Van vleesliefhebber tot vegetariër
Ik ben Rens Huisman, 28 jaar en van het mannelijke geslacht. Ik ben nu ongeveer 6 jaar vegetariër, zonder één seconde spijt overigens. Al als jong ventje was ik gek op aaibare dieren. Mijn hondje was bijvoorbeeld mijn dierbaarste bezit. Tot zover niets bijzonders; half Nederland is immers gek op aaibare dieren zoals honden, katten, konijntjes, et cetera. Ik had echter ook oog voor de niet-aaibare wezens; zo was mijn oog altijd gericht op emmers om vliegjes van een verdrinkingsdood te redden, gooide ik vliegenmeppers en muizenvallen van mijn moeder in de vuilcontainer (waar zo thuis horen), et cetera. Dat is al wat vreemder, maar het vreemdst is wel dat ik tegelijkertijd een grote vleesliefhebber was. Ik hield goed in de gaten of ik wel een groter stuk vlees dan mijn broer kreeg en in de voetbalkantine heb ik menig frikadel, kroket en bitterbal naar binnen gewerkt. Op de een of andere manier kon ik deze twee tegenstrijdigheden in mijn leven negeren. Het meest treffende voorbeeld daarvan vind ik wel dat ik het ene moment de chauffeur van een veewagen op weg naar de locale slager de foute weg wees, terwijl ik een dag later bij dezelfde locale slager inkopen deed.
Onbewust leven
Op de een of andere manier wilde (of kon) ik op dat moment het verband tussen vlees en herkomst van vlees niet maken. Er zijn er veel meer mensen in Nederland die net zo onbewust leven als ik toen deed. Daarom doet de vleessector zoveel moeite om alle misstanden en dagelijkse praktijken (te weinig ruimte, geen daglicht, eenzame en prikkelarme omgeving, antibiotica, voedsel dat slecht is voor het welzijn van het dier, op jonge leeftijd slachten van dieren, waardeloze transporten, leed tijdens het slachten, ziekten als de varkenspest, frauderende veehouders, groeihormonen, etc.) aan het oog te onttrekken.
Deze cognitieve dissonantie - het tegelijkertijd vasthouden aan twee tegenstrijdige overtuigingen - is een bekend psychologisch mechanisme. We zien wat we willen zien, en blokkeren informatie die onze levensstijl zou bedreigen. De vleesconsumptie was voor mij zo normaal, zo vanzelfsprekend, dat ik er simpelweg niet bij stilstond waar dat vlees vandaan kwam.
Het keerpunt
Op een gegeven moment zag ik het licht. Ik kwam op school in contact met het vegetarisme en ik kon toevallig eens een kijkje nemen in een nertsenfarm, een intensieve varkenshouderij en een legbatterijenschuur. Wat ik daar zag, kon ik niet meer wegdrukken of negeren. De realiteit van de bio-industrie - de levende wezens in kleine hokken, de steriele omgeving, de angst in de ogen van de dieren - maakte dat de tegenstrijdigheid in mijn leven onhoudbaar werd.
Ik besloot dat ik niet meer verantwoordelijk wilde zijn voor al dit dierenleed en ik kon niet bedenken waar ik het recht vandaan zou kunnen halen om een dier op te eten terwijl er zoveel alternatieven zijn. Het was geen moeilijke beslissing meer; integendeel, het voelde als een bevrijding. Eindelijk waren mijn gedrag en mijn waarden met elkaar in lijn.
Een boodschap aan andere vleesliefhebbers
Ik hoop dat de mensen eens wat meer zouden nadenken over het dagelijkse leed dat is verbonden met vlees en dat ze vervolgens geen (of minder vaak) vlees meer eten of dat ze scharrelvlees gaan eten. Het schrappen van vlees op mijn menukaart heeft me tot op dit moment vrijwel geen moeite gekost en als ik (als ex-vleesliefhebber) het kan, dan kan iedereen het.
Het is niet nodig om van de ene op de andere dag volledig vegetariër te worden. Begin klein: één vleesloze dag per week, probeer nieuwe recepten, ontdek hoe veelzijdig plantaardig eten kan zijn. De stap is kleiner dan je denkt, en de impact - voor dieren, voor het milieu, voor je eigen gezondheid - is groter dan je zou verwachten.
Terug naar persoonlijke verhalen. |