Toen bekend werd dat de moord op Pim Fortuyn waarschijnlijk was gepleegd door een milieu- en dierenactivist heerste in de milieubeweging alom verbijstering. Na een krachtige veroordeling kozen de meeste organisaties voor stilzwijgen, andere voor discussie. Het siert Milieudefensie Magazine dat het de discussie aandurfde en verschillende meningen aan het woord liet.
De milieubeweging als geheel valt nauwelijks iets te verwijten. Zij heeft voor en na de moord alle geweld tegen personen en goederen met kracht afgewezen. Toch ben ik er niet gerust op. Gezien de lange reeks gewelddaden van dierenactivisten is de kans groot dat er nog meer geweld komt, tegen goederen maar misschien ook tegen personen. Bedreigingen zijn er al. Dat geweld zal dan door de media worden uitvergroot. Voor nuances als het verschil tussen milieu- en dierenactivisten zal dan weinig aandacht zijn en een vereniging als Milieudefensie komt in de positie dat zij niet het milieu moet verdedigen maar zichzelf. Dan dreigt de milieubeweging te worden gemarginaliseerd of zelfs gecriminaliseerd.

 

Na de moord op Pim Fortuyn riep Hans Achterhuis op tot kritische zelfreflectie in de milieubeweging. Wouter van der Weijden draagt acht discussievragen aan.

De vragen uit dit artikel zijn verschenen in Milieudefensie Magazine d.d. 5 oktober.

Wouter van der Weijden is directeur van de stichting Centrum voor Landbouw en Milieu, die beoogt bruggen te bouwen tussen landbouw en milieu. Recent schreef hij vergelijkbare stukken in de landbouwpers en op deze site over hervorming van het Europese landbouwbeleid.

Onder het artikel geven webmaster Bert Stoop van Animal Freedom, bioloog René Houkema en scribent Titus Rivas antwoord.

     

Als er nieuw geweld volgt, dan zullen de milieuorganisaties hard moeten kunnen maken dat zij daar volstrekt buiten staan. Daarom was het goed dat Hans Achterhuis opriep tot kritische zelfreflectie. Hierbij acht vragen voor die reflectie:

1
Milieuorganisaties hebben de gewoonte om hun taken onderling te verdelen, onderlinge meningsverschillen binnenskamers uit te vechten en elkaar niet openlijk af te vallen. Men wil solidair zijn, de achterban niet teleurstellen en tegenstanders niet in de kaart spelen. Dat is heel verstandig, maar moet niet een uitzondering worden gemaakt voor groepen en individuen die geweld niet glashelder veroordelen? En is het niet beter om alle banden met zulke groepen en individuen te verbreken?
2
Voor radicale activisten kan het aantrekkelijk zijn om een "bovengrondse" baan te hebben bij een milieuorganisatie, bijvoorbeeld om gemakkelijker aan informatie te komen. Eén zo'n activist kan de hele milieubeweging in diskrediet brengen. Is het niet verstandig als de organisaties hierover met hun medewerkers in gesprek gaan en afspraken maken. Sommige organisaties vragen bijvoorbeeld al van hun medewerkers om een gedragscode te onderschrijven (zoals Het Gelders Landschap dat haar nieuwe medewerkers vraagt om bepaalde omgangsvormen te onderschrijven en nevenfuncties te melden). Dat is uiteraard geen garantie dat het nooit meer fout gaat, maar het verkleint wel de kans; en het zorgt dat je, mocht het toch een keer fout gaan, een stuk sterker staat.
3
Dierenactivisme wordt niet zelden gecombineerd met milieuactivisme. Dat is begrijpelijk, maar soms verwarrend en riskant. Vooral riskant voor de milieubeweging, want er is veel meer gewelddadig dierenactivisme dan milieuactivisme. Het is prima als een milieuclub samenwerkt met een dierenrechtenclub, maar is het niet verstandig uit te sluiten dat één persoon optreedt als woordvoerder van beide?
4
Sommige dierenactivisten zijn van mening dat dieren gelijkwaardig zijn aan mensen. Die opvatting mag vriendelijk zijn voor dieren, ze is levensgevaarlijk voor mensen. Want als varkens gelijkwaardig zijn aan mensen, dan is een intensieve varkenshouderij een concentratiekamp, de varkenshouder een kampbeul, en degene die daar geweld tegen pleegt een verzetsheld. Dierenbescherming en milieubeweging moeten stelling nemen tegen misstanden in de bio-industrie. Maar moeten zij niet even krachtig stelling nemen tegen de fundamentalistische opvatting dat dieren gelijkwaardig zijn aan mensen? Kan de beladen term concentratiekamp niet beter worden vermeden?
5
In Nederland is het laatste halfjaar een dreigcultuur ontstaan. Het aantal hate mails en bedreigingen van politici, voetbalcoaches, boeren, milieu- en dierenactivisten is verontrustend. Ook recent werden bijvoorbeeld nog Limburgse veehouders (anoniem) bedreigd omdat ze hun koeien niet meer laten weiden. Dreigementen zijn een gevaar voor de samenleving, de democratie en de vrijheid van meningsuiting. En ze frustreren het klimaat voor overleg en samenwerking; ook tussen milieu-, dierenbeschermings- en landbouworganisaties, die elkaar nu juist zo hard nodig hebben in het gevecht om de groene ruimte en om overheidsgeld voor landschapsbeheer. Beide partijen hebben last van selectieve verontwaardiging en beseffen onvoldoende dat het ene dreigement het andere uitlokt. Wie begon is al lang niet meer interessant: het moet gewoon stoppen.
Zou het niet beter zijn als de landbouw-. milieu- en dierenrechtenorganisaties de dreigementen erkennen als een gezamenlijk probleem dat zij als democraten samen te lijf willen gaan? Zou het bijvoorbeeld kunnen helpen als zij in hun ledenbladen krachtig stelling nemen tegen dreigementen van beide kanten? Of dat zij gevallen van bedreiging aan elkaar melden en per geval kijken of er iets tegen valt te doen?
6
Voor en na de moord is veel kritiek geuit, ook vanuit de milieubeweging, op de werkwijze van de Vereniging Milieuoffensief – de werkgever van Volkert vd G - en verwante clubs. Niet dat die werkwijze gewelddadig is, maar zij is wel kil. Voorop staat dat de VMO zeer effectief is geweest. Met 80% gewonnen procedures bij de Raad van State heeft zij met succes de milieuzaak gediend en gedoogbeleid ontmaskerd. De kritiek richt zich op de vaak compromisloze aanpak van de VMO, waarbij soms een detail werd aangegrepen om een vergunning aan te vechten, vaak een gesprek met de betrokken veehouder werd vermeden en een kleine veehouder even hard werd aangepakt als een patser die een grote stal wilde neerzetten. Zo’n benadering is weinig menselijk, zet kwaad bloed, schaadt de reputatie van de milieubeweging en kan onmenselijkheid van de andere kant uitlokken. Moeten zelfs radicale milieuclubs niet consequent een menselijk gezicht tonen en hun tegenstanders behandelen met een minimum aan respect?
7
De misstanden in de bio-industrie zijn nog altijd groot en het is begrijpelijk dat ze radicaal activisme oproepen, vooral bij jongeren. Maar radicaal hoeft niet gewelddadig te zijn. Greenpeace heeft tal van radicale, spraakmakende en succesvolle acties gevoerd zonder geweld te gebruiken. Waarom zijn er eigenlijk zo weinig wegblokkades, klauteracties en spandoeken gehanteerd tegen misstanden in de bioindustrie en de vleessector? Hebben de milieubeweging en de dierenbescherming hier niet het gat laten vallen waar gewelddadige activisten zijn ingesprongen? Let wel, de Greenpeace-aanpak hoeft polderen niet in de weg te staan, want Greenpeace zit ook aan de overlegtafel. Ook de vakbeweging poldert volop, maar zij laat periodiek haar tanden zien met een staking. Juist daardoor kan zij effectief polderen.
8
Dierenactivisten hebben verklaard de hele bio-industrie uit Nederland weg te willen werken. Maar wat schieten de dieren daar mee op? Als de productie zich verplaatst naar Oost-Europa of de VS, dan zijn de dieren nog slechter af. Is het niet veel effectiever om taaie campagnes te voeren voor betere leefomstandigheden? Tot op zekere hoogte kun je daarbij zelfs met landbouworganisaties samenwerken, zoals is gebleken bij het project biologisch varkensvlees.
 
Wil de milieubeweging geloofwaardig en effectief blijven opereren, dan zal zij op bovenstaande vragen een antwoord moeten vinden.
   
Tot zover het artikel in Milieudefensie Magazine. In de linkerkolom de vragen van Wouter van der Weijden. In de rechterkolom hieronder de reactie van drie actievoerders voor dierenrechten.
     

Milieuorganisaties hebben de gewoonte om hun taken onderling te verdelen, onderlinge meningsverschillen binnenskamers uit te vechten en elkaar niet openlijk af te vallen. Men wil solidair zijn, de achterban niet teleurstellen en tegenstanders niet in de kaart spelen. Dat is heel verstandig, maar moet niet een uitzondering worden gemaakt voor groepen en individuen die geweld niet glashelder veroordelen? En is het niet beter om alle banden met zulke groepen en individuen te verbreken?

1

In 2000 is Volkert van der G. door Animal Freedom telefonisch geïnterviewd over zijn motieven om zich in te zetten voor dieren.
Op de site van Animal Freedom was tot mei 2002 deze biografie met naam en toenaam te lezen. Als medewerker van Milieu Offensief heeft Volkert zich jaren ingezet tegen uitbreiding van de bio-industrie. Nu hij een moord heeft begaan is hij een grens overgegaan. Fysiek geweld is tegen de centrale boodschap van de site dat mens en dier beiden evenveel recht op vrijheid hebben. Op de site is nog wel het persoonlijke verhaal te lezen van Paul Watson. Watson saboteert walvisvaarders, zonder de levens van walvisvaarders zelf in gevaar te brengen.

     
Voor radicale activisten kan het aantrekkelijk zijn om een "bovengrondse" baan te hebben bij een milieuorganisatie, bijvoorbeeld om gemakkelijker aan informatie te komen. Eén zo'n activist kan de hele milieubeweging in diskrediet brengen. Is het niet verstandig als de organisaties hierover met hun medewerkers in gesprek gaan en afspraken maken. Sommige organisaties vragen bijvoorbeeld al van hun medewerkers om een gedragscode te onderschrijven (zoals Het Gelders Landschap dat haar nieuwe medewerkers vraagt om bepaalde omgangsvormen te onderschrijven en nevenfuncties te melden). Dat is uiteraard geen garantie dat het nooit meer fout gaat, maar het verkleint wel de kans; en het zorgt dat je, mocht het toch een keer fout gaan, een stuk sterker staat. 2

Animal Freedom voert actie via Internet.
Voor bijdragen aan Animal Freedom is geen gedragscode vereist omdat alle bijdragen aan de site via Internet eerst via een redactie gaan en vervolgens zichtbaar zijn voor alle bezoekers. Bezoekers kunnen bijdragen van elkaar daar(om) alsnog corrigeren. De site(redactie) ondersteunt alleen legale acties van anderen. Wel is op de site een verantwoording (disclaimer) van de (overgenomen) artikelen te lezen.

Voor groepen en organisaties die op andere wijze actievoeren lijkt het onderschrijven van een gedragscode een redelijke poging om de kans te verkleinen dat medewerkers illegale activiteiten uitvoeren.

     

Dierenactivisme wordt niet zelden gecombineerd met milieuactivisme. Dat is begrijpelijk, maar soms verwarrend en riskant. Vooral riskant voor de milieubeweging, want er is veel meer gewelddadig dierenactivisme dan milieuactivisme. Het is prima als een milieuclub samenwerkt met een dierenrechtenclub, maar is het niet verstandig uit te sluiten dat één persoon optreedt als woordvoerder van beide?

3 Het is beter dat er geen verwarring is over waar een woordvoerder voor staat. Op de site wordt dierenrechtenactivisme duidelijk onderscheiden van de strijd voor een beter milieu. Milieuactivisten die het milieu boven de belangen van dieren stellen wordt gewezen op de economische nadelen van deze opstelling. Minder dierengebruik leidt bovendien tot minder milieubelasting en minder dierenleed.
     
Sommige dierenactivisten zijn van mening dat dieren gelijkwaardig zijn aan mensen. Die opvatting mag vriendelijk zijn voor dieren, ze is levensgevaarlijk voor mensen. Want als varkens gelijkwaardig zijn aan mensen, dan is een intensieve varkenshouderij een concentratiekamp, de varkenshouder een kampbeul, en degene die daar geweld tegen pleegt een verzetsheld. Dierenbescherming en milieubeweging moeten stelling nemen tegen misstanden in de bio-industrie. Maar moeten zij niet even krachtig stelling nemen tegen de fundamentalistische opvatting dat dieren gelijkwaardig zijn aan mensen? Kan de beladen term concentratiekamp niet beter worden vermeden? 4

Op Animal Freedom wordt gesteld dat "dieren en mensen overeenkomstige grondrechten hebben". Dit betekent "fundamenteel" dat dieren, net als mensen, recht hebben op vrijheid, maar geen gelijke rechten. Recht op vrijheid erkennen veel organisaties voor dierenrechten, maar zij durven er nauwelijks voor te staan. Het betekent namelijk dat men zich bijvoorbeeld af moet vragen of men wel vlees mag eten. Zoiets kan leden en donateurs kosten.

De vergelijking van de bio-industrie met een concentratiekamp hebben we altijd een weliswaar begrijpelijke, maar goedkope en gratuite manier gevonden om - via het slachtofferschap en de emoties van mensen - sympathie voor dieren op te wekken. De misstanden in de bio-industrie zijn dermate groot dat deze mensen op zich er van zouden moeten overtuigen dat het anders moet en kan.

     
In Nederland is het laatste halfjaar een dreigcultuur ontstaan. Het aantal hate mails en bedreigingen van politici, voetbalcoaches, boeren, milieu- en dierenactivisten is verontrustend. Ook recent werden bijvoorbeeld nog Limburgse veehouders (anoniem) bedreigd omdat ze hun koeien niet meer laten weiden. Dreigementen zijn een gevaar voor de samenleving, de democratie en de vrijheid van meningsuiting. En ze frustreren het klimaat voor overleg en samenwerking; ook tussen milieu-, dierenbeschermings- en landbouworganisaties, die elkaar nu juist zo hard nodig hebben in het gevecht om de groene ruimte en om overheidsgeld voor landschapsbeheer. Beide partijen hebben last van selectieve verontwaardiging en beseffen onvoldoende dat het ene dreigement het andere uitlokt. Wie begon is al lang niet meer interessant: het moet gewoon stoppen.
Zou het niet beter zijn als de landbouw-. milieu- en dierenrechtenorganisaties de dreigementen erkennen als een gezamenlijk probleem dat zij als democraten samen te lijf willen gaan? Zou het bijvoorbeeld kunnen helpen als zij in hun ledenbladen krachtig stelling nemen tegen dreigementen van beide kanten? Of dat zij gevallen van bedreiging aan elkaar melden en per geval kijken of er iets tegen valt te doen?
5

Dreigementen zijn snel en gemakkelijk gemaakt en wijzen wij af. Dreigementen via e-mail en Internet zijn meestal een moderne vorm van "stoom afblazen", waarvan vorm en inhoud zeker een overschrijding zijn van elementaire fatsoensnormen. Samen het goede voorbeeld geven is voldoende samenwerking tussen tegenstanders. Van serieus ingeschatte dreigementen wordt aangifte gedaan bij de politie.

     
Voor en na de moord is veel kritiek geuit, ook vanuit de milieubeweging, op de werkwijze van de Vereniging Milieuoffensief – de werkgever van Volkert vd G - en verwante clubs. Niet dat die werkwijze gewelddadig is, maar zij is wel kil. Voorop staat dat de VMO zeer effectief is geweest. Met 80% gewonnen procedures bij de Raad van State heeft zij met succes de milieuzaak gediend en gedoogbeleid ontmaskerd. De kritiek richt zich op de vaak compromisloze aanpak van de VMO, waarbij soms een detail werd aangegrepen om een vergunning aan te vechten, vaak een gesprek met de betrokken veehouder werd vermeden en een kleine veehouder even hard werd aangepakt als een patser die een grote stal wilde neerzetten. Zo’n benadering is weinig menselijk, zet kwaad bloed, schaadt de reputatie van de milieubeweging en kan onmenselijkheid van de andere kant uitlokken. Moeten zelfs radicale milieuclubs niet consequent een menselijk gezicht tonen en hun tegenstanders behandelen met een minimum aan respect? 6

Respect is een vorm van gepast(e) afstand houden. Internet levert die afstand en verkleint deze voor degenen die dichterbij willen komen.

Voor Animal Freedom is de export de steunpilaar onder de bio-industrie. De intensieve veehouderij is immoreel.
Elke intensieve veehouder draagt per definitie bij aan de overproductie bestemd voor de export. Zolang de Nederland overheid de export van vlees en zuivel ondersteunt maken verantwoorde alternatieven minder kans. Een veehouder die niet investeert in een duurzame en diervriendelijke toekomst verdient geen respect, steun en sympathie.

Voor een uitgebreid antwoord op de vraag of een actiegroep compromissen zou moeten sluiten, klik hier.

     
De misstanden in de bio-industrie zijn nog altijd groot en het is begrijpelijk dat ze radicaal activisme oproepen, vooral bij jongeren. Maar radicaal hoeft niet gewelddadig te zijn. Greenpeace heeft tal van radicale, spraakmakende en succesvolle acties gevoerd zonder geweld te gebruiken. Waarom zijn er eigenlijk zo weinig wegblokkades, klauteracties en spandoeken gehanteerd tegen misstanden in de bioindustrie en de vleessector? Hebben de milieubeweging en de dierenbescherming hier niet het gat laten vallen waar gewelddadige activisten zijn ingesprongen? Let wel, de Greenpeace-aanpak hoeft polderen niet in de weg te staan, want Greenpeace zit ook aan de overlegtafel. Ook de vakbeweging poldert volop, maar zij laat periodiek haar tanden zien met een staking. Juist daardoor kan zij effectief polderen. 7 We hebben een positieve boodschap, die niet teniet moet worden gedaan met machtsvertoon en publieksonvriendelijke acties als wegblokkades e.d..
Ons verzet tegen de bio-industrie via Internet is totaal: de redenen worden met feiten onderbouwd en effectieve alternatieven worden aangedragen. Het respecteren van dierenrechten is iets wat door ieder lid van de samenleving moet worden gedragen. Dit is een beschavingsproces dat zijn tijd nodig heeft. "Pull instead of push" (mensen betrekken in plaats van een mening opdringen).
Directe acties waarin het publiek wordt gedwongen om van bepaalde standpunten kennis te nemen worden als minder effectief gezien als de impact van informatievoorziening en opinie maken via zelf gekozen bezoek op Internet.
     
Dierenactivisten hebben verklaard de hele bio-industrie uit Nederland weg te willen werken. Maar wat schieten de dieren daar mee op? Als de productie zich verplaatst naar Oost-Europa of de VS, dan zijn de dieren nog slechter af. Is het niet veel effectiever om taaie campagnes te voeren voor betere leefomstandigheden? Tot op zekere hoogte kun je daarbij zelfs met landbouworganisaties samenwerken, zoals is gebleken bij het project biologisch varkensvlees. 8 Verplaatsing van de productie naar VS of Oost-Europa is zeker niet gewenst, omdat de dieren in deze landen vaak niet beter af zijn.
Het is echter een drogreden te stellen dat dieren per definitie in het buitenland slechter af zijn. In Nederland zijn naar verhouding veel misstanden in de veehouderij.
Met volledige verwijdering van de bio-industrie schieten de dieren alleen iets op als verwijdering afbouw is en niet verplaatsing naar het buitenland. Door het landbouwbeleid van de laatste 50 jaar, met een gesubsidieerde (over)productie gericht op de export, wordt bio-industrie per definitie geschapen. Aanpak en afbouw van de (over)productie is de meest effectieve aanpak van misstanden in de veehouderij, waar ook ter wereld.
     
Wil de milieubeweging geloofwaardig en effectief blijven opereren, dan zal zij op bovenstaande vragen een antwoord moeten vinden.   Met onze antwoorden en die van anderen willen we laten weten dat de antwoorden op de misstanden in Nederlandse veehouderij en duurzame alternatieven al lang bestaan.