderij is op de escalatieladder al jaren afgegleden naar een positie die aangemerkt kan worden als een ram(p)koers. De sector luistert niet (meer) naar kritische geluiden uit de samenleving en gaat domweg haar eigen gang. De kritische consument zou haar kunnen corrigeren maar is geen collectief en als individu weinig effectief, bovendien woont de afnemer voor het leeuwendeel in het buitenland. "Wat niet weet, wat niet deert".

Moeilijker in te passen zijn grote organisaties als de kerken, de landelijke Dierenbescherming, de Sophiavereeniging. Deze organisaties zouden zich wel willen verzetten, doen dat ook in naam en soms een beetje in daad, maar voelen zich vaak gebonden omdat zij hun leden of donateurs niet willen verliezen.

Heel duidelijk actief in verzet gaan Wakker Dier, CIWF, EDEV, Bontvoordieren en Proefdiervrij. Zij proberen uiteraard zoveel mogelijk buiten een escalatie te blijven. De Bonden van vegetariŽrs of veganisten zoeken het in eerste instantie in het aanbieden van alternatieven. Zij geven het goede voorbeeld.

Voor het overige zijn er nog instanties aan te wijzen die wel een rol spelen in het ontstaan of duren van conflicten maar wier rol onduidelijk is. Voorbeelden zijn: dierenartsen, KNJV, de inkoopafdelingen van supermarktconcerns, consumenten(bonden), e.d..

Een positieve draai aan een escalatie van een conflict kan een organisatie geven wanneer men duidelijkheid schept in de grenzen van het handelen. Visie, transparantie en gedragsregels en -codes e.d. maken duidelijk wat moet worden gedaan of nagelaten om conflicten te voorkomen.

Zie ook de site Leren.nl over sociale vaardigheden en hoe je anderen kunt aanspreken op lastig of ongewenst gedrag.