Kost fatsoenlijk boeren te veel geld? Dan versoepelt het ministerie toch gewoon het beleid?
  1. Over schuiven met Minasnormen
  2. EU-Hof veroordeelt Nederlands mestbeleid
  3. Water wordt nauwelijks schoner door een bufferzone tussen weide en beek

Over Minasnormen en fosfaatwaarden.

Nadat het Nederlandse milieu jarenlang verziekt is door het mestoverschot leek de MINAS-wetgeving eindelijk langzaam maar zeker het tij te gaan keren. De MINAS-wetgeving houdt in dat boeren een goede administratie bij houden van wat zij aan mineralen in het milieu brengen en via de oogst en veevoeder er weer aan onttrekken. Door de verliesnormen jaarlijks wat aan te scherpen kan het milieu langzaam uit het mestmoeras worden getrokken.
Dit beleid kost de varkens- en kippenhouders steeds meer geld. Dit komt met name omdat deze intensieve veehouders meestal te weinig eigen land hebben om veevoer op te verbouwen en mest op uit te rijden. De afvoer van mest gaat hen jaarlijks meer geld kosten. Dit gecombineerd met lage verdiensten uit de opbrengst van varkensvlees en eieren maakt het steeds onrendabeler om door te gaan.
Dat treft, zou je zeggen, want we hebben in Nederland reeds een onverantwoorde overproductie in deze sector. Omdat deze overproductie gericht is op afzet op de buitenlandse markt en in het binnenland een sterke aanslag doet op dierenwelzijn en het milieu zijn de meeste Nederlanders deze sector liever kwijt dan rijk.
Zo niet minister Veerman van LNV. Hij prefereert uw en zijn kop in het vervuilde zand te steken. Immers ook aan uitbuiting is geld te verdienen en geld verdienen staat blijkbaar voor deze regering boven alle normen en waarden.
In het beleid worden de slechte vooruitzichten voor deze sector aangeduid als negatieve sociaal economische gevolgen. Alsof er ooit een regering er van weerhouden is om een ongewenste sector af te bouwen omdat de getroffen gezinnen dan naar ander werk zouden moeten omzien. Mogelijk zijn varkens- en kippenhouders niet slim, maar om nu te suggereren dat zij te dom zijn om ander, fatsoenlijker werk te zoeken doet deze mensen onrecht aan.
"Eerst het zuur, dan het zoet", maar een verzuurd milieu levert geen gezond drink- en zwemwater meer. En: "zachte heelmeesters maken stinke wonden", in deze context: een zachte regelgeving (gedogen) maakt een stinkend milieu.

Wat is de situatie? Doordat in het verleden lange tijd te veel mest in het milieu is gebracht is de bodem en het grondwater verzadigd met fosfaat en nitraat. Ondanks dat tegenwoordig minder in het milieu gebracht wordt, blijft de hoeveelheid van deze ongewenste stoffen nog decennia te hoog voor een gezonde ecologie. De waarden in het grondwater zijn voor aanzienlijke delen in het land nog 2 keer de toegestane norm. De concentratie zuur, stikstof en fosfaat in de bodem in Nederland is momenteel het hoogste in Europa.

In een RIVM rapport uit maart 2002 "Minas en milieu. Balans en verkenning" staat te lezen: "Bij verdergaande aanscherpingen na 2003 zullen de kosten voor de landbouw bij de huidige stand van kennis en techniek meer dan proportioneel stijgen. Verdere aanscherping van de fosfaatverliesnorm naar 0-1 kg per ha zal volledig voor rekening van de intensieve veehouderij komen en daar uiteindelijk leiden tot een krimp van ca. 30%, overeenkomend met een verlies van 1 miljard euro toegevoegde waarde in het agrocomplex en een mogelijk verlies van globaal 20.000 arbeidsplaatsen."
Tot zover het rapport. Let wel: de "toegevoegde waarde" van de intensieve veehouderij waarop hier wordt gedoeld zijn geen kosten, maar niet verdiend bloedgeld.
Het is duidelijk dat deze boodschap bij de nieuwe regering niet welkom is. Normen en waarden o.k., maar het mag geen miljard omzet schelen. Minister Veerman stelt daarom doodleuk voor om de afgesproken aanscherping van de fosfaat- en stikstofnormen in 2003 maar niet meer door te laten gaan.

De verliesnormen voor droge zandgronden per hectare liggen voor 2003 op 160 kilo voor grasland en 80 kilo voor bouwland. Voor 2004 is dit 140 respectievelijk 60 kilo. De normen overige en matig droge zandgronden (grondwatertrap VI) blijven gehandhaafd.

Het RIVM-rapport besluit de samenvatting met:
"Het verdient aanbeveling om bij de beleidsmatige afweging de sociaal-economische kosten en de ecologische baten te beoordelen met het oog op de langere termijn. De puur landbouweconomische mogelijkheden staan onder druk van het toekomstige EG-landbouwbeleid, inclusief de uitbreiding met Oost-Europese lidstaten. Ook de milieudoelstellingen beperken de economische (uitbreidings)mogelijkheden, maar vergemakkelijken de inpassing en rol van de landbouw binnen natuur en groene ruimte".

Voor de goede verstaander, hier staat klip en klaar "we moeten de intensieve veehouderij toch kwijt in de toekomst en de verminderde milieudruk komt ons om andere redenen ook goed uit".
Laten we de intensieve veehouderij krimpen (liefst tot nul) en veehouders stimuleren om zich te gedragen als verantwoorde hoeders van een ecologisch gezonde manier van omgaan met de natuur. Er wordt dan in Nederland minder vee onder betere welzijnsomstandigheden gehouden. Het niet meer gedogen van de bio-industrie is een bijdrage aan het hanteren van normen en waarden in de samenleving.

Het onderstaande werd 2 oktober 2003 bekend (Bron: de Boerderij)

EU-Hof veroordeelt Nederlands mestbeleid

Het Nederlands mestbeleid schiet ernstig tekort. Het Europese Hof van Justitie stelt in zijn vanochtend verschenen arrest Nederland op alle fronten in het ongelijk.
De langverwachte uitspraak van de Europese rechters heeft tot gevolg dat Nederland gebruiksnormen moet invoeren voor mest en kunstmest. De Europese Commissie had Nederland aangeklaagd omdat Minas, de verliesnormen en de heffingen niet passen in de voorschiften van de Nitraatrichtlijn.
Het Hof vindt die klacht gegrond. Dit instrumentarium kan niet garanderen uitspoeling wordt voorkomen. Sterker nog, het hanteren van verliesnormen bevestigt dat uitspoeling acceptabel is. De richtlijn schrijft gebruiksnormen voor, dus moet Nederland die invoeren.
Ook op details van het beleid wordt Nederland veroordeeld. Zo zijn er geen of onvoldoende voorschriften voor:

  • opslagcapaciteit van mest;
  • het uitrijden op hellingen en langs waterlopen;
  • een aanwendperiode van kunstmest;
  • de stikstoffixatie door vlinderbloemigen;
  • de mineralisatie van stikstof uit organische stof.

Het doet er voor het Hof niet toe dat Nederland inmiddels wel maatregelen heeft genomen of aangekondigd. Ze hadden van kracht moeten zijn in de periode waarin ze door de Nitraatrichtlijn werden voorgeschreven. Zo rekent het Hof Nederland aan dat het de uitspoelingsgevoelige zandgronden te laat heeft aangewezen.
De uitspraak is niet verrassend. Het Hof volgt de conclusies die zijn advocaat-generaal al in november 2002 presenteerde.
Het arrest dwingt Nederland zijn mestmaatregelen aan te passen aan de wensen van de Europese Commissie. Daarover was al overleg gaande met EU-milieucommissaris WallstrŲm.

Het bufferland buffert niet
Tussen landbouw- en natuurgebieden worden vaak bufferstroken ingericht om het vervuilde grondwater te spoelen. Ze halen weinig uit, blijkt uit nieuw onderzoek. Door Marieke Aarden in de Wetenschapsbijlage van de Volkskrant 22-11-2003
De discussie over de effectiviteit van het natuur- en milieubeleid is weer opgelaaid. Wordt het geld besteed aan zinvolle maatregelen en is het milieu-rendement aan de maat, vroeg onlangs de staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel zich af. Aan de lijst ernstige twijfelgevallen kan een nieuw worden toegevoegd.
Bufferzones zijn stroken land tussen landbouw en natuurgebieden. Ze moeten vervuiling tegengaan, maar lijken te vallen in de categorie weinig zinvol besteed geld. Buffers langs beken die naast intensieve-landbouwgronden liggen, bufferen weinig, wijst onderzoek door ir Mariet Hefting van de Universiteit Utrecht uit. Hefting promoveert op 24 november 2003. De Wageningse onderzoeker ir Hans van Dobben van Alterra komt met eenzelfde conclusie.
Tussen landbouw- en natuurgebieden ontstaan problemen omdat koeienstront veel stikstof bevat. De dieren krijgen namelijk voer met een hoog stikstofgehalte om snel te groeien. Die hoge stikstofniveaus kunnen de gewassen als aardappelen, uien, maÔs en bieten niet opnemen en daardoor verdwijnt veel stikstof in het grondwater, waar de stikstofmoleculen worden omgezet in nitraat.
Dit water stroomt naar de beek, die daardoor vervuilt. Door het grondwater nu door een bufferstrook te leiden, kan het onderweg worden ontdaan van nitraat zodat het water schoon de beek in stroomt.
Van Amerika tot Japan zijn ecologen dol op het aanleggen van zulke bufferzones. Meestal met het doel de waterkwaliteit te verbeteren, soms om de luchtvervuiling te verminderen en ook wel om afstand te scheppen tussen een woonwijk en een lawaaiÔg industrieterrein.
In Nederland wordt een bufferzone vaak gebruikt om de nitraatuitspoeling uit de landbouw enigszins te dempen. Maar de nitraatconcentraties in het grondwater zijn zo hoog (tweehonderd milligram per liter water in Nederland, tegen bijvoorbeeld nul milligram in Polen) dat daar geen bufferzone tegenop kan.
Ook onderzoeker Van Dobben van Alterra ontkent niet dat het `gepruts in de marge is', zo lang de ware oorzaak niet wordt aangepakt. Dat is een tť grote veestapel en tť stikstofrijk voer.
Bufferzones werken niet zoals aanvankelijk werd gedacht, ontdekte Hefting. Het water verliet wel schoner de bufferzone, maar in de diepere ondergrond had het nitraat zich vermengd met het schone grondwater. Het reinigend vermogen van de bufferzone werd dus grotelijks overschat.
Er is nog een ander probleem. Een belangrijk deel van de stikstofstroom wordt weggevangen door de-nitrificerende bacteriŽn in de boden. Deze bacteriŽn zetten de nitraat om in stikstofgas. Omdat de lucht al voor 80 procent uit stikstofgas bestaat, is dit een prima oplossing.
Maar dit proces heeft ook zijn keerzijde. Bij extreem hoge nitraatconcentraties in het grondwater worden de bacteriŽn nogal lui. Ze maken hun werk niet af en er komt een ander gas vrij, lachgas.
Lachgas is een broeikasgas en slaat gaten in de ozonlaag. In staatssecretaris Van Geels milieubeleid wordt lachgas als een zwaar probleem aangemerkt. Ook om die reden is de bufferzone verschuiving van een milieuprobleem van het ene compartiment naar het andere: van de bodem naar de lucht.
Een ander onderzoek van Hans van Dobben naar bufferzones om de ecologische hoofdstructuur veilig te stellen, wijst al evenmin op succes. `Het is veel slimmer om een boer die in het diepste putje van een natuurgebied zijn bedrijf heeft, uit te kopen. Juist in dit putje bezinkt veel vervuiling, die uitspoelt naar de omgeving. Als zo'n bedrijf wordt opgedoekt, is het effect ervan groot.'
De uitkomsten van dit onderzoek lijkt koren op de molen van het CDA, dat weinig voelt voor bufferzones in landbouwregio's, omdat die de bedrijfsvoering van boeren beperken. Hier wordt de bufferzone ook vaak gebruikt om de verzuring via de lucht door de ammoniakuitstoot uit de mest te dempen.
De meeste planten kunnen die ammoniakvracht niet aan en verpieteren of maken plaats voor heel algemene soorten als brandnetels. Een bufferzone van 250 meter tussen een varkensstal en kwetsbare natuur moet het ammoniakeffect verminderen.
Het onderzoek door Van Dobben leert dat in Brabant een bufferzone van een kilometer nodig is om te voorkomen dat de ammoniak de natuur om zeep helpt. Dat komt omdat er door de jarenlange intensieve veehouderij permanent een zeer hoge concentratie ammoniak in de lucht hangt.
`Een bufferzone van een kilometer is natuurlijk niet haalbaar in een land waar om elke hectare grond gestreden wordt', zegt Van Dobben. Dus is het zaak de vervuilingsbron aan te pakken.
Dat is precies wat de Europese Commissie Nederland opdraagt. Nederlandse boeren moeten zich aan de Europese norm houden: maximaal 170 kilo stikstof per hectare. Met 250 kilo per hectare zit de Nederlandse landbouw daar ver boven, wat zal leiden tot een forse boete als minister Veerman van Landbouw niet bijstuurt.
Hoewel Hefting kritisch is over de bufferzones, wil ze deze stroken ook niet kwijt. `Als de nitraatconcentraties niet te hoog zijn, prevaleert het milieuvoordeel. Vaak liggen er al stroken bos of bloemrijk grasland tussen natuur en landbouwgebieden. Die moet je natuurlijk gewoon in stand houden en niet opgeven.'