Inkomenssteun voor boeren: de burger betaalt, de boer levert niets terug

Door Marien Abrahamse, december 2008

Hoe staat het er nu voor?

Inkomenssteun voor boeren sinds 2008

Marien Abrahamse schreef dit artikel in december 2008. De regelingen hebben nu andere namen. Boeren krijgen nog steeds geld per hectare.

  • Meer geld. In 2008 ging het om zo'n €400 miljoen per jaar. In 2023-2027 krijgt Nederland elk jaar ruim €700 miljoen uit de eerste pijler van het Europese landbouwbeleid (GLB). Bijna al dat geld gaat naar betalingen per hectare.
  • Andere namen. De melkpremie en de hectaretoeslag bestaan niet meer. Sinds 2023 is er een basispremie per hectare. In 2025 was die €174, plus €50,35 voor de eerste 40 hectare. Wie meedoet aan de eco-regeling, krijgt daar €60 tot €200 per hectare bij.
  • Een andere naam voor de tegenprestatie. Cross-compliance heette in het Nederlands "randvoorwaarden". De Europese Rekenkamer vond die regeling in 2008 niet doeltreffend. Sinds 2023 heet de tegenprestatie "conditionaliteit".
  • Weer versoepeld. Na de boerenprotesten heeft de EU de voorwaarden in 2024 versoepeld. Bedrijven tot 10 hectare krijgen geen controles en sancties van het GLB meer.
  • Partij voor de Dieren. Marianne Thieme was in 2008 fractievoorzitter. Sinds 2019 is dat Esther Ouwehand.

Lees ook Heroverweging landbouwsubsidies: boeren als publieke dienstverleners, Stop de subsidie van de intensieve veehouderij en Burger, bemoei je met de landbouw.

Bronnen: RVO, basispremie en eco-regeling 2025; Staatscourant 2026, nr. 9342; Kamerstukken 28625 (GLB); RVO, conditionaliteiten GLB 2024; Europese Rekenkamer, speciaal verslag 8/2008. Bijgewerkt op 6 november 2026.

Het artikel uit 2008

Burger laat zich door de boer een oor aannaaien

Andermans verenDe schade door de landbouw is ongeveer gelijk aan de bijdrage.

De Nederlandse landbouw is er een meester in om haar ware gezicht te verhullen achter een sluier van hele leugens en halve waarheden. De rauwe werkelijkheid van de Nederlandse landbouw is dat er op nog nooit vertoonde schaal dieren worden mishandeld, het milieu wordt verpest, de biodiversiteit en de leefbaarheid op het platteland om zeep worden geholpen en dat aan het klimaat onomkeerbare schade wordt toegebracht.

Zoals bij de behandeling van de landbouwbegroting door fractievoorzitter Thieme van de Partij voor de Dieren werd opgemerkt: ‘Dierenleed en klimaatschade. Dat is het werkelijke exportproduct van de Nederlandse bio-industrie’.

Af en toe wordt een tipje opgelicht van de sluier die de Januskop van de Nederlandse landbouw doorgaans bedekt, maar dan nog is het voor de burger lastig om te zien wat er eigenlijk aan de hand is.

Wat te denken van de volgende krantenkop: ‘EU-rekenkamer: cross-compliance niet effectief’.

Niet bepaald een uitnodiging om er als lezer eens even goed voor te gaan zitten. Dat is jammer, want de agro-geheimtaal achter deze krantenkop betekent dat de boeren directe inkomenssteun krijgen. In ruil daarvoor zouden ze een tegenprestatie leveren, maar dat doen ze niet.

Het gaat daarbij niet om klein bier. De Nederlandse boeren, akkerbouwers en melkveehouders, verdelen jaarlijks samen onderling zo'n €400 miljoen aan directe inkomenssteun. Die €400 miljoen is een jaarlijks terugkerend cadeautje, want ze doen er niets voor terug.

En de boerenvoormannen maar met een stalen gezicht volhouden dat de boeren geen subsidie meer krijgen.

Strikt genomen hebben ze daarin gelijk, maar ze vergeten erbij te zeggen dat de subsidies zijn vervangen door directe inkomenssteun. Doodgewone bijstand dus. Al wordt de vraag of men daarvoor in aanmerking komt voor boeren niet bepaald door een gemeenteambtenaar, en een limiet aan de hoogte van de uitkering is er al helemaal niet.

Bovendien vinden boeren zichzelf geen steuntrekkers, maar agrarische ondernemers. En dus heet de bijstand voor de melkveehouders ‘melkpremie’ en heet de bijstand voor de akkerbouwers ‘hectaretoeslag’.

Deze directe inkomenssteun is overigens binnen de kaders van internationale handelsverdragen verboden. Maar daar heeft de agrolobby de zogenoemde ‘cross-compliance’ voor uitgevonden. Een deftige term die niet veel meer betekent dan ‘voor wat, hoort wat’.

Omdat de boeren een tegenprestatie leveren is de inkomenssteun dus eigenlijk geen steun, maar een vergoeding voor geleverde diensten en dan mag het volgens de handelsverdragen weer wel. De Europese rekenkamer zegt nu echter dat er geen of een onduidelijke tegenprestatie wordt geleverd.

Er is in Brussel vastgelegd dat in ruil voor de inkomenssteun de boeren aan plattelandsbeheer moeten doen. Maar wat ze moeten doen is niet gedefinieerd, omdat de agrolobby dwarsligt over die definities. En dus doen de boeren niets aan plattelandsbeheer, maar incasseren wel de steun.

Ook over de regels met betrekking tot dierenwelzijn, zorgt de agrolobby ervoor dat het uiterst schimmig blijft wat onder die regels moet worden verstaan. En dus gaat de veehouderij onverminderd en ongehinderd door met grootschalige dierenmishandeling en incasseert wel de steun.

Er verandert dus in Europa op landbouwgebied helemaal niets. De geldkraan naar de boerenhoeven blijft, betaald door de burger, gewoon wagenwijd open staan. En de boeren hoeven er nog steeds geen fluit voor te doen.

Zo laat de Europese burger zich nog steeds door de boer een oor aannaaien.

Dit artikel verscheen eerder op dierenrechten.blogspot.com (december 2008).