Veel mensen zijn opgegroeid in een soort emotioneel tekort. Dit tekort houdt in dat zij als kind door hun ouders en opvoeders in een vorm van onzekerheid zijn gehouden of zij wel onvoorwaardelijk geaccepteerd worden. Deze onvoorwaardelijke acceptatie krijgen ze wel van hun afhankelijke en trouwe huisdier.
De kopjes van de kat, het enthousiaste kwispelen van de hond worden opgevat als waardering. Het lijkt erop dat ze blij zijn dat het baasje weer thuis is. En dat is ook zo, want de thuiskomst betekent eten en aandacht. Twee zaken waarop ze zelf nauwelijks invloed hebben, daarin zijn ze afhankelijk gemaakt en gehouden.
Emotioneel verwaarloosde mensen zijn vaak gefixeerd op de betuigingen van aanhankelijkheid. Deze fixatie wordt nog eens wrang gesymboliseerd door de beloning die het dier voor haar open houding tegenover de mens heeft: zij wordt opgesloten in een hok of andere kleine ruimte. Stel je voor dat het wegloopt! In deze gevangenis is het dier beschikbaar voor het baasje tot de dood hun scheidt. In deze pathetische woorden ligt de parallel besloten met de menselijke relatie. De baasjes missen iets wat ze via het huisdier willen terughalen.
  Deze site ontmoedigt het houden van huisdieren om de verkeerde redenen, maar er zijn ook goede redenen om te kiezen voor een huisdier, bijvoorbeeld voor die dieren die een opvang nodig hebben. Mensen die emotionele compensatie zoeken bij dieren voor wat zij bij mensen niet kunnen vinden doen er beter aan om geen huisdier te nemen. Voor dieren is de menselijke behoefte aan gehechtheid heel wat minder gewenst. In de dierenwereld is er wel trouw tussen dieren onderling, maar een afhankelijkheidsrelaties tussen dieren is er alleen tussen ouderdieren en jongen. Dat lijkt misschien een gebrek van dieren in vermogen om lief te hebben, maar is eigenlijk een groot goed. Afhankelijkheid tussen volwassen dieren zou duiden op gebrek aan vrijheid. En vrijheid is juist een kenmerk van de vrije natuur. Ware dierenliefde is dan ook het dier loslaten.
Waarbij opgemerkt moet worden dat de hier bedoelde vrijheid een andere is dan het loslaten van nertsen door dierenbevrijders. Loslaten van dieren betekent dat je ze niet als huisdier neemt om als substituut voor liefde te vormen of wanneer je ze zat bent om ze dan los te laten in een ongeschikt leefgebied (biotoop).
     
Een vreemde eend in onze verhouding met dieren is de hengelaar. In de hengel"sport" wordt een vis verleid om te bijten. Het is een vorm van jagen die vele parallellen heeft met de plezierjacht en de jacht op een losse partner.
Met de hengel, een soort verlengde penis, zitten de mannen te wachten langs de kant tot de vis toehapt op hun verleidelijke hapje. Het dier wordt aan de haak geslagen, opgehaald, soms even bewonderd en bemeten en na korte tijd weer losgelaten. Als het ware steeds wisselende contacten aan de waterkant. En na het vissen maar opscheppen tegen anderen hoe groot hij wel was en hoeveel strijd het was om het binnen te halen.
  Wij mensen zouden ons dat beter moeten realiseren. Zit een dier wel te wachten op de situatie waarin wij ze brengen? Dat wil zeggen als huisdier opgesloten te wachten tot het moment dat wij ze aandacht geven of vragen ons aandacht te geven?
Het is erg onwaarschijnlijk dat als een dier echt de vrije keus zou hebben gehad dat zij dan huisdier zou worden.
Wij mensen zouden de dierenwereld een grote dienst bewijzen als we zouden stoppen dieren te consumeren als huisdier, als vorm van ontspanning en via sport.
Gelukkig wijst driekwart van de Nederlanders de hengelsport af. Vissen is Nietindehaak.
     
Ook de hengelaar is iemand die niet los gekomen is van de wens tot bevestiging. Hij vist naar complimentjes. Had hij vroeger wel genoeg liefde en aandacht gehad dan had hij het niet nodig om iedere keer weer te ervaren of de vissen wilden bijten. Het is niet voor niets dat deze bezigheid voornamelijk wordt verricht door kwajongens en saaie oude mannen. Precies die categorie die het bij vrouwen slecht doet.
Moeders spelen in deze echter een dubbele rol. Zij haten het als zij door mannen gebruikt worden en dat mannen vissen. Toch zien ze liever dat de man zijn tijd langs de waterkant doorbrengt en zijn energie op vissen richt dan achter de vrouwen of bakvissen aangaat.
  Het gaat allemaal om macht en het ego. De samenleving maakt ons ego en wil ons wijs maken dat dit ego echt en machtig is, maar we twijfelen en zoeken naar bevestiging. Anderen, ook dieren, geven deze bevestiging, omdat zij ons aan het lijntje willen houden en willen doen geloven dat we waarlijk succes hebben. Dat we een ware machtspositie in de maatschappij hebben, op de thuisbasis en over vrouwlief.
Maar zeker weten we het niet, we willen zelfbevestiging en daarom zoeken velen het in de ongelijke strijd met een weerloos (klein) dier.