Over vijftien jaar moeten alle veehouderijen in Nederland duurzaam zijn. Gelukkig zijn er boeren die hun varkens nu al een beter leven gunnen.

'Dit is zoals het hoort'

Door Anja Sligter, Voorkant Volkskrant maandag 28 januari 2008

Met hun grijze vel vallen de Spaanse varkens nauwelijks op tussen de bomen. De bosgrond hebben ze met hun snuiten losgewoeld. Hun poten zakken weg in een zandtapijt. Varkensboer en -slager Sjek Floor haalt een emmer vol eikels. 'K, k, k, kom dan', roept hij. De varkens komen met flapperende oren het bos uit, naar de betonnen plaat waarop hij de eikels strooit. Na het eten schurken er vijf tegen elkaar voor een slaapje. Een middeleeuws tafereel, zegt Floor. 'In die tijd haalde een varkenshoeder bij elk huis het varken op voor een ronde door het bos en bracht het 's avonds weer thuis.'

De Spaanse zwijnen lijken niet op de gangbare, roze dikbillen. Hun kop is spitser, de rug en billen zijn smaller. 'Ze zijn minder vruchtbaar en veel vetter', zegt Floor. 'Ze hebben genetisch gewoon niets meegemaakt.' In die ene hectare bos hier in Eerbeek hebben deze varkens misschien wel het fijnste leven van alle varkens in Nederland. Ze kunnen naar hartelust wroeten. Dat is wat varkens het liefst doen: hun gevoelige neusschijven overal insteken, op zoek naar iets eetbaars. En dat is wat ze eigenlijk nergens kunnen. Aan deze allereerste behoefte van het varken komt geen varkensboer tegemoet. Stro of vlas op de grond dienen soms als surrogaat, speeltjes of een voederbak met ingenieuze sluiting verdrijven de verveling, maar in de meeste varkensstallen moet het een hel zijn voor het nieuwsgierige beest. Als de mate van beschaving van een land valt af te meten aan de manier waarop het met zijn dieren omgaat (zoals Mahatma Gandhi zei), dan is Nederland een tamelijk onbeschaafd land. Maar dat is aan het veranderen. Dierenwelzijn is tegenwoordig een serieus onderwerp - en niet alleen bij de Partij van de Dieren. Onlangs kondigde minister Verburg van Landbouw aan dat veehouderijen binnen vijftien jaar 'duurzaam' moeten zijn. In de Nota Dierenwelzijn, die vandaag in de Tweede Kamer wordt behandeld, is 'natuurlijk gedrag van dieren' verheven tot een belangrijke richtlijn.

Nooit meer naar de kiloknaller

Veehouders en politici staan aan de vooravond van een cruciale beslissing: wordt de intensieve veehouderij een industrie die beter past op een bedrijventerrein? Of moet het varkensbedrijf terug naar de 'menselijke maat' van een gezinsbedrijf in het landelijke gebied?

Minister Verburg (LNV) kiest voor duurzaamheid op termijn, maar voorlopig lijkt de groei niet te stuiten: boeren hebben door het hele land plannen ingediend voor megastallen tot 25 duizend varkens. Zulke 'varkensflats' zijn een schrikbeeld. De ministers Cramer (Ruimte en Milieu) en Verburg verbieden ze niet: de sector wordt met zachte hand een andere kant opgeduwd.

Maar een duurzame, diervriendelijke varkenshouderij druist in tegen de trend op de wereldmarkt. Land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland merkt dat de sector met de rug tegen de muur staat: de concurrentie is moordend. Bulkvlees uit landen met minder regels dreigt Nederland te overspoelen.' De grenzen moeten dicht, de sector verdient steun. Maar niet op de manier zoals Milieudefensie dat vorige maand voorstelde, vindt LTO. Met het afgewezen burgerinitiatief van Milieudefensie moest op elke kilo varkensvlees een heffing van 0,85 euro komen voor milieuvriendelijk en diervriendelijk boeren. De sector wordt daardoor voor 80 procent afhankelijk van de overheid.

Eigenlijk moet de consument kiezen. Maar dat kan hij niet, luidt de aan de Wageningen Universiteit opgestelde analyse: de consument kent de werkelijkheid niet, en de sector laat niet alles zien. Met een webcam in de stal en een keurmerk met vlees van vrolijke varkens, moet de klant op den duur de kiloknaller voorbijlopen, is het plan van Verburg.

Dierenwelzijn wordt dus niet meer uitsluitend gedefinieerd in termen van het ontbreken van misstanden. De vier vrijheden van het dier komen centraal te staan: ruimte om te bewegen, geen onnodige stress en pijn, de mogelijkheid natuurlijk gedrag te vertonen en geschikte huisvesting met binnen- en buitenruimte.

Maar hoe ruim het hok over vijftien jaar ook mag zijn, rennen in het bos is het varken nergens gegund. Dat Sjek Floor die ruimtewel geeft, is niet uit liefde voor het varken of uit sentiment. Hij doet het voorde Spaanse ham, de jamon iberico. Daarvoor moeten de varkens huppelen, ravotten, zich te goed doen aan eikels en dik worden -tonnetjerond. Nu zijn ze nog 60 kilo, maar hoe zwaarder ze worden, des te beter voor de hammen. Floor wijst naar een vol exemplaar. 'Die daar, zo rond worden ze.'
30 kilometer verderop in Sinderen heeft de biologische boer Arjan Heijink zijn varkens het wroeten sinds een week onmogelijk gemaakt. Het stuk weiland waarop de zeugen altijd buiten liepen, is net bestraat. 'De modderbaden waren zo groot en zo diep geworden, dat ze er bijkans in zouden verdrinken.' Al stuurde hij de moeders zonder eten naar buiten om eerst te grazen, 'zodra ze de buik vol hadden, ging de neus in de grond op zoek naar delicatessen. Een beetje regen, en het land werd nooit meer droog'.
Het alternatief, de betonnen buitenbakken, doet eerder aan als een soort luchtplaats. De varkens lijken dat ook zo te ervaren, want als Heijink het hok schoonmaakt en ze een tijdje buiten zet, staan ze al snel weer voor de deur. Heijink nuanceert: 'Wij gaan met dit weer ook niet met een T-shirt buiten staan.'
De omschakeling heeft even geduurd, maar sinds een jaar is zijn boerderij biologisch. Het bedrijf ligt vlak buiten Sinderen, waar de A18 ineens eindigt en de Achterhoekse kleinschaligheid begint. Hij houdt 400 vleesvarkens en 60 zeugen voor de nieuwe aanwas. Elke week worden 25 varkens geslacht.
Zijn hoge stal heeft vier enorme hokken. Per hok hebben honderd roze varkens alle ruimte om te liggen, te eten en te mesten. Ze bewegen stapvoets door geel stro. Het is de bedoeling dat ze hun behoefte doen op het rooster, maar ze verkiezen een plaats tegen de koude muur. Aan de andere kant is een tochtvrij bed ontstaan. 'Als ik hier 's morgens kom, liggen ze allemaal als sigaren in een doosje.'

Een groepje verdringt zich bij een voerbak en rammelt nog een brokje uit de machine. Heijink laat ze eens in de zoveel tijd alles opeten, om de bakken schoon te krijgen. Zo nu en dan klinkt er een schreeuw om de rangorde te bevestigen. 'Ze doen elkaar geen pijn. Het is afweer bij voorbaat.' De beesten zijn zo slim dat ze precies weten hoe ze water moeten pakken en hoe ze het mechaniek moeten bedienen voor een continue stroom voer.

Heijinks vakgenoot Sjek Floor was in 1979 een van de eerste alternatieve slagers in Nijmegen - een vreemde eend in de bijt. Zijn vlees mocht niet biologisch worden genoemd omdat hij gewoon voer gebruikte; met biologisch voer zou de prijs flink stijgen.
Floor: 'Ik ben een slager voor alle rangen en standen, net als mijn vader in Utrecht, waar de volksvrouwen zeiden: gooi het vlees maar in mijn schort. In mijn slagerij staat Guusje ter Horst, de minister van Binnenlandse Zaken, naast de dametjes van plezier met wie ik Spaans praat. Dat is de lol.'
Toen zijn vader ermee ophield, stond hij voor de keuze: megagroot worden of biologisch klein. 'De bank financiert alleen een bedrijf dat over tien jaar nog levensvatbaar is.' Maar hij is een boer, geen manager. 'Ik wil tussen de dieren in de stal, niet achter mijn computer de zaken regelen.'
Het zelf houden, laten slachten en verkopen van varkens is voor hem een manier om de kringloop te sluiten. 'Dit is zoals het hoort, dit is mijn formule.'
In zijn slagerswinkel in Nijmegen probeert hij de consument bewust te maken van wat er op zijn bord ligt; want die 'heeft geen relatie meer met wat hij eet'. In de herfst hangt in de winkel een oproep aan kinderen om eikels te rapen. Als ze willen, kunnen ze de varkens vrijdags op zijn boerderij in Eerbeek komen voeren.
Floor prijst zichzelf gelukkig, Omdat hij zijn eigen afzet creŽert, hoeft hij niet na te denken over schaalvergroting of megastallen.
Bioboer Heijink is niet principieel tegen de schaalvergroting: juist een megastal zal aan de allerstrengste milieunormen moeten voldoen. En voor het varken zal het niet veel uitmaken, denkt hij. 'Het varken is een stressgevoelig dier. Elke boer wordt nu wel gedwongen met zijn welzijn rekening houden, want met stress functioneert het niet.'
Dat was vroeger wel anders.'Vijftien jaar geleden gingen er 70 varkens in een hok en werd alleen aan symptoombestrijding gedaan. Vraten ze elkaars oren en staarten op, deed de boer het licht uit. Waren ze te vaak ziek, gooide de boer medicijnen door het voer.'
Dit alles is nu verboden. Varkens krijgen verplicht afleiding in de vorm van speelmateriaal. Ze hebben een dag- en nachtritme en ze krijgen daglicht. Als een varken niet voldoet aan deze eisen van integrale ketenbeheersing (IKB) gaat het de grens niet eens over. Heijink: 'Het is redelijk dichtgetimmerd.'
Maar het kan veel beter, ontdekte hij. Door een beter klimaat en meer ruimte (dus meer beweging) zijn zijn varkens gezonder en levenslustiger geworden. Het heeft wel even geduurd: zijn eerste biologische varkens beten elkaar de oren en de staarten van het lijf.
Heijink: 'Als ze aan elkaar knabbelen, doe je iets niet goed. Kannibalisme komt niet altijd door verveling. Ze zitten dan niet lekker in hun vel. Ik heb de lucht gemeten. Nu ik nog meer ventileer en openzet, doen ze het niet meer.' Het is vooral die frisse stal die zijn eigen arbeidsvreugde vergroot.
Het werk van Floor en Heijink dient hetzelfde doel: een mooi stuk vlees. Daarvoor importeerde Sjek Floor in september de 25 eerste cerdo ibťrico's, de varkens waarvan de ham in Spanje een delicatesse is.
Het imago van varkensvlees kan beter, meent ook Heijink. 'Het is een snel stukje vlees. Ik zie tweeverdieners niet elke avond rundvlees in een pannetje laten sudderen.'
Biologisch vlees heeft alleen toekomst, zegt hij, als er een reŽle prijs voor wordt betaald. En lang te niet alle eisen waaraan hij moet voldoen, zijn zinnig. Zo is een van zijn varkens kreupel door gebrek aan dierlijk eiwit.
Heijink: 'Een varken is een omnivoor. Hij was oorspronkelijk de vuilnisman van de bossen, hij at alle kadavers op. Die biologische lui willen er nu een vegetariŽr van maken.'

Anja Sligter, Voorkant Volkskrant maandag 28 januari 2008.

Lees op het weblog meer over varkens: