Het is zinnig zich te realiseren dat ziektes en epidemiën ecologische fenomenen zijn waarbij een wisselwerking optreedt tussen pathogenen en gastheren. Onder natuurlijke condities hebben dieren specifieke voedingsgewoonten, bezitten zij bepaalde voorkeuren en maken zij meestal gebruik van lokale bronnen. Deze kenmerken maken de voedselketens korter en minder vertakt. Zij vertragen of beperken daarmee de verspreiding van ziekteverwerkers.
In ons vleesproductiesysteem is daarentegen sprake van een groot internationaal netwerk van voedselstromen met relatief weinig natuurlijke barri?res voor ziekteverwekkers en verontreinigingen. Maatregelen falen omdat in dat netwerk allerlei alternatieve routes blijken te bestaan voor pathogenen. Preventieve controle schiet vaak tekort omdat alternatieve routes pas vaak blijken te bestaan nadat de besmetting zich voorgedaan.
Bovendien reproduceren ziekteverwekkers - ook BSE - zich in de keten. Daarin onderscheiden biologische ziekteverwekkers zich van fysisch-chemische verontreinigingen als ziektebron. De kleinste hoeveelheden kunnen soms desastreus uitpakken. Deze aspecten spelen niet alleen in de BSE-cisis. Ook in andere recente voedselkwesties zoals de varkenspest kwamen soortgelijke mechanismen voor. Ook daar konden ziekteverwekkers zich razendsnel verspreiden door het grootschalige karakter van het productiesysteem.Uiteraard is dit belangrijk maar risicobeheer is ook maar een reactief beleid waarbij de diepere oorzaken van de crisis gemakkelijk blijven liggen. Die diepere oorzaken zijn naar mijn mening gerelateerd aan de economische rationalisering van onze vleesproductie.
In de eerste plaats zien we dat productiedieren benaderd worden als input-outputmachines. De input bestaat uit nutri?nten in het veevoer, de output is de vleesproductie, waarbij men naar een zo gunstig mogelijke verhouding tussen beide streeft, ook in financiële zin. Op basis van dit uitgangspunt is men in het verleden slachtafval gaan gebruiken. Het heeft een hoge nutri?ntenwaarde, het is goedkoop en het is daarom een geschikte grondstof voor de vleesproductie.
Een tweede kenmerk van ons vleesproductie systeem is dat verschillende grondstoffen voor veevoer worden gemengd om de kwaliteit van het voer qua nutri?ntensamenstelling hoog en constant te houden. Tenslotte speelt globalisering en schaalvergroting een grote rol.
De ingrediënten van veevoer, de dieren zelf en de vleesproducten worden verspreid over grote afstanden en kunnen overal ter wereld worden verwerkt. Deze ontwikkelingen hebben er toe geleid dat de menselijke voedselketen een groot netwerk is geworden met talloze vertakkingen en verbindingen met voedselketens elders in de wereld.
Het recente rapport van de Rekenkamer bevestigt de tekortkoming van de huidig aanpak. De maatregelen tegen BSE waar minister Brinkhorst van landbouw zo prat op ging blijken door het internationale karakter van het voedselproductienetwerk maar deels te werken. Maatregelen in ons land zelf schieten te kort omdat ze 'niet volledig, onvoldoende uitvoerbaar, en daardoor niet voldoende doeltreffend' zijn (de Volkskrant, zaterdag jl.). De huidige maatregelen richten zich vooral op controle en correctie maar niet op aanpak van de onderliggende mechanismen. In tegendeel zij bestendigen deze soms.
Minister Brinkhorst verwelkomde bijvoorbeeld onlangs het idee van varkensflats met het argument van 'vooruitgang' maar in dit plan ligt reeds de kiem van nieuwe voedselcrisissen omdat het geen rekening houdt met ecologische aspecten van voedselketens.Een duurzaam effectieve aanpak van deze voedselcrisissen kan alleen plaatsvinden als het vleesproductiesysteem anders wordt georganiseerd en overgaat op meer ecologische vormen van landbouw.
Er moet worden gekozen voor kortere ketens en gebruik moet worden gemaakt van barri?res die onder natuurlijke omstandigheden voorkomen. Dat betekent onder meer dat veevoer uit voor het dier natuurlijke ingrediënten moet bestaan waarbij niet van alles wordt gemengd. Verder zouden dieren kleinschalig gehuisvest moeten worden en niet zonder goede redenen mogen worden versleept. Het argument tegen deze vorm van veehouderij luidt vaak dat ze economisch niet haalbaar is.
Het is echter de vraag of dat wel opgaat als de kosten van de voedselcrisissen zouden worden meegeteld bij de beoordeling van ons huidig systeem.

Dit artikel verscheen in het forum van de Volkskrant op 21 oktober 2000.
Met toestemming rechtstreeks overgenomen van Sjaak Swart

De auteur is universitair docent bij de sectie Wetenschap & Samenleving van de afdeling Biologie van de Rijksuniversiteit Groningen.