In memoriam Mies van Oosten-Poortman

Op 24 september van dit jaar moesten wij voorgoed afscheid nemen van de oprichtster en voorzitster van Rechten voor al wat leeft, mevrouw C.M. van Oosten-Poortman. Na een intensief en arbeidzaam leven, waarin zij veel baanbrekend werk heeft verricht, is zij op 86-jarige leeftijd van ons heengegaan.

Zij leefde haar leven ernstig, met visie en overtuigingskracht. Wij zijn verdrietig om wat wij in haar missen nu zij er niet meer is, maar wij zijn ook dankbaar voor alles wat zij heeft betekend, voor alles wat zij ons in woord en daad heeft nagelaten. Het was een leven vol zorg voor de ander: voor mens, dier en ook de plant. De natuur, de schepping - en daar hoort alles wat leeft bij - had altijd haar grote belangstelling en mededogen.

In deze extra editie willen wij ingaan op wat mevrouw Van Oosten heeft betekend voor Rechten voor al wat leeft en met name voor de dieren, voor het welzijn waarvan zij haar leven lang (zo lang zij kon) op de bres heeft gestaan. Zij was een enorm inspirerende kracht voor degenen die om haar heen stonden, dat kunnen wij zonder overdrijving stellen.

Hoewel zij de laatste paar jaar een teruggetrokken leven leidde (zij werd praktisch blind) was zij toch tot voor kort nog altijd geïnteresseerd in alles wat in de maatschappij gaande was en, hoewel zij weinig meer over het dierenleed wilde spreken, omdat zij er niet meer tegen kon, heeft zij tot het einde toe met de dieren meegeleden. Moesten wij de laatste paar jaar dus al steeds meer "op eigen kracht drijven", nu mevrouw Van Oosten er niet meer is beseffen wij pas goed wat een gemis dit voor ons betekent, en welk een inspiratiebron zij altijd voor ons is geweest!

     

Wij willen hieronder eerst de oud-medewerkster mevrouw L. Vreugdenhil te Duiven (87 jaar!) aan het woord laten; zij heeft vanaf het ontstaan van Rechten voor al wat leeft mevrouw Van Oosten gesteund, ging met haar mee naar besprekingen en als zij lezingen hield. Een medewerkster van het eerste uur dus:

"Een tere plant, een nieuw begin,
maar daar zat wond're groeikracht in...

Dit oude schoollied spookt mij steeds door het hoofd als ik het contactblad Relatie Mens en Dier van Rechten voor al wat leeft zie liggen. Om uit te laten komen dat alles,waar mevrouw Van Oosten naar streefde, nog steeds springlevend is, schrijf ik dit.

Wij leerden elkaar kennen toen wij beiden lid waren van het hoofdbestuur van de NBBV (de Nederlandse Bond tot Bestrijding van Vivisectie, zoals deze bond toen nog heette; Vereniging Proefdiervrij is thans de nieuwe naam) in Den Haag. We waren ongeveer even oud (ik ben maar één jaartje ouder) en het klikte direct. Ik wist nog van niets, werd door een NBBV-folder wakker gemaakt en stond direct in lichterlaaie: stel je voor, dat mijn dieren dit zou overkomen! Zoiets kan toch niet? En zo zat ik al gauw vechtend en agerend in het hoofdbestuur. Waar ik al gauw te weten kwam dat vivisectie niet het énige kwaad is, dat de dieren wordt aangedaan. En daar zat mevrouw Van Oosten - Mies zal ik haar noemen, dat klinkt vriendelijker. Ik zie het nog voor me: Mies met opgeheven vinger, laaiend verontwaardigd:
"Weten jullie wel hoe ze aan al die dieren komen? Die worden gestolen, verzameld en voor geld geleverd aan opkopers; in dit geval was de grootste boosdoener een Duitser, Heinz Vieten die geregeld de grens over kwam, Nederlandse dieren naar Duitsland bracht en andersom. Mies had er geen bond of andere remmende instantie voor nodig om in te grijpen en... de wet begon zich met deze ongure handel én met de onnodige vivisectie te bemoeien.

 

Mies had ook de gave díe personen en instanties te pakken die zij nodig had. Zij woonde in haar actiefste periode in Raalte. Met medewerking van haar man, die bij de gemeente werkte, kwamen er al gauw duizenden stencils in omloop om de mensen te waarschuwen geen huisdieren waar men "van af wilde", zomaar aan onbekenden mee te geven. Het gebeurde immers maar al te vaak dat op advertenties, waar huisdiereneigenaars hun dier(en) of een pasgeboren nestje pups of kittens gratis aanboden, mensen afkwamen die de dieren meenamen met de belofte er thuis goed voor te zullen zorgen, maar deze dieren naar verzamelaars brachten, die op hun beurt de dieren verkwanselden naar de grote handelaars. Zo kwamen de dieren steevast in de vivisectie-laboratoria terecht. Mede door het vele werk van Mies werden veel mensen wakker en werd het bekend hoe de malafide honden- en kattenhandel in zijn werk ging.

Daar bleef het echter niet bij want, midden tussen de agrariërs wonend, zag zij al gauw de wantoestanden waarin de bio-industrie-dieren verkeerden: de kippen, de kistkalveren, de varkens. Het regende stencils! Via kranteninterviews, radio- en televisie-uitzendingen, vele stands en lezingen overal in het land, wist Mies het publiek te interesseren'. De eenvoudig (en goedkoop!) uitgevoerde stencils werden later gedrukte folders en ook daarvan gingen duizenden het land door. Dit was nieuw voor de mensen! Niemand wist eigenlijk welk dierenleed er schuil ging achter zijn/haar eitje en stukje vlees! Maar...ook de autoriteiten werden wakker!
Alleen ageren tegen alle ellende hielp niet, er moest een alternatief tegenoverstaan. Eén project moest de spits afbijten, en dat was het project van de scharreleieren. Hiervoor moest het Rijk worden ingeschakeld. Dat had een soort bio-proefdiereninstantie: Het Spelderholt in Beekbergen. Daar zocht men uit onder welke omstandigheden het dier zich goed voelde, en tóch voldeed aan de financiële eisen van pluimveehouder en consument.
Zo ontstonden in 1975, na enige jaren van praten, vergaderen en overleggen, de scharrel-kippen: vrij lopend, "scharrelend" op de grond, met legnesten aan de zijkanten (en de latere variatie er op: de volière-eieren; what's in the name? Als ze maar de ruimte kregen!) Wettelijke stempels en merken kwamen uiteindelijk op eieren en verpakking: haar geesteskind groeide als kool. Maar daaraan voorafgaand moest er heel wat gebeuren! Vele vergaderingen en besprekingen werden gehouden en gevoerd. Ook kwam de vraag naar voren hoe deze eieren dan wel zouden moeten heten! Het moest een naam zijn die aansprak, en dat was moeilijk! Toen zijn Mies en ik samen naar Drs Brantas in Zutphen gegaan en die zei dit: "Een kip is een scharreldier." Dus werden de eieren van deze kippen "scharreleieren". Hier waren wij het volmondig mee eens. Drs Brantas had een belangrijke positie bij Het Spelderholt. Het Rijk zou ook voor de bescherming van de naam zorgen.

 

In 1975 werden de eerste doosjes met het embleem: het oranje voorrangsteken met daarin de naam Rechten voor al wat leeft, bedrukt. Vier jaar later, in 1979, kwam het Rijksmerk. De Stichting Scharreleierencontrole werd opgericht, op naam van mevrouw Van Oosten. Later veranderde de naam in NEB (Nederlands Eiercontrole Bureau) en nu heet het CPE (Controlebureau voor Pluimvee en Eieren en eiproducten. Rechten voor al wat leeft is nog steeds vertegenwoordigd in dit overheids-controle-apparaat.

Ik memoreerde hierboven dit bezoek aan Drs Brantas speciaal, omdat hieruit bewezen wordt, dat alles het werk van Mies is geweest. "De" dierenbescherming, die natuurlijk volledig achter deze zaak stond, deed namelijk net of zij het scharrelei hadden voortgebracht, maar dat misverstand zal waarschijnlijk het gevolg geweest zijn van onkunde van jeugdige medewerkers.

En natuurlijk scharrelde alles later: kippen, ander pluimvee, maar ook varkens. Ook met dit laatste is Mies begonnen: het in de handel brengen van alternatief varkensvlees, het scharrelvarkensvlees.

Inmiddels zijn we vele jaren later. Geen mens, die niet meer weet wat scharrelproducten zijn, geen krant die er nog nooit over heeft geschreven en het woord scharrel niet nog regelmatig noemt! Zelfs in de nieuwste woordenboeken, en ook in de "Woordenlijst Nederlandse taal (het z.g. "Groene boekje" met de spellingwijzigingen) staan de woorden "scharrelei", "scharrelkip" en "scharrelvarken" genoemd. Geen producent, consument of handelaar die er niet mee te maken heeft. Albert Heijn heeft altijd zéér positief gereageerd. Het publiek wil de bio-rommel niet meer, want veel dieren (ook veel mensen) in een té kleine ruimte leven in een broeinest van virussen en bacteriën, en blijven niet gezond.

Wie nu mocht denken, nu Mies er niet meer is, dat zij de vergetelheid is ingegaan, vergist zich! Want scharrelen blijft. Mies blijft, nu en later! Je hebt keihard gevochten Mies, en je leven er aan gewijd. Ik hoop dat er een hemel bestaat, waarin je wordt omgeven door alle dieren waarvoor je geknokt hebt, maar dan moet die hemel wel erg groot zijn! En:
Rechten voor al wat leeft was eigenlijk: Vechten voor al wat leeft!

 

Een vrolijk einde wil ik aan dit stukje nog toevoegen: In 1981 kreeg Mies een koninklijke onderscheiding. Maar..., dat moest een verrassing blijven. Ik kreeg een telefoontje van haar man, of ik op 29 april 1981 wilde komen op het gemeentehuis in Raalte. Mét uitleg. Mies werd wijsgemaakt dat het om een verjaardag ging van een gemeente-ambtenaar, en zij nam een fles wijn als cadeau mee. Toen zij gezeten was, vooraan, keek ze eens om zich heen, en ik zág haar denken: wat doet díe nu hier!? (o.a. ik) en díe? en díe?! Zij snapte er niets van en vermoedde ook niets. Tot de burgemeester begon te spreken, dat het Hare Majesteit behaagd had..... enz.. En ze kreeg een koninklijke onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. En de gemeente-ambtenaar...., die kreeg zijn fles wijn!"

L. Vreugdenhil

 

Uit bovenstaande herinneringen van mevrouw Vreugdenhil willen wij enkele punten naar voren halen waar wij nog iets meer over willen vertellen:

De Duitse hondenhandelaar (Heinz Vieten)
Op 21 maart 1962 volgde mevrouw Van Oosten, samen met mevrouw T. Roes-Stibbe, de hondenhandelaar Heinz Vieten vanuit Nijverdal naar de grenspost Glanerbrug, om te kijken of hij ergens inentingspapieren zou ophalen en vervolgens met de 180 tot 200 dieren de grens over zou gaan. Mevrouw Polak-Moor stond hen daar mét de douane op te wachten. Radio, t.v. en de kranten waren gewaarschuwd dat er die avond aan de grens 'iets' zou gebeuren. Alle media lieten verstek gaan en er was slechts één journalist van een krant. Toen de vrachtwagen werd geopend werden de opgeladen kisten zichtbaar met daarin de honden. Op dat moment gaf mevrouw Polak Heinz Vieten een klinkende oorvijg. Zij deed dit in de hoop dat er eindelijk een proces-verbaal zou worden opgemaakt, en er een eind zou komen aan de smerige praktijken van deze handelaren.

n 1964 trad het Honden- en Kattenbesluit in werking, maar dit besluit heeft helaas nog steeds geen eind kunnen maken aan het verhandelen van honden (en ook katten) naar het buitenland voor vivisectie-doeleinden. De honden- en kattenhandel is een afschuwelijke zaak, omdat bij de handelaren gestolen, gratis afgehaalde en afstandsdieren, vaak in ellendige behuizingen zijn opgesloten om uiteindelijk te worden misbruikt voor dierproeven voor de farmaceutische en cosmetische industrie en voor oorlogsdoeleinden.

 

Onnodige dierproeven
In de jaren die volgden, reeds vanaf 1970, werden petities ingediend aan alle Tweede-Kamer-leden waarin werd aangedrongen op een verbod op alle ONNODIGE dierproeven. Vele malen heeft mevrouw Van Oosten op hoorzittingen de doelstellingen van Rechten voor al wat leeft omtrent dierproeven naar voren gebracht en verdedigd, echter met (toen nog) zeer weinig resultaat. Wat zij onder onnodige dierproeven verstond is in onze informatiefolder te lezen, maar wij laten dit in het kort hieronder volgen:
1. De proeven die medische, veterinaire en biologie-studenten in hun eerste studiejaren, veelal tegen hun zin, op levende dieren moeten doen en die ook vastgelegd kunnen worden op een film of video.
2. Herhaling van proeven voor oorlogsdoeleinden m.b.t. de productie van wapens waarvan de resultaten reeds lang bekend zijn.
3. Proeven voor huishoudelijke artikelen en cosmetica
4. Proeven die worden gedaan door de farmaceutische industrie én de agrarische industrie (medicijnen, veeteelt, land- en tuinbouwvergiften).

Gezondheids-, kuuroorden
Om dierproeven zoveel mogelijk tegen te gaan én om ook de patiënt een keuzemogelijkheid te bieden streefde mevrouw Van Oosten naar gezondheidsoorden: rust- en herstellingsoorden waar de verzorging van de patiënten zou geschieden volgens de beginselen van de natuurlijke leef- en geneeswijze. Het herstel van het natuurlijk weerstandsvermogen na een doorgemaakte ernstige ziekte, en ook het verkrijgen van geestelijk evenwicht is voor menigeen in eigen milieu een moeilijke opgave. In de huiselijke kring is het volgen van diëetvoorschriften en het vinden van de voor het herstel noodzakelijke rust voor velen moeilijk. De bedoeling van deze gezondheidsoorden was om de patiënten niet alleen enige weken volgens de natuurlijke leef-en geneeswijzen te behandelen, maar hen ook te begeleiden, zodat zij later thuis deze leefwijze in praktijk zouden kunnen brengen. Uitgaande van eerbied voor de gehele schepping zouden schadelijke middelen er niet mogen worden toegepast. In de ons omringende landen zijn tal van dergelijke gezondheidsoorden te vinden, verblijf en behandelingen worden door het ziekenfonds vergoed.

Mevrouw Van Oosten heeft er jarenlang naar gestreefd dat het bronnenbad in Nieuweschans een gezondheidsoord zou worden zoals het haar voor ogen stond: eenvoudig van opzet, rustig, niet geldverslindend, en niet alleen voor de mensen met veel.geld (dus ook vergoeding door het ziekenfonds). Het is haar helaas niet gelukt. Dat het Bronnenbad Nieuweschans later een zeer luxe opgezet centrum is geworden, is nooit de bedoeling van mevrouw Van Oosten geweest. Wel zijn er steeds meer verzekeringsmaatschappijen die bepaalde medische behandelingen vergoeden.

 

Scharrel
Wie bij Albert Heijn de scharrel- (of volière-)eieren koopt, ziet daar op de eierdoosjes naast het garantiemerk van het Controlebureau voor Pluimvee en Eieren (CPE) nog steeds het embleem van Rechten voor al wat leeft staan. Een reeds jarenlange erkenning van het werk van mevrouw Van Oosten. Maar niet alleen het scharrelei en de scharrelkip zijn door haar inspanningen gerealiseerd. Ook het scharrelvarken is uiteindelijk háár idee en háár werk geweest. Diegenen die niet reeds jarenlang donateur zijn van Rechten voor al wat leeft zullen dit misschien niet weten, maar mevrouw Van Oosten is (in 1978), na talloze gesprekken met velerlei instanties, uiteindelijk in samenwerking met Diepvries Home Service te Varsseveld, gestart met het alternatieve varkensvlees (scharrelvarkensvlees) dat via een postordersysteem door consumenten werd besteld en bij hen werd thuisbezorgd. De controle op de voorwaarden, waaraan de huisvesting, het vervoer naar een (dichtstbijzijnd) slachthuis en het slachten zelf berustte in die jaren bij Rechten voor al wat leeft. Naar de vele vergaderingen en voorbereidende gesprekken die gevoerd moesten worden vóór het scharrelvarkensvlees in de handel kwam, vergezelde ik mevrouw Van Oosten, en ook de controle-bezoeken naar varkensbedrijven legde ik dikwijls samen met haar af. Thans wordt dit vlees via winkels (o.a. Albert Heijn) verkocht en de controle wordt uitgevoerd door het Productschap voor Vee en Vlees.

Ook voor de kistkalveren heeft mevrouw Van Oosten gestreden! In talloze interviews in kranten en voor de radio en televisie heeft zij de verschrikkelijke leefomstandigheden van de kalveren aan de kaak gesteld! Ook voor déze dieren heeft zij nog getracht een alternatief te realiseren: Diepvries Home Service heeft het geprobeerd: het diepvriezen van vlees van kalveren die wél een meer dierwaardig leven hadden kunnen leiden, maar dit is helaas niet gelukt, omdat de technische resultaten hiervan niet goed waren. Toch heeft mevrouw Van Oosten het nog mogen meemaken dat er een verbod op lange termijn kwam op het houden van kalveren in de gruwelijke eenlingboxen: Eind 1996 kwam dit verbod er door: over tien jaar (2007) mogen er geen kalveren in eenlingboxen meer zijn in Nederland. De dieren moeten dan in elk geval in groepen zijn gehuisvest. En dat is toch het minste dat wij voor deze dieren (kuddedieren!) mogen vragen!

 

Slachtmethoden en veetransporten
Ook hebben activiteiten van mevrouw Van Oosten er sterk toe bijgedragen dat regels voor slachtmethoden, met name van die voor varkens, en ook kalveren, sterk werden verbeterd. In de jaren zeventig was het nog zo dat varkens zó kort werden bedwelmd dat ze dikwijls al weer bijkwamen tijdens het steken en verbloeden. Vele dieren kwamen hierna zodoende nog bij hun volle bewustzijn in het hete broeiwater terecht en verdronken. In 1975 deed een keurmeester hierover zijn beklag bij mevrouw Van Oosten, die hier natuurlijk de krant bij had uitgenodigd. Trouw wijdde hier een groot artikel aan dat veel opschudding veroorzaakte. In 1976 bracht mevrouw Van Oosten deze misstanden én bovendien de vreselijke gevolgen voor de dieren van de gruwelijke veetransporten via de televisie naar buiten (in het programma "Sprekers-hoek") in samenwerking met veterinair inspecteur Dr R. Hoenderken. Veertien dagen ná deze uitzending stond in de Staatscourant dat m.i.v. l januari 1980 in alle slachthuizen de apparatuur aanwezig moest zijn, waarmee de varkens de vereiste verdoving zouden moeten krijgen.

Tegen de transporten van levend vee, met name die naar en uit het buitenland, heeft zij vele jaren lang geageerd. De dieren zouden in het land van herkomst moeten worden geslacht, zo was haar stelregel. Maar nu, in 2000, worden nog miljoenen dieren over de hele wereld levend van het ene land naar het andere, van het ene werelddeel naar het andere versleept!

 

Onbedwelmd (ritueel) slachten
Sinds 1976 heeft mevrouw Van Oosten gestreden voor een bedwelming vóor de halssnede bij ritueel te slachten dieren. Talloze brieven en besprekingen waren hieraan gewijd, een handtekeningenactie die 30.000 handtekeningen opleverde die in 1983 aan toenmalig Staatssecretaris Van der Reijden (WVC) werden aangeboden, die tóen reeds een overleg met Moslimgroeperingen toezegde. Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar heeft tot nu toe nog maar tot bitter weinig resultaat geleid. Overleg over het slachten volgens de Israëlitische ritus is nooit op gang gekomen. Toch was er toen al een elektrische bedwelmingsmethode ontwikkeld die reversibel (omkeerbaar) was, en die voldeed aan de eisen van de ritus: het dier moet geheel kunnen verbloeden en het mag niet sterven door de bedwelming. Ondanks het feit dat genoemde bedwelmingsmethode aan deze eisen voldoet heeft het nog steeds niet algemeen ingang gevonden in Nederland.

Bont
Ach, waar heeft mevrouw Van Oosten níet voor gevochten als het om dierenleed ging! Tegen de bontfokkerijen! Wanneer zij lezingen hield waarin zij ook over het lijden van de dieren sprak, kwam zij heel dikwijls in haar kunstbontmantel. Als zij dan haar lezing gehouden had en vragen had beantwoord, zei zij tegen de aanwezigen: "Het verbaast mij dat niemand van u mij vraagt hoe ik hier in een bontmantel durf te komen terwijl ik over dierenleed spreek. Maar voor u denkt dat het echt bont is, zal ik het u laten zien!" Zij tilde dan een slip van de mantel omhoog en liet zien dat ze een stukje van de voering had losgetornd. "Kijkt u maar achter die voering, daar ziet u de achterkant van de stof. Het is gewoon katoen, ziet u wel?" Wat heeft zij altijd, ook via kranten en radio, geageerd tegen het dragen van bont!

 

Paardensport
En dan de paardensport! Niet deze sport op zichzelf was haar een doorn in het oog, maar de uitwassen daarvan, zoals het toedienen van doping aan de paarden, en mishandeling met o.a. de zweep! De doping zorgde er vaak voor dat paarden die eigenlijk niet konden lopen vanwege een blessure of een ontsteking in een van de benen, toch weer konden draven, maar natuurlijk kwam ná de wedstrijd de pijn in nog veel heviger mate opzetten dan vóór de wedstrijd omdat de inspanningen ver boven het vermogen van het dier waren uitgegaan. Niet zelden moest zo'n dier na afloop dan ook worden afgemaakt. Maar wat deerde dat? Als maar eerst de winst was binnengehaald!
De heer J. Stam, in de jaren zeventig zeer actief en bekend met alle misstanden in de paardensport, had haar hulp ingeroepen. Eens (in 1979) schreef de heer Stam: "Na vele instanties te hebben benaderd kreeg ik tenslotte het adres van mevrouw Van Oosten. En deze naam, Van Oosten, zal ik mijn verdere leven niet meer vergeten. Zij is een rots in de branding geweest en op haar is zeker niet van toepassing wat voor een andere, gesubsidieerde dierenorganisatie wel geldt, n.l. het gezegde: lange wegen leggen tussen doen en zeggen. Zij was er altijd, hoewel zij van ver moest komen. Wij zijn begonnen met het indienen van een petitie tegen doping en mishandeling, bij alle leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal. Wij zijn naar het Ministerie van Landbouw in Den Haag geweest voor het voeren van besprekingen met o.a. de heer Dobbelaar en later met de heer Binsbergen. Laatstgenoemde is (was - red.) voorzitter van de Stichting Nederlandse Draf- en Rensport. Er volgden weer gesprekken in Den Haag, nu op het Binnenhof met mevrouw Verkerk-Terpstra, lid van de Tweede Kamer. Er werden processen gevoerd en wij reisden vele malen naar de omroepstudio's in Hilversum. Al dit werk, in het belang van de dieren, werd mogelijk gemaakt door de Belangengroep Rechten voor al wat leeft. Ik ben van mening dat de mensen die de dieren dit leed aandoen niet ongestraft kunnen blijven. Mijn overtuiging is dat wij eens zullen overwinnen, want wij staan niet meer alleen. Er zijn doktoren die de feiten kennen en daarom onze zijde hebben gekozen. Zij kregen echter een spreekverbod opgelegd en werden zelfs met ontslag bedreigd. In nummer 37 van het blad 'In ren en draf' vraagt een bestuurslid nu om een schorsing van minstens een half jaar voor degene, die een paard te hard met de zweep slaat. Dit gaat in de goede richting, dankzij ons werk in de Belangengroep Rechten voor al wat leeft (zonder subsidie!)." Tot zover de heer Stam in 1979.

In de laatste jaren hebben wij nog vele malen Tweede-Kamerleden, maar ook de minister van Landbouw, benaderd over de huidige dopingcontrole. Wij vroegen herhaaldelijk om een nationaal doping-onderzoek van de éérste drie winnende paarden, maar we zijn steeds met een kluitje in het riet gestuurd. De heer Stam is er niet meer en wij vernemen nooit meer iets over deze kwestie.

 

Persoonlijke herinneringen
Bijna op de kop af vijfentwintig jaar heb ik haar mogen kennen en meemaken, en van haar mogen leren. De eerste kennismaking was naar aanleiding van het eerste bericht dat ik in de krant las over het scharrelei: dat deze eieren al in een aantal winkels te koop waren, en dat wij als consumenten daar in onze eigen winkel naar moesten vragen. Voor meer informatie kon men het telefoonnummer van mevrouw Van Oosten bellen.
Na die eerste kennismaking is het contact gebleven. Vijfentwintig jaar ben ik haar naaste medewerkster geweest, en ik ben diep onder de indruk gekomen van de wijze waarop zij altijd te werk ging om haar doel: meer welzijn voor de dieren, te bereiken. Hiertoe wierp zij ál haar inzet, geduld, tact en doorzettingsvermogen in de strijd. En vooral haar overtuigingskracht!

Het scharrelei is wel het meest bekende geesteskind van mevrouw Van Oosten. Maar daarna kwam het scharrelvarkensvlees, en betere slachtmethoden.

Maar ook vóor ik haar leerde kennen had zij al veel gedaan om dieren in nood te helpen! Zo heeft zíj de eerste aanzet gegeven tot het kettinghondenbesluit. Dat was in Raalte, maar van daaruit waaide dat over naar andere gemeenten. Op alle fronten vocht zij tegen al het dierenleed dat zich hier in Nederland voordeed.

En dan te weten dat zij in haar jeugd, die zij tot haar zeventiende jaar in Indië (zoals dat toen nog heette) had doorgebracht, droomde van een toekomst in de verpleging! En dan het liefst in Afrika, bij Albert Schweitzer in Lambarene! Maar deze plannen gingen niet door, omdat zij haar man ontmoette, en vlak voor de oorlog met hem trouwde.

Maar, al ging zij dan niet naar Lambarene, zij heeft hier in Nederland een zéer veelzijdig leven gehad. Als lerares leidde zij jonge meisjes op in kinderverzorging en -opvoeding, als kraamverpleegster zette zij zo'n 500 babies op de wereld, en als verpleegkundige in het ziekenhuis heeft zij bij vele patiënten het lijden verlicht en verzacht.

Toen zij na de oorlog het immense dierenleed zag van de dieren in de bio-industrie, ging zij hier verder haar leven aan wijden. Zij heeft op dit terrein werkelijk baanbrekend werk verricht, en zij was ónstuitbaar! Drie hartinfarcten konden haar niet tegenhouden zich volledig te blíjven inzetten. De koninklijke onderscheiding, die zij in 1981 ontving, op voordracht van het Ministerie van Landbouw, was dan ook wél verdiend!

Het plotseling overlijden van haar man in 1991 heeft haar een grote knauw gegeven. Maar uiteindelijk kwam zij dit toch te boven, al bleef het een groot verdriet!

Mensen die groot zijn, groot leven, zijn niet altijd makkelijk. Zo was ook mevrouw Van Oosten niet altijd makkelijk. Maar het was een mens uit één stuk! Zij stond voor wat ze zei! En daarin was zij heel consequent! Zo vind ik het volgende verhaal heel typerend voor haar:

Altijd als zij in een restaurant zat (en dat gebeurde nogal eens, omdat zij dikwijls geen tijd had voor boodschappen doen en eten koken!) en er een plantje in haar buurt stond dat slap hing van droogte, dan vroeg zij aan degene die bediende om een glas water, zogenaamd omdat zij een aspirientje voor de hoofdpijn wilde innemen. Zodra de bediende het glas aan haar had gegeven en zich had omgedraaid, werd het glas echter op de aarde van het plantje leeggegoten.
Dit verhaal vertelde zij eens aan de toenmalig voorzitter van het Productschap voor Pluimvee en Eieren, die haar op slag een enig mens vond!

Mevrouw Van Oosten, zij is heengegaan, maar zij heeft haar sporen nagelaten! Toen nog niemand, ook geen enkele dierenorganisatie, dacht aan de dieren in de bio-industrie, heeft zij de mensen wakker geschud! Zij was de eerste die tijdens een bijeenkomst van enkele honderden varkens-, kalver- en pluimveehouders, waar zij als énige vrouw aanwezig was, naar de microfoon liep en de agrariërs vroeg of zij er wel eens over hadden nagedacht wat de consument eigenlijk wilde! Zij heeft in die begintijd in agrarische kringen zéér veel opschudding teweeggebracht!

Zij heeft de moed gehad op te komen voor het dier want, zo was haar stelregel:

HET DIER KAN, WANNEER HET EENMAAL IN MENSENHANDEN IS GEVALLEN, NIET PROTESTEREN, NIET DEMONSTREREN, NIET STAKEN EN NIET VLUCHTEN. DAAROM ZAL DE MENS VOOR HET DIER MOETEN SPREKEN!

Wel, mevrouw Van Oosten heeft deze taak ruimschoots volbracht. Wij gedenken haar met respect en dankbaarheid!

E. de Boer.