Misogyne denkers zeggen nogal eens dat mannen de enige echte "personen" zijn. Vrouwen zouden allemaal hetzelfde zijn en een echte persoonlijkheid kun je bij vrouwen niet vinden. Alle vrouwen zouden gericht zijn op verzorging en huishouding, niet rationeel kunnen nadenken, en van nature ingesteld zijn op het behagen en dienen van mannen. "Het enige recht van vrouwen is het aanrecht". Daarmee zijn ze een soort tweederangs en dubbelslachtige wezens: weliswaar moederlijk en aantrekkelijk, maar op de eerste plaats toch een soort slavinnen van Adam, de echte mens. Dit seksistische vrouwbeeld is in ieder geval in de westerse cultuur officieel achterhaald. Maar de discriminerende kijk op andere wezens komt nog steeds overal voor als het gaat om dieren.
In het speciësisme, dat wil zeggen discriminatie op basis van diersoort, worden dieren net als vrouwen in het seksisme gezien als praktisch identieke exemplaren van hun soort, in plaats van als unieke individuen. Ook zij worden gezien als tweederangs wezens die je gewoon kunt gebruiken als slaven, en die vervangbaar zijn door soortgenoten. Dieren worden gedood voor de meest triviale menselijke wensen en dit wordt als het ware gelegitimeerd door hen zo laagstaand en onbelangrijk als mogelijk af te schilderen. Er is sprake van speciësistische humor wanneer bijvoorbeeld varkens hun eigen vleeswaren aanprijzen. Het volstaat om te verwijzen naar economische belangen om de kwelling van dieren in de bio-industrie en andere vormen van systematische exploitatie in stand te houden.

Binnen de seksistische ideologie staan hoeren extra laag in de hiërarchie. Ze confronteren de soevereine seksistische man met seksuele behoeften waar hij maar al te graag stiekem van geniet maar die hij in het normale sociale verkeer probeert te ontkennen. Hoeren hebben iets rebels, zeker als ze niet "beschermd" worden door een souteneur en zelfstandig hun brood verdienen. Ze lijken daarmee op wilde dieren die de mens niet nodig hebben om zich te handhaven. Hoeren laten zien dat ze zichzelf kunnen onderhouden en alleen mannen nodig hebben als behoeftige klanten. Voor de heteroseksuele seksist bewijst de hoer dat mannen niet de meerdere zijn van vrouwen.
Binnen de christelijke traditie kent men een vrouw die van oudsher wordt voorgesteld als een bekeerde hoer, Maria van Magdala oftewel Maria Magdalena. Recente films over Jezus van Nazareth laten haar zien als een sterke zelfstandige vrouw die minachting koestert jegens haar mannelijke klanten. Alleen Jezus weet haar te ontdooien, waardoor ze radicaal met haar oude leven breekt en volgeling van hem wordt. Maria waste de voeten van Jezus met haar tranen en droogde ze met haar haren af. Een handeling die een soort geheiligde stilering lijkt van de gebruikelijke diensten aan haar vroegere klanten. Ze masseerde die waarschijnlijk zonder de echte liefde die ze voor Jezus voelt.
De gewezen hoer werd door de vroege christenen wel de (eerste) apostel onder de apostels genoemd, hetgeen er op wijst dat ze een bijzondere band met Jezus zou hebben gehad. Apocriefe bronnen gaan zover dat ze stellen dat Jezus een erotische liefdesband met Maria Magdalena had, of dat zij zelfs met elkaar getrouwd waren.
Binnen sommige westerse occulte tradities gaat men nog een stap verder: Maria Magdalena zou geen gewone commerciële prostituee zijn geweest maar een tempelpriesteres van een mysteriegodheid. Ze zou met deze achtergrond ook ideologisch van belang zijn geweest in de vorming van esoterische stromingen binnen het christendom. Deze orthodoxe en heterodoxe (occulte) beelden staan verder van elkaar af dan men op het eerste gezicht zou denken. Het officieuze beeld van Maria de hoer laat zien dat zij wordt bekeerd van een leven als onafhankelijke vrouw tot een kuis leven als volgeling van een Man, hoe vooraanstaand ze ook is binnen de discipelen. Maria de tempelpriester draagt volgens bepaalde occulte bronnen als GELIJKE van Jezus veel bij aan geheime doctrines van het beginnend christendom, dus zonder zich aan hem te onderwerpen.
In zekere zin lijken deze visies op de gematigde en radicale bewegingen binnen de emancipatie van zwarten in de VS. Maria Magdalena wordt in het christendom weliswaar binnen beide visies bekend als waardevol, maar in de officiële visie gaat het er daarbij wel om dat zij zich in essentie nog steeds aanpast aan de heersende waarde van de mannelijke superioriteit. Ook al gaat het daarbij om een bijzondere man die haar, veel meer dan gebruikelijk was (volgens zijn omgeving zelfs in een schandalige mate), als mens benadert. Binnen de occulte tradities zien we een Maria Magdalena die principieel uitstijgt boven de onderdrukking van de vrouw. Haar achtergrond van tempelpriesteres wordt eerder gezien als pré waar zij trots op kan zijn dan als bron van schaamte. Haar zelfstandigheid is het uitgangspunt van emancipatie en gelijkheid.
Als we weer terugkeren naar het speciësisme dan kan Maria, de bekeerling, opgevat worden als zinnebeeld voor een gematigde houding waarbij men het ''verharde" verzet opgeeft en op zoek gaat naar een ander type "man", een ander type machthebber. De gematigde houding treft men ook aan onder dierenbeschermers die in onderhandeling gaan met de exponenten van het speciësisme. Zij zijn al heel blij met kleine aanpassingen van de realiteit, zonder dat er een grondige omwenteling komt. Een voorbeeld is de onbegrijpelijke tevredenheid over het begrip "intrinsieke waarde" dat reeds 20 jaar (alleen in de Nederlandse wet) de basis van dierenrechten vormt, maar nog niet heeft geleid tot rechtszaken, laat staan tot verbetering van het welzijn van dieren.
Maria Magdalena de onafhankelijke tempelpriesteres kan een symbool vormen voor een veel interessanter type van verzet: een vorm die niet alleen dienstbaarheid veronderstelt, maar ook een meedenken over een radicale omvorming van de realiteit. Het speciësisme kan begrensd worden door onderhandelingen met de machthebbers. Maar het kan slechts overwonnen worden door een egalitaire filosofie die dieren bevrijdt van het onrecht waar ze structureel het slachtoffer van worden. Deze egalitaire filosofie houdt in dat dieren gelijke grondrechten krijgen als mensen, namelijk recht op vrijheid om zich natuurlijk te gedragen. En dat niet het dier maar de zich ten onrecht superieur voelende mens die deze grondrechten wil schenden wordt begrensd.
Maria Magdalena als bekeerde hoer is de vrouw die zich vrijwillig onderwerpt aan een goede man. Maria Magdalena als priesteres onderwerpt juist zelf een verdorven realiteit. Deze Maria Magdalena is een gelijkwaardige vrouw die het onrecht radicaal, bij de wortel, aanpakt. Dat is een beeld waar voorstanders van dierenbevrijding iets mee kunnen.

Bert Stoop en Titus Rivas