Animal Freedom roept op tot een regionaal ingestelde landbouweconomie en om de grenzen te sluiten voor de import en export van vlees en zuivel afkomstig uit de bio-industrie. Waarom willen we dat en wat zijn de gevolgen?
De oproep wordt gedaan omdat de export van vlees en zuivel de steunbeer is onder de bio-industrie die wij de wereld uit willen helpen.
In dit artikel gaan we niet in op de vraag of een exportverbod in een vrije markt is in te voeren: "kan niet" ligt op het kerkhof en "wil niet" ligt er naast, oftewel "waar een wil is, is een weg".
Wel zetten we een aantal gevolgen en de voor- en nadelen voor de bedrijfstakken varkens, koeien en pluimvee op een rij. We besluiten met een aantal randvoorwaarden waaronder veehouders in de voorgestelde situatie op een acceptabel (en soms beter) inkomen kunnen rekenen.

Wie meer wil weten over de details achter de cijfers waarmee alle berekeningen zijn gemaakt, wordt verwezen naar de links boven aan de kolommen of naar het overzicht van alle gehouden dieren in ons land.

 

Een tweede oproep is om in de landbouw alleen nog maar biologisch (nog liever ecologisch) te gaan werken. Dit levert een verbetering van het dierenwelzijn op, met name door het stoppen van de internationale transporten van levende dieren. Niet alleen levert het meer vrijheid op voor de dieren, maar ook voor de veehouders die nu in de tang worden gehouden door de veevoeder- en vleesverwerkende industrie.

Het wezen van export van dierlijke producten is dat je de kostprijs van het houden van landbouwhuisdieren zo laag mogelijk probeert te houden zodat je goedkoper produceert dan je collega's in het buitenland en hun dus weg kunt concurreren op hun eigen markt.

Deze doelstelling levert dierenleed op in eigen land en scheve ogen van veehouders in het buitenland die minder inkomen hebben. Eigenlijk is de intensieve veehouderij om deze redenen een asociale bedrijfstak, te meer omdat in eigen land en in de Derde Wereld ruimte en milieu moet wijken voor de productie.

 

De varkenshouderij
In Nederland worden drie keer zo veel varkens geproduceerd als geconsumeerd, tweederde wordt geŽxporteerd. De mestvarkens worden met antibiotica, die als groeibevorderaar werken, in vier maanden slachtrijp gemaakt.
Er worden in ons land net zoveel pluimveeproducten geïmporteerd als geconsumeerd. Daarnaast wordt een veelvoud geproduceerd en geëxporteerd.

Een productie uitsluitend voor de nationale consumptie kan worden bereikt door per bedrijf minder varkens te houden en het varken in een natuurlijk tempo te laten groeien, zoals gebruikelijk is in de biologische veehouderij. De varkens hebben dan ook meer stalruimte en een uitloop naar buiten. Deze meer extensieve wijze van varkens houden zou aan evenveel varkenshouders werk geven als nu. In de vleesverwerkende industrie kost het echter werkgelegenheid.
De biologische varkenshouder houdt gemiddeld 270 varkens met maximaal 27 varkens per hectare buiten in de wei. De totale mestproductie wordt eenderde van het huidig niveau. De invoer van veevoeder uit de derde wereld kan drastisch worden verminderd. Tegenover minder milieuvervuiling staat een groter ruimtebeslag. De oppervlakte van de provincie Utrecht is benodigd om alle varkens buiten te kunnen laten lopen. Een krimping van de varkensstapel is nodig voordat er in dit land voldoende buitenruimte beschikbaar is.

  De melkveehouderij
Runderen bereiken in ons land heel verschillende leeftijden, sommige, pas geboren stierkalfjes worden al snel geslacht, andere worden 14 maanden. Melkkoeien werden vroeger soms pas na hun laatste kalf op 15-jarige leeftijd geslacht. Onze vleesconsumptie is iets minder dan een kwart van het aantal volwassen runderen en ruwweg de helft van de varkensvleesconsumptie. De meeste volwassen runderen zijn melkkoeien, die na een jaar of 4 zijn uitgemolken en in hun korte leven 2 of 3 kalfjes hebben gekregen.
Een omzetting van de intensieve melkveehouderij naar een biologische, waarbij koeien langer en in kleinere veestapels leven (met bijvoorbeeld 35 melkkoeien en evenzoveel jongvee), kan aan lang niet evenveel melkveehouders als nu werk bieden. Omdat de melkkoe elk jaar een kalfje krijgt, zal het jongvee in principe de behoefte aan rundvleesconsumptie en de vervangingsbehoefte aan melkkoeien kunnen dekken. Met hoeveel de melkplas zal afnemen hangt af van wat er van de melk gemaakt wordt.
Wanneer de Fransen bijvoorbeeld geen kaas meer mogen exporteren naar ons land, dan kan die kaas in Nederland worden geproduceerd.
Wanneer de koeien vaker buiten worden gehouden, zoals de minister gelukkig ook wil, is weer meer weiland nodig. Tenslotte wordt de vraag naar veevoeder relatief lager omdat de productie in de biologische melkveehouderij lager is, zeker als de koeien ook nog langer leven.
     

Inkomenspositie
Het is duidelijk dat een krimp van de veestapel voor de veehouderij moet worden gecompenseerd door een hogere prijs van het product. Bij voorkeur wordt deze compensatie geboden door een gezond marktmechanisme. Een protectionistische maatregel (het sluiten van de grenzen of althans regionalisering), normaal gesproken ongewenst, is nu zowel in het belang van het dier, het milieu als de gezondheid van de consument.
Het betekent wel dat de consument meer moet betalen voor zijn vlees en zuivel. De prijs zou twee Š drie keer zo hoog moeten worden als de huidige.
De oplossing hiervoor is om minder vlees en iets meer onbespoten fruit en groente te eten. Dit is goedkoper en gezond en daarnaast ook nog eens goed voor het klimaat. Daarom hoeft een hogere vleesprijs voor de consument geen groot probleem te zijn.
Nu betalen we bovendien allemaal via de belasting de Europese subsidies om de vleesmarkt te handhaven en de nadelige gevolgen voor milieu en gezondheid op te vangen. De vervuiler betaalt niet zelf.

Door het sluiten van de grenzen voor vlees en zuivel voorkomen we al deze problemen en met het afschaffen van de diverse subsidies betekent het voor de Nederlandse boer en consument uiteindelijk winst.

 

Mestkuikenhouderij
Kuikenvlees wordt bijna evenveel gegeten als rundvlees. Net als bij de varkens geldt dat er grofweg drie keer zoveel wordt geproduceerd als in eigen land geconsumeerd. Een omzetting van intensief naar biologisch zou het aantal bedrijven kunnen handhaven op het niveau van 1230, mits de gemiddelde bezetting zou dalen tot een kwart of een derde van de populatie. Het is denkbaar dat analoog aan de melkveehouderij het vlees van overjarige, maar niet uitgeknepen leghennen zou worden gegeten in plaats van de nu speciaal gekweekte "turbo"mestkuikens. Zoals bekend worden deze arme diertjes niet ouder dan zes weken.

Misstanden tijdens internationale diertransporten
CIWF-nl heeft een film gemaakt over de export van koeien naar een ver slachthuis met EU-subsidie. Tijdens de ellenlange internationale diertransporten bezwijken vele dieren, zie deze filmrapportage.

Geld besparen
Wanneer Nederland een einde maakt aan de bio-industrie gaat dat de belastingbetaler veel geld besparen. Dat lijkt tegen de recente manier van economisch redeneren in te gaan, maar is het niet.

     
Meer lezen? Klik hier voor het onderwerp "export" in weblogs.