De gruwelijke waarheid achter in beslagnames van dieren
In ons vorige contactblad hebt u kunnen lezen hoe wij samen met drie andere dierenorganisaties (St. Comité Dierennoodhulp, Werkgroep Hulp Inbeslaggenomen Honden en Een Dier Een Vriend -EDEV-) op 4 mei 2011 een brandbrief stuurden naar Staatssecretaris Bleker van Landbouw en, toen deze brief niet beantwoord werd, een tweede brief op 27 mei 2011. Aanleiding waren twee schandalige gebeurtenissen die aan het licht waren gekomen (als topje van de ijsberg…?), namelijk de kwestie van de 5900 verwaarloosde knaagdieren die in beslag genomen werden door Dienst Regelingen en terechtkwamen bij opslaghouder Papegaaienpark Veldhoven, en waar het voor de meeste van deze dieren niet goed afliep. De tweede kwestie betrof de inbeslagname van 200 sterk verwaarloosde en zelfs gewonde konijnen waarvan de eigenaar zelfs nog een maand de tijd kreeg van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming om z'n leven te beteren. Na die maand werden de konijnen alsnog door Dienst Regelingen in beslag genomen. Na enige tijd mochten de enigszins op verhaal gekomen en herstelde dieren toch weer terug naar de eigenaar, die de dieren vervolgens weer opnieuw kon verwaarlozen.
Naar aanleiding van deze berichten hadden we staatssecretaris Bleker verzocht om reorganisatie van Dienst Regelingen, met name de Afdeling In Beslag Genomen Goederen (waar ook dieren onder vallen!) en de door hen gecontracteerde opslaghouders.
Op 30 mei 2011 ontvingen we het antwoord van dhr Bleker. Het behelsde een uitvoerige uiteenzetting over hoe e.e.a. werkt bij Dienst Regelingen en bij de afdeling In Beslag Genomen Goederen (IBG), alsof dat nog niet bij ons bekend was….
Op de kwestie van de 200 konijnen werd niet ingegaan. Over de 5900 knaagdieren (waar ook nog 6 papegaaien bij betrokken bleken te zijn) werden koel en afstandelijk een aantal afschuwelijke mededelingen gedaan (zie hierover verder bij 'Onderzoek dood knaagdieren')
Onze brief aan de vaste commissie van EL&I
Omdat we bij staatssecretaris Bleker geen stap verder kwamen besloten wij (de vier dierenorganisaties) om een gesprek te vragen met de Vaste Commissie van Economie, Landbouw en Innovatie. Dat deden wij in het volgend schrijven dat we in z'n geheel hierna laten volgen: "Wederom worden wij als dierenbelangenorganisaties, betrokken bij de uitvoering van overheidsbeleid, niet serieus genomen. In plaats van inhoudelijk in te gaan op onze argumenten in onze brandbrief van 4 mei 2011, krijgen wij als kleine kinderen die maar wat onzin uitkramen in een brief van drie kantjes 'les' van staatssecretaris H. Bleker in hoe de Dienst Regelingen werkt. Eerder zou dit moeten zijn: hoe het zou behoren te werken. Immers, op papier klopt het beleid en de uitvoering altijd, maar dit is een papieren waarheid. Wij, de mensen in het veld, zien hoe het er in de praktijk aan toe gaat en dat is wat wij de staatssecretaris onder de aandacht hebben willen brengen. Wij begrijpen dat het soms pijnlijk kan zijn om geconfronteerd te worden met een andere werkelijkheid dan die men op papier of in gedachten heeft. Maar dat is de harde waarheid. Op onze dringende vragen en feitelijke constateringen in onze brandbrief van 27 mei aan staatssecretaris Bleker hebben wij helaas nog geen reactie mogen ontvangen.
Nu staatssecretaris H. Bleker, of zijn ambtenaren die de brief hebben geschreven, ervoor hebben gekozen om niet inhoudelijk in te gaan op onze argumenten ligt er o.i. een beroep op u in de redelijkheid van de zaak. Daarom brengen wij onze argumenten nogmaals onder uw aandacht met het verzoek de staatssecretaris ertoe te bewegen deze keer wel de door ons gesignaleerde misstanden aan te pakken en de door ons voorgestelde beleidsaanpassingen minimaal te willen bezien op redelijkheid en uitvoerbaarheid, teneinde samen het dierenwelzijn naar een acceptabeler niveau te brengen. Iets wat dhr Bleker, gezien de theoretische richtlijnen, deels wel beoogt. Wij willen graag helpen dit in de praktijk van alle dag ook toe te passen. Wij zouden het dan ook zeer op prijs stellen wanneer wij een gesprek over deze misstanden met uw commissie kunnen krijgen.
Onderzoek dood knaagdieren
In onze brandbrief van 4 mei 2011 vroegen wij aan staatssecretaris Bleker een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de dood van circa 4400 knaagdieren bij opslaghouder Tonnie van Megen Op deze vraag kregen wij het schokkende antwoord dat de knaagdieren niet in de opslag zelf zijn gedood, maar dat in ieder geval 3662 knaagdieren verkocht zijn als voedseldier (als levend voer voor slangen etc. - red.)Het merendeel van deze dieren zou een neurologische afwijking hebben en daarom op advies van een dierenarts!verkocht zijn als voedseldier. Een neurologische afwijking is wel een erg breed begrip. Hoe heeft de dierenarts deze brede diagnose gesteld? Heeft hij soms hersenscans gemaakt? Hoogstwaarschijnlijk waren de knagertjes die dit lot moesten ondergaan wat agressief. Iets wat niet verwonderlijk is als je slecht gehuisvest zat en daarna verhuisd wordt met alle stress vandien. Dit soort dieren hoort men rust, verzorging en positieve aandacht te geven, zo leert men tegenwoordig in de dierenartsenopleiding. Bovendien legt men als dierenarts een eed af om dieren te helpen en bij gezonde dieren niet het leven te beëindigen. Wie is deze dierenarts en is hij/zij onafhankelijk of wellicht in dienst van de Dienst Regelingen? Wij vinden dat hier openheid over moet komen!
Dhr Bleker schrijft dat EL&I en Dienst Regelingen "het welzijn van dieren hoog in het vaandel hebben". Wel, wij hebben hier toch iets geheel anders voor ogen dan verwaarloosde dieren te verkopen als voedseldier! En hoe zorgvuldig was het transport? Had niet voorkomen kunnen worden dat er bij aankomst al 35 dieren waren overleden?
Terug naar eigenaar na betaling opslagkosten
Ook geeft de staatssecretaris te kennen dat een van de eigenaren die hun dieren zwaar verwaarloosden na betaling van de bestuursdwangkosten 503 knaagdieren en 6 papegaaien heeft teruggekregen. Waarom kreeg deze eigenaar zijn dieren terug? Wij vinden het uitermate schokkend dat deze persoon, die zo duidelijk heeft getoond dat hij niet goed met zijn dieren om kon gaan, deze toch tegen betaling terugkreeg. Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de overheid voor dieren die teruggegeven worden aan mensen die ze zozeer verwaarloosden en/of mishandelden? Wordt deze persoon wekelijks gecontroleerd door de LID of AID, nu NVMA? Of moeten deze dieren maar weer opnieuw in een hel terechtkomen? Het is bekend dat het recidivegevaar bij dierenkwellers groot is.
Plaatsing dieren
In onze brandbrief aan de staatssecretaris gaven wij aan dat er voor de herplaatsing van dieren geen regels opgesteld zijn om het welzijn van de dieren te waarborgen. De enige regels die er zijn m.b.t. het vrijgeven van dieren gaan over de hoogte van het verkoopbedrag dat de opslaghouder mag vragen. En wij gaven aan dat de dieren door Dienst Regelingen niet geplaatst worden bij opvangcentra waarbij wél het welzijn en de herplaatsing van dieren voorop staat en waar commerciële belangen geen hoofdrol spelen. De staatssecretaris gaat inhoudelijk niet in op ons argument dat dieren die al getraumatiseerd zijn door verwaarlozing en/of mishandeling niet van de regen in de drup dienen te raken. Uit zijn reactie blijkt slechts dat hij het voldoende vindt dat dieren verkocht worden aan handelaren en particulieren zonder voorwaarden. In de praktijk betekent dit dat veel dieren hierdoor als voedseldier eindigen en op een akelige manier gehuisvest worden voor ze worden gedood.
Gisteren kregen wij van Dienst Regelingen te horen dat dit ook het lot is van de ruim 200 sterk verwaarloosde 'geredde' konijnen (zie foto's) die op 24 mei door de LID in Kampen in beslag genomen werden. We hebben vorige week aan Dienst Regelingen aangeboden te willen helpen om de konijnen via de knaagdierencentra in ons land te herplaatsen. Diverse knaagdierencentra hadden zich al bereid verklaard om de konijnen op te vangen. Maar Dienst Regelingen gaf er de voorkeur aan de dieren te verkopen aan een handelaar waar ze vaker mee samenwerkt. Hoezo 'zorgvuldig omgaan met het welzijn van de dieren?'Bij het herplaatsen van dieren moet men weloverwogen te werk gaan, zodat men ervan op aan kan dat de dieren goed terecht komen. Na alle ellende die de dieren al hebben moeten doormaken lijkt dat ons iets vanzelfsprekends. Helaas is het dat niet voor Dienst Regelingen. Waarom kunnen in beslag genomen dieren niet net als asieldieren zorgvuldig herplaatst worden met plaatsingsvoorwaarden?
In beslag genomen honden
In zijn reactie heeft de staatssecretaris het prachtig op papier gezet: "De honden komen iedere dag meerdere malen met hun verzorgers in aanraking en ze worden uit de hokken gelaten en komen op de speelweides". Echter, de praktijk voor de meeste honden is: twee keer per dag krijgen ze eten en hun hok wordt schoongespoten; zo alleen komen ze slechts met de verzorgers in aanraking. Een eenvoudig rekensommetje: Kunt u ons vertellen hoe vaak een hond buiten komt als één betaalde verzorgster 40 hondenhokken moet schoonmaken en 40 honden twee keer per dag van eten moet voorzien in 8 uur tijd? En er slechts twee speelweides beschikbaar zijn, waar maar één hond per speelweide op mag en de honden stuk voor stuk daar naar toe gebracht moeten worden? Helaas is dit overwegend de praktijk. Voor veel honden is er wel degelijk sprake van isolatie.
De staatssecretaris beweert verder dat 95% van de in beslag genomen honden binnen een maand zich heeft aangepast aan de nieuwe situatie en dan pas getest wordt. Maar die aanpassing wil niet zeggen dat de situatie waarin ze gehuisvest zijn niet traumatiserend op de psyche van de honden kan werken, hetgeen ook weer invloed kan hebben op het testresultaat. Van de circa tien honden die een euthanasie-advies kregen nadat ze op deze manier getest werden, en die daarna bij Martin Gaus kwamen voor herstel om daarna opnieuw getest te worden, slaagden er acht opeens wel voor de test. Wat een beetje aandacht en vertrouwen al niet kan doen! Voor ons is iedere hond die onterecht gedood wordt omdat er op een verkeerde manier een test wordt afgenomen er één teveel. Daarbij hebben wij het nog niet eens over het trauma dat het de eigenaar oplevert, omdat zijn/haar hond geen eerlijke kans heeft gekregen.
Conclusie
Om bovenstaande redenen zijn wij het volstrekt niet eens met de conclusie van de staatssecretaris dat de Dienst Regelingen voorziet in de behoefte de dieren extra zorg te geven en dat bij deze dienst het welzijn hoog in het vaandel staat. Verwaarloosde en mishandelde dieren verkopen als voedseldieren is hiermee volkomen in tegenspraak
Ons inziens zou na vrijgave door de Officier van Justitie of een bestuursorgaan zorgvuldig dienen te worden omgegaan met het fenomeen 'doorplaatsing'. Het belang van het dier en zijn welzijn zou hier voorop moeten staan. Iedereen, betrokken bij het traject van inbeslagname tot vrijgave en doorplaatsing zou van zijn 'activiteiten' verplicht een transparant verslag moeten maken. Dat geheel zou als een 'boek' te lezen moeten zijn. Wie heeft wanneer wat gedaan en waarom? En wat was daar het gevolg van?
Ook over de financiële kant moet men helder en transparant verslag doen. Dit kan dan weer getoetst worden aan 'dierenwelzijn'. Deze transparantie is er nu niet. Wij hopen daarover een gesprek met u te kunnen hebben".
(Tot zover onze gezamenlijke brief aan de Vaste Commissie EL&I in de Tweede Kamer. Helaas vond men het kennelijk niet nodig ons voor het gevraagde gesprek uit te nodigen.) |