De volgende oorzaken voor dier-onvriendelijk gedrag kunnen worden gevonden (mail ons als je er meer weet):

  1. tradities, die heel oud kunnen zijn, zoals de jacht en het ritueel slachten
  2. ideologie, zoals de notie dat de mens over de dieren mag en moet heersen
  3. religie, bijvoorbeeld het Mithraisme dat jaarlijks een stier offerde en in de Romeinse tijd een geduchte concurrent was voor het Christendom, die daarop besloot de beeltenis van de stier en de duivel te vermengen. Het bloed van een stier zou zonden reinigend werken
  4. onwetendheid, al of niet opzettelijk
  5. onverschilligheid, onmacht en ontkenning
  6. hooghartigheid: een ander wezen niet als gelijke in rechten te willen en durven zien
  7. economisch gewin, al of niet tot het uiterste doorgedreven
  8. imago, "zie mij eens" sterker zijn dan dieren (circus, jacht en stierengevecht), of met opvallende huisdieren of door "mooi" willen zijn met mode, zoals het dragen van bont.

Hoe mensen omgaan met dieren heeft te maken met hun overtuigingen, waarden, kennis en het belang dat zij hebben bij het dier: financieel, sociaal en moreel.

 

Hij noemt het verstand
en gebruikt het slechts
om beestachtiger
dan ieder beest te zijn.

Goethe

Volgens de Cock Buning, hoogleraar Dierproefvraagstukken, is de status van het dier geen aangeboren grootheid, maar sociaal cultureel bepaald. De status kan worden toegekend en ontnomen. De mens en zijn cultuur bepalen hoe hoog de status is, waarbij de volgende factoren een rol spelen:

  1. een historische, culturele factor (bijvoorbeeld "de heilige koe" in India)
  2. de persoonlijke band met het dier (met een laboratoriumdier minder dan met een huisdier)
  3. de kennis die men van het dier heeft (door voorlichting kan men de status verhogen)
  4. het (geringe) aantal (zeldzaamheid, risico op uitsterven, bijvoorbeeld de Pandabeer).

 

     
Dit artikel is ook beschikbaar via printing on demand als onderdeel van een boek.