Moslims eten alleen vlees van dieren die ritueel geslacht zijn, zodat het bloed is weggestroomd. Het zou mooi zijn als deze dieren voor de slacht bedwelmd zouden worden, want bij een rituele slacht duurt het sterven langer dan een gewone slacht. Bij de rituele slacht wordt de halsslagader doorgesneden, waarna het dier doodbloedt. Het duurt 10 tot 20 seconden voordat de hersendood van het dier intreedt wegens zuurstoftekort.
Bij de gewone slacht werkt men met een schietmasker. Bij gebruik van een schietmasker worden door het binnendringen van een stalen pen de grote hersenen beschadigd en daarmee het zenuwstelsel. Het deel van de hersenen dat de hartslag regelt wordt niet geraakt. Elk op die manier bedwelmd dier heeft vanaf dat moment een zwaar hersenletsel en is absoluut NIET dood, sterker nog dat is helemaal niet gewenst. Want als het dier daarmee gedood zou zijn kon het niet leegbloeden omdat het hart niet pompt. Wanneer na het bedwelmen het dier de halsslagaders niet doorgesneden worden kan het dier, weliswaar als een plantje, verder leven.
  Het Besluit Doden van Dieren in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren schrijft voor dat slachtdieren vanaf het begin van de eerste slachthandeling onmiddellijk dood of bewusteloos dienen te zijn.
Volgens de islamitische voorschriften is het belangrijk dat de bedwelming van een dier omkeerbaar (reversibel) is, omdat het dier niet dood mag zijn voor het wordt geslacht. Het dier moet bovendien uitwendig gaaf zijn. Sommige imams achten bedwelming toelaatbaar, anderen vinden het een bezwaar.
Bedwelming kan via een elektrische schok, die wel voldoende sterk moet zijn. Soms is dat niet het geval, zodat het dier maar half verdoofd is (zie video). Wanneer na het toedienen van de stroomstoot niet de halsslagader wordt doorgesneden komt het dier weer bij bewustzijn.
Als dieren niet bedwelmd worden moet er een ambtenaar bij zijn van de Rijkskeuringsdienst voor Vee en Vlees. Deze aanwezigheid moet worden betaald en wordt in de prijs van het vlees doorberekend. Daarom is het vlees van bedwelmde dieren goedkoper dan van onbedwelmde dieren, dus het bedwelmen kan geen economisch bezwaar zijn.
     
Jaarlijks vieren in Nederland 700.000 moslims met een offerfeest het einde van de hadj (de pelgrimage naar Mekka). Dit is een dag waarop zij 1 of meer dieren offeren. Het offerfeest refereert aan het Bijbelse verhaal van Ibrahim (Abraham) en Ismael. Ibrahim kon geen kinderen krijgen en God (Allah) beloofde hem een zoon, die hij kreeg. Later stelde God Ibrahim op de proef door hem op te dragen om zijn zoon te offeren. Vlak voor Ibrahim overging tot het doden van zijn zoon, zei de engel Gabriël dat hij in plaats van zijn zoon een schaap moest offeren.
Uit dankbaarheid dat Allah een mens had gespaard offeren moslims jaarlijks een of meer schapen. Eenderde van het vlees wordt weggegeven aan de armen. Omdat geen enkele moslim gierig wil lijken worden er als een soort statussymbool meer dieren geofferd dan nodig is, waardoor het feest meer en meer op een barbecueparty gaat lijken (Trouw 17-03-2000). Sommige rijke Turken laten wel 100 schapen slachten! Anderen lenen geld om een schaap te kopen om niet armlastig te lijken.
 

Gelukkig gaan er in de islamitische gemeenschap stemmen op om geld in plaats van dieren te offeren. Het slachten is namelijk niet een voorschrift (farz), maar een gewoonte (sünnet). Het zou een goede zaak zijn als de Nederlandse regering erop aan zou dringen om het dierenleed te beperken door naar alternatieven voor de slacht te zoeken. Indien de moslims toch ritueel willen slachten, dan liever een bedwelmd dier. Het zou nog mooier zijn als de moslims zouden afzien van het offeren van dieren. Dat kost minder dierenleed en minder geld en levert de moslims een onbetaalbare goodwill op. Offeren berust op bijgeloof en heeft niets met werkelijke religie of spiritualiteit te maken.

Zie ook "het dier in de Joodse theologie" en stichting Nationale Halalkeur.

Het contactblad Relatie Mens en Dier schrijft regelmatig over misstanden bij ritueel slachten.

     
 

In 2010 zijn er in Nederland 34 slachthuizen die samen ruim 1 miljoen dieren onverdoofd slachten. Het gaat om een half miljoen schapen, 300.000 runderen en 100.000 geiten.

Ritueel slachten is in de meeste Europese landen toegestaan. Zweden is met Letland een bekende uitzondering en vreemd genoeg ook een deel van Finland.