KONIJNEN
Dinsdag 13 november 2007: Actie op het Plein te Den Haag, voor het gebouw van de Tweede Kamer. Inzet: een betere huisvesting voor konijnen, en regelgeving ook voor particuliere konijnenhouderijen. Rechten voor al wat leeft was er bij.
Konijnenhouderij
Konijnen worden voor verschillende doeleinden gehouden. Veel particulieren hebben een konijn in een hokje (zo leuk voor de kinderen!) Meestal slijten deze dieren hun leven in eenzaamheid, want er zijn maar weinig mensen die zin hebben om een groter hok aan te schaffen voor twee of meer konijnen. Maar veel particulieren fokken zelf konijnen en verkopen ze of slachten ze zelf.
En dan is er de bedrijfsmatige konijnenhouderij, óf voor het vlees óf voor het bontvachtje.
De zogeheten vleeskonijnen zijn er bijzonder miserabel aan toe. Zij zijn gehuisvest in veel te kleine kooien die geheel van draadgaas zijn gemaakt, ook de bodem, hetgeen veel letsel aan de hakken veroorzaakt. De kooien zijn zó laag dat de dieren nooit rechtop kunnen zitten, iets wat tot het natuurlijk gedrag van konijnen hoort. Drachtige voedsters en dekrammen zitten elk apart in een klein en laag kooitje. De overige konijnen zitten in groepen samengepropt in iets grotere, eveneens geheel draadgazen kooien.
Sinds april 2006 bestaan er regels voor de bedrijfsmatige konijnenfok- en -mesterij, maar deze regels zijn minimaal, en één van de voorschriften is bijvoorbeeld dat pas bij een uitvalpercentage (uitval = voortijdige sterfte) van meer dan 10% van de dieren een dierenarts geraadpleegd moet worden. (Bij een bedrijf met bijvoorbeeld 10.000 konijnen mogen er dus 1000 doodgaan voor er een dierenarts wordt bijgehaald!) De verordening heeft een overgangstijd van 10 jaar, en is qua welzijn nog maar een heel klein stapje in de goede richting.
De zo belangrijke groepshuisvesting voor o.a. voedsters is nog "in onderzoek". Ook voor de draadgazen bodems is nog geen afdoende oplossing. De grote uitval wordt vooral veroorzaakt door o.a. maagdarmstoornissen. Voetzoolbeschadigingen treden veelvuldig op doordat de dieren op draadgaas moeten zitten. De beperkte hoogte van de kooien werkt misvormingen van de wervelkolom in de hand, en de totaal ongeschikte huisvesting veroorzaakt gedragsstoornissen. Maar de grote sterfte in de konijnenbioindustrie levert de konijnenhouder kennelijk toch nog minder economisch nadeel op dan investering in een diervriendelijker systeem.
Opvallend is dat konijnen die voor dierproeven worden gebruikt qua huisvesting een stuk beter af zijn. Deze dieren vallen onder de Wet op de Dierproeven en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften. Zo zijn voor proefdieren draadgazen kooien verboden en groepshuisvesting en ruimere afmetingen van de kooien voorgeschreven.
Voor de particuliere konijnenhouderij bestaat geen enkele regelgeving. Een ieder kan met konijnen ongestraft doen wat hij/zij wil.
Verkoop via internet
Aanleiding voor de actie in Den Haag was de ontdekking van een dierenvriendin, Sandra van der Werd, op internet: Op Marktplaats stond een advertentie "Vleeskonijnen inventaris aangeboden (kooien, konijnen en spul)". Het bleek te gaan om een jongen van 16 jaar, zoon van een bioindustrie-varkenshouder, die voor een extra zakcentje een konijnenfokkerijtje was begonnen bij zijn ouders in een schuur. Het ging in totaal om 72 konijnen; foto's bij de advertentie toonden rijen verroeste draadgazen kooien waarin de dieren zaten opgesloten.
De aanblik was nog erger dan in een commerciële konijnenhouderij, die tenminste nog aan bepaalde regels is gebonden.
Een tip aan de LID (Landelijke Inspectie Dienst van de Dierenbescherming) haalde niets uit: Deze kon er toch niets aan doen, werd gezegd, omdat er geen regelgeving voor particuliere konijnenhouderijen bestond. Ook zijn er geen voorschriften voor het doden en slachten van konijnen. Een ieder mag zonder enig bewijs van bekwaamheid zonder verdoving konijnen doden en slachten.
Bij een bezoek van Sandra aan dit konijnenhouderijtje, onder het mom van "ik wil een konijntje komen uitzoeken voor mijn dochtertje, en mijn zwager heeft misschien wel belangstelling de hele inventaris op te kopen", trof zij een werkelijk erbarmelijke situatie aan. De schuur was donker, veel dieren waren ziek, hadden etterende oogjes en neusjes, en/of waren misvormd (scheve kop, door de veel te lage kooitjes) en hadden kapotte voetzolen door het voortdurend op de draadgazen bodem zitten.
Sandra besloot zelf de hele fokkerij op te kopen. Zij kreeg hierbij hulp, ook financieel, van vrienden en dierenorganisaties (ook "Rechten voor al wat leeft" heeft een bescheiden bijdrage overgemaakt). Zij kon de dieren onderbrengen bij een stichting waar ze op een konijnenheuvel zouden gaan wonen. Toen zij konijnen en inventaris kwam ophalen, bleken 22 van de 72 konijnen intussen nog snel even verkocht te zijn voor de slacht. Voor een groot aantal dieren kwam de redding echter te laat: 33 van de 50 overgebleven dieren moesten uiteindelijk inslapen. "Dierenartsen constateerden bij de zieke konijnen myxomatose, rhinitis, pneumonie, mastitis, bijtabcessen, schimmel, oormijt, veel scheve koppen, zere hakken, snot en zeer nalatige zorg. Daarnaast waren veel konijnen erg bang en sommige apathisch", zo citeren wij uit het "ZWARTBOEK - Konijnen in de hel", dat Sandra later schreef.
Aanbieding Zwartboek aan Tweede-Kamerledenw
Het bleef niet bij het opkopen van dit weerzinwekkende "bedrijfje". Op 13 november 2007 verzamelde zich vroeg in de middag in de stromende regen een groepje van ca. 20 personen op het Plein in Den Haag vóór het gebouw van de Tweede Kamer. Enkele rijen draadgazen aan-elkaar-gekoppelde konijnenkooitjes uit de voormalige konijnenfokkerij, gevuld met pluche konijnen, werden op de straat neergezet en een aantal panelen met trieste foto's die genomen waren voordat het zaakje was opgekocht. De uitstalling liet zien wat een hel zich daar in dat donkere schuurtje had bevonden. En helaas is dit schuurtje niet het enige….
Ook was er een grote moker meegenomen. De Vaste-Kamercommissie voor de Landbouw was uitgenodigd naar buiten te komen om het "Zwartboek - Konijnen in de hel" in ontvangst te nemen. De voorzitter van de Commissie, mevr. Schreijer-Pierik (ja inderdaad, degene die destijds trots voor de t.v. vertelde dat zij wel 100 biggen per uur kon castreren, en bovendien is zij een verwoed jager!) zou gevraagd worden de moker ter hand te nemen en één van de konijnenkooitjes in elkaar te slaan, zodat daar nooit meer konijnen in zouden kunnen worden opgesloten. Ook de pers was inmiddels gearriveerd.
Om 13.30 uur kwam een zevental Vaste-Commissieleden naar buiten, onder de paraplu, want het bleef helaas maar steeds stromen van de regen! Het waren de dames Schreijer-Pierik (CDA), Van Velzen (SP), Thieme en Ouwehand (PvdD) en de heren Waalkens (PvdA), Ormel (CDA) en Graus (PVV).
Na een korte uiteenzetting van Sandra kregen de leden het Zwartboek aangeboden. Mevr. Schreijer wilde géén klap met de moker geven, want als voorzitter diende zij neutraal te blijven, zei ze. Maar de overige leden wilden wel een paar kooien in elkaar slaan.
De heer Ormel liet weten dat er wel degelijk regelgeving was voor de commerciële konijnenhouderij, en dat de konijnen er daar beter aan toe waren als in dit soort particuliere onderneminkjes. Ook konijnen die gehouden werden als gezelschapsdier hadden vaak, eenzaam opgesloten in een klein hokje, een miserabel leven. Aan dit soort particuliere misstanden kon de overheid echter niets doen, vond Ormel, want ze konden nu eenmaal niet huis-aan-huis controleren. Daarom was het ook zinloos de bestaande verordening ook voor de particuliere konijnenhouderij te laten gelden. Dus moesten wij als burgers juist en vooral daár onze aandacht op blijven richten, en aangifte doen bij politie, AID, nu NVMA en LID, als wij zulke misstanden tegenkwamen. Want op grond van art. 36 en 37 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren kon er dan worden opgetreden, omdat het hier ging om het "zonder redelijk doel benadelen van gezondheid en welzijn van dieren".
Ja ja…, en dan te weten dat de LID na de eerste melding van Sandra het niet nodig vond om eens te gaan kijken omdat ze er toch niets aan konden doen, dat LID en AID, nu NVMA elkaar steeds maar de bal toespeelden, en dat de AID eindelijk eens ging kijken zes weken nadat Sandra de hele konijnenfokkerij had opgekocht, en men dus een lege schuur aantrof…. |