Het oog van de koe, een mystieke gelukservaring van Gustaaf Rutgers |
Een eenheidservaring met een dierGustaaf Rutgers was 22 jaar toen het gebeurde. Hij had jarenlang gewerkt aan één ding: het loslaten van alles wat hem was opgelegd: geloof, angst, de stem van zijn vader. Niet uit rebellie, maar uit een bijna wanhopige honger naar waarheid. Hij noemt het zelf ont-worden: de beweging waarbij je alles wat je bent geworden, afpelt, totdat er alleen nog openheid overblijft. Liefde verschijnt niet door te willen. Ze stroomt waar ruimte is, waar blokkades zijn weggenomen. Dat is geen romantisch idee, het is een waarneming. Wie ooit iets van die stroom heeft gevoeld, herkent het: het is er niet door toedoen, maar door openheid. Rutgers schrijft later, als hij terugkijkt op wat hem in dat moment openbaarde: in de eenwording was hij niet alleen zijn medemens, maar ook het dier, de boom, de steen. Niet als metafoor. Als waarneming. De grens tussen subject en object was werkelijk verdwenen en het dier stond daar niet buiten, maar middenin. Lees ook Hoe zijn wij een eenheid met dieren? en over het koeienrusthuis in Zandhuizen, waar elke koe een eigen gezicht en een eigen geschiedenis heeft. Ook Joop Boer kreeg door een bijna-doodervaring een ander beeld van de wereld en ging daarna veganistisch leven. Lees ook: Paul Watson keek in het oog van een stervende walvis. |
